null Beeld

Terug naar 'Terug naar Oosterdonk'

Bij de persvoorstelling van de tv-serie 'Terug naar Oosterdonk' krijgt scenarist Guido Van Meir het benauwd, wanneer hij in de zaal Pietje de Leugenaar herkent en 'de licht loensende, spottende blik waarmee hij me vanonder zijn pet zit te fixeren'. Gelukkig houdt Pietje zich gedeisd. Wanneer ze buiten staan, stapt Van Meir naar hem toe voor een interview.
(Verschenen in Humo 2980 van 14 oktober 1997)

Humo sprak met Pietje de Leugenaar

Tv-presentator Brecht Bosnians (Rik Van Uffelen) krijgt in café Spek en Eieren, tijdens het begrafenismaal van zijn vader, eindelijk het verlossende telefoontje waar hij op wachtte. Zo eindigt de tweede aflevering van 'Terug naar Oosterdonk - of het verloren dorp van Pietje de Leugenaar'. Aftiteling. Spontaan applaus van de aanwezige pers in het projectiezaaltje van het Antwerpse Havencentrum. Ik voel mij zoals de wetenschappers in de woestijn van Los Alamos zich moeten hebben gevoeld bij de ontploffing van de eerste atoombom: op papier klopte alles, er was geen speld tussen te krijgen, maar zolang het niet getest was kon niemand de garantie geven dat het ding ook werkelijk zou ontploffen. 'We zouden nogal een figuur geslagen hebben,' zei Robert Oppenheimer achteraf.

Maar ze werkt dus, de verhaalstructuur met flashbacks. Mijn handdruk voor Frank Van Passel is dan ook diep gemeend als BRTN-Persmanager Bob De Groof ons naar voren roept, want Frank is er met zijn acteurs in geslaagd de absolute conditio sine qua non te vervullen: het is alsof er een candid camera rondwaart op een Vlaams begrafenismaal, de herkenbaarheid is bijwijlen verbluffend. Een goed scenario dat door de regisseur goed vertaald wordt, het zou eigenlijkde normale gang van zaken moeten zijn, maar 'dat maak je zelden mee,' verzekert Dora Van der Groen de aanwezige journalisten, 'Ik zal meer zeggen: in je hele carrière maak je dat bijna nooit mee. 'Ik krijg stilaan het gênante gevoel dat we daar vooraan staan als de beste leerlingen van de klas, de coryfeetjes van de prijsuitreiking die op weg naar huis hun vet nog wel zullen krijgen van hun klasgenoten. En dat gevoel wordt alleen maar versterkt als ik de autobiografische toer op ga en mezelf hoor zeggen dat het toch wel de betrachting is van elke schrijver om ooit een structuur te vinden waarin hij zijn diepste jeugdherinneringen kan verwerken op een manier die het persoonlijke overstijgt. En dat ik misschien wel heel mijn leven gewacht heb op deze tv-serie 'met al wat erin zit'.

'Maar dan zijn er toch dinges die niet kloppen,' hoor ik luidop verkondigen op de achterste rij. Eerst denk ik dat ik mezelf wat verbeeld heb, dat ik niet gehoord heb wat ik meende te horen. Maar mijn verifiërende blik vertoont al onmiskenbaar het oogwit van paniek, nog voor ik hem in het vizier krijg.

Pietje de Leugenaar.

Het is een eeuwigheid geleden, maar zodra ik de licht loensende, spottende blik ontwaar waarmee hij me vanonder zijn pet zit te fixeren, weet ik meteen met wie ik te maken heb en wat de gevolgen kunnen zijn als deze bom in volle persvoorstelling tot ontploffing komt. Dat is dan ook alles wat ik op dat moment nog weet. Mijn verwarring moet Bob De Groof niet ontgaan zijn, want met de intuïtie van een echte ceremoniemeester die geroken heeft dat het tijd is om af te ronden, stuurt hij iedereen naar buiten. 'Natuurlijk zullen er wel dingen zijn die niet kloppen,' wijst hij Pietje mild spottend terecht 'Deze serie is tenslotte fictie en geen documentaire, ik denk dat iedereen dat onderscheid wel kan maken. Ik stel voor dat we nu naar de autobus gaan voor de rondrit door de haven...'

