'We hebben de natuur nodig: ze heeft me geleerd wie ik ben en hoe ik kan liefhebben.' Beeld Johan Jacobs
'We hebben de natuur nodig: ze heeft me geleerd wie ik ben en hoe ik kan liefhebben.'Beeld Johan Jacobs

‘Ik ben een eiland’Tamsin Calidas schreef de memoir van het jaar

Tamsin Calidas: ‘Ik stapte met zelfmoord plannen in een ijskoude zee, zag de zin van mijn bestaan en kwam herboren uit het water’

‘Ik ben een eiland’ van Tamsin Calidas (50) is het in prachtige taal gevatte verslag van hoe de Britse als dertiger met haar man een kleine boerderij kocht op een eiland in de Schotse Hebriden, en in een rampenfilm belandde. De gemeenschap aanvaardde het koppel niet, het huwelijk kapseisde, er waren financiële en gezondheidsproblemen, de dood kwam een woordje meesnauwen. En vooral: wind, water en snerpende koude maakten het leven op het eiland tot een examen in overleven. Zeventien jaar later woont ze er nog steeds, heeft ze de wilde natuur tot bondgenoot gemaakt, en schreef ze een boek dat beroert en beroest.

Jeroen Maris

‘Deze plek doet me denken aan mijn vorige leven,’ zegt Tamsin Calidas. Ze kijkt rond in het Grand Café van deSingel in Antwerpen, waar wit licht het duister van een zondagavond jent. ‘Het geroezemoes, het getingel van messen en vorken, de mensen die van een theatervoorstelling lijken te komen. Zo heb ik ook geleefd, jaren geleden, voor ik naar het eiland trok.’

TAMSIN CALIDAS «Ik woonde in Londen en werkte eerst voor de televisie en later in de reclame. Ik kan niet zeggen dat ik dat werk niet graag deed. Maar zodra ik diep in mezelf ging poken, stootte ik toch op een woekerend onbehagen. Het gevoel niet helemaal samen te vallen met mezelf. Samen met enkele andere factoren – een serie traumatische voorvallen in Londen, nieuwsgierigheid, een verlangen naar een klein leven in de grote natuur – zorgde dat ervoor dat ik met mijn toenmalige echtgenoot naar dat eiland in de Hebriden ben verhuisd, nu zeventien jaar geleden.

»Ik heb een kleine promotournee in België en Nederland achter de rug, en dat betekende dat ik voor het eerst in tien jaar nog eens voet op het Europese vasteland heb gezet. Ik had een heel volle agenda, ging van hier naar daar – een heel ander ritme dan op het eiland. (Peinzend) Ik vraag me af hoe het zou zijn om in déze wereld te schrijven. Zou het lukken? Zou de hectiek me anders doen schrijven?

»Thuis sta ik elke ochtend om vier uur op. Ik mediteer een halfuur en dan begin ik te schrijven. In mijn bed, gewikkeld in lakens, want de grote wereld wil ik dan nog buiten houden. Het raam staat wel altijd open: ik heb het geluid van de wind nodig. Ik schrijf dan tot tien uur, op een heel intuïtieve manier. Er zit in die uren geen redacteur in mijn hoofd, zelfs geen lezer: ik schrijf, aangedreven door een oergevoel.»

HUMO ‘Iemand anders worden’ was je grootste angst toen je naar het eiland verhuisde. Maar is dat niet precies wat daar is gebeurd?

CALIDAS «Ja. Ja, ik denk het wel. Of beter: ik ben geworden wie ik moest worden. Elke mens draagt de zaadjes in zich van wie hij zou kunnen worden – net zoals dat bij planten, bloemen en bomen gaat. Alleen hebben we vaak de neiging om dingen weg te duwen, om maar een stukje van het beeld in de spiegel te willen zien. Jezelf helemaal onder ogen durven te komen: daar gaat het om. Pas dan kun je worden wie je moet worden.

»Rab (de naam die ze haar ex-man in het boek geeft, red.) en ik deden aanvankelijk wanhopige pogingen om aanvaard te worden door de eilandbewoners. We zochten naar een sleutel, naar een manier om deel te worden van die kleine, samengeklitte gemeenschap van niet veel meer dan honderd mensen. Hoe sterker de weerstand, hoe nadrukkelijker we ons plooiden – tot we in het geheel niet meer leken op wie we werkelijk waren.

»Er speelde nog een tweede factor mee. Zo’n ingrijpende verandering wist in zekere zin ook je oude persoonlijkheid uit: als je verhuist naar een geïsoleerd, moeilijk bereikbaar gebied, knip je ook de banden met je verleden door. Dat verleden verdwijnt natuurlijk niet, maar het valt wel van je af, het is een huid die je afstroopt en ergens laat liggen. Je wordt een nieuw iemand. Zo voelde het toch voor mij aan: ik moest mezelf opnieuw schetsen, als een tekenaar.

