Tel je ledematen ende weset vro: Dwarskijker over 'Liefde voor sterren tegen de muziek op' en 'Radio Gaga'

De getalenteerde en soms ook virtuoze cast van 'Tegen de sterren op' was ineens een carnavalsvereniging die ook buiten carnavalstijd actief is.


Liefde voor sterren tegen de muziek op

VTM – 21 augustus

Of het nu in The Journal of Zoology, in The Lancet of in Het Laatste Nieuws was, al sla je me dood: in ieder geval las ik ergens in andermans vakliteratuur dat de beroemde Vlaamse zanger Christoff, die in Duitsland bijna net zo’n begrip is als het woord ‘Schwanz’, voor de zoveelste keer tegen burn-out vecht. ’t Is overal wat. Het benieuwde me als afgepeigerde salaristrekker zonder vooruitzichten hoe een herhaaldelijke burn-outlijder zich ten overstaan van een grote menigte overeind houdt in de aldoor vers aangevoerde vislucht van de Koningin der Badsteden. Daarom zette ik me schrap tegen ‘Liefde voor sterren tegen de muziek op’, een krampachtig compromis tussen ‘Liefde voor muziek’ en ‘Tegen de sterren op’ dat ook lichtjes aan ‘Tien om te zien’ deed denken. Er kwamen craneshots aan te pas, mogelijk ook droneshots, en shots van om lachmeeuwen gegorde wegwerpcameraatjes: onbezoldigde stagiairs die uit wraak nietsontziend om zich heen schijten.

Live in Oostende vroeg Christoff, die in de geest van de betreurde Willy Sommers voor presentator speelde, aan de massa of ze er klaar voor was. Goeie vraag. En nooit eerder gesteld. Zijn fieselemie vertoonde daarbij een glimlach waartegen geen hogedrukreiniger opgewassen was: je reinste symptoom van burn-out, volgens mijn EHBO-gids, die ik op een onchristelijk uur in een onchristelijk dranklokaal heb ontmoet. Zède gulle d’er klär veur?’: naast Christoff stond de Antwerpse horecaonderneemster Nathalie Meskens, die ik als actrice zo nu en dan hoogschat, zelfs hoger dan de meeste tragédiennes die je uit het blote hoofd hoort op te noemen als je voor cultureel correct wil doorgaan in de foyer van de gemiddelde cultuurtempel. In hotpants gestoken gaf zij haar impressie van Natalia weer, wat neerkwam op wijdbeens een Kempens dialect uitstoten dat bij benadering in Oevel thuishoort, een buurtschap dat volkomen terecht op een oppervlakte van 6,66 vierkante kilometer kan bogen. Op die plek bevond zich eens de kribbe van de echte Natalia, die – en nu even quasi serieus – veel beter kan zingen dan de meeste zangeressen ter hoogte van Vlaanderen, het lage land waar de zuidenwind weleens door het graan schatert, volgens Jacques Brel in de Nederlandse vertaling van Ernst van Altena. Soit.

Natalia trad ook in eigen lijve in dit programma op, wellicht omdat ze begon te vrezen dat haar imitatrice stilaan populairder was dan het in Oevel geoormerkte en vervolgens luidkeels door de rest van de dorpers de ruige natuur ingejaagde origineel. Toen Natalia klaar was, stelde Nathalie Meskens in de approximatieve gedaante van Natalia tot haar verbazing vast: ‘Amai, ik kan wel zingen, hè.’ Aan het eind van deze openluchtvertoning, bij wijze van apotheose, ging de imitatie een enigszins competitief duet met het origineel aan, waarna ze elkaar als hartsvriendinnen in de armen vielen. Voor de zoveelste keer hief de satire zichzelf op door haar mikpunt te omhelzen, terwijl satirische kracht naar mijn smaak toch in een zekere distantie zit. Ik ben niet te beroerd om toe te geven dat ik al oprecht heb moeten lachen met ‘Tegen de sterren op’, ook al is de imitatie niet bepaald de hoogste trede van de humor. Ik vond dat er geestige en dus ook wel vileine tekstschrijvers met dit programma gemoeid waren, maar toen ik de merkwaardig platte en op makkelijk succes mikkende liveshows op de televisie zag, grootscheeps gedoe ten sportpaleize, vond ik dat de makers van ‘Tegen de sterren op’ flink uitverkoop aan het houden waren. De getalenteerde en soms ook virtuoze cast was ineens een carnavalsvereniging die ook buiten carnavalstijd actief is, bijvoorbeeld in de zomer van 2015, aan het Klein Strand van Oostende.

