null Beeld JILDIZ KAPTEIN
Beeld JILDIZ KAPTEIN

‘Onkrijgbaarheid’Tim Krabbé

Tim Krabbé: ‘Vrouwen hebben minder kracht dan mannen, dat is toch geen schande?’

Het is van 2009 geleden dat Tim Krabbé (79) een roman heeft uitgebracht – toen publiceerde hij het Boekenweekgeschenk ‘Een tafel vol vlinders’. Maar het geduld van de fijnproever is beloond, want nu is er ‘Onkrijgbaarheid’. De schrijver van ‘Het gouden ei’ en ‘De renner’ ontgoochelt andermaal niet: zowat elke zin is het onderstrepen waard. ‘Ik wil nooit iets diepzinnigs zeggen, ik wil dat de oppervlakte mooi is. Er met opzet van alles in stoppen, dat is altijd slecht.’

Evelien Roels

Toeval bestaat niet. Op weg naar Tim Krabbé draait het treinverkeer tussen Rotterdam en Amsterdam, waar hij woont, in de soep. Ik moet overstappen op de trein naar Utrecht en passeer onderweg Gouda. Dat is ook het traject dat de twee hoofdpersonages in ‘Onkrijgbaarheid’ volgen. Maar zij stappen uit in Gouda, na een beslissing die hun verdere leven zal bepalen. De schrijver glimlacht als ik het hem vertel.

TIM KRABBÉ «Toeval bestaat wel, hoor. Alles is toeval. Ik schrijf daarover in mijn roman ‘Marte Jacobs’. Zelfs dat je er bent, is toeval. Dat je ouders elkaar leerden kennen, dat net dat zaadje bij het eitje kwam. Eén seconde later, en er was een heel ander iemand uit gekomen.»

HUMO Toeval lijkt een terugkerend thema in uw werk.

KRABBÉ «Die opmerking krijg ik wel vaker, wat best gek is, want ik heb me nooit voorgenomen: ik ga over het toeval schrijven. Ook nu niet, al begrijp ik dat lezers na die ontmoeting op de trein denken: dat is wel héél toevallig. Of na het eerste hoofdstuk, waarin Mal en Lorette tegelijkertijd een jackpot winnen in het casino en daardoor aan de praat raken. Ze zijn het erover eens dat het een toeval zonder betekenis is. De mens is geneigd om betekenis te zien, maar meestal is die er gewoon niet.»

HUMO ‘Onkrijgbaarheid’ is aangekondigd als een meeslepend liefdesverhaal.

KRABBÉ «Dat het meeslepend is, dat hoop ik. En een liefdesverhaal is het zeker: Giel en Lorette zijn elkaars grote liefde, ze komen almaar bij elkaar en verliezen elkaar telkens weer. Geen van beiden besluit om definitief te blijven. Gedeeltelijk uit lafheid: de neergang van de liefde willen ze niet meemaken.

»Bijna al mijn boeken zijn liefdesverhalen, als ik er zo over nadenk: ‘Marte Jacobs’, ‘Kathy’s dochter’, zelfs ‘Het gouden ei’... En het loopt altijd slecht af, ja. Noem mij eens een verhaal uit de grote wereldliteratuur waarin een liefde gelukkig afloopt? Ik geloof niet dat dat bestaat. Over mislukkingen kun je tenminste schrijven. Als alles misgaat op een reis, dan heb je een verhaal, niet als alles prima is verlopen. Geluk is geen goed onderwerp.»

HUMO En onkrijgbaarheid?

KRABBÉ (lacht) «Ik vond dat een intrigerend woord, het heeft iets mysterieus. Het bestaat niet, maar je kunt voor alles ‘on-’ zetten en achter alles ‘-heid’. Ik heb er een gevoel mee willen uitdrukken. Misschien geldt dat voor mannen op een andere manier dan voor vrouwen, maar ik voel me aangetrokken door mysteries. Iets wat je wilt doorgronden, maar waar je nooit helemaal in kunt doordringen. Dat is onkrijgbaarheid.