»In het algemeen waren Rab en ik te goedgelovig en te lief. We dachten dat alles uiteindelijk wel goed zou komen – met ons als koppel, met ons als leden van de gemeenschap op het eiland.»

HUMO Je onderschatte de stugge geslotenheid van zo’n gemeenschap, de kille blik waarmee ze kijkt naar buitenstaanders die plots opduiken.

CALIDAS «Inderdaad. Als ik een ingang tot die groep zou vinden, als ik er langzaam in ondergedompeld zou worden, zou ik er uiteindelijk wel deel van gaan uitmaken, dacht ik. Maar wat ik niet in rekening bracht: dat het om familiebanden ging. De bevolking bestond uit enkele families, die via huwelijken en afspraken over eigendommen met elkaar verweven waren. En in die intimiteit werden Rab en ik niet toegelaten.»

HUMO Je kwam uit een heel andere wereld.

CALIDAS «Het multiculturele Londen, ja, een stad waar verschillen zichtbaar en evident zijn. En waar de basishouding is: je zoekt verbinding met elkaar – óók met wie niet op je lijkt, met wie een andere achtergrond heeft, met wie geen familie is. Maar in een kleine, op zichzelf gerichte gemeenschap werkt het zo niet. Ik heb mezelf moeten aanleren om dat niet te verwachten. Om niet te blijven geloven dat de bewoners van het eiland op een dag fundamenteel nieuwsgierig naar me zouden worden, en me zouden omarmen.»

HUMO Maar waarom rende je dan niet gillend weg? Toen je huwelijk op de klippen liep en je in je eentje achterbleef, reageerden de bewoners nóg vijandiger: een vrouw alleen aan het hoofd van zo’n boerderij, dat kon al helemaal niet. En toch vond ik in ‘Ik ben een eiland’ geen passage waarin je zelfs maar twijfelt aan de gedachte dat je op het eiland moet blijven.

CALIDAS «Uiteindelijk besefte ik dat verbinding zoeken met de eilandbewoners geen realistische optie was. Dus zocht ik die verbinding elders. Bij de dieren. Bij Maude, mijn prachtige hond. Bij mijn paard. Bij de schapen die ik hoed. Zij werden mijn familie. En later vond ik die verbinding ook in de natuur – bij de aarde, het water, de lucht.»

HUMO De natuur heeft je in leven gehouden toen je door financiële problemen honger moest lijden: je leefde een tijdje van planten, bladeren en twijgen.

CALIDAS «Hoe gek het misschien ook klinkt: dat is mijn redding geweest. Want eindelijk hield ik op met vechten, eindelijk gaf ik me helemaal over. Helemaal alleen met de elementen, en volkomen aangewezen op de natuur om te overleven, voelde ik eindelijk de verbinding die ik zo lang tevergeefs had gezocht.»

HUMO Dat moment beschrijf je heel precies in een beklijvend hoofdstuk. In een striemende koude ga je in zee zwemmen. Zelfmoord is het plan, maar je komt herboren uit het water.

CALIDAS «Omdat er plots iets in me ontwaakte. Ik voelde me gedragen door de zee, ik vond eindelijk mijn adem, ik zag de zin van mijn bestaan. Ik wist niet hoe ik moest leven, maar de natuur leerde het me. Het is een cadeau dat ik zal blijven uitpakken. Ik durf te zeggen dat ik nooit meer zo diep zal vallen, want ik weet nu dat ik deel uitmaak van een groot geheel, van een universum dat ook in mij trilt.

»Dat zwemmen in zee doe ik nu haast elke dag. En het hangt voor mij heel sterk samen met schrijven. Ga ik zwemmen, dan ben ik naakt, verbind ik me helemaal met de natuur en word ik dierlijker. Dat is ook de ideale toestand om te schrijven. Na het zwemmen strómen de woorden er altijd weer uit.»

‘Op een dag miste ik mijn moeder heel erg, en dus stak ik thuis enkele kaarsen aan en probeerde ik om in mijn geest bij haar te zijn. Enkele uren later ging de telefoon: ze was gestorven.' Beeld Johan Jacobs
‘Op een dag miste ik mijn moeder heel erg, en dus stak ik thuis enkele kaarsen aan en probeerde ik om in mijn geest bij haar te zijn. Enkele uren later ging de telefoon: ze was gestorven.'Beeld Johan Jacobs

Leven vol rouw

HUMO Vóór ‘Ik ben een eiland’ had je alleen poëzie geschreven.

