Thrillerschrijver John le Carré herdenkt Philip Seymour Hoffman

Philip Seymour Hoffman: de briljante Hoffman, die in de ‘A Most Wanted Man’ van Anton Corbijn zijn allerlaatste glansprestatie weggeeft, overleed in februari 2014 aan een overdosis. John le Carré, schrijver van ‘A Most Wanted Man’, leerde de acteur kennen op de set en schreef een ontroerend in memoriam: ‘Hij brandde op waar je bij stond.’

Ik denk dat ik al bij al niet meer dan vijf, hooguit zes uren alleen met Philip Seymour Hoffman heb doorgebracht. De andere keren dat ik hem zag, stond ik op de set van ‘A Most Wanted Man’ tussen een hoop andere mensen naar hem te kijken op een monitor, waarna we hem vertelden hoe geweldig hij was – al hield ik mijn gedachten ook vaak voor mezelf. Maar meestal bleef ik ver weg van de opnamen: ik hield het bij een handvol setbezoekjes, en bij een kleine gastrol waarvoor ik een vunzige baard moest laten groeien. De opname van die gastrol nam een volledige dag in beslag en leverde uiteindelijk één groezelig shot op van iemand die ik godzijdank niet herkende. In de filmwereld, zo heb ik ondervonden, is er waarschijnlijk niemand overbodiger dan een schrijver die rondhangt op de set van zijn eigen verfilming. Alec Guinness bewees me indertijd zelfs een geweldige dienst door me weg te sturen van de set van de BBC-adaptatie van ‘Tinker Tailor Soldier Spy’. Ik stond daar nochtans alleen maar om hem te bewieroken, maar Alec zei dat mijn blik te intens was.

'Zijn rol in 'Capote' is vermoedelijk de beste vertolking die ik ooit op een wit doek heb gezien'

Nu ik eraan denk: tijdens de shoot van ‘A Most Wanted Man’, in Hamburg in de winter van 2012, deed Philip op een middag precies hetzelfde met een vriendin van me. Samen met enkele andere mensen, en net zoals iedereen rillend van de kou, stond die vriendin op zo’n dertig meter afstand gewoon naar hem te kijken. Maar er was iets aan haar dat hem irriteerde, en hij liet haar wegsturen. Het voelde allemaal een beetje raar, een beetje paranormaal zelfs, maar Philip zat er dus wel pal op: ook die vrouw was een schrijfster, en ook zij straalde een zekere intensiteit uit. Philip evenwel had geen flauw idee dat ze schrijfster was – hij had het alleen maar geroken.

Achteraf gezien ben ik daar niet over verbaasd. Zodra je hem ontmoette, kwam je onder de indruk van zijn brandheldere intuïtie. En van zijn intelligentie. Heel veel acteurs zijn erg goed in het doen alsof ze verstandig zijn, maar Philip was the real thing: een schitterende, artistieke veelweter met een verstand dat op je afdenderde als een stel koplampen en je inpakte vanaf het moment dat hij je de hand schudde. Of zijn gigantische arm rond je nek drapeerde en zijn wang tegen de jouwe wreef. Of, wanneer hij op dreef was, je helemaal omhelsde en je als een grote, mollige schooljongen in zijn armen hield, waarna hij je losliet en je met glanzende ogen aankeek terwijl hij peilde welk effect hij op je had.

Philip stond de hele tijd alles en iedereen in zich op te nemen, rusteloos. Die rusteloosheid kostte hem geweldig veel energie, en heeft waarschijnlijk tot zijn ondergang geleid. De wereld was te fel voor hem om ernaar te kunnen kijken; hij diende zijn ogen ervoor dicht te knijpen, om niet te worden verblind. Net zoals Chatterton reisde hij zeven keer rond de maan, en elke keer als hij vertrok, wist je niet zeker of hij wel zou terugkeren. Over de Duitse dichter Hölderlin werd, als ik me niet vergis, ongeveer hetzelfde gezegd: telkens hij de kamer verliet, was je bang dat je hem nooit meer zou terugzien. Dit klinkt misschien als gemakkelijke praat achteraf, maar dat is het niet. Philip brandde zichzelf op terwijl je erbij stond. Geen enkele mens is in staat om met zo’n snelheid te leven en tegelijk op koers te blijven – en af en toe, in alarmerende uitbarstingen van vertrouwelijkheid, gaf hij je te kennen dat hij wilde dat je dat wist.

