null Beeld

Tien jaar na orkaan Katrina: de nasleep door de ogen van de overlevenden

Onderweg in Mississippi en Louisiana zag ik de doortocht van orkaan Katrina door de ogen van de overlevenden. Enkele heb ik tien jaar later weer opgespoord, en de nasleep is nog ellendig hard voelbaar.

Jan Hertoghs

'Waarom had ik niet geëvacueerd? Door mijn stomme schuld had ik mijn gezin bijna vermoord!'

Op 29 augustus 2005 kwam Katrina aan land in Alabama, Mississippi en Louisiana. Het stormfront was 600 km breed. De windsnelheden liepen op tot boven de 200 km per uur. De zee stortte zich als een muur op de huizen, soms tot 12 meter hoog. Er bleven ‘minstens 1.833 doden’ achter en voor 108 miljard dollar schade. Dat is de afgewogen balans van later. In 2005 betrad je een rampgebied waar men naar ‘duizenden doden en tienduizenden vermisten’ op zoek was. Tegelijk waren er 900.000 geëvacueerden die nog niet naar huis konden terugkeren. Dat was niet kort na de ramp, dat was tien dagen na de orkaan.

Toen ik met fotograaf Jerome De Perlinghi in Pascagoula (Mississippi) arriveerde, was dat geen stadje van 26.000 inwoners, maar een sluikstort met straten. De zee was in en uit de huizen gespoeld en hele en halve interieurs stonden te drogen op de stoep en in de voortuinen. In Gulfport lagen winkelgevels omver, en was de spoorlijn uit zijn bedding gesleurd en kromgetrokken door het ziedende water. Vrachtwagens lagen verspreid in de haven alsof het weggetrapte conservenblikken waren. Vijf dagen lang zouden we ons verbazen over dat soort anomalieën: kaalgestripte bomen met stofzuigers erin, hun slangen wiegelend in de wind; blote boomtakken met een web van kerstlampjessnoeren en in zo’n kerstboom dan een slapende reiger. Bizarre stillevens, een vorm van desastreuze kunst waar alleen de natuur toe in staat is.


Huis ramt huis

Ik sprak met overlevenden. Riley Moore wist aan het stijgende water te ontkomen door een gat te kappen in zijn dak. Met zijn vrouw, kat, honden, konijnen en vijfendertig kippen had hij het uitgehouden op de luwe kant van het dak (‘slechts vijftien kippen waaiden in zee’). Het huis zelf zwalpte weg, maar bleef haperen tegen een oude cederboom. Riley: ‘Het verwondert me nog altijd dat ik leef. Dat huis met zijn planken en nagels, dat had mijn doodskist kunnen zijn.’

'Een zijgevel van ons huis viel weg en mijn bed schoot de zee in'

Ook Biloxi lag in het wrede oog van de storm. Deborah Lee Emery zag in dat razende zeewater ‘het huis van de overburen aan komen drijven. Met elke golf werd het tegen onze gevel geramd. Ons huis kraakte aan alle kanten! Eerst kwamen er spleten in het behang en toen kwam er daglicht door die spleten naar binnen! Daarna viel een zijgevel weg en schoot mijn bed de zee in. Met m’n zoon Kevin ben ik dan naar de zolder gekropen, maar ineens schudde het huis en dobberde het wég! Weg van zijn grondvesten! Geen tien minuten later schoot het dak weg, vielen de muren om en dreven wij met de zoldervloer op het zeewater. Die storm jánkte! Als van duizend motoren in een veel te kleine versnelling! Grote wrakhoutplanken werden door de wind uit de golven getild en weggeslingerd. Krijg dat tegen je kop en je bent dood!’

undefined

null Beeld

Hun zoldervloer drijft langs een huis en daar slagen ze erin om in de dakgoot over te stappen. Ze raken op de nok waar ze achter een schoorsteen kunnen schuilen voor de gierende wind: ‘We lagen met één arm rond die schoorsteen geslagen en wijdbeens over de nok. Twee en een half uur hebben we die kramp uitgehouden. In vreselijke kou. En in onze pyama, op blote voeten.’ Toen kwam een buurman hen met een ladder bevrijden.

