Thé Lau overleden: lees zijn laatste Humo-interview

Gisteravond is in Amsterdam Thé Lau overleden, hij werd net geen 63. De frontman van The Scene was al bijna twee jaar ongeneeslijk ziek. Aan het eind van vorige zomer leidde een genoeglijke namiddag en avond met Lau tot een bijzonder interview, over leven en werk, liefde en muziek, ziekte en dood: ‘Sinds ik verteld heb dat ik ziek ben, is me een stroom respect en liefde tegemoet gekomen. Die had ik in andere omstandigheden nooit gehad. Ik had net zo goed dronken van de brug kunnen donderen (lacht). Dat had zomaar gekund. Dan hadden de golven zich boven me gesloten en was mijn laatste gedachte geweest: het is kennelijk toch allemaal voor niets geweest. Nu weet ik: het is niet allemaal voor niets geweest.' Het intense gesprek mondde uit in een pleidooi voor heilzaam zingen in de regen.

‘Nog één of twee van zulke gesprekken en ze kunnen me na afloop direct naar het kerkhof brengen. Maar wat vond ik het leuk. Sorry voor de drankrekening.’ Zo mailde Thé Lau me 24 uur na ons afscheid in zijn stamcafé in een Amsterdamse volksbuurt. Zijn woorden verraden veel over de frontman van The Scene, die een halfjaar geleden door de in zijn longen uitgezaaide keelkanker voor een onverbiddelijke deadline werd geplaatst. Dat hij kan lachen om zijn lot. Dat hij tot het bittere eind plezier uit het leven zal puren. Dat hij een gemarineerde en doorrookte levenskunstenaar blijft, rigoureus en ondoordacht.

'Mijn ziekte heeft mijn leven enorm verrijkt'

Lau heeft uitvoerig uit zichzelf geput voor het hoofdpersonage, cartoonist Robbie: zijn ouders baatten een tennispark uit in Bergen, dat hij achter zich liet om het in Amsterdam in de muziek te proberen. Zijn gulzige omhelzing van de taal echoot dan weer in Robbies mentor Breukhout, zijn onvoorwaardelijke keuze voor de kunst in diens liefje Juliette, de zelfdestructieve engel die Robbie zijn dromen en de roman haar naam schonk. Lau is in prima gezelschap: ook Markies de Sade schreef een roman met de titel ‘Juliette’, over een nymfomane die zich een weg naar het geluk neukt. Ook de Juliette van Lau is een soort vleesgeworden natte droom: ijzingwekkend mooi, bloedgeil en artistiek fascinerend.

The Lau (knikt) «En ongrijpbaar, niet vast te houden. Dat moest zo. Mijn uitgever, Oscar van Gelderen, zei al langer dat ik een vrouwenboek moest schrijven. Ik hoop maar dat hij er niet van uitging dat ik als rockmuzikant alles van vrouwen weet, want ik kan je verzekeren: rockmuzikanten weten niet meer van vrouwen dan wie dan ook. ’t Heeft dan ook best lang geduurd voor ik Juliette compleet had. Gaandeweg kwam ik erachter dat ik het punt moest bereiken waarop ik verliefd op haar zou kunnen worden. Pas toen dat aan het gebeuren was, viel mijn onrust weg en wist ik dat het geslaagd was.

»Het begon te lukken toen ik voorbeelden ging bestuderen: Frida Kahlo, Josephine Baker, Marlène Dietrich… Het hielp ook dat mijn moeder een heel geëmancipeerde vrouw was. Het sluitstuk was de vondst van de foto van Eva Besnyö, die we ook voor de cover gebruikt hebben. Zij heeft in Bergen gewoond en was bevriend met mijn opa, die kunstschilder was. Haar foto van de Amerikaanse actrice Narda Fleming klopt helemaal met hoe ik Juliette voor me zag.»


Seks & drugs

HUMO Voor Robbie is de kennismaking met seks niet bepaald hemels.

Lau «Dat was in die tijd ook zo, althans: zo heb ik het ervaren. Ik ken maar weinig mensen die met plezier terugkijken op de seksuele revolutie zoals die zich vanaf eind jaren 60 in Bergen voltrok. Het heeft onder andere een lawine aan scheidingen veroorzaakt. De thrillerschrijfster Saskia Noort, ook van Bergen, heeft geschreven over sleutelclubs en partnerruil – zo ging het daar toen, en zo gaat het er nog. Bij de orgie van het derde hoofdstuk ben ik overigens aanwezig geweest, al was ik daar op dat moment een beetje jong voor.