Geen enkele acteur – niet Richard Burton, niet Burt Lancaster en zelfs niet Alec Guinness – heeft zo’n impact op me gehad als Philip toen ik hem voor het eerst ontmoette. Hij begroette me op zo’n manier dat het leek alsof het zijn levensdroom was geweest om mij te ontmoeten, maar ik vermoed dat hij iederéén op die manier begroette. Voor mij was het wel degelijk een droom om hem eens te ontmoeten. Zijn rol in ‘Capote’ is vermoedelijk de beste vertolking die ik ooit op een wit doek heb gezien. Maar dat durfde ik hem niet te vertellen, want met acteurs is het altijd hetzelfde: wanneer je hen vertelt hoe briljant ze negen jaar geleden waren, willen ze absoluut van je weten wat er sindsdien aan hun vertolkingen schort. Ik heb hem wél verteld dat hij volgens mij de enige Amerikaanse acteur was die mijn personage George Smiley zou kunnen spelen, een rol die alle eer werd aangedaan door Guinness in de BBC-serie ‘Tinker Tailor Soldier Spy’, en meer recent door Gary Oldman in de bioscoopverfilming. Net als Guinness was Philip heel slecht in vrijscènes, maar gelukkig hoefden we daar tijdens de opnamen van ‘A Most Wanted Man’ geen rekening mee te houden. Als Philip voor de camera een meisje in zijn armen diende te nemen, voelde je misschien geen plaatsvervangende schaamte, zoals bij Guinness, maar ergens voelde je wel dat hij het eerder voor de toeschouwer deed dan voor zichzelf. De makers van ‘A Most Wanted Man’ hebben heel lang overwogen of ze Philip in de film een seksscène zouden geven, en het is interessant om weten dat, toen ze eindelijk afkwamen met een idee, zowel Philip als zijn mogelijke bedpartner heel hard wegrenden. Pas toen ze de mooie wisselwerking zagen tussen Philip en de fantastische actrice Nina Hoss, die in ‘A Most Wanted Man’ zijn assistente en toeverlaat vertolkt, begon het de makers te dagen dat ze zaten te kijken naar een prachtig voorbeeld van een gedoemde liefdesrelatie. De scènes met Philip en Nina werden snel uitgebreid – en op een bepaald moment breekt hij haar hart. Philip vond dat prima. In het leven van Günther Bachmann, de ouder wordende Duitse inlichtingsofficier met wie het steil bergafwaarts gaat, is geen plaats voor eeuwige liefde, of voor welke vorm van liefde dan ook. Philip had al op de allereerste dag van de productie de beslissing genomen om van Bachmann een liefdeloze eenzaat te maken, en sindsdien droeg hij altijd een beduimeld exemplaar van mijn roman met zich mee – als schrijver kun je toch niet méér wensen dan dat? – ten einde het boek in het gezicht te kunnen duwen van iedereen die het verhaal ook maar een klein beetje wilde opseksen. ‘A Most Wanted Man’, waarin ook Rachel McAdams en Willem Dafoe zitten, speelt binnenkort – dat hoop ik tenminste – in een bioscoop in uw buurt, dus begin nu alvast uw centjes te sparen. De film werd bijna helemaal opgenomen in Hamburg en Berlijn, en in de bijrollen kunt u enkele voortreffelijke Duitse acteurs aan het werk zien: en dan heb ik het niet alleen over de sublieme Nina Hoss (‘Barbara’) maar ook over Daniel Brühl (‘Rush’).

In de roman is Bachmann een geheim agent die in het hoekje zit waar de klappen vallen – iets wat Philip goed herkende. Zijn superieuren hebben Bachmann weggehaald uit Beiroet en terug naar Duitsland gestuurd nadat zijn zorgvuldig opgebouwde netwerk van spionnen is vernietigd door de lompheid – of erger – van de CIA. Bachmann wordt gedetacheerd naar Hamburg, de stad waar de samenzweerders van 9/11 zich indertijd schuilhielden – iets waar de lokale inlichtingendiensten, en heel veel inwoners, zich vandaag nog steeds diep over schamen.