CALIDAS «Ja, en ik aarzelde om met proza te beginnen. Ik was er bang voor, denk ik nu, omdat ik aanvoelde dat ik nog dieper zou moeten graven.

»Het hoofdstuk over de onverwachte dood van Crystall zou het moeilijkst worden, dat wist ik op voorhand.»

HUMO Crystall was een vrouw op het eiland met wie je een innige vriendschapsband ontwikkelde. Maar ze stierf in een auto-ongeval.

CALIDAS «Laat ik beginnen bij het begin, dacht ik, en de hele aanloop naar dat ongeval schetsen. En toen ik al schrijvend het moment naderde, herbelééfde ik de gebeurtenissen echt. Ik voelde Crystalls hand op mijn wangen, ik hoorde haar stem in de kamer. En de korte, vrolijke schetter van haar autotoeter galmde door m’n hoofd – zo had Crystall me begroet toen ze voorbij mijn huis reed op de dag waarop ze zou sterven. Toen ik dat allemaal opnieuw zag en hoorde, brak het schild. Alles wat er nog aan weerstand tegen het schrijven in me zat, viel weg. De twijfel, de schaamte: opgelost. En vervolgens ging het snel, en kreeg mijn boek vorm. Dat ene hoofdstuk had me geleerd hoe je dat moet doen, schrijven. Je moet in contact staan met de aarde, met de lucht. En je moet je waarheid vertellen, hoe rauw en pijnlijk die mogelijk ook is.»

HUMO Ook vóór haar dood was Crystall een kostbare gids voor je. De enige bewoner van het eiland die je helemaal aanvaardde, ook.

CALIDAS «Ze waren met twee: je vergeet nog Anthony, haar man. Ik hielp hen met klussen in de tuin, en er was een mooie, goudomrande vriendschap ontstaan. Eigenlijk waren ze surrogaatouders voor me. Maar plots werd Anthony ziek. In ‘Ik ben een eiland’ beschrijf ik het afscheid: hoe ik hem in z’n kamer opzoek, en hoe we beiden weten dat het de laatste keer is dat we met elkaar praten. Dat is de meest intense conversatie in het boek, en misschien wel in mijn leven.

»Zo werden Crystall en ik lotgenoten, want ook mijn leven was op dat moment doordrongen van rouw. Mijn vader was gestorven, en mijn pogingen om via ivf zwanger te worden liepen op niets uit – ik had afscheid moeten nemen van de vruchtjes die héél even in mijn buik hadden gezeten. En toen stierf Anthony dus. Crystall en ik droegen het samen: we waren lotgenoten in een boze wereld. Tot ook zij stierf.»

HUMO Er glanst een grote tederheid van de pagina’s waarop je die vriendschap beschrijft. Was die band met Crystall de betekenisvolste menselijke relatie die je al hebt gehad?

CALIDAS «Misschien wel, ja. Er waren natuurlijk ook mijn ouders, maar zo’n biologische band is complexer. De liefde tussen een kind en de ouders is in wezen heel zuiver, maar wordt gaandeweg ook bezwaard met ballast.»

HUMO Je moeder is een jaar geleden gestorven.

CALIDAS «Fysiek afscheid nemen was onmogelijk. Dat is een nare constante in mijn leven, al sinds mijn kindertijd: geliefden sterven onverwacht, of op grote afstand van me.

»Op een dag miste ik mijn moeder heel erg, en dus stak ik thuis enkele kaarsen aan en probeerde ik om in mijn geest bij haar te zijn. Ik voelde haar aanwezigheid, ik wist dat ze er was. En enkele uren later ging de telefoon: ze was gestorven.»

HUMO In ‘Ik ben een eiland’ beschrijf je hoe ze, dan al dementerend, een week komt logeren op de boerderij.

CALIDAS «Heel intens was dat, want mijn moeder was toen al erg ziek. Ze kon zich nauwelijks nog uitdrukken. Wilde ik weten of ze het koud had, dan moest ik haar handen pakken. En ’s avonds moest ik haar goed instoppen, want zelf wist ze niet meer hoe dat moest – de eerste nacht had ze op haar deken geslapen en het ijskoud gehad.

»In die eerste dagen was ze wat verward. Logisch, want ze had geen enkel herkenningspunt. Maar naarmate de week vorderde, voelde ze zich steeds beter. Steeds veiliger, vooral: mijn huis was ook haar huis geworden. Voor woorden was het te laat, maar met onze lichamen konden we nog heel teder communiceren. Het deed me goed dat we die week samen toch nog gekregen hebben.»

De taal van dieren

HUMO Je bent intussen aan een vervolg aan het schrijven.