'De verovering in het café is nog wel leuk, maar dan beland je bij iemand thuis en is het toch niet helemaal zoals je je had voorgesteld.'

»Toen ik vooraan de 30 was, heb ik een periode beleefd van heel veel onenightstands, en eigenlijk vond ik die nooit leuk. De verovering in het café is nog wel leuk, maar dan beland je bij iemand thuis en is het toch niet helemaal zoals je je had voorgesteld. Wat Robbie en ik gemeen hebben: we kunnen ons niet overgeven. Dat is het, denk ik. En als hij het wel doet, laat het hem een beetje onrustig achter. Bij een optreden kan ik me wel overgeven, maar bij seks alleen maar aan iemand met wie ik heel vertrouwd ben. Met een wildvreemde seks hebben vind ik vooral raar. Maar ik ben ook weleens een calvinist genoemd, misschien is dat het gewoon (grijnst).»

HUMO Die problematische seks illustreert dat ‘Juliette’ het verhaal van een onmogelijke liefde is, naar Shakespeare.

Lau «Ik verwijs duidelijk en herhaaldelijk naar ‘Romeo and Juliet’, één van mijn lievelingsboeken. Zo heb ik ook een balkonscène in mijn roman: Juliette verleidt Robbie op het balkon van hun flat, voor de ogen van alle buren – net iets anders dan bij Shakespeare dus (lacht). Mijn Romeo is natuurlijk een iets ander type, meer dan een beetje op mezelf geënt, maar de problematische liefde is wel de kern van mijn roman.

»Juliette krijgt het moeilijk wanneer ze haar moeder verliest. Het was best lastig om me in te leven in hoe het is om op jonge leeftijd een ouder te verliezen – wat mijn kinderen dus ook gaan meemaken, als de prognose klopt. Maar ook zonder het gemis van haar moeder zou Juliette het lastig hebben. Ze gaat ten onder aan het zelfdestructieve dat bij creatieve mensen schijnt te horen, zoals velen in de popmuziek en literatuur. Ik heb nooit echt begrepen waarom creativiteit en zelfdestructie samen horen. ’t Heeft me wel altijd geboeid, al was het omdat ik het zelf ook wel ken. Maar er precies de vinger op leggen is me nooit gelukt, ook in dit boek niet.»

HUMO Is de analyse niet dat de hypergevoeligheid die vereist is om creatief te zijn ook hyperkwetsbaar maakt?

Lau «’t Gaat volgens mij vooral om de onzekerheid die voor een artiest onvermijdelijk is. Die kan mensen tot wanhoop drijven. ’t Is toch anders dan een stoel timmeren, hoe je het ook wendt of keert. Een stoel stort in of blijft staan, en in dat laatste geval weet je dat het goed zit. Dat ligt in de creatieve sector toch allemaal iets ingewikkelder. Ik ken die onzekerheid zelf maar al te goed. Op een bepaalde manier is die zelfs nodig: op het moment dat die begint te verdwijnen en je een soort metier gevonden hebt, wordt je werk er meestal niet beter op. Je moet het blijven houden, die bekommernis en al die vragen, en dat kan soms deprimerend worden.»

HUMO Heb je bij het schrijven aan Yasmine gedacht, die een goede vriendin van je was?

Lau (knikt) «Juliette heeft donker haar, bijvoorbeeld. Ik blijf nog geregeld aan Yasmine denken, ja. Ik heb er nog altijd een heel ongemakkelijk gevoel bij dat ik niets wist van wat er allemaal speelde, terwijl ik goed met haar bevriend was. De laatste keer dat ik haar had gezien, was het een rotzooi in haar huwelijk. Toen is ze een hele nacht op mijn schouder komen uithuilen, maar de volgende dag hebben mijn vrouw en ik haar teruggestuurd, zo van: ‘Je moet dat fiksen, jullie hebben een kindje.’ Een poosje nadien had ik haar nog een keer aan de lijn: het was beter, al bleef het moeilijk. En het volgende wat ik hoorde, was dat ze zelfmoord had gepleegd.

