Terug naar Pra Loup: Eddy Merckx over de Tour die hij verloor

Met de rit naar Pra Loup op 22 juli herdenkt de Tour de France hoe Bernard Thévenet 40 jaar geleden Eddy Merckx versloeg. Een memorabel moment in de wielerhistorie dat vooral de Fransen deed jubelen, maar ook voor ons gewijde geschiedenis is.

Op de plaats waar Thévenet Merckx voorbijstak, werd afgelopen maand een triomfboog opgericht, met als opschrift – en let vooral op de hoofdletters: ‘Bernard Thévenet. Le TOMBEUR du ‘cannibale’’. Nee, het jubileum mag niet onopgemerkt voorbijgaan, en het bijbehorende leedvermaak toont vooral hoe moeilijk de Fransen het hadden met Merckx’ overwicht. Thévenet zorgde voor de langverwachte verlossing, al heeft hij het zelf moeilijk met zijn bijnaam: ‘Ik versloeg dat jaar iederéén, niet alleen Merckx. En ik vind het nogal spottend tegenover Eddy, terwijl ik net veel respect voor hem heb. We zijn hier in de Tour de voorbije dagen met elkaar opgetrokken: wel, we hebben het geen enkele keer over de Tour van ’75 gehad – in zulke zaken ontzien we mekaar.’

'Tot op het einde heb ik gestreden met alle middelen die ik had. Je mag dat dom vinden, maar dat is nu eenmaal Eddy Merckx'

Toen ‘Belga Sport’ zeven jaar geleden op zoek ging naar het meest treffende moment uit Merckx’ carrière, kwam het programma vreemd genoeg bij een nederlaag uit – zij het één van Merckxiaanse proporties. Dit is het verhaal van de koninginnenrit van de Tour van 1975, van Nice naar Pra Loup.

★★★

Merckx had in het voorjaar van ’75 Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen én Luik-Bastenaken-Luik gewonnen. Niks deed dus vermoeden dat hij op zijn retour was. Integendeel: zijn regenboogtrui leek hem vleugels te geven. Het weekblad Sport 70 kopte na de Ronde: ‘De Kannibaal verslond weer al zijn tegenstanders’, en collega-renner Frans Verbeeck sprak tegen Fred De Bruyne (ex-renner, destijds sportjournalist, red.) zijn beroemdste woorden: ‘Fred, hij rijdt 5 kilometer per uur te snel voor ons.’ Maar vlak voor de Giro kwam een witte angina roet in het eten gooien.

We zitten bij Merckx thuis in Sint-Brixius-Rode. Hij vindt het nog altijd vreemd wanneer mensen iets willen maken over de Tour die hij verloor. Hij koestert vooral de herinneringen aan zijn eerste Touroverwinning in 1969, maar begrijpt waar we naartoe willen. ‘Ik had een contract om na de Ronde van Romandië in Kopenhagen te koersen,’ begint hij. ‘We hadden er de hele dag in de regen gereden en ik ben met een keelontsteking thuisgekomen. Ik heb tien dagen in bed gelegen en moest forfait geven voor de Giro. Maar erger: mijn voorbereiding voor de Tour was naar de vaantjes.’

Roger De Vlaeminck herinnert het zich nog. ‘Aan de start in Milaan kregen we het nieuws dat Eddy niet zou deelnemen. Meteen verdwenen alle Belgische journalisten: wij waren niet belangrijk genoeg. Toen ik zeven ritten had gewonnen en vierde eindigde in het algemeen klassement, stond Marc Stassijns (reporter VRT, red.) daar plots weer wél. Toen heb ik eens goed mijn gedacht gezegd.’

'In een bergrit in de Dauphiné Libéré reed ik Eddy op tien minuten. Plots was hij niet meer bovenmenselijk' Bernard Thévenet

Om conditie op te doen, start Merckx dan maar in de Dauphiné Libéré. Daar stoomt zich ook een jonge Fransman klaar voor de Tour: Bernard Thévenet. Hij ontvangt ons in zijn huis in een buitenwijk van Grenoble. Het ijs is snel gebroken: Thévenet blijkt de meest amaibele Franse wielrenner uit de geschiedenis. ‘De Dauphiné was het kantelmoment,’ vertelt hij.

