'The Doors': het debuutalbum van The Doors is exact 50 jaar oud

Je hebt artiesten die briljant debuteren en dan langzaam verdwijnen. Je hebt er ook die ongezien debuteren en pas later uitgroeien tot sterren. En je hebt de supertalenten die geniaal debuteren en daarna de ene klassieker na de andere blijven afscheiden, tot de split of de dood erop volgt – of allebei, zoals bij The Doors.

'Drugs zijn de banale dood in feestverpakking: ook Jim Morrison stierf domweg, in een badkuip'

Te midden van tonnen middelmaat op de radio – ik meld het even voor meelezende hippies die graag geloven dat álles vroeger beter was – verscheen in januari 1967 hun debuut, getiteld ‘The Doors’.

Jongelui die willen deelnemen aan de Rock Rally 2018 geef ik dit weetje mee: ‘Light My Fire’ was de eerste song die Robby Krieger ooit schreef, toen hij nog maar zes maanden elektrische gitaar speelde. No pressure. Hypnotisch, swingend, intrigerend, perfect gezongen, perfecte opbouw, perfecte orgelpartij, perfecte gitaarsolo. En de latere liveversie was nog beter. De Rolling Stones hadden in die periode niets in de aanbieding wat nog maar bij die muzikaliteit in de buurt kwam.

‘Break On Through (to the Other Side)’ was beïnvloed door ‘What’d I Say’ van Ray Charles en ‘Shake Your Money Maker’ van de helaas ook al lang dode held Paul Butterfield – bekijk op YouTube vooral zijn fenomenale Blues Band op Rockpalast in 1985. Dat Robby Krieger van echo’s van die twee songs iets nieuws en nog beters maakte, toont aan dat semiplagiaat niet altijd lui en zondig is.

Het verschijnsel Ray Manzarek bewijst dan weer dat al wat toen volgens de hippiedoctrine fout werd geacht – een klassieke opleiding, notenleer – de groep niet alleen verrijkte, maar ’m ook fundamenteel transformeerde, van zwart-wit naar kleur in 3D. Manzarek smokkelde wat klassieke muziek in The Doors – een fuga van Bach hier, een brokje Liszt of Chopin daar.

Manzarek is ook de beste en meest inventieve bassist die er geen was. Op sommige songs speelde hij piano, orgel en bas met maar twee handen en één oog op de vaak grillige en onvoorspelbare capriolen van Jim gericht. En live zong hij ook nog de tekstflarden die Jim Morrison vergat, mompelde of te ver van z’n microfoon zong.


Het lichtje zien

Wat ons bij die archetypische zanger brengt. Een intellectueel. Een verwoed lezer, die voor z’n 18de verjaardag het oeu-vre van Nietschze als cadeau vroeg, en niet een auto, zoals al die andere 18-jarigen in Californië. Die voorstelde om ‘Alabama Song’ te coveren, een nummer dat werd geschreven voor Bertolt Brecht en op muziek gezet werd door Kurt Weill.

Nu was James Douglas Morrison niet áltijd een productief groepslid. Er was bijvoorbeeld die keer dat hij het nodig vond om een brandblusapparaat leeg te spuiten over het drumstel en de versterkers – hij dacht dat er brand was ‘want het rode lichtje brandde’. Een begrijpelijke vergissing voor een dove poetsvrouw, maar niet voor een zanger die dat rode lichtje al talloze malen heeft zien branden. Of de keren dat Jim, stijf van de lsd, coke, mescaline of speed, ruziemaakte om niks. Of de keren dat hij niet kwam opdagen en niemand wist waar hij was, zelfs z’n verloofde du jour en z’n dealer niet.

Je moet je ook eens afvragen wat voor iemand – ik zou het niet durven – verklaart dat hij wees is, terwijl zijn volgens alle getuigen liefhebbende ouders nog leefden. Dat Jims vader, George S. Morrison, een admiraal in het Amerikaanse leger, niet dolblij was dat z’n zoon alles afzwoer waar papa voor stond én zichzelf naar de verdommenis snoof/slikte/spoot, lijkt me heel begrijpelijk. Andy Morrison luisterde maandenlang naar ‘Light My Fire’ zonder te beseffen dat het zijn broer Jim was die de radiohit zong – de familie had Jim al twee jaar niet meer gezien.

Ook graag uw erkenning voor de unsung heroes van deze plaat, de briljante en bovenal stabiele en standvastige boeien waaraan de vier deadheads – Jim, Robby, Ray en drummer John Densmore – zich vastklampten. In de eerste plaats producer Paul Rothchild en geluidstechnicus Bruce Botnick, die ervoor zorgden dat de tape liep als de heren, vaak per ongeluk, iets geniaals deden. En die meer dan eens een briljante bijdrage leverden, maar nooit erkenning kregen als vijfde en zesde groepslid.