»Ik vernam het door een telefoontje van de VRT, ik was in mijn studio aan het werk. Men vroeg me te reageren op de dood van Yasmine, dus het eerste waar ik aan dacht was dat ze tegen een boom geknald was – ze reed als een aap. Toen vertelde men dat ze zelfmoord gepleegd had. Ik heb niet gereageerd, ik kon het niet: wat ik hoorde, leek me zo idioot. En ik vind het nog steeds idioot. Sindsdien heb ik nog weleens gedacht aan de aard van de muziek waar ze mee bezig was en het destructieve van die inktzwarte teksten.»

HUMO Uiteindelijk gaat ‘Juliette’ over creativiteit en kunst.

Lau «Juliette woont in haar werk. Haar enige echte partner is haar fotografie.

»Dat geldt ook voor mij, als ik heel eerlijk ben: mijn werk is even belangrijk als wat dan ook. Als ik een plaat aan het maken ben, is dat het belangrijkste wat er is en moet echt alles daarvoor wijken. Om echt goeie dingen te maken heb je die eigenschap nodig, denk ik. Het valt niet aan te leren, je moet het in je hebben. Ook in het tennis hebben topspelers manieren om tijdens een match wat ze noemen in the zone te raken, en in de jazz zie je een soortgelijke concentratie bij bijvoorbeeld Miles Davis. De mindere goden hebben dat niet.»

HUMO Iedereen in je roman zoekt de roes, van alcohol tot heroïne. Een hulpmiddel bij de creatie of een onderdeel van de zelfdestructie?

Lau «Toen ik begon te schrijven, had ik aanvankelijk gekozen voor de levensstijl die Hemingway eropna hield. Maar voor mij werkte dat niet, laat het me het zo zeggen (lacht). ‘Juliette’ heb ik ’s ochtends vroeg geschreven, door het ziekenhuis had ik toen een ander levensritme. Dat werkte toch wel heel goed, zo zonder kater ook.»

'Een rocker aan de cocaïne is net hetzelfde als een bouwvakker met een bak bier. Er spreekt geen enkel avontuur uit.'

HUMO Een zinnetje als ‘De coke vlamde koud achter zijn ogen’ wijst op enige ervaring.

Lau «Ik weet wel hoe coke voelt, ja. Ik heb het eerder al bekend: mijn debuut heb ik op coke geschreven. Ik had een contract getekend, maar kon met alle drukte en twee kleine kinderen enkel ’s nachts aan dat boek werken. Daarvoor heb ik mijn toevlucht tot coke genomen.

»De scène met de coke in ‘Juliette’ speelt even buiten Antwerpen. Maar ik wist niet of coke daar begin jaren 80 wel de ronde deed. Dus heb ik Arno gebeld. Die wist me zelfs nog de dealer uit die dagen te noemen, mét zijn adres. Ik hoop dat hij het niet erg vindt dat ik dit vertel. Ik denk het niet, want we hebben die flauwekul intussen ver achter ons gelaten. Maar schrijf er voor de zekerheid toch maar even bij: sorry, Arno (lacht).

»Verder is een rocker aan de cocaïne net hetzelfde als een bouwvakker met een bak bier. Er spreekt geen enkel avontuur uit, het is elke dag hetzelfde – burgerlijk is het. Mensen worden er ook supervervelend van, want ze kunnen niet ophouden met praten terwijl ze niets te vertellen hebben.»

HUMO Had je een model voor de heroïneconsumptie van Juliette?

Lau «Heroïnegebruik heb ik maar mondjesmaat meegemaakt in mijn directe omgeving. In de jazz wordt meer heroïne gebruikt, maar vooral mensen uit de kunst hebben me daarover gedocumenteerd. Zo heb ik me geïnformeerd over de scene rond Andy Warhol in New York; bepaald geen leuk volk. Het meisje dat in de roman de nurse genoemd wordt, omdat ze zo goed shots kan zetten, is gemodelleerd naar een kennis van me – dat is nu een keurige dame. Sinds mijn tijd in het ziekenhuis weet ik dat shots zetten helemaal niet zo simpel is (lachje).»


