null Beeld

Terug naar het mooiste koppel uit '2013', winnaar van de HA!: René en Marieke

‘Ze zullen mij omver moeten duwen voor ik haar loslaat,’ zei René (81) vorig jaar over zijn dementerende vrouw Marieke (84). Dat het wondermooie programma ‘2013’ de Ha! van Humo krijgt, is zeker ook aan hén te danken.

Marieke zit bij het knetterend haardvuur. Ze kijkt boos en houdt haar armen gekruist. Haar dikke, zwarte winterjas is nog steeds tot aan haar hals dichtgeknoopt. Ze kruipt wat dichter bij haar man, René, die aan een verpakking prutst. ‘Dit lukt niet, ik heb een schaar nodig.’ Zodra René opstaat en naar de keuken stapt, kijkt Marieke verschrikt op. Ze aarzelt even, kijkt achterdochtig om zich heen en schuifelt dan beslist achter hem aan.

Dat scenario zal zich die dag een paar keer herhalen. Als René verdwijnt, wordt Marieke onrustig. En dus volgt ze hem overal op de voet. Steeds meer als zijn permanente schaduw. Zwijgend, of sprekend in raadsels die hij niet meer ontcijferen kan.

Vorig jaar ontmoette ik René en Marieke voor het eerst. René had hun wel en wee een jaar lang voor het programma ‘2013’ gefilmd. Hoewel zij het in dat jaar misschien nog het hardst te verduren kregen, bleven ze het mooiste paar in de reeks. Want al deed Mariekes dementie alles wat ze hadden genadeloos teniet, door Renés eindeloze toewijding en liefde gebeurde dat toch ook niet.

René plaagde en suste, troostte en kuste. Als Marieke verdwaalde, bracht René haar terug. Als Marieke boos werd, ving hij de klappen op. Als ze uren aan het hek bleef rammelen om de straat op te gaan, gaf René haar een stoel. En wanneer hij maar kon, toverde hij een lach op haar gezicht.

Een jaar later lijken René en Marieke niet erg veranderd. Of toch: Marieke heeft een nieuwe bril. Een felpaarse die haar gezicht doet stralen. ‘Eentje van 3 euro,’ zegt René. ‘Ik koop geen dure modellen meer. Ze maakt ze toch kapot. Of ze verliest ze. Deze heb ik daarnet nog in de koekjestrommel gevonden. Na uren zoeken.’

Kijk! Ginder sè! De de de de,’ Marieke staat plots recht en wijst naar het raam. Waarna ze weer gaat zitten en tegen mij zegt: ‘Ikke niet. Zenne zenne.’

‘Vroeger zei ik: ‘Schrijf ’t eens op’, als ik haar niet verstond. Maar schrijven kan ze al lang niet meer,’ vertelt René. ‘Ze denkt dat ik alles nog begrijp, maar dat is niet zo.’ Steeds minder trouwens. Een gesprek is een verre droom geworden. ‘Soms begrijp ik een kort zinnetje of enkele woorden. Toen ik onlangs een verhaal wou beginnen met ‘Ik zal u eens iets vertellen,’ antwoordde Marieke: ‘Ja, vertelt gij eens iets.’’ Hij glimlacht. ‘Maar dat is intussen al twee maanden geleden.’

Steeds vaker zet stilte de toon, vult muziek de ruimte. Of volgt een onbegrijpelijke woordenbrij. ‘De laatste tijd begint Marieke ’s avonds te babbelen en stopt ze niet meer tot ’s morgens. Ze roept namen of vertelt hele verhalen waar ik geen touw aan kan vastknopen. Dan vraag ik ‘Kom Marieke, droom eens van een engeltje’, maar ze ratelt gewoon verder.’

Het houdt René uit zijn slaap. ‘Wennen doet het niet, je moet je ernaar schikken. Ik kan haar ’s nachts niet alleen laten. Dus moet ik het leren verdragen.’

‘Eén naam herken ik: Jeanne. Dat is haar zus, een nonnetje dat enkele weken geleden gestorven is. Ik vermoed dat Marieke ’s nachts dingen uit haar jeugd herbeleeft. Soms lijkt het of ze haar zus om hulp roept.’