Bernard Thévenet «In een bergrit reed ik Eddy op tien minuten. Hij bleek niet langer bovenmenselijk, en door die overwinning ging ik steeds meer in mezelf geloven. Maar het was vooral mijn ploegleider Maurice De Muer die meende dat Merckx dat jaar te kloppen was. Hij had de berekening gemaakt: als ik met minder dan drie minuten achterstand aan de Pyreneeën zou beginnen, kon ik als klimmer in de bergen mijn slag slaan.»

'Ik was het gewoon dat de Fransen me haatten. Ik kreeg dikwijls brieven waarin ze dreigden me te doen vallen in afdalingen' Eddy Merckx

De Muer overleed drie jaar geleden op 90-jarige leeftijd, maar in 2008 zochten we hem nog op in Seillans, in het hart van de Provence. Op een snikhete zomerdag ontkurkte hij meteen een fles champagne, vereerd als hij was door het bezoek uit België. Bij onze aankomst hadden we hem niet herkend: zijn kale kop was bedekt met een volle pruik, die tijdens het interview scheef begon te zakken. ‘Bernard,’ begon hij het interview lichtjes aangeschoten, ‘was een beest op de fiets. Maar enkel als het liep, en dat was helaas niet elke dag, zoals bij Merckx. Ik moest hem voortdurend opjutten: altijd zat hij met zijn hoofd in de wolken.’


Egoïst

Dat jaar startte de Tour met een proloog in Charleroi, gewonnen door het nieuwe Italiaanse wonderkind Francesco Moser. Merckx wilde zo veel mogelijk voorsprong nemen op zijn concurrenten vóór de Pyreneeën: hij wist dat hij niet meer kon klimmen als in zijn beste dagen. Hij legde een moordend tempo op en liet het peloton lijden op de winderige wegen in het noorden van Frankrijk. In de tijdrit van Merlin Plage haalde hij fors uit en veroverde de gele trui. ‘Ik was blij en voelde me weer de oude,’ zei hij. En bij zijn tegenstanders verdween opnieuw alle hoop. Ook bij het publiek, want iedereen wist: als Merckx de gele trui pakt, dan staat hij hem niet meer af. En werd hij bij de start in België nog uitbundig toegejuicht; in Frankrijk was de stemming al lang omgeslagen. De Fransen waren z’n heerschappij hartsgrondig beu. Om de organisatoren van de Tour, die de mening van het publiek deelden, te plezieren, had Merckx zelfs de Ronde van ’73 aan zich laten voorbijgaan. Na zijn winst in de tijdrit naar Auch klonk dan ook een gigantisch fluitconcert.

Eddy Merckx (laconiek) «Ik was dat gewoon. Ik kreeg dikwijls brieven waarin ze dreigden me te doen vallen in afdalingen. Of ze schreven dat ze me in mekaar zouden slaan en met stenen zouden bekogelen. Nee, ik liet me nooit intimideren: als je dat allemaal in je hoofd steekt, heb je geen leven meer. Maar in Frankrijk hing er een enorm negatieve sfeer rond mijn persoon, die dat jaar volledig omsloeg in haat. Al had ik het gevoel dat het publiek werd opgejut door de Franse pers. In 1975 zou ik als eerste zes Tourzeges op mijn naam kunnen schrijven. Dat ik op die manier het record van Jacques Anquetil zou verbreken, daar hadden ze het heel moeilijk mee.»

De vijandigheid in de Tour van ’75 toont zich het best in de documentaire ‘Autour du Tour’, wanneer de Franse toeschouwers langs de kant van de weg hun mening geven over Merckx: ‘De koers is veel te saai: als hij aan de start staat, is de winnaar bekend.’

‘Ik heb een hekel aan Eddy Merckx.’

‘Ik vind hem pretentieus. Hij is een echte opschepper.’

‘Hij denkt niet aan het publiek. Het is een egoïst.’

‘Merckx, Merckx, Merckx et merde. Tijd voor iets nieuws.’

‘Ze zijn jaloers omdat ze minder succesvol zijn,’ doet Merckx er zelf nog een schep bovenop in de film.

Wanneer het Franse publiek beseft dat het met Thévenet een heuse uitdager in huis heeft, groeit de afkeer nog. De Tour krijgt plots een zwaarwichtig en zelfs naargeestig kantje.


Een symbolische frank

De Puy de Dôme, de uitgedoofde vulkaan in de Auvergne, was in een regenwolk gehuld toen de Tour er passeerde. Als beschermd natuurgebied dient hij sinds de jaren 80 niet meer als aankomstplaats.