»Ik heb overwogen een fragment uit de novelle ‘Het dwaallicht’ van Willem Elsschot als motto te nemen, omdat het dat gevoel zo mooi uitdrukt: ‘Zij is als een beeld dat men in ’t water ziet. Als men het grijpen wil is er niets. Of zoals de lichten in het moeras. Men kan ze nalopen, doch men achterhaalt ze niet.’ Ik heb het niet gedaan omdat ik niet schatplichtig ben aan Elsschot, hoe groot hij ook is.

»Ik wilde een verhaal vertellen over twee mensen die elkaar heel lang niet hebben gezien en elkaar plots weer ontmoeten, en tussen wie het klikt. Het heeft met mijn persoonlijke leven te maken, maar dat doet er niet zo vreselijk toe.»

HUMO Wellicht niet toevallig is de hoofdpersoon, Giel, een schrijver. Een journalist vraagt hem wat hij met zijn nieuwe boek heeft willen zeggen, en hij antwoordt: ‘Iets belangrijks, maar ik zou niet weten wat.’

KRABBÉ «Dat is mijn credo. Ik wil nooit iets diepzinnigs zeggen, ik wil dat de oppervlakte mooi is. Giel zegt ook: ‘Alleen betekenissen die de schrijver niet heeft gezien, zijn het waard om door de lezer gezien te worden.’ Het heeft pas waarde als het per ongeluk is gegaan. Ik voel een koud rillinkje als ik het eerste hoofdstuk herlees en merk hoeveel verwijzingen naar het einde daarin zitten. Dat had ik tijdens het schrijven niet door, en zo hoort het. Er met opzet van alles in stoppen, dat is altijd slecht. De hoofdpersoon in ‘De avonden’, Frits van Egters, streeft naar het echte. Als Gerard Reve per ongeluk die naam heeft bedacht, dan is het echt mooi.

»In ‘Onkrijgbaarheid’ schrijft Giel een boek over een zekere Bik. Iemand wijst hem erop dat die naam erg op ‘ik’ lijkt, en pas dan begrijpt hij dat hij over zichzelf heeft geschreven. Dat is mooi.»

HUMO Is dat u ook al overkomen? Dat iemand u ergens op wijst en u het dan pas doorhebt?

KRABBÉ «Jazeker. Ik heb ooit een schoollezing over ‘Het gouden ei’ gegeven. In dat verhaal speelt het cijfer acht een grote rol, ook als symbool van de liefde en de oneindigheid. Een meisje vroeg: ‘Als Rex en Saskia elkaar uiteindelijk ontmoeten in die twee gouden eieren en dus verenigd worden in de vernietiging, dan vormen die twee eieren samen een acht. Was dat uw bedoeling?’ Ik vond dat prachtig. Ik heb haar geantwoord: ‘Vanaf dit moment heb ik het altijd zo bedoeld.’ Ik vond het knap van dat meisje, en tegelijk een compliment voor mezelf, dat ik het er onbewust in had gestopt.

»De dingen die ik per ongeluk goed heb gedaan, daar ben ik het meest tevreden over. Ik noem dat het onbewust organiserende principe. Zo gooi ik er van alles uit wat er niet in thuishoort, of wat ik er misschien in heb gezet omdat het grappig leek. Je moet daarop vertrouwen. Ik heb een ontzettende hekel aan kunst met een bedoeling, en zeker aan literatuur met een bedoeling. Ik hou van schrijvers die de bedoelingen aan het toeval overlaten.»

HUMO U houdt van goedschrijvers, niet van mooischrijvers, zei u eens.

KRABBÉ «Precies. Ik geef graag de oude Russen als voorbeeld. Dat zijn allemaal goedschrijvers. Tolstoj en Dostojevski pronken niet, die schrijven een verhaal. Dat is geen aanstellerij, geen mooischrijverij, en toch zit er diepte en gevoel in. Die stijl is altijd efficiënt. Vroeger was ik ook een enorme bewonderaar van Vladimir Nabokov, maar ik ben hem steeds meer een mooischrijver gaan vinden. Hij pronkt te veel.»

MAAKDRIFT

HUMO Als ze Giel vragen waarom hij schrijft, antwoordt hij: ‘Om de wereld te redden van de onvolmaaktheid waaraan zij zou lijden als mijn boeken er niet waren.’