Dwarsliggen

Wanneer René even niet oplet, giet Marieke haar kopje koffie uit over het koekje op haar schoteltje. De koffie gutst net niet over de rand op tafel. René neemt het schoteltje zonder zucht, zonder opmerking weg en geeft haar een ander.

‘Wil je wat eten, Marieke?’ Gretig neemt ze de bovenste snede van een belegde boterham. Het onderste sneetje met het plakje kaas laat ze liggen. René neemt het brood voorzichtig uit haar hand, herschikt de boterham en geeft haar twee sneetjes terug, mét kaas ertussen. ‘Hier, dat zal je smaken.’

‘Hé zeg!’ fronst Marieke boos haar wenkbrauwen. Ze gooit de belegde boterham weer op tafel, grist een sneetje van een andere boterham en propt het droge brood snel in haar mond voor René iets kan zeggen. ‘Da mag!’ zegt ze fel.

‘Maar gij deugniet,’ lacht René. ‘Ge ziet: ge doet er niet mee wat ge wilt.’

Geduld heeft René nog steeds. Maar het wordt alsmaar vaker en scherper op de proef gesteld. ‘O wee als ik haar verkeerd begrijp. Dan wordt ze boos of roept ze: ‘Ik ga naar huis!’ Als ze tegenstribbelt en ik wil haar dwingen, roept ze om haar zus. ‘Jeanne! Jeanne!’’

Hij ziet het meest op tegen het toiletbezoek. ‘Dat bezorgt mij veel stress. Zal ze naar het toilet willen of niet? Zal ik haar moeten dwingen of niet? Soms wil ze niet en heeft ze enkele minuten later ‘een ongelukje’. Soms loopt ze weg met haar broek nog op haar enkels. Dan ben ik weleens ten einde raad. Maar het is niet erg. Ook dat los je op.’

Creativiteit heeft René voor tien. Hij moet wel: Marieke kan behoorlijk dwarsliggen. ‘Een sterk karakter heeft ze altijd gehad. Soms wil ze niet gaan slapen. Als ik haar dan bij de arm neem en naar bed begeleid, zet ze zich schrap. Dan grijpt ze zich vast aan de deur, aan de kast, aan een stoel, aan alles wat ze maar kan vastgrijpen. Geloof me: ze is behoorlijk sterk. Als je zo de hele weg naar de slaapkamer moet afleggen – telkens opnieuw die hand loswrikken, enkele stappen verder tot zij het volgende houvast alweer omknelt – dan duren tientallen meters ontzettend lang.’ Hij glimlacht. ‘Soms ben ik helemaal buiten adem.’

Wéér die glimlach. Want ook daar heeft hij een oplossing voor bedacht. ‘Als ze écht niet wil, pak ik het zo aan. Kijk.’ Hij gaat achter een denkbeeldig Marieke staan, slaat zijn armen om haar heen, neemt twee imaginaire handen vast en houdt ze gekruist tegen de borstkas. ‘Zo schuifelen we dan achter elkaar naar bed.’

Maar ook Marieke is vindingrijk. ‘Tegenwoordig laat ze zich op de grond zakken als ik dat doe en moet ik haar bijna dragen.’ Ik aarzel om het te benoemen, maar dan zegt René het zelf: ‘Ik heb met Marieke soms meer werk dan met een kind. Soms ben ik blij als ze overdag een paar uurtjes slaapt. Dan kan ik op adem komen, mijn gedachten verzetten.’

René klinkt nooit verwijtend, nooit betuttelend, maar eerlijk is hij wel. Dat was hij ook in het videodagboek dat hij bijhield voor het programma ‘2013’. Hij filmde de mooiste momenten, maar ook de pijnlijkste. De camera die hij zelf hanteerde, werd Renés uitlaatklep. Het maatje bij wie hij zijn hart kon luchten.

‘Dat programma heeft ons goed gedaan. Die dementie was al aanwezig in ons leven, maar die camera bood afleiding. Ik mis dat wel. Nu kan ik bogen op dat jaar. Ik heb ervaring opgedaan. Ik vergelijk wat ik doe graag met een voetballer die leert spelen. Om goed te worden, moet je blijven oefenen. Telkens opnieuw proberen, telkens nieuwe oplossingen zoeken. Soms denk ik ’s avonds: ‘Wat een dag...’ Maar de volgende ochtend zoek ik energie en begin ik er opnieuw aan.’