‘Gelukkig voor de renners van nu, want het is een vreselijke col,’ zucht Merckx. ‘Hij lag me niet: te kort en te steil.’ De Tour was halfweg en Thévenet had in de Pyreneeën anderhalve minuut van zijn achterstand op Merckx weggewerkt: alles verliep volgens plan.

De berg stond afgeladen vol, en Tourdokter Philippe Miserez, een rijzige Parisien, had een slecht voorgevoel. ‘Ik was bang: de weg was smal, het volk kon heel dicht bij de renners komen. Ook ik schrok van de haat: ‘Salaud, salopard,’ klonk het voortdurend. Ja, ik wist dat er die dag iets vreselijks zou gebeuren.’

Merckx «Ik was in volle inspanning toen ik opeens een vuistslag kreeg, ter hoogte van mijn lever. Ik moest naar adem happen en rechtop gaan zitten. Het gebeurde in de laatste kilometer, maar ik verloor toch een halve minuut op Thévenet. Boven op de berg heb ik een regenjasje aangedaan en ben ik in de massa afgedaald: ik wilde weten wie het had gedaan. Op de plaats waar het gebeurd was, hebben de toeschouwers me die idioot aangewezen. Toen ik hem vroeg waarom hij dat gedaan had, ontkende hij: ‘Ik heb u niet eens aangeraakt,’ jammerde hij. De onnozelaar beweerde zelfs dat hij een supporter van me was. Ik heb er de politie bij geroepen om een klacht in te dienen. Hij is veroordeeld, hoor – tot het betalen van een symbolische frank.»

Op de beelden zien we een man met een snor staan, in een bruine, doorweekte overjas. Hij ontkent wanhopig. Merckx daalt verder de berg af, en in de sporthal aan de voet van de Puy de Dôme legt hij zich languit op de bank: hij vergaat van de pijn. Boven staat Lucien Van Impe moederziel alleen op het podium: ‘Ik had de rit gewonnen, maar niemand keek naar mij om. Er waren de stakende arbeiders van de krant Le Parisien Libéré die het podium afbraken, terwijl de journalisten allemaal wilden weten wat er met Eddy gebeurd was.’

Niemand – zeker niet Merckx – die toen al kon vermoeden dat de vuistslag slechts het begin was.


Le roi Eddy

Merckx had geluk: op de rustdag kon hij recupereren aan de Côte d’Azur. De ploegdokter vreesde voor een hematoom en gaf een bloedverdunner, iets wat hij de volgende morgen ook zou doen. Merckx kreeg ook Glifanan, in die tijd een veelgebruikte pijnstiller. Schijnbaar onschadelijk, maar later uit de handel genomen na klachten van leverbeschadiging en allergische reacties, met de dood tot gevolg. De Kannibaal liep er ongemakkelijk bij: de vuistslag had ook zijn zelfvertrouwen aangetast, ondanks een voorsprong van 58 seconden op Thévenet. En van rusten kwam ook niet veel in huis.

Merckx «Een rustdag in Nice is niet ideaal als je Eddy Merckx heet. Het liep er vol toeristen, ik deed niks anders dan handtekeningen geven. Bloednerveus maakte mij dat.»

De volgende dag, op zondag 13 juli 1975, ging de koninginnenrit van start: van Nice naar Pra Loup, over vijf cols en 217 kilometer. Op de motor zat de legendarische RTBF-commentator Luc Varenne. Hij verheugde zich op het spektakel: ‘Het is zo warm dat het asfalt smelt: een prachtig gezicht. Als de beloofde aanvallen er komen, krijgen we vuurwerk vandaag.’ Varenne, in 2002 overleden, en zijn vurige commentaar waren razend populair in Brussel en Wallonië. Als journalist was hij onbeschaamd Merckx’ grootste supporter.

Op de Col des Champs, de derde col van de dag, beantwoordde Merckx moeiteloos alle aanvallen van Thévenet, die daardoor aan zichzelf begon te twijfelen. ‘De moed zonk me in de schoenen. Maurice en ik hadden afgesproken dat het dáár moest gebeuren. Ik viel aan, maar Eddy bleef moeiteloos in mijn wiel zitten.’ Maar er gebeurde wel iets: Merckx voelde zich niet goed en liet zich uitzakken tot bij ploegmaat Ward Janssens, zijn trouwe luitenant in de bergen. Die herinnert zich na al die jaren nog elk detail.

