The National op zondag op Pukkelpop 2019: intieme momenten voor de massa

Gouden zet van The National om de fans te laten beslissen over de songs voor dit twintigjarige jubileumconcert. Zo beleefden ze niet alleen de aanloop extra intens, ook tijdens de show zat iedereen tussen elk nummer door gespannen af te wachten wat zou volgen. Zodra ze intro’s herkend hadden, zagen we mensen elkaar highfiven: yes, dit spelen ze dankzij mij! Of zoals het klonk in ‘Rylan’: ' Everybody wants to be amazing.'

Wat een opener trouwens: een nummer dat pas dit jaar op plaat belandde nadat het jarenlang had gesluimerd in de setlists van The National. Fans hebben er al kinderen naar vernoemd, maar of dat een goed idee is, kon je op basis van de tekst betwijfelen. Zeker, er sprak tederheid uit, maar tegelijk hintten de lyrics naar zelfmoord en leek die Rylan iets vreselijks te hebben uitgehaald – of was hij het van plan.

Nu ja, bij deze band zitten duisternis en dubbelzinnigheid altijd mee op de achterbank, en in de volgestouwde Marquee bleek ‘Rylan’ evengoed een archetypische National-song: klein beginnen, met een bijna mechanisch ritme van de broers Scott (bas) en Bryan (drums) Devendorf, om dan laagje per laagje toe te voegen tot er iets monumentaals ontstaat. In de handen van mindere goden zou zoiets een trucje kunnen worden, maar het knappe bij The National is juist dat ze telkens iets anders in de constructie uitlichten.

Zo was Bryce Dessner in ‘I Need My Girl’ met twee gitaren in de weer, één om zijn hals en één die hij Thurston Moore-gewijs over de grond sleepte. Wie het ongemak in deze song – ‘wat in je hoofd omgaat’ versus ‘wat je aan je medemens toont’ – niet uit de tekst haalde, kreeg het via de gitaarnoise wel mee. In ‘Conversation 16’ onderstreepten mistroostige blazers en de zang van Kate Stables het gevoel van een relatie die uit je handen glipt, en in ‘England’ deden ze hetzelfde met het idee dat er altijd een onoverbrugbare afstand blijft tussen jezelf en een ander. Dat thema keerde terug in het prachtige ‘Light Years’ uit het recente 'I Am Easy to Find', meteen een bewijs dat het publiek de band blijft volgen én feilloos de pareltjes uit zijn platen vist.

Matt Berninger mocht dan wel zingen over ravages van relaties en ravijnen tussen mensen, zelf deed hij er opnieuw alles aan om zijn fans zo dicht mogelijk bij zich te krijgen. Stond hij hen niet schreeuwend aan te moedigen (zowat elk nummer), dan dook hij wel het publiek in (‘Mr. November’) of hing hij over de eerste rijen te zingen (‘Terrible Love’). Het blijft trouwens een opmerkelijke metamorfose: van mensenschuwe neuroot die niet op een podium kon functioneren zonder een fles rood leeg te drinken (niet toevallig haalde ‘All the Wine’ de set), ontpopte Berninger zich tot een volksmenner die à la Nick Cave op zijn fans leunt. Die fans bleken trouwens van het bescheiden type – als ze Berningers microfoonkabel mochten vasthouden tijdens zijn excursie in het publiek, waren ze al bij.

Het is juist dat Berningers nieuwe rol – in ‘Bloodbuzz Ohio’ hing hij het kalf uit, zodat niemand in de tent zich nog moest generen – wat van de vroegere spanning en onvoorspelbaarheid wegnam, maar je kreeg er véél voor terug. Wie in de Marquee zijn pijnlijke volwassenwording van zich afbeet in ‘Mistaken for Strangers’, of meezong met doorbraaksong ‘Fake Empire’ (opgedragen aan de crew) en de onversterkt gebrachte setsluiter ‘Vanderlyle Crybaby Geeks’ weet wat we bedoelen: The National maakt van massamomenten toch intieme gebeurtenissen, waarbij iedereen zijn eigen twijfels en misère projecteert op Berningers teksten.

Trouwens, ook al hadden de fans een haast perfecte greatest hits samengesteld, toch zaten er nog verrassingen in de set. Zo waren we helemaal vergeten hoe hard ‘This Is the Last Time’ in je nekvel kan bijten ('Oh, but your love is such a swamp / You don't think before you jump / And I said I wouldn't get sucked in'), en hoe goed The National in zijn begindagen al kon zijn: ‘About Today’ bleek met zijn onrustige gitaartje een verborgen schat uit de oude Cherry Tree-ep (2004), en bood Berninger de gelegenheid om iedereen in België te bedanken voor de jarenlange steun aan zijn band.

Tot slot nog een pluimpje voor een officieus groepslid: Carin Besser, de vrouw van Berninger, die zijn teksten meeschrijft. Zij was er niet bij in Kiewit, maar ze zorgde wel voor de twee mooiste momenten van dit fabuleuze slotakkoord van Pukkelpop 2019. De hartverscheurende roman-in-drie-minuten ‘Carin at the Liquor Store’ werd aan haar opgedragen, en er was dat stukje ‘Slow Show’ waarin Aaron Dessners’ piano op de voorgrond trad en Berninger zijn vrouw toezong: 'You know I dreamed about you / For twenty-nine years before I saw you.' Wereldklasse.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234