The Rolling Stones: 10 x Sticky Fingers

The Rolling Stones hebben er voor de nieuwe heruitgave van ‘Sticky Fingers’ nog eens werk van gemaakt en een pakketje samengesteld dat de update waard is. Het nieuwe 'Sticky Fingers' is verkrijgbaar in tien verschillende versies; wij houden het op tien hoofdstukken.


1. De Ontvangst: ‘Saai?’

‘Sticky Fingers’ werd uitgebracht op 23 april 1971 en was de opvolger van ‘Let It Bleed’, waarover Pete Townshend had gezegd: ‘Ik hield het niet voor mogelijk dat iemand ooit een betere plaat zou maken dan ‘Beggars Banquet’, ik ging ervan uit dat de The Stones daarmee hun absolute top hadden bereikt. Maar dan kwam ‘Let It Bleed’ en die was nog beter.’ ‘Sticky Fingers’ was zo mogelijk nóg beter. De plaat schoot aan weerszijden van de Atlantische Oceaan naar de top van de hitlijsten, maar de critici waren minder onder de indruk. Onder meer Jon Landau, de latere manager van Bruce Springsteen, vond het in het toonaangevende Rolling Stone maar een doorslagje van vroeger en beter, en noemde de gitaarsolo in ‘Can’t You Hear Me Knocking’ saai (saai!!) en ‘Dead Flowers’ in zijn geheel schrijnend. Aangezien The Boss live ‘Dead Flowers’ weleens bovenhaalt, gaan we ervan uit dat Landau zijn mening intussen heeft bijgesteld (of alleszins voor zich houdt). Vandaag is het over het algemeen lang zoeken naar een instantie die de plaat niet het volkomen terechte maximum der sterren toebedeelt.


2. Afscheid van Decca: ‘Cocksucker Blues’

‘Sticky Fingers’ was de eerste Stones-plaat die werd uitgebracht op het eigen platenlabel, toepasselijk Rolling Stones Records geheten. Het afscheid van Decca, de maatschappij die hen tot dan toe onderdak had verleend en waarmee ze in onmin waren geraakt, verliep niet zonder slag of stoot. Toen Decca liet weten dat zij van The Stones contractueel nog één single tegoed hadden, schreven Jagger en Richards ‘Cocksucker Blues’, een song die zelfs naar Stones-normen veel te vunzig was voor de radio van die tijd – één tekstregel luidt: ‘He fucked me with his truncheon / And his helmet was way too tight’ – en begrijpelijkerwijs nooit werd uitgebracht. ‘Cocksucker Blues’ was een jaar later ook de titel van een documentaire die de grote fotograaf en cineast Robert Frank (zijn ‘The Americans’ is één van de meest iconische fotoboeken aller tijden) maakte over de tour van The Stones door Amerika. Ook die werd, eveneens vanwege de erin tentoongespreide vunzigheden, nooit uitgebracht. Op het internet is alles echter vlot te vinden. Twee aanraders.

Directeur van Rolling Stones Records was Marshall Chess, de zoon van Leonard Chess, oprichter van het legendarische Chess Records. Rolling Stones Records hield op te bestaan toen de groep in 1992 een wereldwijde deal tekende bij Virgin.


3. De tong van 92.500 dollar

Samen met Rolling Stones Records deed ook de beroemde tong haar intrede, zonder enige twijfel het meest iconische groepslogo aller tijden. De tong werd ontworpen door de Londense kunststudent John Pasche, die van Jagger de opdracht had gekregen iets te maken dat even onmiddellijk herkenbaar en eenvoudig was als het logo van Shell. Pasche’s originele artwork is tentoongesteld in het Londense Victoria and Albert Museum, dat er 92.500 dollar voor neertelde. In tegenstelling tot Rolling Stones Records is de beroemde tong levend en wel. The Stones maken er een sport van om ze bij elke tour in een nieuw kleedje te steken, en ontwerpen de laatste jaren zelfs voor elke stad die ze aandoen een nieuwe aangepaste tong. En de merchandisingmachine, zij draaide op volle toeren.