Ward Janssens «‘Ik voel me niet goed, ik heb pijn,’ zei hij: ‘Ga iets halen bij de dokter.’ Hij zag er ook slecht uit: hij zweette enorm en dat had hij anders nooit. Enfin, de dokter heeft mij iets gegeven in een zilverpapierke en dat heb ik dan aan Eddy gegeven.» ‘Nee, geen Glifanan,’ beweert dokter Miserez. ‘Ik wilde het niet nóg erger maken. Ik weet niet meer wat het precies was, maar het was vooral bedoeld als placebo.’

In een kopgroep met Joop Zoetemelk, Lucien Van Impe, Felice Gimondi en Bernard Thévenet bereikte Eddy Merckx de voet van de Col d’Allos. De bergen kondigden zich dreigend aan, het landschap was desolaat. ‘Eddy rijdt op kop en voert de forcing,’ zei Varenne.

Opnieuw probeerde Thévenet aan te vallen, maar nu wilden ook de benen niet mee. In zijn hoofd heeft hij het al een beetje opgegeven: tweede in de Tour is ook mooi.

Merckx «De Col d’Allos is 16 kilometer lang, hors catégorie, ik verwachtte dat ze me opnieuw zouden aanvallen – zo had Thévenet het ook aangekondigd in de kranten – maar er gebeurde niks. En ik voelde me beter, echt goed zelfs: de pijn leek verdwenen. Op 1 kilometer van de top heb ik dan zelf gedemarreerd. Ah ja, ook al reed ik in het geel en was het nog 30 kilometer tot de finish: de aanval blijft de beste verdediging. Maar het klopt: tegenwoordig zie je de gele trui niet meer van zo ver aanvallen.»

Varenne schreeuwde het uit: ‘Ohlala. Phénoménal. Het is zover, Eddy plaatst een verschrikkelijke demarrage en niemand kan volgen. We zijn nu aangekomen op de top, beste luisteraars. Hij gooit zich nu met doodsverachting in de gevaarlijke en moeilijke afdaling.’

Wanneer we hem de beelden tonen, ziet Merckx hoe hij rakelings langs het ravijn rijdt.

Merckx «De wagen van Bianchi met Giancarlo Ferretti aan het stuur, de ploegleider van Gimondi, is toen van de weg geraakt, metersdiep de afgrond in. Ik ben toen echt naar beneden gevlogen en heb alle wagens van de pers die voor ons uit reden, ingehaald. Door die opstopping heb ik zeker nog een halve minuut verloren. Ik was goed. Dalen is een kwestie van frisheid: als je moe bent, kun je de bochten niet meer goed inschatten.»

Thévenet «Ik verloor zienderogen tijd, bijna twee minuten zelfs. Eddy was een heel goede daler, ik een slechte. Goh, hij liet me altijd doodsangsten uitstaan als ik zijn wiel probeerde te volgen.»

De motoren konden Merckx onmogelijk bijhouden en Varenne verkeerde ondertussen in extase. ‘Eddy, ik weet niet hoe je het doet. Al meer dan één minuut voorsprong. Je bent op weg naar je zesde Touroverwinning. Ik heb tranen in mijn ogen. Iedereen noemt dit de koninginnenrit, en die behoort alleen jou toe: le roi Eddy. Allez, mon petit!’ Er restte Merckx enkel nog de beklimming naar Pra Loup, niet meer dan een brede boulevard van 6 kilometer en niet zo steil: ideaal voor een krachtpatser als Merckx. De Muer wordt nog altijd kregelig als hij vertelt hoe hij in de afdaling naast zijn poulain ging rijden: ‘Bernard hield de benen stil. En wat doet hij? Hij begon te eten. Ik maakte me kwaad: ‘C’est foutu, je verliest hier de Tour, je ligt al veel te ver achter. Waarop hij: ‘Ik heb honger’.»


Is het al zo laat?

En toen gebeurde er vooraan iets wat niemand voor mogelijk had gehouden: halverwege de beklimming stokte plots het tempo bij Merckx.

Merckx «Ik voelde ineens de kracht uit mijn benen lopen. Toen Gimondi bij mij kwam, zei ik meteen: ‘Allee, neem over.’ Maar tot mijn grote verbazing moest ik hem laten rijden. Helemaal leeg was ik.»

Gimondi was zelf ook verbaasd: nog nooit had hij Merckx horen zeggen dat hij moe was. Ze waren goede vrienden, bondgenoten zelfs, maar de hulp die hij bood, had geen zin.