Het mes erin

‘Cheers nog maar eens! Als je helemaal uit Antwerpen bent gekomen, kunnen we maar beter blijven toosten, toch?’ Op water en sapjes zou Lau vast langer leven, maar ook saaier. En dus heffen we het glas en passeert ‘Iedereen is van de wereld’ op de jukebox in mijn hoofd. Dit is ons moment. Uiteindelijk zullen we uitkomen bij ‘Platina Blues’, zijn soloplaat over de dood als jagende demon en een inktzwarte nacht in een ziekenhuiskamer. Maar eerst voer ik ’m, met de hulp van ‘Juliette’, terug naar zijn prille Amsterdamse tijd. Hij zet in de roman immers zijn debuut als muzikant neer, als gitarist in de begindagen van Neerlands Hoop. Zo herkent de niet eens erg attente lezer meteen Bram Vermeulen: ‘Die pianist met de scheve tanden heeft het fanatieke vuur van een sporter. Hij zou een wat meer zoetgevooisde stem mogen hebben, dan had hij de natie aan zijn voeten.’

Lau «Dat denk ik echt. Ik was dol op Bram, al had ik tijdens onze samenwerking elke dag wel een keer ruzie met ’m – maar dat waren van die ruzies die vijf minuten later weer helemaal vergeten waren. Toen Neerlands Hoop gesplit was, heb ik een poosje met het idee gespeeld om Bram te vragen samen een band te beginnen. Maar dat heb ik niet gedaan, uit de waarschijnlijk niet helemaal ongegronde vrees totaal overpowerd te worden. Bram was een wervelwind, een man naar mijn hart. Hij heeft zeker ook een rol gespeeld bij mijn keuze voor het Nederlands, al was de tekstschrijver van Neerlands Hoop indertijd wel Freek

HUMO Die typeer je als volgt: ‘Die met de bril kon me geenszins overtuigen van de oprechtheid van zijn bedoelingen. Hij heeft de solidariteit van een kerkrat. En hij houdt van amok. John Cleese zonder humor.’

Lau «Jaaa. Hij heeft een keer over mij gezegd dat ik zonder hem helemaal niets was geweest. En zo nog een paar dingen. Maar op het moment dat ik ziek was, zat hij wel op me te jagen: ik moest mee naar allerlei projecten van ’m. Nee, ik heb niet zo’n sympathie voor Freek, al heeft hij ook wel fantastische dingen gedaan.»

HUMO Ook Doe Maar passeert in de roman, net als het bekende verwijt: ‘Het Nederlands komt ongetwijfeld tot zijn recht als het wordt begeleid door Nederlandse muziek.’

Lau «Het idee dat het allemaal maar wat provincialisme bij elkaar is, ja (lacht). Op dat verwijt ben ik door de jaren heen steeds weer gebotst. Het Nederlands zou niet bekken, niet rocken. Sterker nog: het wordt gezien als een stijlelement. Je hebt techno, rock, metal en Nederlandstalig. Dat heb ik altijd heel raar gevonden, ook omdat het ertoe leidt dat de cd’s van The Scene en bijvoorbeeld Marco Borsato in dezelfde platenbakken terechtkomen. Toen ik een singeltje gemaakt had met Junkie XL, op dat moment zo ongeveer de hotste artiest ter wereld, had ik dat cadeau gedaan aan een kassameisje hier in de supermarkt – zo eentje onder de tattoos en de piercings en met elke dag een andere haarkleur. Toen ik de volgende dag weer bij haar in de rij stond en vroeg wat ze ervan vond, zei ze dat ze niet eens geluisterd had: ‘Ik luister nooit naar Nederlandstalige muziek.’ (lacht) Dat bevestigde alles wat ik al wist.»

HUMO Dat Nederlands is nochtans bovenal je instrument, zo leid ik ook weer af uit de passages met Breukhout. Schrijf je liever dan je optreedt?

Lau «Ja. Ik voel me gelukkiger wanneer ik aan het schrijven ben dan wanneer ik aan het spelen ben. Ik zing eigenlijk niet zo graag. ’t Is op het podium ook aan mij te zien dat ik aan zingen niet veel plezier heb en dat het me moeilijk valt. ’t Is ook niets dat ik van nature kan, in tegenstelling tot gitaar spelen. Ik vind optreden altijd weer een worsteling, maar de wisselwerking met het publiek vind ik wél leuk: dat geeft altijd een enorme kick. Het leukste vond ik die middelgrote festivals in Vlaanderen, intussen meer dan twintig jaar geleden. Die optredens, vaak bij ondergaande zon, had ik echt voor geen goud willen missen.»

HUMO De grootste successen van The Scene drijven evenzeer op de woorden als op de riffs.

Lau (knikt) «’t Is ongeveer fiftyfifty, denk ik.