4. Het broekje: Mick Taylor

Hij was er mentaal en fysiek al een paar jaar steeds minder bij, maar ‘Sticky Fingers’ was de eerste plaat waarop Brian Jones, oprichter en gedurende lange tijd de grote bezieler van de groep, helemaal niet meer te horen was. Reden: in de nacht van 2 op 3 juli 1969 dood aangetroffen in zijn zwembad. Zijn vervanger: de piepjonge, van John Mayall’s Bluesbreakers overgehevelde meestermuzikant Mick Taylor. Taylor, die werd voorgesteld tijdens het beroemde Hyde Park-concert, was eigenlijk veel te goed voor The Stones en verbaasde zich aanvankelijk over het feit dat een groep die zo succesvol was, tijdens repetities soms dagenlang kon sucken als de beesten. Maar als op dag drie of vier de verf dan ineens pakte, ontstond er iets wat alles en iedereen oversteeg. The devil’s music. Taylor, die van die saaie solo in ‘Can’t You Hear Me Knocking’, maakte met The Stones drie absolute klassiekers en stapte in december 1974 totaal uitgeput en gedesillusioneerd uit de groep. Hij werd vervangen door de flamboyante zotskap en fulltime speelvogel Ronnie Wood.


5. ‘Sister Morphine’: de rewrite van Marianne

De eerstesteenlegging van ‘Sticky Fingers’ gebeurde al in mei 1968, tijdens de opnames van ‘Beggars Banquet’. Vroege versies van ‘Sister Morphine’, een riff en een tekst van Jagger, werden echter niet goed genoeg bevonden voor release, en pas na een rewrite door Marianne Faithfull tijdens een cruise met Jagger, Richards en Richards muze Anita Pallenberg, van Lissabon naar Rio De Janeiro in december ’68, begon de song zijn definitieve vorm te krijgen. Jagger heeft het aandeel van Faithfull in ‘Sister Morphine’ altijd geminimaliseerd en toen de song uiteindelijk op ‘Sticky Fingers’ verscheen, had ze geen songwriter’s credit. Wat later op verzoek van Faithfull, die in februari ’69 een eigen versie met een ander Stones-arrangement uitbracht, werd rechtgezet. De van opgekropte goesting barstende slideguitar in de definitieve versie is van Ry Cooder, de piano van Jack Nitzsche. Voor de Spaanse markt gingen de openlijke verwijzingen naar drugs – Sister Morphine en haar neefje Cousin Cocaine – te ver en werd de song vervangen door een liveversie van ‘Let It Rock’, een cover van Chuck Berry.

'Komaan Mick, big balls please, van het kaliber dat bij de lul op de hoes past'


6. Muscle Shoals Recording Studio

Op 2 december 1969, twee dagen na het laatste concert van een herfsttour door Noord-Amerika en vier dagen voor het befaamde Altamont-festival, besluiten The Stones om zich, net als tijdens hun pelgrimstocht naar Chess Records in 1964, te laten inspireren door een legendarische opnamestudio. Ze brengen een bezoek aan Muscle Shoals in Alabama, waar klassiekers van onder meer Etta James, Aretha Franklin, Percy Sledge en Wilson Pickett werden opgenomen. Dat de groep dankzij de tour een goed geoliede machine is, is mooi meegenomen. In twee dagen tijd nemen ze er één cover op: ‘You Gotta Move’ van Mississippi Fred McDowell, en twee eigen songs: ‘Brown Sugar’ (door Jagger geschreven in Australië, in de middle of nowhere tijdens de opnames van de flutfilm ‘Ned Kelly’, die hierdoor toch nog enig bestaansrecht heeft) en ‘Wild Horses’. Alle drie de songs zullen op ‘Sticky Fingers’ belanden. De versie van ‘Brown Sugar’ met Eric Clapton op slide die u terugvindt op de nieuwe reissue, is afkomstig van het feestje voor de 27ste verjaardag van Keith Richards één jaar later, op 18 december 1970 in de Olympic Sound Studios in Londen.

De opnames van The Stones in Muscle Shoals werden gefilmd door regisseurs David en Albert Maysles en zijn te zien in de onthutsende documentaire ‘Gimme Shelter’.

The Stones waren overigens illegaal aan het werk in Muscle Shoals: in de Verenigde Staten moest men destijds kiezen tussen een visum om te touren óf een visum om op te nemen.