KRABBÉ «Dat heb ik ooit zelf gezegd. Altijd weer krijg ik de vraag: ‘Waarom schrijft u?’ Wat moet ik dan antwoorden? Omdat het me leuk lijkt? Dus zei ik maar: ‘Om de wereld te redden van de onvolmaaktheid.’

»Als ik schrijf, overvalt me een soort maakdrift. De drang om iets moois te maken en het ook af te krijgen. Ik heb ooit computerprogrammaatjes gemaakt, heel simpel, in de beginnerstaal Basic. Ik kon ze niet verkopen, ik kon ze zelfs nauwelijks aan iemand laten zien, maar ik had iets gemaakt. Bij een boek is het precies zo. Ik moet zelf het gevoel hebben dat het is geworden wat het had kunnen worden. Dan weet ik waarom ik schrijf.»

HUMO Maakt het geen verschil of het wordt gepubliceerd, dan wel in de lade belandt?

KRABBÉ «Hm... Schrijven is ook publiceren. Hoe het precies zit, heb ik nog niet kunnen verklaren voor mezelf, maar als ik zeker wist dat mijn boek niet uitgegeven zou worden, dan zou ik het ook niet schrijven. Ik zou misschien wel andere dingen schrijven, gedichten of zo. Of ik zou schaakproblemen componeren. Die moeten aan bepaalde wetten voldoen, ze moeten kloppen. Dat geeft weer die voldoening van het maken.»

HUMO Libriswinnaar Yves Petry zei onlangs in Humo: ‘Eerzucht, verlangen naar erkenning, is wellicht de belangrijkste drijfveer van elke kunstenaar. Daarzonder zou het isolement dat met schrijven gepaard gaat, gewoon niet vol te houden zijn.’

KRABBÉ «Daar zit iets in, maar niet veel, en zeker niet voor mij, nu ik ouder ben. Erkenning is niet het belangrijkste. Als ‘Onkrijgbaarheid’ slecht verkoopt, zou ik dat niet fijn vinden, maar het zou mijn voldoening over het boek niet aantasten.

»Dat is bij alle kunst zo. Ik logeerde eens bij de Nederlandse schilder Klaas Gubbels. Op een gegeven moment kwam hij handenwrijvend de kamer in, hij was duidelijk erg opgezet. ‘Ik heb gezien dat mijn schilderij af is,’ zei hij. Dat hij dat had gezien, maakte hem blij.

»Schrijvers die miljoenen boeken verkocht hebben, zoals Stephen King of J.K. Rowling, blijven schrijven. Dat doen ze al lang niet meer voor het geld of voor hun lezers, ze vinden het gewoon heerlijk om iets te maken. Ik denk zelf ook niet aan het publiek als ik aan het schrijven ben, maar ik moet toegeven dat het succes van enkele boeken wel een invloed heeft. ‘Het gouden ei’ en ‘De renner’ zijn om en bij de veertig jaar oud en worden nog altijd herdrukt. Dat maakt ze voor mij bijzonder. Ik heb boeken geschreven die ik net zo goed vind, maar die slecht verkocht hebben. Die zijn me dan toch iets minder lief. Dus helemaal onbelangrijk is die erkenning niet.»

HUMO Kan een negatieve recensie u raken?

KRABBÉ «Wel als het boek op een onaardige of oneerlijke manier wordt aangevallen. Anders kan ik ertegen. Het is al gebeurd dat ik een slechte recensie las en dacht: daar zit iets in. Andersom kan ook. Dan lees ik een heel lovende bespreking en denk ik: die recensent heeft er niets van gesnapt.»

'Je kunt gerust bevriend raken met een moordenaar. Die is niet wezenlijk anders dan wij.' Beeld JILDIZ KAPTEIN
'Je kunt gerust bevriend raken met een moordenaar. Die is niet wezenlijk anders dan wij.'Beeld JILDIZ KAPTEIN

MODDERGOOIEN

HUMO De reacties op uw vorige boek ‘Vrienden’ waren niet unaniem positief. Het gaat over uw contact met Ferdi Elsas. Hij heeft in 1987 Gerrit Jan Heijn ontvoerd en vermoord, die samen met zijn broer Albert Heijn de warenhuisgroep Ahold leidde.