Vanachter het stuur van zijn Peugeot 504 kreeg De Muer opnieuw hoop. ‘Bernard en ik keken op hetzelfde moment naar omhoog en ook wij konden onze ogen niet geloven: twee bochten verder reed Merckx, we hadden alle tijd goedgemaakt. Onvoorstelbaar in die tijd: als Merckx was gaan vliegen, zag je hem nooit meer terug.’

Ook Varenne kon het drama dat zich vlak voor zijn ogen afspeelde, niet vatten: ‘Eddy kraakt volledig. We wisten dat het ooit moest gebeuren. Maar hier? Hij staat stil, zelfs Zoetemelk komt hem nog voorbij. Wat een catastrofe, het is pijnlijk om te zien hoe krampachtig hij probeert vooruit te komen.’

Thévenet won de rit, Merckx eindigde op bijna twee minuten. Het zou de laatste keer zijn dat hij de gele trui droeg.

Merckx «Ik herinner me alleen nog dat die beklimming naar Pra Loup oneindig lang duurde. De verklaring voor mijn inzinking? Ik dacht eerst aan de Glifanan die ik tijdens de rit had gekregen. Maar één jaar later heb ik een gelijkaardige inzinking meegemaakt, opnieuw nadat ik een middel tegen een bloeduitstorting had gekregen. Mijn analyse: het lag aan de bloedverdunners die ik na die vuistslag had gekregen. Die medicatie was onverantwoord: ik had ze nooit mogen krijgen, ik hád niet eens een hematoom.»

Felice Gimondi denkt er anders over. Volgens hem maakte Merckx een fout door te demarreren op de Col d’Allos. ‘Hij wist toch dat hij met een probleem zat?’ vertelt hij ons in de fabriek van Bianchi, waar hij een kantoor en een contract voor het leven heeft. ‘Voor mij heeft zijn temperament hem verraden. Het is de keerzijde van de medaille, want door datzelfde temperament heeft hij natuurlijk ook zo veel grote koersen gewonnen.’

Toen in Pra Loup de nacht viel, had Merckx al een nieuw strijdplan klaar. Thévenet van zijn kant deed op zijn kamer een bizarre ontdekking.

Thévenet «Ik werd wakker om naar het toilet te gaan. En half slaapwandelend zag ik mijn gele trui over een stoel hangen. Ik dacht: ‘Mon dieu, wat doe ik in de kamer van Eddy Merckx?’ Ik was het zo gewoon om Eddy in die trui te zien, en kon niet geloven dat ik het geel had veroverd (lacht).»

De volgende dagen kwam Merckx niet aan aanvallen toe: ontgoocheld stelde hij vast dat de noodlottige medicatie nog steeds in zijn lichaam zat. En enkele dagen later sloeg in Valloire het noodlot opnieuw toe.

Merckx «Nochtans voelde ik me terug beter: ik was klaar om de gele trui te heroveren. Maar vlak voor de start stak de Deen Ole Ritter mij plots voorbij. Ik weet niet wat hem bezielde, maar zijn stuur bleef in het mijne haken en ik viel plat op mijn gezicht. Gevolg: een dubbele kaakbeenbreuk. Mijn gezicht begon meteen op te zwellen, dus hebben ze er een pijnstillende pommade op gedaan.»

'Mocht ik de gele trui gedragen hebben, dan had ik opgegeven. Maar ik wilde niet de indruk wekken dat ik de handdoek in de ring gooide omdat ik geklopt was'

Merckx ging van start, maar Ward Janssens besefte algauw dat zijn kopman nog groggy was.

Janssens «Hij leek op een andere planeet te zitten. Zo begon hij Nederlands te praten tegen enkele Spanjaarden, en toen we in een tunnel reden, vroeg hij: ‘Warreke, het wordt donker. Is het dan al zo laat?’»

Merckx haalde de finish, maar ’s avonds wilde iedereen hem van de fiets. Vooral Tourdokter Miserez vond dat hij zijn carrière op het spel zette en wilde hem meteen laten opereren in Morzine – zijn sinussen zaten vol bloed. Merckx weigerde, een beslissing die hij zichzelf nog steeds kwalijk neemt.