Bachmann is vastbesloten om de rekening te vereffenen: niet door middel van allerhande arrestaties, waterboarding, en illegale liquidaties, maar door het gebruik van meer fijnzinnige technieken: infiltratie door spionnen, ondersteuning van agenten, de doorgedreven ontmanteling – van binnenuit – van fundamentalistische groeperingen. Tijdens een gezellig etentje met de filmmakers en de belangrijkste acteurs, babbelden Philip en ik – als ik het me tenminste goed herinner – niet zozeer over Bachmann, maar meer over algemene dingen, zoals de dagelijkse beslommeringen van geheime agenten en de manier waarop die agenten met hun informanten omgaan.

‘Vergeet afpersing,’ zo orakelde ik, ‘vergeet afdreiging, slaapberoving, opsluiting in kisten en schijnexecuties, vergeet dat soort drukmiddelen. De beste informanten, spionnen, tipgevers en verklikkers, of hoe je ze ook wil noemen, hebben vooral toegevendheid, begrip en liefdevolle zorg nodig.’ Ik maak mezelf graag wijs dat Philip aan mijn lippen hing, maar het is waarschijnlijker dat hij me stilletjes zat te observeren en zich zat af te vragen of hij in zijn rol één van die sentimentele gelaatsuitdrukkingen zou kunnen gebruiken die ik altijd opzet wanneer ik indruk probeer te maken.

Het is verdomd lastig om iets objectiefs te schrijven over Philips vertolking als die wanhopige oudere spion die als een bezetene tekeergaat, of over de manier waarop hij de zelfdestructieve kantjes van zijn personage eigen heeft gemaakt. Natuurlijk werd Philip geregisseerd. En die regisseur, Anton Corbijn, een culturele veelweter die in dezelfde klasse als Philip speelt, is een wonderbaarlijke duizendpoot: wereldberoemd fotograaf, pilaar van de popmuziek, onderwerp van een documentaire (‘Anton Corbijn Inside Out’, red.). Zijn eerste film, ‘Control’, opgenomen in zwart-wit, is iconisch. Hij draait momenteel een film over James Dean. Anton is een bezige bij, en toch heb ik de indruk dat zijn talenten – en ik heb hem aan het werk gezien – drijven op een soort ingetogenheid; Anton zal, denk ik, de laatste zijn om zichzelf te omschrijven als een dramaturg, als iemand wiens taak het is om het innerlijke leven van een filmpersonage naar de oppervlakte te brengen. Philip moest dat zélf doen, en die taak moet loodzwaar zijn geweest, met vragen als: ‘Op welk punt verliest Bachmann de remmen? Waarom blijft hij hiermee doorgaan, ook al beseft hij diep vanbinnen dat dit alleen maar kan eindigen in een tragedie?’ Maar zoals de mot wordt aangetrokken door de vlam, zo wordt Bachmann aangetrokken door tragiek. Net als Philip.

Tijdens de opnamen was er een probleem met de accenten. Op de set liepen fantastische Duitse acteurs rond die Engels moesten praten met een Duits accent. En ook Philip diende – en het was niet de meest wijze beslissing ooit – met een Duits accent te spreken. De eerste minuten dat ik hem bezig hoorde, dacht ik: ‘Jeminee, geen enkele Duitser spreekt dat soort Engels.’ Wanneer hij zijn dialogen opdreunde, tuitte hij voortdurend de lippen; hij leek zijn lijntjes eerder te kussen dan ze uit te spreken. Maar gaandeweg begon hij te doen wat alleen de allergrootsten kunnen: hij maakte van zijn stem een authentieke stem, een unieke stem, de stem die eruitspringt, de enige stem tussen honderd andere stemmen die je vertrouwt. En telkens wanneer die stem de set verliet, telkens wanneer die briljante man de set verliet, wachtte je vol ongeduld en vol groeiende onrust op zijn terugkeer.

We gaan nog lang op een nieuwe Philip moeten wachten.

© David Cornwell 2014.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234