'Ik denk dat 'Radio Gaga' op de broosheid van geluk en op dapperheid voor dagelijks gebruik wijst, en wellicht ook op hoofd- en bijzaken in het leven'


Radio Gaga

Canvas – 25 augustus

De laatste vijf jaar van haar leven moest mijn moeder, wier hart en longen tekortschoten, steeds vaker in een ziekenhuis verblijven. Die pijnlijke periode rakelt op gezette tijden als het ware zichzelf op – herinneringen eraan overvallen me op de raarste momenten. Als het weer eens zover is, ruik ik de medicinale ziekenhuislucht waar altijd een vermoeden van menselijk bederf in mee riekt; er komt me een ziekenkamer voor de geest, waarvan de deur altijd openstond. In het voorbijgaan, op weg naar de kamer van mijn moeder en nog een andere lijdster, zag ik een asgrauwe man naar het plafond staren, een vogelkop met een messcherp profiel, zo scherp als het iconische gereedschap van de man met de zeis. De vermoedelijke wederhelft van die zieke – of was ze zijn doffe zuster? – zat zwijgend en uitdrukkingsloos bij hem. Misschien was ze gelaten. Misschien dacht ze: ‘Ga nu maar gauw dood, klootzak.’ Die mogelijkheid moet ik uit barre realiteitszin, een journalistieke deugd, openlaten.

Mijn moeder in een kunstmatige coma: ik zie haar nog liggen, naast een machine that goes ping. De bevreemdende vrolijkheid van sommige verpleegsters staat me ook nog levendig bij. Even buiten gaan roken – ik was toen nog aan Marlboro light verslaafd – en een praatje aanknopen met een man die een oranjegele teint had en een infuusstandaard vasthield als een herdersstaf. Hij bleek de wetenschappelijke namen van de voorbijtrekkende wolken te kennen en blies er naamloze wolkjes sigarettenrook achteraan. Waarna hij een onrustbarende hoestaanval kreeg, een schurend en piepend geluid waar hij onder het nahijgen alle vertrouwen in had. Ik: ‘Zal ik een glas water voor je halen?’ Hij: ‘Ik drink geen water.’

Mijn moeder stierf in foetushouding, alsof alles nog moest beginnen, wat ze overigens ook geloofde.

Ik huiver bij de gedachte aan ziekenhuizen. Ik word al wee van televisieprogramma’s die zich, of ze nu fictie of non-fictie zijn, in ziekenhuizen afspelen. Ik heb dan ook niet naar ‘Radio Gaga’ uitgekeken, een nieuw programma waarvan de eerste aflevering ons een inkijkje zou geven in revalidatiecentrum Pellenberg in Leuven, maar tegen mijn verwachtingen in werd ik erdoor meegesleept.

Ik zag hoe Dominique Van Malder en Joris Hessels, loslopende theatermakers en tevens vrienden, in een vrolijke bestelwagen huns weegs reden. Onderweg naar Pellenberg vroeg Joris aan Dominique of die in zijn leven al een lichamelijk onderdeel gebroken had: ‘Mijn kleine teen en mijn hart,’ klonk het, wat me een plausibel antwoord leek. Joris wist dan weer van enkelfracturen ten gevolge van sportbeoefening mee te spreken. Zijn verdiende loon. Eenmaal ter bestemming brachten ze een vouwcaravan tot een goed einde, die ook dienst zou doen als radiostudio. Zij zouden voor de revalidatiepatiënten van Pellenberg een zo lokaal mogelijk verzoekplatenprogramma maken, met praatjes tussendoor. Daartoe deelden ze onder de patiënten elementaire radiootjes uit, die op de unieke frequentie van Radio Gaga, ‘jouw hyperlokaal verzoekkanaal’, waren afgestemd. Hun eerste studiogast was Yvonne uit Herselt, die al 53 jaar lang met George getrouwd was. ‘In goede en in slechte dagen,’ zei ze, ‘zo ging dat in onze tijd.’ Ze had George leren kennen toen hij bij haar vader rattenvergif kwam kopen: de wegen van de romantische liefde zijn ondoorgrondelijk. De beide benen van George werden laatst, om erger te voorkomen, tot halverwege zijn dijen geamputeerd. ’t Was ooit begonnen met een teen die afstierf. Zijn vrouw droeg ‘Ik ga dood aan jou’ van Bart Herman aan hem op, een nummer waar hij volgens haar veel van hield. George, die luidens zijn vrouw ‘een karakter’ was, had met de gedachte aan euthanasie gespeeld, maar om zijn echtgenote en zijn dochter geen extra verdriet te doen, had hij die uitweg uit zijn hoofd gezet. Al vond hij het nog altijd geen slecht idee: ‘Als je acht dagen gerouwd hebt,’ zei hij tegen zijn vrouw, ‘dan begint er voor jou een beter leven.’ Ze moest wat wegslikken. Acht dagen slechte tijden, en daarna weer goede: c’est, volgens mensen die er meer verstand van lijken te hebben dan ik, la vie. Barre realiteitszin, een journalistieke deugd, komt soms hard aan.