Hij wil het zelf niet gezegd hebben, maar het begint te wegen. Het permanente afscheid van iemand die er nog is. De eenzaamheid zonder écht fysiek alleen te zijn. De zorg die alsmaar meer van hem vraagt. Veel afleiding heeft hij niet. Naar ‘Het journaal’ kijken, lukt niet meer. Het maakt Marieke zenuwachtig, dan begint ze honderduit te praten. Van kleinkunst of André Rieu wordt ze rustig, maar wie wil nu altijd naar Rieu luisteren?

‘Die kleine akkefietjes en strubbelingen om een niemendal zijn soms slopend, maar het gaat. Omdat ik er geleidelijk inglijd. Ik weet niet wat de toekomst brengt. De laatste tijd is haar agressie wat geweken. Ze is veel rustiger.’

Maar zijn maatje met wie hij uren praatte, is hij kwijt. ‘We hebben nog weinig contact. Toch niet met woorden. Ook al doet ze soms lelijk, ik heb Marieke nog altijd zo graag bij me. Ze is zo lief en haar glimlach is ze nog altijd niet verloren.’ Hij trekt haar tegen zich aan. ‘Kom, lach nog eens zo mooi naar mij. Er is maar één persoon om wie ik bezorgd ben en dat is zij. Ik klaag niet, ik word er alleen soms zo moe van.’


Een kiertje

‘Ze zullen mij omver moeten duwen voor ik Marieke loslaat,’ zei René vorig jaar. En dat meent hij nog steeds. Maar de situatie noopt hem er stilaan toe. In de eerste aflevering van ‘2013’ drongen zijn kinderen al aan om hulp toe te laten: ‘Papa, jij moet het ook kunnen volhouden.’

De kinderen willen wel, maar ook zij kunnen de zorg onvoldoende verlichten, vertelt dochter Lutgard als ze even op bezoek komt. ‘Regelmatig verblijft mama bij ons zodat papa niet altijd op een drafje moet winkelen. Maar ook dan moet hij zich haasten. Mama wil bij mij niet aan tafel komen zitten. Ze blijft aan de voordeur staan wachten tot hij terug is. Soms zelfs in het donker in de garage.’

‘Vroeger mocht ik haar nog helpen, nu steeds minder. Misschien staan we te dicht bij haar. Maar het wordt te zwaar voor papa.’ Ze kijkt naar haar vader. ‘Weet je nog hoelang je je verzette tegen een huishoudhulp? En kijk welke wonderen Ivette nu verricht.’

René glimlacht. Hij wou alles zelf doen, had geen behoefte aan buitenstaanders in zijn huis. Intussen zou hij Ivette, het Congolese meisje dat één keer per week komt schoonmaken, al niet meer kunnen missen. Ze brengt zuurstof in huis en verlicht zijn zorg met zo’n naturel dat hij er blij van wordt. ‘Ze is zo lief voor Marieke. Zodra ze tegen haar begon te praten, klikte het. Ze wil alles doen. Toen ze zag hoe Marieke tegenstribbelde bij een toiletbezoek, bood ze spontaan hulp aan. Mariekes verzet smolt weg. Wat mij niet lukt, lukt haar soms wel.’

Nu kijkt René uit naar haar wekelijkse bezoek. ‘Ivette heeft Mariekes hart veroverd. Marieke volgt haar overal. Als Ivette klaar is, rent Marieke haar achterna op straat. En Ivette is er zo door aangedaan dat ze niet durft te vertrekken. Die twee omhelzen elkaar. Als Marieke Ivette ziet, is ze gelukkig.’

Een poetshulp inschakelen was één ding, maar Marieke naar een dagcentrum brengen is iets van een heel andere orde. Waarom zou René de vrouw die hij het liefst ziet, aan een vreemde toevertrouwen? Wie kent haar beter dan hijzelf?

‘De kinderen willen mij ontlasten, ze vinden dat ik ook eens aan mezelf moet denken. Maar wat moet ik al die uren zonder Marieke doen? Ik heb geen zin om te winkelen, of te wandelen zonder haar. Ik ben ook bang dat ze die verandering van omgeving niet zal aankunnen. Dat gevecht voer ik voortdurend met mezelf: is dit echt wel nodig?’

