null Beeld

The Great Escape - dag 3

Vlak aan mijn hotel aan Grand Avenue, eigenlijk al in Hove, een flink eind weg van het centrum van Brighton, staat een standbeeld van Queen Victoria. Ze kijkt minder zuur dan ze meestal doet, en ook haar paddennek kreeg van de beeldhouwer in kwestie een serieuze lifting. Dit is een fiere Victoria, heersend over golven. En haar blik, met die geloken ogen, heeft iets samenzweerderigs.

‘Er zijn geen charismatische frontmannen meer,’ spreekt ze me die ochtend toe. ‘Hou moed, Majesteit, er is versterking op komst,’ zeg ik, en zet m’n dagelijkse tocht – tegenwind! - in langs de kustlijn, richting centrum. ‘Lallende bingers, die zijn er hier wél,’ roept ze me nog na. ‘In dichte drommen. Dit is Ibiza, maar dan met slechter weer.’ Ik moet hare majesteit nu al gelijk geven –het weer is opnieuw omgedraaid naar koud, nat en grijs.

Even later krijgt hare majesteit andermaal gelijk. De tourmanager van Amatorski vertelt over afgelopen nacht in The Prince Albert, een pub aan het station waarboven een aangenaam zaaltje is ingericht - onvoorstelbaar trouwens hoeveel vierkante meter venue er in deze stad is aangelegd: in iedere hoek, zolder of kelder van een etablissement met een tapkast werd er een soortement van podium neergepoot. Amatorski speelde laat in Sticky Mike’s Frog Bar en doet nu een namiddagsetje voor het aandachtige publiek in The Prince Albert. ‘Vannacht was ook leuk, maar op zo’n uur heb je alleen de voorste rijen mee, achteraan staan er dan onvermijdelijk lallende bingers.’

Niet bepaald een specimen van die mensencategorie: Hilke Ros, die niet langer op, maar voor het Amatorski-podium staat. Vreemde gewaarwording om naar een optreden te kijken met een stichtend groepslid naast in plaats van voor je, maar Ros blijkt perfect gelukkig met de switch. ‘Ik concentreer me nu volledig op het management. Dat deed ik toch al, wat een zware combinatie was met de muziek. En de nummers op de nieuwe plaat werden vooral voor basgitaar geschreven, en ik ben een contrabassist. Creatief kom ik niks tekort hoor, ik heb nog soloplannen.’

Showcase-setjes zijn kort: een halfuur - de helft van een echt concert, het dubbele van een Rock Rally-set. Ik begin ook door te hebben waarom het publiek zo dankbaar en aandachtig is: er staat natuurlijk flink wat industrievolk (managers, boekers, agents en aanverwanten) in de zalen. Maar ik eis mijn recht op naïviteit op: de eerste keer dat ik Amatorski zag, was hun aarzelende set op die Rock Rally-preselectie in Mechelen. Het doet gewoon goed om in deze niet bepaald Mechelse setting naar diezelfde groep te kijken en te beseffen dat dit een groepje is om van te houden.

Alles moet hier snel gaan: spelen, maar ook soundchecken. Bram Vanparys van The Bony King sprong niet toevallig alleen met z’n akoestische gitaar op de Eurostar: tijd voor een deftige soundcheck krijg je op dit soort festivals niet. Tip van de Amatorski-tourmanager: ‘Kom met zo weinig mogelijk volk en instrumenten naar hier, of je frustreert je te pletter. Ik heb het ooit eens meegemaakt met Absynthe Minded op een showcasefestival in Duitsland: we waren te ambitieus, uiteindelijk was niemand tevreden over z’n geluid. Superprofessioneel willen zijn op dingen als dit, dat gaat gewoon niet.’

Bram Vanparys ondervond vandaag ook hoe snel inpakken en wegwezen hier moet gebeuren. Z’n set in de Unitarian Church was – mede door de mooie locatie, een klein sober wit kerkje, maar ook het aangenamere avonduur – een bevredigender ervaring voor hem dan die van gisteren. ‘Alleen wou ik nog twee nieuwe, ietwat specialere nummers spelen, maar ik moest ineens stoppen. Doodjammer, want het publiek was méé.’

Ik denk aan Van Morrison, en daardoor aan wat Queen Victoria me zei: dat er geen charismatische frontmannen meer zijn. Eentje is dat natuurlijk wel: de dankzij ene David Letterman de populariteit ingekatapulteerde Samuel T. Herring van Future Islands. Maar later die avond laat de lange-lange rij wachtenden voor de deur van Digital – een nachtclub die zich onder de dijk bevindt en dus letterlijk uitgeeft op het strand – voor het concert van dé hype van dit festival, Future Island, er geen twijfel over bestaan: hier geraak ik nooit meer binnen.