De Franstalige Dany was een wakker en mondig jongetje dat, in het gezelschap van vriendjes, met vuur en benzine had gespeeld in een verlaten huis en daar vreselijke brandwonden aan had overgehouden. Een kien jochie dat vrijuit over zijn wedervaren sprak, en ter illustratie even zijn gehavend rompje ontblootte, waar Dominique nog het liefst náást had gekeken, eyes wide shut. Ik anders ook wel. Aandoenlijk jongetje.

Er sloop ook onvrijwillige humor, de beste soort, in dit programma: een vrouw die de schade van een beroerte te boven probeerde te komen, herinnerde zich als de dag van gisteren dat haar mond ineens niet meer meewilde onder het spreken. Op die dag vierde ze toevallig haar 44ste huwelijksverjaardag. Voor die feestelijke gelegenheid had haar dochter een overvloedig ontbijt klaargezet. De vrouw noemde alles op wat er die bewuste ochtend op het menu had gestaan: ‘Koffiekoeken, fruitsalade, yoghurt, muesli, spek en eieren, balletjes met krieken.’ ‘Balletjes met krieken’ klonk als een pointe, waardoor ik in de lach schoot, maar dan wel zo beheerst mogelijk. Naar ik het op dat moment aanvoelde, was lachen toegestaan.

Te gast bij Radio Gaga probeerde Albert zijn verdriet om zijn vrouw Ria te verkroppen. Na een noodlottige val zag het ernaar uit dat ze onomkeerbaar verlamd was. De verzoekplaat van Albert was ‘Ik hou van jou’ van Dana Winner, een naar mijn smaak al te zoetelijk nummer dat in de context van dit programma ineens een heel andere lading kreeg. Het veroorzaakte ook enige beweging in het gezicht van Ria, wier roerloosheid overigens discreet in beeld werd gebracht, en dus niet met de onkiese blik van een ramptoerist. Terwijl ‘Ik hou van jou’ opklonk, zagen we een snedige montage die het dagelijks leven in Pellenberg gaaf samenvatte: we vingen een glimp op van een atelier waarin kunstledematen op punt werden gesteld, en voor de rest zagen we hoe revalidanten zich niet gewonnen gaven, ook al waren ze wegens een fatale ommezwaai misschien wel voor de rest van hun dagen op een rolstoel en op hulp aangewezen. Als de nood fysiek aan de man komt, stijgt er dan vanzelf leeuwenmoed in iemand op? Op grond van de eerste aflevering van ‘Radio Gaga’ zou ik dat een poosje kunnen geloven.

Toen Dominique Van Malder terugkeek op één dag Pellenberg, welde het woord ‘bereheftig’ in hem op, en daar kon ik het mee eens zijn: de ontroering viel je rauw op je dak. Gewoonlijk ben ik op mijn hoede voor programma’s die ten behoeve van een ruim publiek onomwonden met emoties woekeren, maar dit keer had ik vrede met de gevoelige, maar niet sentimentele aanpak van Hessels en Van Malder, twee aimabele mannen in wie ik dienstjaren bij de scouts vermoed. Was ik een oud vrouwtje, dan mochten ze mij in ieder geval de straat over dragen, en weer terug, omdat ik, als oud vrouwtje dat graag iemand een poets bakt, eigenlijk helemaal niet aan de andere kant van de straat hoefde te zijn.

Ik vang hier en daar op dat ‘Radio Gaga’ troost zou bieden, maar ik weet niet zo goed wat troost zoal inhoudt, zodat ik er liever deemoedig over zwijg. Ik denk dat dit programma, met een ommetje langs bijvoorbeeld Pellenberg, op de broosheid van geluk en op dapperheid voor dagelijks gebruik wijst, en wellicht ook op hoofd- en bijzaken in het leven. Nadat hij 48 uur Pellenberg op zich had laten inwerken, nam Dominique Van Malder zich voor dat hij voortaan van al zijn ledematen zou proberen te genieten. Zo kon je het ook bekijken. Tel je ledematen ende weset vro. En zeur niet. Mooi programma.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234