Als ik na lang zoeken het telefoonnummer van haar man Brian Abraham vind, begint hij aarzelend: ‘Helaas leeft Deborah niet meer. In 2011 is ze omgekomen tijdens een vakantie met vrienden in Mexico. Ik was er niet bij. Ze hadden scooters gehuurd, en in een bocht heeft ze de controle over het stuur verloren. Het laatste wat ze van haar zagen, was dat ze de hele groep inhaalde, en met een langgerekte juichkreet de bocht inging. Zo is ze gecrasht en binnen de minuut gestorven. Ik zie het als een indirect gevolg van Katrina. Na die levensbedreigende ervaring wilde ze hevig genieten van elke dag. Ze besefte dat elke dag haar laatste kon zijn.’ Het verlies is erg, zegt hij, ‘it ruined my life’.

In hun wijk in Biloxi zijn de meeste huizen en restaurants nieuwbouw, ‘de schade was te groot om herop te bouwen.’ Ook hun huis is grotendeels nieuw. Daaraan werd pas begonnen na anderhalf jaar, ‘eerder kon je geen aannemer of bouwvakker te pakken krijgen’.

'Deborah Lee Emery overleefde Katrina, maar kwam later om bij een motorongeluk, veroorzaakt door een overdosis herwonnen levensvreugde.'

In 2005 had het Leger Des Heils in Biloxi crisisopvang georganiseerd. Kevin Anderson was de psycholoog van het team en van de honderd overlevenden die hij sprak, waren er ‘achtennegentig die een levensbedreigende situatie hadden meegemaakt; sommigen omdat het water hen letterlijk tot aan de lippen kwam. Eén man was met zijn vrouw en drie kinderen op het dak gekropen, mét een opblaasboot. Hij had zijn gezin in die rubberboot gezet, en het boottouw had hij rond zijn middel en rond de schoorsteen geslagen. Zo hadden ze zes uur lang doodsangsten uitgestaan, want bij elke golf was dat bootje bijna gekanteld. Die man werd gekweld door vreselijke schuldgevoelens. Dat gezin had het overleefd, maar tien dagen later zat hij nog steeds met zijn hoofd in zijn handen: ‘Waarom heb ik niet geëvacueerd? Door mijn stomme schuld heb ik mijn gezin bijna vermoord!’’


Parkeerkampen

Dat was ook één van de redenen van de zware tol aan doden en gewonden. Veel inwoners van de Golfkust hadden niet willen evacueren, zelfs niet toen de politie met dwangbevelen door de straten patrouilleerde. Sommigen omdat ze té eigengereid waren, velen omdat ze eerdere orkanen ook al hadden ‘doorstaan’. In arme agglomeraties had je tienduizenden mensen die geen eigen vervoer hadden (in New Orleans hadden 112.000 volwassenen geen auto), en zelfs heel wat mensen met een auto hadden te weinig geld voor benzine om uit te wijken naar verder gelegen ‘evacuatiesteden’. Er waren bovendien amper bussen ingelegd door de staat, en de snelwegen zaten overvol met ‘vluchtelingenverkeer’, waardoor tienduizenden dan maar beslisten om thuis te blijven.

Voor al die daklozen kwam de hulp maar langzaam op gang. De veiligheid op straat nam de regering snel in handen, maar de voedselbedeling, de daklozenopvang en de minder acute medische verzorging werden aan de kerken en de liefdadigheidsorganisaties overgelaten.

Er was veel kritiek op FEMA, het federale agentschap voor de coördinatie van noodhulp. Dat was administratief te log en had amper een goed antwoord op de chaos. Gevolg: twee weken na de ramp zag je nog heelder families onder partytenten en flapperende bouwwerfzeilen kamperen. Op kale parkings van fastfoodrestaurants, daar waar pamperdonaties uit heel de VS arriveerden, en daar waar ze gratis eten kregen en de toiletten mochten gebruiken.