»Het schrijven van songteksten ging me aanvankelijk helemaal niet makkelijk af, ik moest altijd echt graven naar ideeën voor teksten. De songs ‘Blauw’, ‘Iedereen is van de wereld’ en ‘Rigoureus’ hebben inderdaad een goeie, scherpe, simpele tekst, maar verder op die cd hoor ik toch nog altijd dat het zoeken naar ideeën was. Nadien ging het me wel makkelijker af, ik begon een soort metier onder de knie te krijgen. Maar dat kwam de kwaliteit niet altijd ten goede: een hoop van die teksten beschouw ik niet echt als mijn beste.»

HUMO Ze worden na ‘Blauw’ wat complexer en daardoor minder direct, behalve op ‘Platina Blues’.

Lau «Met die laatste cd had ik ook haast (lachje). De meeste van die teksten zijn zelfs first drafts. Ik ben aan de plaat begonnen toen ik behandeld werd voor die keelkanker: 35 bestralingen, met de morfine als bondgenoot. Die periode bracht me op een bepaalde manier weer terug naar mijn jeugd, ik voelde opeens ook weer de flonkering die ik op mijn zeventiende voelde toen ik mijn talenten begon te ontdekken. Ik ging ook heel helder zien hoe ‘Platina Blues’ moest worden, en ook hoe het met ‘Juliette’ verder moest.

»Ik ging met andere ogen kijken naar wat ik al geschreven had – ik was al een jaar of vier met die roman bezig – en ik besefte dat de voorgeschiedenis me parten speelde. Bij mijn vorige boeken is gebleken dat het, vooral in Nederland, niet erg op prijs gesteld wordt dat iemand die als popmuzikant te boek staat, opeens ook literaire aspiraties heeft. Dat zat me in de weg, maar dat heb ik pas beseft toen ik het boek weer oppikte toen ik onder behandeling was: ik zag dat ik toch op één of andere manier probeerde te bewijzen dat ik wel iets literairs waar kon maken. In die pretentie ging dus rigoureus het mes, wat me helemaal niet moeilijk viel. Waarom zou ik proberen wat dan ook te bewijzen? Wat een onzin! Ik wil gewoon een boek schrijven dat mensen graag lezen. Punt. Ik laat de diepere filosofieën en de mooie metaforen en de stilistische flonkering graag aan anderen over. Mij is het erom te doen een meeslepend verhaal te vertellen.»

'In mijn repertoire gaan graven en er is gewoon niet één liedje geschikt voor een huwelijk. Toen ik dat ontdekte, was ik daar niet trots op.'

HUMO Dat is je in elk geval gelukt.

Lau «Ik heb het trouwens ook met mijn liedjes. Een poos terug ben ik gevraagd om op een huwelijk op te treden, met het verzoek om bij voorkeur wel een liedje te zingen dat over de liefde gaat. Toen ben ik in mijn repertoire gaan graven en er is gewoon niet één liedje geschikt voor een huwelijk. Toen ik dat ontdekte, was ik daar niet trots op.

»Ik wil mijn werk niet afkammen, maar als ik er zo noodgedwongen op terugkijk, vraag ik me ook over die liedjes af of ik soms per se iets heb willen bewijzen. Sinds ik in het Nederlands ben gaan schrijven, heb ik me weleens afgevraagd of gedichten iets hogers zouden zijn dan liedteksten. Intussen weet ik hoe het zit: poëzie is eigenlijk makkelijker. Echt mooie gedichten zijn niet toevallig vrij makkelijk op muziek te zetten.»


Dood doet leven

Tegenwoordig komt Lau weer veel in Bergen, omdat hij opnieuw is gaan tennissen: ‘Het dorp, zo merk ik, mijd ik als de pest. Ik kom alleen in dat park en in de natuur daaromheen. Die is volgens mij uniek aan de hele Noordzeekust. ’t Is een heel breed duinengebied, met veel bos. Ik heb me er ooit intens gelukkig gevoeld. Ik zei net dat ik in zekere zin weer teruggeworpen ben op mijn jeugd. Daar hoort onder andere bij dat ik van dat mijmeren in een bos, met zonlicht dat door de bladeren prikt, even intens kan genieten als in mijn late puberteit. Dat is een groot ding. ‘Ziekte kon hier niet bestaan,’ laat ik Robbie denken als hij in het bos wandelt en een aangename leegte zijn hoofd voelt vullen. Tja, alles is er oké, ziekte is ver weg.’

