null Beeld

The National - Boxer

Hoe kan een recensent een onwillige wereld ervan overtuigen eindelijk eens te luisteren naar die éne fantastische groep die nu al drie platen lang wraakroepend onterecht genegeerd wordt?

Een halve pagina lang superlatieven opsommen? Werkt niet meer in een door superlatieven overspoelde wereld. De naakte feiten weergeven? Alsof dat ooit kan volstaan bij muziek die je moet vóélen. Smeken? Doen we thuis al meer dan genoeg. Feit is: The National heeft met 'Boxer' een vierde plaat uit die in onze hoogstpersoonlijke Wonderlijke Muziek in 2007-lijst voorlopig op nummer één staat en - wat indrukwekkender is - na tien luisterbeurten al meer pracht onthult dan al hun vorige output. Dus ook meer dan 'Alligator', de plaat waarmee ze twee jaar geleden op Pukkelpop al hoge ogen gooiden.

undefined

De Nationalen zijn met z'n vijven en zijn op alle vlakken - dat kon u vorige week al in Humo lezen - buitenstaanders: in uiterlijk en algeheel hipcat gehalte, maar evengoed in muziek, humor én achtergrond. Ze komen uit Boerenlul, Ohio en hebben zich een tijdje geleden in Brooklyn gevestigd. Een woonsituatie die, naast het gegeven dat hun repetities niet langer gestoord worden door nieuwsgierige runderen, ook het voordeel heeft dat ze studio's kunnen betrekken die ooit door Butch Vig de eeuwigheid in geproducet werden. In één ervan dwalen, zo zeggen ze zelf, nu nog altijd spoken rond van toen 'Gish' er werd opgenomen, de eerste van de Smashing Pumpkins.

'Boxer' dus: een plaat met stalkerallures. Van de eerste noten van 'Fake Empire' - zelden een opener gehoord die er zo raak inhakt - tot de laatste van 'Gospel' en alles daartussenin: de tegelijk warme en onderkoelde stem van Matt Berninger heeft ons nekvel nog geen seconde gelost (de bijtsporen hebben ons kostbare quality time met ons nochtans zelden achterdochtige lief gekost, maar een kniesoor die daarom zeurt). The National heeft wortels in de slowcore, de americana en de postpunk, en ziet zichzelf vergeleken met zowat iedereen die ooit goede muziek op plaat heeft gezet: van Leonard Cohen, U2 en The Smiths over Afghan Whigs, Palace Brothers en Joy Division tot Wilco, Bruce Springsteen en Tindersticks. Maar bovenal zijn ze dus The National, een groep die muzikaal ei zo na polsen oversnijdt, maar tekstueel wél zo clever en origineel is om er speelse anekdotiek, kleurige serpentines en - zij het nu ook weer niet zó vaak - scheetkussens rond te binden. Daardoor zijn ze op dit moment de enige groep die melancholische muziek maakt waarbij wij geen seconde moeten denken: 'Vrolijk toch op, sad bastards!' Neem 'Mistaken for Strangers': een gelaagd verhaal over vervreemding en crossroads. Of 'Green Gloves', een song waar wij, ruwe zeebonken met meer tatoeages dan de gemiddelde Fransman maîtresses, nét geen traan bij moesten laten. En dan moest het hoogtepunt nog komen: 'Ada' is een song die, drijvend op een (toch maar even de superlatievendoos opentrekken) werkelijk gewéldige pianopartij van Sufjan Stevens, de Tom McRaes en Damien Rices van deze wereld in het gezicht uitlacht.

Chokri heeft dit jaar Tool, Arcade Fire en The Stooges uitgenodigd, en Sonic Youth komt 'Daydream Nation' integraal brengen, en toch zitten wij hier vurig te hopen dat The National alsnog op de Pukkelpop-affiche wordt gezet. Om de rest meteen naar huis te spelen, dat spreekt. Kopen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234