Tot hij onlangs met Marieke naar de uitvaart van haar zus Jeanne ging. Er waren veel genodigden. Tijdens de koffietafel kon Marieke niet blijven zitten. Ze schoof bij elke tafel aan. ‘Iedereen sprak haar aan. Ook al kon ze niets terugzeggen, het deed haar deugd. En terwijl ik haar gadesloeg, besefte ik hoe gemakkelijk ze contact maakte. En hoe ze ervan opfleurde. Toen dacht ik: misschien heb ik het bij het verkeerde eind. Misschien zal het mij én haar toch goeddoen.’ Voorzichtig zet René de deur op een kier: binnenkort gaat Marieke naar het dagcentrum. Een halve dag. ‘Een volledige dag is niet nodig. Dat is te veel.’


Batterijen

René krijgt vaak de vraag hoe hij het volhoudt. Hij weet het zelf niet precies. ‘Met humor, denk ik. En ik put zo veel mogelijk energie uit kleine dingen.’ Een verplaatsbaar toilet dat hij zelf in elkaar knutselt terwijl Marieke slaapt. De kinderen en kleinkinderen die binnenspringen. Marieke stilletjes zien genieten van YouTubefilmpjes over schilderen, die hij zelf zo graag bekijkt.

Of het wekelijkse bezoekje aan de 82-jarige buurvrouw Nellie. Marieke omhelst Nellie hartelijk als ze er binnenkomt. Marieke is gul in haar warmte. Zodra je haar vertrouwen gewonnen hebt, gééft ze. Al kan ze zich even abrupt weer afsluiten. Zoals wanneer ze beseft dat de gebruikelijke thee en koekjes niet meteen op tafel komen omdat Marieke al erg veel heeft gegeten en gedronken. Dan begint ze te mokken.

Nellie laat haar begaan. ‘Marieke mag hier alles. Hier gelden geen regels. Haar dwingen helpt toch niet.’ Even snel draait Marieke bij en nestelt zich tegen René aan. Het zijn die paar uurtjes keuvelen over niets in het bijzonder die hem zichtbaar goeddoen.

‘Héla!’ Marieke kruist na een tijd ostentatief haar armen en keert zich van René af. ‘Als we haar er te lang niet bij betrekken, komt ze tussenbeide,’ zegt René en trekt haar plagerig tegen zich aan. Als ze blijft mokken, trekt René een lelijk gezicht, waarop Marieke hem eerst na-aapt en vervolgens begint te lachen.

Zo gaat het telkens weer, weet Nellie: ‘Mochten ze allemaal zijn zoals René, er zouden niet veel mensen in het rusthuis zitten.’

Marieke hoort het al niet meer. De laatste tijd staart ze steeds vaker gewoon wat voor zich uit. Ze lijkt soms nog zo weinig te beseffen. Alsof de wereld aan haar voorbijglijdt. Alsof het verhaal over hun buurman van 88, die onlangs urenlang onderaan de trap lag, haar niets zegt. En het feit dat zijn vrouw onlangs naar een rusthuis moest haar niet raakt.

‘Als ge alleen zijt, hebt ge helemaal geen hulp meer,’ gaat Nellie verder, meer over zichzelf pratend dan over de buurman.

‘Ik ben niet alleen, maar ik moet het wel alleen klaren,’ antwoordt René.

‘En ik ook, ook, ook, ook!’ zegt Marieke plots opgewonden, alsof ze lijkt te ontwaken. ‘Veel, veel, veel, veel doen, hè.’

René kijkt vertederd opzij. ‘Ge moet niet denken dat Marieke niets meer weet, hoor. Dom is ze niet.’

‘Och zeg!’ geeft ze hem een duw.

Een tel later lijkt ze alweer verdwaald in haar hoofd. René kijkt haar aan. ‘Ik vraag me vaak af waar ze toch zit met haar gedachten.’

‘Ikke wel!’ antwoordt ze.

‘Weet jij waar je gedachten heen gaan?’

‘God-ver-dekke,’ zegt Marieke ogenschijnlijk meer tegen zichzelf dan tegen iemand anders. ‘Da mag toch?’

undefined


Herbekijk gratis alle afleveringen van '2013'

http://www.vier.be/2013/artikels/herbekijk-gratis-alle-afleveringen-van-2013/455614

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234