HUMO De laatste honderd bladzijden houdt de dood lelijk huis in ‘Juliette’. Was dat al zo voor je ziek werd?

Lau (schouderophalend) «Nu ja, de echo van ‘Romeo and Juliet’ zat er natuurlijk altijd in.»

HUMO Breukhouts vrouw heeft het op zijn begrafenis over ‘de vredige aardsheid en banaliteit die bij doodgaan hoorden’.

Lau «’t Is in elk geval wat ik altijd voel bij begrafenissen – zeker bij de borrel na afloop. Want tegenwoordig behoren de koffie en cake gelukkig tot het verleden. Ik vind het wel iets moois hebben, iets aards: het leven gaat door. Tussen mijn dertigste en mijn veertigste heb ik een onevenredige hoeveelheid begrafenissen meegemaakt, echt elke twee maanden eentje – bijna allemaal mensen die te jong stierven. Dat gaat je niet in je koude kleren zitten. Nee, als het over begrafenissen gaat, ben ik een veteraan (monkelt).»

'Als een Amsterdammer wordt begraven, wordt er meestal niet eens wat gezegd: drie liedjes en, hup, door naar de kroeg.'

HUMO Breukhout heeft zijn begrafenis tot in de puntjes geregisseerd: ‘Hij laat u allen weten dat hij volop van het leven heeft mogen genieten en dat hij volop vrede heeft met het einde ervan.’

Lau «Die begrafenis is gemodelleerd naar die van jazzsaxofonist Sean Bergin. Toen hij begraven werd, was ik al met het boek bezig en wist ik dat Breukhout het niet zou overleven. Op die begrafenis was ik de hele tijd met mijn verhaal bezig, wat hij overigens prachtig gevonden zou hebben – zo’n man was het.

»Ik heb één liedje gekozen, maar verder heb ik mijn begrafenis helemaal niet uitgetekend. ’t Zal ongetwijfeld heel mooi worden, dat weet ik zeker; ik heb in mijn omgeving allemaal mensen uit de televisie en de muziek. Ik voel niet de behoefte zelf meer bij te dragen. Zo gaat het hier in Amsterdam onder het volk nu eenmaal. Als een Amsterdammer wordt begraven, wordt er meestal niet eens wat gezegd: drie liedjes en, hup, door naar de kroeg. Toen eens iemand overleden was in het café waar ik iedere dag kwam – nota bene dood gevonden op het toilet van een concurrerend café omdat het café waar hij elke dag kwam niet open was (lacht) – en ik vroeg of iemand op de begrafenis wat ging zeggen over de ontslapene, keek men me verbaasd aan: ‘Hoezo? Wat zeggen? Waarom? Hij heb er niks meer an.’ Geen speld tussen te krijgen.»

HUMO De afscheidsbrief van Breukhout leert iets over alle personages: iedereen is uiteindelijk onkenbaar.

Lau «Dat heeft de afgelopen tijd me ook geleerd: mensen verstoppen veel.

»Ik ben, zoals gezegd, geen geboren zanger. Mijn idee van een geboren zanger is dat die een exhibitionistische natuur heeft en die heb ik niet. In principe ben ik gesloten; ik heb gewoon geheimen, van nature. Maar nu interesseert dat me niet meer zo, want het maakt toch niet meer uit. Heel prettig. En dus heb ik in interviews een paar akelige dingen gezegd over het Nederlandse equivalent van jullie Radio 1 – simpelweg omdat die mensen daar me hebben doodgezwegen en daardoor mijn carrière nagenoeg kapot hebben gemaakt. Ik heb die uitspraken bewust gedaan: voor mij maakt het niet meer uit, maar misschien hebben anderen er profijt van als ze zich daar toch eens achter de oren krabben en afvragen waarom er alleen maar kermismuziek op die zender te horen is.»

'Mensen die bang zijn voor ziekte en dood, lopen in een grote boog om me heen.'

HUMO Zag je de houding van anderen tegenover jou ook veranderen?

Lau «Mensen die bang zijn voor ziekte en dood, lopen in een grote boog om me heen. Alsof het besmettelijk is. Ik kan je verzekeren: dat is het niet. Wees gerust (grijnst).

