The Colorist met Gabriel Rios in de AB: vers behang en nieuwe gordijnen

Het Antwerpse orkest The Colorist doet niets liever dan de songs van andere artiesten te strippen en ze vervolgens van een fleurig jurkje, een paar klompen of een berenmuts te voorzien. In de AB dook het achtkoppige gezelschap in de garderobe van de Gentse Puerto Ricaan Gabriel Rios.

‘We hebben nog maar drie nummers gespeeld en ik ben al moe’, grapte Rios, amper tien minuten ver in de set. De avond vergde van de zanger dan ook extra concentratie, want dit keer klonken zijn songs zoals u (en hijzelf) ze nog nooit eerder had gehoord.

Wie The Colorist al een poosje volgt en getuige is geweest van zijn allianties met Emiliana Torrini, Lisa Hannigan of Howe Gelb van Giant Sand, weet onderhand dat dit collectief zich van zelfgemaakte of exotische instrumenten bedient (een flapamba of een angklung, iemand?), geluiden tovert uit houtblokken, staalplaten en fietswielen, maar net zo goed klassieke rekwisieten zoals violen of een piano in stelling brengt.

Dat de sound van The Colorist een sterk geritmeerde inslag heeft, hoeft niet te verbazen: kernleden Kobe Proesmans (zie Wawadadakwa en El Tattoo del Tigre) en Aarich Jespers (ex-Zita Swoon) zijn even ervaren als veelzijdige percussionisten met een voorliefde voor xylofoons, vibrafoons en marimba’s. Bovendien weten de heren met hun live-remixen de luisteraar moeiteloos te prikkelen en uit te dagen. Keer op keer slagen ze erin het repertoire van de artiesten met wie ze in zee gaan te transformeren zonder zijn essentie aan te tasten. The Colorist doet aan muzikale interieurverfraaiing en vindt daarbij een zo goed als perfect evenwicht tussen verrassend en vertrouwd.

Gabriel Rios is een prima songwriter die graag muzikale uitdagingen opzoekt. Bovendien heeft hij jaren met Proesmans samengewerkt. Het stond dus in de sterren geschreven dat zijn liedjes vroeg of laat naar het universum van The Colorist vertaald zouden worden. Het resultaat liet zich in Brussel vergelijken met een kamer die net een vers behang en nieuwe gordijnen had gekregen en waarin het meubilair drastisch was herschikt.

‘Het is alweer een poosje geleden sinds mijn laatste biecht’, bekende Rios, wiens jongste langspeler ‘This Marauder’s Midnight’ al van 2014 dateert. ‘Gelukkig heeft dit project me ertoe gedwongen enkele songs, die al lang aan het sudderen waren, eindelijk af te werken’. Toch koos The Colorist overwegend voor materiaal uit ’s mans recentste plaat. In het duizelingwekkend hoog gezongen en met strijkers en belletjes opgesmukte ‘Apprentice’ hoorden we een vibe die het midden hield tussen Disney en Tin Pan Alley, terwijl ‘Skip the Intro’ op een aanstekelijke groove was geplant. ‘Gold’, dat werd aangezwengeld met een haast klassieke ouverture, kreeg, door toedoen van Inne Eysermans – u kent haar van Amatorski – dan weer een laagje laptop-elektronica opgesmeerd.

Al bij al hoorden we weinig oude bekenden voorbij komen. De enige uitzonderingen waren ‘Straight Song’ en het jachtige ‘Angelhead’, waarin de muzikanten zich gedroegen alsof ze werden losgelaten in de plaatselijke speeltuin. Tegelijk riepen ze een filmisch sfeertje op. Het zou ons dus geenszins verbaasd hebben, mochten er plots zeven dwergen uit de coulissen te voorschijn zijn gesprongen.

Hoewel de dame en heren van The Colorist op de songs hun eigen stempel drukten, toonde Gabriel Rios zich veel méér dan een lijdend voorwerp. De man die, zeker sinds ‘This Marauder’s Midnight’, steeds vaker voor soberheid koos en alle overtollige muzikale ballast had afgegooid, wist perfect wat hij wilde en waakte er altijd over dat de ingrepen van de muzikanten ten dienste stonden van het materiaal. Het nieuwe ‘King’ werd royaal met dynamische ritmen besprenkeld. ‘Good World’, waarin de zanger voor het eerst zijn gitaar opdiepte, klonk in wezen even sober als zijn liedjes van vijf jaar geleden. Toch vielen er regelmatig verrassingen te noteren. ‘Impediment’ dreef bijvoorbeeld op ijle, golvende synthklanken en in ‘Let the Gods Grow Jealous’ blies Kobe Proesmans op twee blokfluiten tegelijk.

Tijdens ‘Swing Low’, waarin allerlei kleine percussietuigjes de hoofdrol opeisten, en het instrumentale ‘Dreamlands’ bedachten we dat The Colorist dringend eens een soundtrack dient te schrijven. Desnoods gaan we zelf wel achter de camera staan.

Tot slot dolf Gabriel Rios nog even zijn Caribische roots op met ‘Ausencia’, een trage bolero van Willie Colón, die niettemin gestut werd met een tintelend ritme, en ‘El Ratón’, een sixtieshit van de Puerto Ricaanse salsaster Cheo Feliciano. De hele groep deed daarbij dienst als koortje, zoals bij traditionele Cubaanse son-orkesten.

De wisselwerking tussen The Colorist en Rios deed je als toeschouwer regelmatig de oren spitsen en viel, na de vorige projecten van de groep, beslist niet uit de toon. Het blijft spannend en we zijn nu al benieuwd naar de volgende gegadigde. Kan iemand misschien even Nick Cave bellen?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234