En je moet maar culot hebben om je debuut te laten eindigen met een song die ‘The End’ heet, alsof je je al opmaakt voor het slotakkoord van je carrière en je leven. ‘Profetisch,’ beweren koortsige fans dan, maar da’s onzin. Jim Morrison wilde niet sterven. Hij dacht alleen – overmoedig en apestoned – dat hij onsterfelijk was, de Lizard King die zich alles kon permitteren.

‘The Doors’ is een meesterwerk, en zo goed als live opgenomen. Faut le faire. Uitgebracht in mono en zo barstensvol grootse songs dat bijvoorbeeld het geweldige ‘Soul Kitchen’ vaak over het hoofd wordt gezien.


Andere zeden

Ik ben godverthefuck te laat geboren. Te laat om The Doors ooit live gezien te hebben – Jim Morrison was net in Parijs overleden toen een goedmenende oudere Franse vriendin van een vriend ons daar ‘When the Music’s Over’, ‘Moonlight Drive’, ‘Light My Fire’ en ‘Riders on the Storm’ liet horen. Mijn leven zou nooit meer hetzelfde zijn.

Nu kon zo’n Doors-concert ook wel ’ns tegenvallen. Soms was sjamaan Jim te stoned of te dronken – het is een mythe dat extase, van welke aard ook, per definitie voor een intenser concert zorgt. Soms was het publiek te stoned of te chaotisch. Soms verstoorde de politie de orde – Jim werd tot twee keer toe opgepakt voor ‘onzedelijk gedrag’ dat later, toen de gewenning was ingetreden, straffeloos geïmiteerd zou worden door hele horden mindere goden.

Midden jaren 90 vertelden Amerikaanse kennissen me dat wat je nu op live-cd’s hoort, maar zelden overeenkomt met wat Doors-fans in die tijd te horen kregen: de geluidsinstallaties waren slecht, de monitors waren primitief en de zalen hadden vaak een slechte akoestiek met galm alom. Hoeveel beter nog zouden The Doors dus geklonken hebben vanaf pakweg 1990, toen ze zouden gepiekt hebben als fitte veertigers met nog een handvol nieuwe klassiekers en een up-to-date geluidsinstallatie? Want ook al heb ik later een dozijn keer The Doors gezien met andere, soms verdienstelijke zangers, Jim Morrison was onvervangbaar. Kan iemand zich de Stones zonder Mick Jagger voorstellen? En kijk wat er met topgroep INXS is gebeurd na het overlijden van Michael Hutchence: niets.

Toen ik ooit mijn held Ray Manzarek interviewde, bleek hij niet alleen zeer intelligent en welbespraakt, maar ook sluw en berekend. Hij was zich er zeer van bewust dat hij de touwtjes in handen had, vermits de frontman, het uithangbord, de magneet voor alle groupies en media, de alom verafgode Jim Morrison, kinderloos was gestorven. Hij kon in alle rust en op zijn voorwaarden teren op de naam, het merk en de melkkoe The Doors.

Manzarek hield, ook toen ik ’m sprak, graag de mythe in stand. Zijn relaas over de ziel en de impact van de groep was steevast bigger than life. Hij voedde ook graag het aan wishful thinking ontsproten broodjeaapverhaal dat – je weet maar nooit, hij was tot alles in staat – Jim misschien nog leefde, ondergedoken, wachtend op het juiste moment... Maar nee, da’s het verraderlijke van drugs: ze zijn de banale dood in feestverpakking, en ook Jim stierf domweg, in een badkuip, en liet zo nog een halve eeuw glorieus leven aan zich voorbijgaan. Ik geloof John Densmore, het meest bescheiden en normale groepslid, die in later jaren filosofisch zei: ‘Magic comes through you, you don’t own it. We leerden elkaar toevallig kennen op de juiste plaats op het juiste moment, we vulden elkaar perfect aan. De muze hield ons een tijdje gezelschap, en daar ben ik dankbaar voor.’

Wat mij intrigeert is deze wat als: wat als Jim nog de kans had gehad om de song te schrijven die hij dromerig beschrijft op de bootleg van een interview uit 1968? ‘Ik zou graag een song schrijven die een pure expressie van vreugde is, een viering van het bestaan, de komst van de lente of het opkomen van de zon. Een song vol onbegrensde vreugde. Dat hebben we nog niet gedaan.’

Het gemeentebestuur van Los Angeles heeft 4 januari uitgeroepen tot Doors Day. In mijn huis is het élke dag Doors Day.

‘The Doors: 50th Anniversary Deluxe Edition’ komt op 31 maart uit bij Warner.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234