CALIDAS «Ik schrijf het in real time, waardoor het boek vaak ook voor mij verrassende wendingen krijgt. Nog meer dan in ‘Ik ben een eiland’ wil ik aantonen dat we de natuur nodig hebben. In onze moderne, gestructureerde samenleving zijn we zo erg in ons hoofd gaan leven. Maar zolang ik dat deed, kreeg ik geen grip op m’n leven. Het is uiteindelijk de natuur die me heeft geleerd wie ik ben en hoe ik kan liefhebben. Ik geloof echt dat het iedereen kan helpen om alles grondig te herzien, en weer veel meer de oorsprong op te zoeken. Of op z’n minst te zwemmen (lacht)

HUMO Je leeft nog altijd op het eiland, en gaat daar heel bewust om met fauna en flora. Je gebruikt geen pesticiden op de boerderij, je probeert een zeldzaam geworden bijensoort te introduceren op het eiland, en je besteedt veel aandacht aan je omgang met dieren.

CALIDAS «Inderdaad. Mijn schapen, bijvoorbeeld, hoed ik op een zo tactiel mogelijke manier. Het zijn dieren met een taal, en ik heb geleerd om die te beluisteren. Elk dier – het geldt ook voor m’n hond en m’n paard – heeft andere noden en andere uitdrukkingsvormen.»

HUMO Ook daarin was je lang een buitenbeentje op het eiland, nee?

CALIDAS «Klopt: er werd behoorlijk ruw omgegaan met dieren. Dat was ook een punt waarop Crystall in het verzet ging, hoewel zij in het algemeen wel aansluiting vond bij de gemeenschap. Maar we behandelden dieren dus als levende wezens, niet als dingen. Daarmee verstoorden we de orde, ja. Maar soms moet je je durven uit te spreken tegen een dominante consensus waarvan je vindt dat die niet deugt. Ik geloof ook niet dat de bewoners geen verandering wilden, wel dat ze er bang van waren. ‘Dit is hoe we het hier altijd gedaan hebben’, dat zinnetje kwam steeds terug. Het zegt iets over hoe patriarchale structuren werken. Ik ben ervan overtuigd dat er in die kleine gemeenschap wel mensen zijn die verandering willen, die nieuwsgierig zijn naar de niet-dominante groep – naar vrouwen, naar mensen met een andere achtergrond. Maar het is moeilijk om een structuur ter discussie te stellen als die je veel comfort oplevert.

»Ondertussen zijn de dingen trouwens stevig aan het veranderen. Er komen nu boeren met een ziek dier naar mij, en laten me het verzorgen. De bevolking is de afgelopen acht jaar ook geëvolueerd. Er zijn jonge mensen op het eiland aangespoeld, het is internationaler geworden. Sommigen verblijven hier een poos, anderen worden verliefd en gaan niet meer weg. De lucht is opgeklaard. Het eiland is minder statisch geworden. En je kunt er nu al eens een gesprek voeren dat níét over schapen gaat (lacht)

HUMO Tot slot: hoe was het voor je ex-man om ‘Ik ben een eiland’ te lezen?

CALIDAS «Hij wist dat ik aan het schrijven was, en ik vertelde hem ook dat ik eerlijk wilde zijn. Ik moest het verhaal precies vertellen, vond ik, óók waar het over onze tragedie ging, en daarvoor moest ik zelf nog zicht krijgen op wat er precies gebeurd was. Op een bepaald moment besloot ik om de ferry te nemen en naar hem toe te rijden. Dat was een paar jaar na de breuk – het was de eerste keer dat we elkaar terugzagen. Mijn hart bonkte in mijn keel. Zou hij het goed vinden? Zou hij geërgerd zijn over sommige passages? Was het ook zijn verhaal? Ik las het hem voor, en we hebben toen elke komma uitgelicht. We hebben gepraat, gediscussieerd, gehuild – en uiteindelijk hebben we elkaar vergeving geschonken. Zo is ‘Ik ben een eiland’ geen afrekening geworden, wel een dankbrief. Het is de start geweest van een nieuwe, grote vriendschap tussen Rab en mij. Geen liefdesrelatie meer, neen. Wel een band die in zekere zin nog kostbaarder is. Soms heeft een leven verwoesting nodig om tot iets moois te komen.

»Ik krijg ontzettend veel persoonlijke reacties op ‘Ik ben een eiland’. Hoewel het heel erg mijn verhaal is, een heel specifiek verhaal bovendien, schijnt het te raken aan iets precieus dat in véél mensenlevens verborgen zit. Dat maakt me ontzettend gelukkig: dit boek heeft niets beschadigd. Nee, het heeft dingen genezen.»

Tamsin Calidas, ‘Ik ben een eiland’, Uitgeverij Pluim Beeld rv
Tamsin Calidas, ‘Ik ben een eiland’, Uitgeverij PluimBeeld rv

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234