null Beeld

The Voice van Vlaanderen

Dwarskijker bekijkt voor u het tv-seizoen, zo hoeft u dat niet meer te doen. Of misschien wél? Deze keer voor u besproken: 'The Voice van Vlaanderen' op vtm.

Rudy Vandendaele

Wat talentenjachten op de televisie betreft, ben ik inmiddels voldaan. Ik vrees zelfs dat ik al een tikje oververzadigd ben, en me op de rand van vomatie bevind. Vomatie: zo noemen wij, EHBO’ers, ‘braken’ of ‘overgeven’ als ons jaarlijkse mosselfestijn op zijn eind loopt.

De wellevendheid verbiedt me van dergelijke misselijkheid blijk te geven als ik voor de etalage van een elektriciteitswinkel in vreemd en veeleer onaangenaam gezelschap tv aan het kijken ben. Crisis. Maar laat ik daar maar liever over zwijgen. Nu ja, een grapje, of toch iets dat er ernstig op lijkt, kan er nog wel af.

Ons volkje lijkt stilaan uit niets dan zangers en zangeressen te bestaan, die elkaar inzake middelmatigheid naar de kroon steken. Probeer dezer dagen maar eens een goede freelance harnasmaker te vinden na zes uur ‘s avonds, of een brandkastkraker, of, als we het dan toch over muziek moeten hebben, een kunstfluiter die aan huis komt.

Maar lui die van zingen hun beroep willen maken zat, van beiderlei kunne dan nog wel, zelfs van een raadselachtige kunne daartussenin – de wetenschappelijke naam ontsnapt me even. Dag en nacht zijn ze beschikbaar, al die zangers en zangeressen.

Hoe de markten daarop zullen reageren, staat nog te bezien. Paul De Grauwe, op het eerste à tweede gezicht geen danstype, ziet het veiligheidshalve somber in.

Wat blijft er van de meeste talentenjachten over? Hooguit enig gezoem van eendagsvliegen die hun houdbaarheidsdatum al overschreden hebben, en doen alsof ze zich van geen kwaad bewust zijn.

Moge een vlakke hand hen deskundig uit hun lijden verlossen. Horen we ons Kevin en Kato nog te herinneren, de laureaten van ‘Idool 2011’, of is dat nooit de bedoeling geweest?

Het liefst ga ik er van uit dat waarachtig talent – met zulk talent is ook altijd verstand gemoeid - zich niet met talentenjachten inlaat, en arrogant genoeg is om maling aan jury’s van het type vier-klojo’s-op-een-satéprikker te hebben.

Enfin, die vrijdagavond liet ik toch maar de eerste aflevering van ‘De voice van Vlaanderen’ als een golden shower over me heen komen. Het geval wil dat dit programma me, in tegenstelling tot de meeste golden showers, niet tegenviel, ook al is het wellicht één talentenjacht te veel, vooral na de volslagen zeperd ‘Domino - de zoektocht’.

Maar goed, het was in tegenstelling tot ‘Domino - de zoektocht’ geen lammenadig programma, en wij, het zelfverklaarde puikje van het hooggeëerde publiek, werden dit keer ook niet lastiggevallen met ongewild komische beunhazen die niet beseffen dat ze onvoldoende of zelfs helemaal geen talent in huis hebben.

Alsof dat nog niet erg genoeg is, missen ze ook een entourage die hen liefdevol op het hart drukt dat ze sukkels zijn die zich een carrière in de amusementswereld maar beter uit het hoofd kunnen zetten, en dat freelance harnasmakers óók gelukkig kunnen zijn op aarde, als ze voldoende talent hebben.

De dubieuze humor van het gnuivend in beeld gebrachte, zich buiten de ons bekende toonsoorten afspelende débacles hebben we ondertussen wel gehad. Bovendien gaat zelfs leedvermaak vervelen, zelfs voor de makers van dit soort programma. En met het oppijpen van middelmatigheid horen we ook klaar te zijn.

Er was in ‘The Voice …’ een soort waardigheid in het spel, of hoe je die illusie van goede bedoelingen ook mag noemen. De lat leek in de eerste aflevering behoorlijk hoog te liggen – by the way: ‘The Voice’ is kennelijk onvertaalbaar.