KRABBÉ «Daar is veel modder tegenaan gegooid op een onjuiste manier, door mensen die het schandelijk vonden dat ik überhaupt met die man had willen praten. ‘Wie zich met zo iemand inlaat, dat is zelf ook een geval voor het gekkenhuis!’ ‘Die schrijver is ziek!’

»Die moordzaak leefde heel erg in Nederland. Ik raakte erdoor gefascineerd en ik zocht contact met die man en zijn vrouw. Tot mijn verbazing reageerden ze. In een tijdspanne van dertig jaar ben ik geregeld bij hen op bezoek geweest, en al die tijd heb ik aantekeningen bijgehouden. Voor mezelf, want Ferdi wilde geen boek. Ik vond dat jammer. Ik zag dat dossier en dacht: als ik dood ben, gaat dat met de vuilnisman mee, en daar is het veel te interessant voor.

»Toen ging Ferdi dood en had hij niets meer te vertellen. Zo is het boek er toch gekomen. Ik vond het enige waarde hebben: het is niet alleen het verhaal van die moord, maar vooral de kroniek van een gezin in ongewone omstandigheden. Maar sommige mensen dachten er anders over.»

HUMO Velen struikelden over de titel. Ze vonden het niet kunnen dat u vriendschap sloot met een moordenaar.

KRABBÉ «Ik wist dat de titel riskant was, maar die slaat niet op hem, wel op zijn vrouw. Het ging me ook om de vraag: kun je überhaupt bevriend raken met zo iemand? Ik ontdekte dat het in principe kan. Een moordenaar is niet wezenlijk anders dan wij, maar kleine toevalligheden kunnen ertoe leiden dat iemand zoiets krankzinnigs doet. Maar hij en ik zijn niet zozeer vrienden geworden, eerder kennissen.

»Het boek heeft niet goed verkocht, wat ik natuurlijk jammer vond, maar het was vooral het geweld, de modder van die reacties, die me bedroefde.»

HUMO Bent u daarom na al die tijd weer fictie gaan schrijven?

KRABBÉ «Nee, dit verhaal wilde ik echt vertellen. Maar fictie is wel veiliger: ik ben nergens aan gebonden, ik kan schrijven wat ik wil. Al is dat ook niet onbeperkt, je moet altijd rekening houden met de werkelijkheid.

»In ‘Onkrijgbaarheid’ heb ik fouten gemaakt bij de wandeling van Giel en Lorette in New York. Ze is gebaseerd op een wandeling die ik niet zo lang geleden zelf in New York met mijn vriendin heb gemaakt, alleen speelt die scène zich af in 1979, en toen zag het er heel anders uit. Dankzij een vriend in New York en met behulp van oude foto’s heb ik ze juist kunnen beschrijven. Ik had hen ook laten landen in Newark, maar dat bleek pas in de jaren 80 een internationale vlieghaven te zijn geworden. Dus heb ik er JFK van gemaakt. Zulke dingen moeten kloppen.

»De dierentuin in het boek, ergens tussen Bonn en Keulen, heb ik wel verzonnen, op basis van herinneringen aan een andere dierentuin. Dat kan vast niet voor sommige critici, maar voor mij wel.»

DICHTER BIJ DE DOOD

HUMO Volgend jaar wordt u 80. Voelt u zich ook zo?

KRABBÉ «Nee. Maar wat is dat, 80?»

HUMO Volgens Giel een getal op de schaal van één tot dood.

KRABBÉ «Ik gedraag me niet als een 80-jarige. Ik doe aan sport, ik ga haast elke dag fietsen. Met een groep van veel jongere mensen, en ik kan in hun wiel blijven. Ik heb een vriendin, ik maak plezier, ik schrijf veel. Maar als je 80 wordt, komt af en toe die gedachte op in je hoofd, dat leeftijd een getal is tussen één en de dood. Hoe meer dat getal opschuift, hoe dichter je bij de dood komt. En 80 is al een heel eind in de verkeerde richting, dat valt niet te ontkennen.

