null Beeld

'Ten oorlog: onder Vlaamse velden' op Eén

Ironie is: een gasleiding aanleggen op de plaats waar honderd jaar eerder de eerste gasaanval in de geschiedenis heeft plaatsgevonden. Het lot kronkelt, dat zou kapitein Walker u vast ook vertellen.

Het is een akelige vorm van intimiteit, iemands beenderen aanschouwen. Ontdaan van alle vlees, lompen, en besognes zagen we in 'Onder Vlaamse velden' hoe de resten van kapitein Henry John Innes Walker na een eeuw en een eeuwigheid onder de West-Vlaamse zoden voor het eerst weer aangeraakt werden. Die zoden waren te vinden in Langemark, waar tijdens de Eerste Wereldoorlog de akkers omgeploegd werden met granaten en bewaterd werden met bloed. In 'Onder Vlaamse velden' zag het er vredig en groen uit. Maar dat was buiten de acht kilometer lange geul gerekend die doorheen het landschap liep, de bedrieglijke schijn van peis en vree in tweeën scheurend. Daar zou de nieuwe gasleiding komen, maar voor die gelegd kon worden moest er eerst een paar ton geschiedenis plaats maken.

Mochten we zelf ooit een oorlogje beginnen, dan zouden we niemand anders dan Arnout Hauben vertrouwen met de taak die een eeuw later nog eens na te vertellen. In 'Ten oorlog' liep hij, vergezeld van lotgenoten, de voormalige frontlijn af van de Eerste Wereldoorlog. Dat deed hij waar hij kon te voet, op twee benen de vermoeidheid, de ontbering, en de geschiedenis tegemoet. Hoe doe je het ook anders. Later deed Hauben dat nog eens over met de frontlijn van de Tweede Wereldoorlog, de evenmin gesmaakte sequel van die eerste wereldbrand. Maar voor 'Onder Vlaamse velden' bleef hij thuis, en nam hij samen met de archeologen in de geul de spade op om met de hand de Eerste Wereldoorlog te bezoeken. Die bleek immers nooit écht gestopt te zijn, ze speelt zich tegenwoordig alleen een paar meter dieper af.

De legende gaat dat aan het eind van de oorlog een man te paard heel Ieper kon overschouwen. Houben stond niet veel dieper dan dat toen in de grond de eerste ontdekkingen gedaan werden. Geweerlopen, een gasmasker, een veldfles. En die dekselse ironie natuurlijk: het eerste dat Houben aantrof toen hij zijn spade in de grond stak, was een andere spade, een eeuw oud. Telkens zo'n voorwerp werd opgediept, vertraagde het enthousiasme: er kwam klaarblijkelijk ook veel administratie kijken bij zo'n oorlogse vondst. Intussen ging Hauben, zelf een expert op het vlak van koetjes en kalfjes, op de koffie bij de plaatselijke boeren die nu hun akkers opengegooid zagen. Zo was er boer Hendrik, die ambtshalve zelf weleens een oude granaat opgroef maar daar al lang geen trauma's meer aan overhield. Hoewel er nu een gasleiding in zijn akkers werd ingebed, beweerde hij zelf geen gasaansluiting te hebben. Hij stookte met mazout. Ook dat is ironie.

De boog van 'Ten oorlog' staat nooit gespannen: misschien uit pacifistisch statement, maar vooral omdat het trage televisie is. Voor deze speciale editie was het tempo zelfs nog iets gezapiger dan normaal. Riskant, want hoewel wij zelf niet veel aanleiding nodig hebben om de pikhouweel boven te halen, kan archeologie - vooral in primetime - in de modale huiskamer misschien op minder applaus rekenen. Even leek ook de poëzie uit 'Ten oorlog' achterwege gelaten, tot uiteindelijk duidelijk werd waarom archeologie ook bureaucratie is: de eerste soldaat werd gevonden. En nog één, gevolgd door nog een paar, soms nog met de kogels in het lijf. Negentien lichamen in totaal, en beenderen hebben geen naam. Daarom werd de vierkante meter rondom de resten nauwkeurig opgetekend: elk detail kon helpen bij de identificatie. Hauben bekommerde zich om het laatste lichaam dat gevonden werd: een officier, zo werd al snel duidelijk aan de verroeste insigne op wat ooit zijn kepi moest geweest zijn. Dat trof, want daarvan waren er slechts negen vermist. Op een tafel werd zijn hele lichaam stukje voor stukje weer samengepuzzeld, met zulk oog voor detail dat we op het eind zelfs wisten hoeveel kleingeld de man op de dag van zijn dood in z'n zakken had steken. Een medaillon met initialen was wat het 'm deed, gevolgd door een snelle google-beurt: plots stond Hauben oog in oog met kapitein Walker, de Nieuw-Zeelandse twintiger wiens schedel binnen handbereik lag op de tafel in de kamer ernaast. Henry is with us now. Gered uit de vetplooien van de tijd. Geen mooiere poëzie dan die in verlossing.

Er zouden naar verluidt nog 200.000 vermisten onder Vlaamse velden liggen, wachtend op hun grote dag. Daar haal je toch al snel een tiental tv-seizoenen uit.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234