null Beeld

The Waterboys - Modern Blues

The Waterboys zijn al lang niet meer de groep die ze ooit geweest zijn, en dat bedoelen wij niet slecht. Bij de oprichting in 1983 nog een zestal, twee jaar later bij de opnames van hun eerste klassieker ‘This Is the Sea’ al uitgedund tot drie kernleden.

Karl Wallinger vertrok net voor ‘Fisherman’s Blues’ (klassieker nummer twee) om met World Party solo te gaan varen, en eind 1991 stond Mike Scott nog als enige aan het roer van een voor het overige verlaten schip. Het zou tot het jaar 2000 duren voor hij dat schip weer The Waterboys zou noemen. Maar: niet erg, want Scott, onlangs nog te gast op de Radio 1 Sessie van Novastar, ís The Waterboys, en zijn adressenboekje en vriendenkring zijn dusdanig imposant (meer dan zeventig muzikanten zijn tot op heden Waterboy geweest) dat hij er geblinddoekt vijf mensen kan uitpikken en daarmee geheid een geweldige groep kan samenstellen. Wat hij voor ‘Modern Blues’ ook weer gedaan heeft, zij het, afgaande op de geografische concentratie, dit keer wellicht zonder blinddoek.

‘Modern Blues’ werd opgenomen in Nashville, met de locale sessie-grootmacht Paul Brown (Al Green, Rufus Thomas, Darlene Love, Ann Peebles, Isaac Hayes… ) aan het hammondorgel, en de zowaar nog imposantere David Hood op de bas. Hood was de bassist van The Swampers, de legendarische huisband van de Muscle Shoals-studio die meespeelde op platen van onder meer Aretha Franklin, Wilson Pickett, Etta James, Paul Simon en The Staple Singers. Hood heeft in Alabama zijn eigen standbeeld. Nuff said.

De enige oude Waterboy met dienst is violist Steve Wickham, maar viool als dusdanig (lees: zonder productionele vervorming) valt er op ‘Modern Blues’ nauwelijks te horen. Wie niet tuk is op de occasionele pure folk die Scott en The Waterboys weleens uit de mouw schudden, mag namelijk opgelucht ademhalen: ‘Modern Blues’ is geen folk. Blues trouwens ook niet. Rock wel. Góéie rock, met songs die op het eerste gehoor zo rechttoe rechtaan klinken dat je alles al eens eerder denkt gehoord te hebben, niet het minst bij The Waterboys zélf. Bijna elke song heeft anthemkwaliteiten en grijpt terug naar the big music uit de begindagen, met dát verschil dat er onder de meezinglaag aan de oppervlakte in tegenstelling tot vroeger geen punk meer rommelt, maar smeuïg vakmanschap heerst.

Ook op tekstueel vlak is het weer smullen, want Mike Scott blijft één van de beste toondichters van zijn generatie. De titels alleen al verdienen één of andere award: ‘Nearest Thing to Hip’, ‘The Girl Who Slept for Scotland’, en, die van de beste song: ‘I Can See Elvis’. Zoals Scott ’m zingt, zien wij ’m ook: ‘I can see Elvis / Skinny like he was / Back in ’57 / Sideburns flickering in the breeze / Astride a golden Harley / Smoking a reefer he just rolled / full of Acapulco Gold’. Nooit gerookt, Acapulco Gold. Maar: topstuff! Net als dit plaatje.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234