Dit programma gaat er prat op dat het bovenal om de zangstem draait – eerst de zangstem, en de rest volgt wel, luidde het: de vier coaches, die het in een later stadium als ploegleider, image builder en halve impresario tegen elkaar zullen opnemen, kijken de live zingende kandidaten met hun rug aan.

Zodra ze toekomst, of handel, in een zangprestatie menen te horen, geven ze in verschillende gradaties van overtuiging een mep op een drukknop, alsof ze een eendagsvlieg doodslaan. Vanaf dat moment kunnen ze zich op hun draaistoel naar de kandidaat toekeren, waardoor ze hem of haar ook zién.

Dat is soms schrikken of – als je nu ook weer niet zó ongemanierd bent - net doen alsof je niet schrikt. Het uiterlijk dat eerst niet van belang was is dat dus vrijwel meteen weer wel.

Daarna moeten ze die kandidaat ervan overtuigen dat zij de aangewezen coach voor hem (m/v) zijn. Die competitieve interactie tussen Alex Callier, Jasper Steverlinck, Koen Wauters en Natalia.draagt bij tot de dynamiek van het geheel. Hoe lang is het niet geleden dat ik het nog eens handenwringend van interessantigheid over competitieve interactie heb gehad?

En in één moeite door ook over Natalia: ze had een concert van The Baseballs gezien, een Duitse, door Angela Merkel geproducete verpoedeling van rockabilly. Daar was de missing link tussen de Kempen en Las Vegas erg van onder de indruk: ‘geil’ vatte ze de muzikaliteit van dat loze trio samen, en het scheelde niet veel of ze had met de tong geklakt of krols miauwend naar de camera geklauwd.

Het gezegde dat er over smaak niet valt te redetwisten, heb ik altijd al flauwekul gevonden. Nu ook weer. Met Las Vegas bedoel ik zowel een felverlichte poel des verderfs in Nevada als een wegens wegenwerken moeilijk bereikbare feestzaal in de periferie van Oevel. Ik ben meer gelaagd dan mijn tegenstanders denken.

Het is me bekend dat het kijkerspubliek van dit soort programma behoefte heeft aan iemand op wie het, met een versnaperingetje erbij, ongebreideld zijn misnoegen kan projecteren: ik geloof dat Alex Callier, die naar verluidt pas na lang aandringen in de Wase Rock and Roll Hall of Fame is opgenomen, van alle coaches het meest in aanmerking komt voor deze rol.

Ja, die Callier is niet op z’n mondje gevallen. Toen hij een zingende hondentrimster te zien kreeg, een potige vrouw, vroeg hij: ‘En hoe is uw naam, jongeheer euh … -dame?’ Waarna hij schielijk naar andere lachers spiedde. Le-vens-ge-vaar-lijk wat hij zich permitteerde, want hondentrimsters zijn bij machte zelfs Deense doggen in een houdgreep te nemen en die vervolgens in een handomdraai te couperen. Zo gepiept.

Wat zou Callier in de showbizz nog voorstellen zonder staart en met ingekorte oren? Wie zal het zeggen? Hijzelf, vrees ik.

Er was één zanger die er meteen uitsprong: Glenn Claes, een bescheiden jongen die in zijn gewone doen wel eens voor straatmuzikant speelt in Hasselt. Aan de hand van ‘I Shot the Sheriff’ toonde hij haast achteloos aan dat hij wel weet hoe een cover hoort te klinken.

Hij was al na anderhalve maat gegeerd bij alle coaches, maar koos uiteindelijk voor Jasper Steverlinck, die hem meteen afgestudeerd en klaar voor het grote werk verklaarde, en vervolgens nasuizelde van bewondering.

Glenn Claes had toen kunnen zeggen: ‘Wel, als het zo zit, bedankt en tschüss!’ Of hoe zeg je ‘da-aag’ in het Limburgs? Maar zo ging het niet. Daarvoor was hij niet naar ‘The Voice van Vlaanderen’ gekomen.

Daarvoor had hij niet samen met zijn vader de nacht doorgebracht in een caravan op een parkeerterrein tegenover de opnamestudio, om de volgende dag files te vermijden, en dus zeker zijn afspraak met een eventuele toekomst niet te missen. Zo’n jongen was het dus. En zo’n vader was zijn vader.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234