Ik zie Pietje mee naar buiten schuifelen en heradem.

'Ken jij die rare kwiet?' vraagt Bob De Groof.

'Nooit gezien,' lieg ik, 'Misschien is hij naar hier meegekomen vanuit het Poldermuseum.'

Dat klinkt aannemelijk. Voor de bus ons naar het Havencentrum bracht, was het hele gezelschap uitgezwermd over de 32 kamers van het Poldermuseum van Lillo-Fort, een echte doolhof waarin het makkelijkverdwalen is. En toen Pietje mee op de bus naar hier stapte, zal men wel gedacht hebben dat hij bij de drie andere Vrienden van het Poldermuseum hoorde die op de persvisie waren uitgenodigd.

'Zeg, wie heeft die binnengelaten?' komt Frank Van Passel op zijn beurt vragen, een beetje wit om de neus.

'Ken jij die?' vraagt Bob De Groof.

'Het zal wel zijn. Dat is een Havenopzichter. We hebben daar een stoot mee voorgehad tijdens de preproductie, toen we locaties aan het zoeken waren.'

In het scenario had ik een cruciale scène gesitueerd in de kuil van het kerkje van Oosterweel, dat vier meter dieper ligt dan de omliggende opgespoten grond. De kuil is ongeveer een half voetbalveld groot en aan de natuur prijsgegeven, een stukje natuurreservaat temidden van schrale industrieterreinen, dus toen Frank van Passel en zijn regie-assistent Gert Embrechts de locatie kwamen scouten, waren ze meteen enthousiast. Maar terwijl ze elkaar de meest fantastische camerahoeken stonden aan te wijzen, was achter hen plotseling die man van daarnet opgedoken, die zich uitgaf voor Havenopzichter en vroeg wat ze daar uitspookten. Ze hadden enthousiast verteld over hun zesdelige tv-reeks die toen nog 'Pietje de Leugenaar' heette en dat dit hen een heel geschikte locatie leek; maar de sfeer werd steeds grimmiger. 'Filmen?' had hij gezegd, 'Daar is geen sprake van. Het zit hier vol adders.' En toen Gert Embrechts antwoordde dat ze geen schrik hadden van adders, had de Havenopzichter dreigend zijn stok getoond en gevraagd of ze daar dan misschien schrik van hadden, want dat adders beschermde beesten waren en dat het rap gedaan zou zijn met hun film als hij ze ooit in die kuil attrapeerde.


Spek en eieren

Ik stap nog net op tijd in de bus om te zien hoe de journaliste van de Gazet van Antwerpen op de vrije zitplaats naast Pietje wil plaatsnemen, een ramp die ik kan voorkomen door als een eenmans cordon sanitaire haastig naast hem neerte ploffen.

'Zo, het is er dan toch eens van gekomen,' zegt hij, in het midden latend of hij ons weerzien bedoelt dan wel mijn vijftien jaar oude plan om hem ooit eens op te voeren in een tv-serie. Waarom heeft hij Frank Van Passel weggejaagd bij het kerkje van Oosterweel? Hoe wist hij dat ze die dag, op dat uur en op die plaats op repérage zouden komen? En wat komt hij hier doen op een persvisie?

'Ik wist niet dat je van de pers was,' merk ik op. 'Van welke krant?'

'Humoradio,' zegt hij met een stalen gezieht, 'Guy Mortier heeft mij gevraagd om u te interviewen, kritisch, wist ge dat niet?'

De spot ligt er vingerdik op. Hij begint weer over 'dingen die niet kloppen' in de tweede aflevering, die we net gezien hebben, en hij praat veel te luid naar mijn zin.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234