»Verder is het heel opvallend dat van mijn collega’s alle vrouwen me geschreven hebben: geen mails, maar meestal handgeschreven brieven. En dus bijna geen van de mannen. Dat stemde tot nadenken. De conclusie is dat mannen het enger vinden dan vrouwen, omdat mannen geboren worden en doodgaan en tussendoor in principe geen levensbedreigende situaties meemaken. Vrouwen hebben die bevallingen. Niet alleen bevinden ze zich dan in een situatie waarin ze makkelijk het loodje kunnen leggen, wat ze nadien minder bang maakt, maar ook geven ze het leven door, zodat ze sowieso verder blijven bestaan.»

'Je sterft niet alleen, en dat is goed om te weten.'

HUMO Was het om je angst te bezweren dat je meteen na de prognose in het openbaar over je ziekte gepraat hebt?

Lau «Ik heb in het ziekenhuis gezien dat de meeste mensen daar pas echt eenzaam worden door die ziekte. Er horen ook van die akelige statistieken bij: bij drie op de vijf getrouwde stellen leidt het tot een scheiding, meestal omdat de partner er uiteindelijk toch niet mee om kan. Ik had voor ogen dat ik voor die mensen iets kon betekenen. Ik gebruikte dan de metafoor van de frontsoldaat, geïnspireerd door al die herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog. Je gaat met een groep mannen de loopgraven uit en sommigen overleven en keren terug, maar de meesten niet. Je sterft niet alleen, en dat is goed om te weten. Dat merk ik ook bij mezelf als ik het over iemand anders lees. Dan denk ik: welcome to the club. Robin Williams laatst nog: die heeft zelfmoord gepleegd, maar heeft dat natuurlijk ook niet zomaar gedaan.»

HUMO Intussen heb je ‘Platina Blues’ en ‘Juliette’ afgewerkt. Is het nu volbracht?

Lau «Nee, ik ben nog niet klaar. Ik ben nog steeds elke dag aan het schrijven, ik werk aan vijf korte verhalen tegelijk. Ik ben ook nog met een song bezig, waarvoor ik alleen de zang en een regel of vier tekst lever.

»De verfilming van ‘Platina Blues’ komt er ook aan, eind september. En de Engelse versie van ‘Platina Blues’ moet af. Dat is nog een hele klus, volgende week heb ik de eerste afspraak met de vertaler. Als ik uiteindelijk de definitieve versie niet kan inzingen, neemt Tom Barman het van me over. Ik wil ‘Platina Blues’ ook heel graag nog een keer live uitvoeren. Als dat mag, want toen ik een poos terug bij de opening van het nieuwe muziekcentrum TivoliVredenburg één liedje ging zingen, kwamen er al reacties als ‘Hoe? Hij had toch afscheid genomen?’ (glimlacht)»

HUMO Je wil per se sterven in het harnas?

Lau «Dat ook. Al weet ik dat geforceerd bezig blijven niet helpt. Ik heb een buitengewoon goede arts, professor Tan, die over het puur medische heen kan kijken. Zo zijn er niet veel. Twee weken nadat de internist met de prognose was gekomen, zat ik weer bij hem. Hij had mijn eerste interview op tv gezien en zei dat hij zich zeer aangesproken voelde door de manier waarop ik ermee omging. Volgens hem is die prognose ook maar een prognose en gaat het sneller bergaf met mensen die bij de pakken gaan neerzitten en in de kloof van de somberheid belanden. Daar is geen enkel medisch bewijs voor, hij vaart op zijn ervaring.»

HUMO Niet gaan somberen is makkelijker gezegd dan gedaan.

Lau «De meeste mensen die krijgen wat ik heb, zijn van mijn leeftijd of ietsje ouder. Vaak zijn ze gepensioneerd of ontslagen. Ook komt het nog weleens voor dat, als ze genezen verklaard zijn of zo opgelapt zijn dat ze weer kunnen gaan werken, ontdekken dat hun baan weggegeven is. Wat dat betreft ben ik natuurlijk superbevoorrecht: ik kan altijd spelen.

»Als je nog kunt werken en tevreden kunt terugkijken op het werk dat af is, is het vast makkelijker om een lijn te trekken. Je moet er vrede mee kunnen hebben, je moet kunnen loslaten. De bottomline is: iedereen gaat dood en niemand vindt het leuk. Professor Tan vertelde dat hij in zijn spreekkamer mensen van 84 krijgt die ook opgegeven zijn en zich bereid verklaren om nog de gruwelijkste chemo’s te ondergaan om hun leven met twee of drie maanden te rekken. Waarbij ze in die tijd alleen maar door de hel gaan. Hij zegt: ‘Ik begrijp dat niet. Waar hecht je dan aan?’»