John Gooding stond in Bay St. Louis (Mississippi) bekend als the ice man: hij bracht grote zakken ijs rond bij gezinnen en bejaarden die zonder stroom en dus zonder koelkast zaten. Ik bel hem op. How are you now? Een vraag die niet eenvoudig te beantwoorden is.

undefined

null Beeld

‘De ramp was eind augustus en tot november zaten Mary en ik zonder elektriciteit, en tot december zonder telefoon.’ Zijn huis in Bay St. Louis heeft hij kunnen heropbouwen, maar wel pas twee jaar later: ‘Eerder had ik niet de moed en het geld om eraan te beginnen. Ik heb het helemaal zelf gedaan. Na drie jaar was het klaar, met rozen en een gazon, maar toen was er dat BP-olielek van Deepwater Horizon. Mijn longen zijn aangetast door het product dat ze gebruikten om de olie op te ruimen. I can’t live there. Katrina heb ik overleefd, maar BP maakt me kapot.’


Aarzelende comeback

New Orleans zagen we ook. Een ville morte, met uitgestorven straten en checkpoints waar de National Guard je met moeite liet passeren. New Orleans lag niet eens in het oog van de storm, maar toch overstroomde vier vijfde van de stad als gevolg van doorgebroken dijken. We spreken met captain Brian Clark van het Louisiana Department of Wildlife and Fisheries. De boswachters en jachtopzieners waren de éérsten die in actie schoten: alleen al in New Orleans hebben ze tienduizend mensen uit hun huizen gered. Clarks boten waren geschikt voor het ondiepe water van de bayou, maar ineens moest hij ‘in stormachtig water van 5 meter diep tussen lantaarnpalen en verkeerslichten laveren’.

Clark moest de Ninth Ward evacueren, het lagergelegen deel van die wijk was de armste en zwaarst getroffen plek van New Orleans: ‘Je wist niet waar eerst naartoe. Op rusthuizen stonden tientallen bewoners, op een high school zaten er vijfhonderd op de daken. Het was een pandemonium. Je had gaslekken, je had huizen die stonden te branden te midden van 4 meter hoog water! Die panden fikten als een oven want het gas bleef dat vuur maar voeden!’

'In onze wijk is slechts 30 procent van de oorspronkelijke bewoners terug, en 70 procent van hen leeft in armoede'

Uiteindelijk werden in New Orleans 700 doden geteld. Vier vijfde van de stad was ondergelopen en 134.000 huizen waren beschadigd. De binnenstad met het toeristische French Quarter was snel hersteld. De Lower Ninth Ward is nog maar fragmentair heropgebouwd. Aanvankelijk waren er zelfs plannen om de wijk te ‘rooien’ en er een groenzone van te maken. Nu leven bewoners naast ruïnes waar 10 meter hoge bomen uit de veranda’s komen geschoten. Ook is de wijk een dumping ground geworden voor ongewenste huisdieren, bouwafval en autobanden. Slechts 30 procent van de oorspronkelijke bewoners is terug, en 70 procent van hen leeft in armoede. Andere wijken die ook zwaar getroffen waren, zijn opnieuw welvarend. ‘Maar daar was de bevolking voor 80 procent blank, en in the Lower Ninth was ze voor 98 procent zwart en kansarm.’

New Orleans wordt nu beter beschermd door een systeem van nieuwe dijken, pompen, stormstuwen en gecontroleerde overstromingsgebieden. Voor de ramp telde de stad 485.000 inwoners, elf maanden na Katrina nog amper 230.000. Maar er is een nieuwe dynamiek: in 2014 stond het inwoneraantal van The Big Easy alweer op 384.000. Elk jaar bezoeken 9 miljoen toeristen de stad, bijna evenveel als in de jaren voor 2005. Ramptoerisme is inbegrepen: elke dag rijden tientallen touringcars door de Lower Ninth Ward.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234