Merckx «Het was onverantwoord om verder te rijden. Ik voelde elke oneffenheid in de weg en kon niks eten. Probeer in de Tour maar eens op krachten te komen met vloeibaar voedsel, zeker in die tijd. De rest van de Tour heb ik gereden op een dieet van melkpapjes en pijnstillers. Mocht ik de gele trui gedragen hebben, dan had ik opgegeven. Maar nu wilde ik niet de indruk wekken dat ik de handdoek in de ring gooide omdat ik geklopt was.

»Daar doorrijden was de grootste dommigheid uit mijn loopbaan. En dat wreekt zich achteraf: ik ben toen zo diep in mijn reserves gegaan, dat ik er nooit meer van gerecupereerd ben.»

We naderen het einde van het interview en zijn vrouw Claudine komt erbij zitten. ‘Het was de eerste ronde waar alles tegenzat,’ vertelt ze.

Claudine Merckx «Eddy heeft nog tegenslag gehad, maar dáár was het echt een opeenstapeling. Als hij ’s avonds belde, kloeg hij nooit. Maar nu hoorde ik aan zijn stem dat hij het moeilijk had. Normaal ging ik nooit naar de Tour, maar toen ben ik enkele dagen voor het einde met de kinderen vertrokken. Ik weet nog hoe Axel een stukje brood liet vallen. Eddy raapte het op en stak het – macht der gewoonte – in zijn mond: hij schreeuwde het uit van de pijn. Op zo’n moment vraag je maar één ding: ga mee naar huis. Maar Eddy gaf nooit op, ook omdat zijn ploegmaats dan geld zouden verliezen, een tweede plaats bracht goed op.»

Op de koop toe moest Merckx afrekenen met coalities in het peloton: in de Alpen kreeg Thévenet de hulp van meesterdaler Francesco Moser. ‘Iedereen reed tegen mij,’ zegt Merckx categoriek. Ze hadden er plezier in dat ik geklopt was: ze wilden me al jaren zien verliezen.’ ‘Tja, zo was het,’ beaamt Lucien Van Impe. ‘Wij dachten: ‘Hij heeft ons al die jaren pijn gedaan en met ons gelachen.’ Ik heb even overwogen om hem te helpen, maar dacht al snel: ‘Los het nu maar zelf op.’’


Cipier Thévenet

De Muer en zijn vrouw hebben opnieuw champagne uitgeschonken. Hij mist de aandacht van het peloton: de Provence is hem soms te eenzaam, vertelt hij. Meteen begint hij weer over zijn bewondering voor Merckx. ‘Die is die Tour alleen maar in mijn achting gestegen. Ongelooflijk, zelfs een vuistslag én een kaakbeenbreuk kregen hem niet op de knieën. En ook: tot op het einde bleef hij aanvallen. ‘Blijf in zijn wiel,’ moest ik Bernard de hele tijd toeschreeuwen.’

Thévenet «Maar ik geneerde me om dat te doen. Ik leek wel een cipier, terwijl Eddy altijd zo’n faire tegenstander was geweest. Zelfs op de Champs-Elysées viel hij van bij de start aan, terwijl ik nog met enkele ministers op de foto ging. We hebben er met z’n tweeën kilometers op kop gereden, voor het peloton uit. Hij bleef ervan overtuigd dat hij de Tour nog kon winnen. Maar eigenlijk ben ik hem vooral dankbaar dat hij die Tour niet heeft opgegeven. Zonder hem had mijn overwinning nooit dezelfde uitstraling gehad.»

Op het podium kreeg Merckx verrassend genoeg meer applaus dan winnaar Thévenet. ‘Eddy, Eddy,’ weerklonk het minutenlang. Het publiek, vol bewondering voor zijn doorzettingsvermogen, heeft hem terug in de armen gesloten. Kwam dat omdat hij dan toch geen supermens bleek te zijn?

Merckx «Dat zou kunnen. Voor mij is het alleszins het bewijs dat de mensen liever verliezers hebben dan winnaars. Voordien werd ik gehaat in Frankrijk, omdat ik nu eenmaal álles won. Na Pra Loup is het gekeerd. Ik ben er trouwens nog altijd populair.»

En heeft Felice Gimondi gelijk? Heeft hij achteraf geen spijt van die aanval op de Col d’Allos?

Merckx (zuchtend) «Nee. Mocht alles te herdoen zijn, dan zou ik opnieuw aanvallen, 100 procent zeker. Alleen doorrijden met die kaakbeenbreuk zou ik niet meer doen. Tot op het einde heb ik gestreden met alle middelen die ik had. Je mag dat dom vinden, maar dat is nu eenmaal Eddy Merckx (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234