HUMO Denkt wie kan loslaten ook minder aan doodgaan?

Lau «Ik denk vaak aan doodgaan, maar niet vaker dan een bejaarde. Bejaarden denken elke dag wel een keer aan doodgaan; ze zijn dan bang voor hoe het effectief zal gaan. Dat ben ik ook, al heb ik de nodige regelingen getroffen. Ik zie niet uit naar het proces, maar ik vind dat ik, net als iedereen, moet kunnen wennen aan het feit dat ik het leven moet loslaten. Dat is niet zo makkelijk, hoor, maar vroeg of laat moet het toch.»

HUMO Is deze gang van zaken verkieslijker dan bijvoorbeeld de plotse hartaanval?

Lau «Voor de nabestaanden is de plotse hartaanval natuurlijk veel erger, want die hebben dan niet aan de dood van hun naaste kunnen wennen. Twee jaar geleden heb ik een zwager verloren: zijn kanker werd pas in een laat stadium ontdekt en hij was in drie dagen dood. Zo’n plotselinge dood is voor een partner een ramp.

»Links van de tafel op mijn werkplek staan ordners met alle werk van de laatste tien jaar. Als ik daarnaar kijk, stel ik vast dat er niet veel rotzooi bij zit, dat het meeste best goed is, en dat sommige dingen echt heel goed zijn. Ik heb behoorlijk wat om trots op te zijn. Wat moet ik nog meer maken om er vrede mee te hebben?»

HUMO ’t Doet me denken aan ‘Feest’: ‘Het feest is geëindigd zoals het begon / Lach nog eenmaal voor mij, wees tevreden’.

Lau «Dat is het helemaal. Eén van mijn beste songs, vind ik trouwens. ‘Juliette’ eindigt ook waar het begint, op de Laan Zonder Einde. Omdat ik negatieve eindes haat. Nee, dan dit hoopvolle perspectief, alsof het einde niet echt het einde is. ’t Is net als bij een begrafenis: bijna alle personages zijn dood en nu gaan we verder.

»Ik heb twee van mijn beste dingen de afgelopen tijd gemaakt: ‘Platina Blues’ en ‘Juliette’. De helderheid om dat te kunnen, heb ik van die ziekte gekregen. De ziekte neemt natuurlijk mijn leven, maar geeft me ook enorm veel terug. Als ik niet ziek geweest was, had ik ‘Juliette’ nooit zo kunnen schrijven, was het nooit in me opgekomen iets als ‘Platina Blues’ aan te durven. Ik ben, denk ik, veel scherper gaan zien. De ziekte heeft mijn leven dus ook enorm verrijkt.»

HUMO Dit scenario is ook ideaal voor applaus en appreciatie.

Lau (knikt) «Men vond me weleens niet-collegiaal en arrogant, maar sinds ik verteld heb dat ik ziek ben, is me een stroom respect en liefde tegemoet gekomen. Die had ik in andere omstandigheden nooit gehad. Ik had net zo goed dronken van de brug kunnen donderen (lacht). Had zomaar gekund. Dan hadden de golven zich boven me gesloten en was mijn laatste gedachte geweest: ‘Het is kennelijk toch allemaal voor niets geweest.’ Nu weet ik: het is niet allemaal voor niets geweest.»

Marijke, de vrouw van Lau, komt het café binnen, monstert fronsend de volle asbak en onbegrijpend onze lege glazen en schuift aan met een nieuw rondje. De volgende uren zegt de klok niet tik, tik. De volgende uren heeft Lau volgens de meest pessimistische prognose niet nog veertien dagen. De volgende uren weidt hij rokend, drinkend en monkelend uit, over zijn Gentse periode (als producer van The Mud Gang en Derek & The Dirt), films (hij heeft onlangs ‘Singing in the Rain’ ontdekt) en boeken (hij heeft ‘Het verdriet van België’ drie keer gelezen), zijn zonen (19 en 26 en gestaag hun weg vindend), de letteren (we zijn het eens over Mulisch) en zijn plannen om te koken met kerst. Bij het afscheid duwt Marijke, de blik naar boven, me een paraplu in handen. Maar die zal ik, zelfs bij een wolkbreuk, niet gebruiken. Als ik iets van Thé Lau geleerd heb, dan is het wel de heilzaamheid van te zingen in de regen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234