7. Altamont: adieu sweet sixties

De geest van Altamont hing als een donkere wolk boven het verdere verloop van de opnames van ‘Sticky Fingers’. Twee dagen na de opnames in Muscle Shoals speelden The Stones in de buurt van San Francisco een gratis concert waarover alles al is gezegd. Jefferson Airplane werd aangevallen op het podium, Grateful Dead durfde niet te spelen, en tijdens het concert van The Stones staken de hell’s angels, die instonden voor de security, twintig meter voor het podium de 18-jarige Meredith Hunter dood met een mes. Altamont staat officieus bekend als het einde van de sixties. Voor het volledige verslag en een geweldige filmervaring verwijzen we u graag naar het eerder vernoemde ‘Gimme Shelter’.

The Stones werden met een helikopter uit Altamont geëvacueerd, en zetten, eens ze weer thuis waren, hun kamp op in Stargroves, de majestueze villa van Mick Jagger in het zuidoosten van Engeland, waar ze met behulp van de Rolling Stones Mobile Studio (een tot mobiele studio omgebouwde truck die ook dienst zou doen voor onder meer ‘Exile on Main Street’ en ‘Machine Head’ van Deep Purple) de opnames van ‘Sticky Fingers’ verderzetten.


8. De hoes: rits of vingers?

Een ontwerp van Andy Warhol. Weetje tussendoor: de taart op de hoes van ‘Sticky Fingers’-voorganger ‘Let It Bleed’ werd gebakken door het toen nog volstrekt onbekende kookfenomeen Delia Smith. Maar ‘Sticky Fingers’ dus: een frontale close-up van een spannende jeans met daarin de duidelijke contouren van een groots geschapen manspersoon.

In Spanje durfden ze er weer niet aan en werd Warhol vervangen door een foto van – yep – een aangebroken blik vol bloederige vingers (foto rechts).

In de rest van de wereld werd ‘Sticky Fingers’ aanvankelijk uitgebracht met werkende rits (waarachter een witte onderbroek tevoorschijn kwam), wat meteen aanleiding was voor een eerste reeks heruitgaven: de rits zou namelijk het vinyl beschadigen en werd aanvankelijk verplaatst en daarna weggelaten. Later zouden er zelfs cd-versies verschijnen met werkende rits.

De lul op de hoes is overigens niet zoals lang werd aangenomen die van Mick Jagger, maar van Warhol-protégé Joe Dallesandro.


9. Smullen van Sticky Fingers

Sticky Fingers is ook de naam van een volstrekt overbodige reggae-/fusiongroep uit Sydney, Australië, van een al even overbodige film uit 1988 (voor volgend jaar is nog iets komedieachtigs voorzien met de titel ‘Sticky Fingers: The Movie!’) en één restaurant in Londen. Dat laatste is eigendom van voormalig Stones-bassist Bill Wyman, die er goeie muziek en verrekt lekkere hamburgers laat serveren.


10. Zip Code Tour: de knarren op pad

Bij aanvang van de Zip Code Tour, die de groep de komende maanden langsheen Noord-Amerikaanse en Canadese arena’s voert, liet Mick Jagger weten dat de groep overwoog om ‘Sticky Fingers’ integraal te spelen, maar dat hij ook zijn twijfels had: ‘Een geweldige plaat, maar er staan veel trage songs op en daarvan doen we er tijdens een concert normaal gezien maar één of twee. Vijf ballads in een stadion: misschien gaat dat de mensen vervelen.’ Twee concerten ver in die Zip Code Tour – die vermoedelijk zal worden doorgetrokken naar Zuid-Amerika en (wedden?) Europa – ziet het er gematigd goed uit. Tijdens een try-out op 20 mei jongstleden in het Fonda Theatre in Los Angeles speelde de groep in het midden van de set wel degelijk integraal ‘Sticky Fingers’, zij het in een andere volgorde, met ‘Sway’ als opener en ‘Brown Sugar’ als afsluiter, maar dus wel met bijvoorbeeld ‘Sister Morphine’ voor het eerst sinds ’98, en ‘You Gotta Move’ zelfs voor het eerst sinds 1976 op de setlist. Vier dagen later bij de officiële start van de tour in San Diego was de spoeling al veel dunner: ‘Bitch’, ‘Can’t You Hear Me Knocking’ en ‘Brown Sugar’, of course, en nog slechts één verrassing: ‘Moonlight Mile’. Komaan Mick, big balls please, van het kaliber dat bij de lul op de hoes past.


Beluister 'Sticky Fingers' integraal op Deezer:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234