Intussen is het valavond en vloed. Wat zeg ik: VLOED. De beukende golven spuwen een dik schuim over de keienstranden, de felle wind blaast het schuim ook de lucht in – duizenden dikke vlokken zeeschuim vliegen tot op de dijk. Grappig zicht: wie een bril draagt, komt amper vooruit, alsof een lolbroek zijn brillenglazen volspoot met scheerschuim. Ik passeer het zoveelste vervallen hotel, achter het raam in de lounge zitten mensen in vuilroze pluchen zeteltjes naar het Eurovisiesongfestival te kijken, op groot scherm, met biertjes erbij. Bijzonder gezellige aanblik in dit hondenweer, maar de plicht roept: gitaargroepen gaan bekijken dus, kriskras door de stad.

En jawel, charismatische frontman is wel degelijk een knelpuntberoep. Zowel de Britse folkies van Champs (goed optreden in de Unitarian Church) als het Belgische Pale Grey (minder goed optreden in de Blind Tiger pub, overigens, die andere Waalse groep op de affiche, BRNS speelde gelijktijdig in Sticky Mike’s Frog Bar, sorry jongens, het was kop of munt!) geven de voorkeur aan de meerstemmigheid. Een rijtje frontmannen. In de geest van populaire groepen als Alt-J etc. Wat is er eigenlijk gebeurd met ego’s, naar het voetlicht snakkende driftkikkers van persoonlijkheden? Nee, wat meer ego zou de muziek geen kwaad doen.

Verder gaat het rijtje frontmannen hand in hand met de folkrevival, die nog lang niet over is. Zelden zoveel folkartiesten op één dag gezien: mannen, vrouwen, oud, jong, hip of belegen – they’re into folk. De meest vertederende was de busker Fred Page, een Jan Vertonghen-lookalike met tatoeages en sjofele kleren – met z’n total look leek hij recht uit een modereportage van i-D gestapt. Maar wat een stem – dat hij z’n songs bracht voor tien mensen, in de unheimliche setting van het Brighton Museum, omringd door de designstoelen van Charles & Ray Eames en Arne Jacobsen, zal wel bijgedragen hebben tot die vertedering.

Meest bijgebleven optredens van de dag: Say Lou Lou (Zweeds-Australische zusjes die droompop maken), Baby In Vain (Deense blonde meidennoisegroep), White Lung (Canadese blonde meidennoisegroep op Domino) en Girl Band (Ierse jongensnoisegroep). Tegenvallers: de Amerikanen van Lake Street Dive in de Spiegeltent. Ik zag deze lievelingen van T Bone Burnett – denk twee Amy Winehouses met twee mannen erbij – eens in New York, en dat was kleurrijk en ritmisch, vanavond is het een flets vermoeid balorkestje.

Drie dagen The Great Escape zijn véél prikkels voor een escapistische muziekfan als ondergetekende, die het liefst binnen naar platen luistert en het dan op een mijmeren zet. Te veel muziek, te veel chaos, te veel wachtrijen. Maken veel goed: de muziek en de chaos en de wachtrijen (geven al eens uitzicht op een concert in een naburige vitrine – best interessant, een drummer grimassen zien maken zonder bijhorende klank). Anders dan op Eurosonic of South By Southwest (twee showcase-festivals waar ik overigens nog nooit ben geweest) is er ook de Britse humor. Van bijvoorbeeld ‘love’ en ‘darling’ zeggende security-mannen-op-leeftijd: ‘Een stempel om de zaal te verlaten? Ja, vraag dat aan the old guy daar,’ wijzend naar een jongere collega. En ook de anekdotes uit de categorie Poco Pech zijn om in te kaderen.

Vooruit, eentje dan. Parallel met het hoofdprogramma biedt The Great Escape tal van straatoptredens, surprise gigs en ook ‘The Alternative Escape’, een programmaatje met kleinere bands verspreid over kleinere clubs en pubs. ’s Namiddags meen ik een slimme buitenkans ontwaard te hebben in dat schema: Alex Paterson, bekend van z’n werk met The Orb en Lee ‘Scratch’ Perry, speelt om vijf uur in de namiddag in Fiddler’s Elbow. De naam zegt het al: een Ierse pub. En ook de muziek die uit de boxen van de Fiddler’s Elbow komt, blijkt onmiskenbaar Ierse folk. Ik denk: een cd die opligt, de Orb-brompot is vast op zolder, of anders wel in de bierkelder, aan een dubby knoppenset bezig. Maar nergens trappen naar boven of beneden. Achteraan in de pub staat er wel opvallend veel volk samengepakt. Ze blijken te kijken en luisteren naar een jong blond meisje dat akoestische gitaar speelt en de folkliedjes zingt. ‘Wie is dit?’ vraag ik aan een toeschouwer. ‘Alex Paterson, she’s really good.’ Volgens het programmaboekje moest dat trouwens Alex Patterson zijn, met twee t's. Om in de volkse sfeer te blijven: ‘Er is meer of één koe die Blaar heet,’ zei mijn grootmoeder altijd.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234