»Ik ben niet bang voor de dood, maar de tijd gaat me wel te snel. Het is griezelig hoe kort geleden mijn 70ste verjaardag lijkt. Ik herinner me die dag alsof het gisteren was. Ik zat in een café wat verderop met enkele fietsvrienden.»

HUMO Jeroen Brouwers, die andere grote Nederlandse schrijver, zei in een interview naar aanleiding van zijn 80ste verjaardag: ‘Ouder worden is vreselijk voor een schrijver.’ Hij kreeg nog maximaal tien, vijftien regels per dag op papier.

KRABBÉ «Dat is bij mij anders, maar ik denk dat Jeroen Brouwers in minder goede gezondheid was. Ik ben in goeie conditie. Als ik aan het schrijven ben, zit ik om negen uur aan de computer, en als ik moe word, ga ik een eindje fietsen.

»Brouwers is 82 jaar geworden. Ik hoop langer te kunnen leven. Ik wil graag de tweeling van mijn zoon zien opgroeien. De meisjes zijn nu 6, dus als ik hen 20 wil zien worden, moet ik de 93 halen. Dat is niet onmogelijk.»

HUMO Uw kleindochters wonen met uw zoon Esra en zijn echtgenote in Japan.

KRABBÉ «Afstand is niet meer wat die was vóór de komst van het internet. Mijn zoon stuurt voortdurend foto’s, en we teksten en bellen veel via LINE, iets als WhatsApp. Gisteren nog, toen ik bij mijn ex was (actrice Liz Snoijink, de moeder van Esra, red). Dat verzacht veel. We gaan ook vaak bij elkaar op bezoek. Maar in de coronatijd hebben we de tweeling tweeënhalf jaar niet kunnen zien, dat vond ik het moeilijkste aan die periode. We zagen ze het laatst toen ze 2 jaar waren, en pas opnieuw toen ze net 5 jaar waren. We hebben een cruciale periode gemist.

»Japan is de grote liefde van mijn zoon, maar ik zie hem nog wel naar Nederland terugkeren. Hij zoekt daar een nieuw huis, want hij woont nu te klein, en hij kijkt intussen met een half oog naar de vastgoedmarkt in Nederland. Japanners zijn extreem hygiënisch geworden sinds corona. Hij stuurt afschuwelijke foto’s van kindjes in een klas, elk apart in een hokje met plastic eromheen en met een mondkapje aan, zelfs de allerkleinsten. Tijdens het speelkwartier mogen ze geen contact met elkaar hebben, zelfs niet met elkaar praten. En het gekke is: die mondkapjes zijn daar niet meer verplicht. De premier van Japan heeft al een paar keer op tv gezegd dat het niet meer hoeft, maar de mensen blijven ze opzetten. Er is een gigantische sociale controle. Onlangs heeft een voorbijganger een klein kind op straat geslagen omdat het geen mondkapje droeg. Zo wil je je kinderen toch niet zien opgroeien?»

ZIELIGE MAN

HUMO We hadden het al over schrijven en wielrennen, maar u hebt nog een liefde: schaken. U behoorde een tijdlang tot de beste twintig schakers van Nederland.

KRABBÉ «Ik heb daar vooral veel te veel tijd aan besteed.»

HUMO In ‘Sportzomer’ op NPO Radio 1 zei u dat u te veel tijd hebt verspild aan schaken en gokken.

KRABBÉ «Ik heb nooit echt gegokt, maar ik was wel enigszins verslaafd aan gelijk willen krijgen in het casino. Blackjack kun je in principe winnen, dat wilde ik dan ook. Maar zoveel tijd heb ik daar niet aan besteed. Aan schaken wel, nog altijd. En online is het helemaal gevaarlijk: nu kan ik op ieder moment van de dag een partij spelen, ik hoef er met niemand voor af te spreken of me te verplaatsen.

»Schaken is prachtig, er zit heel veel schoonheid in. En het is vaak erg spannend. Maar uiteindelijk is het erg abstract, eigenlijk is het niets. Ik had mijn tijd veel beter gespendeerd aan schrijven. Ik heb in die 55 jaar veel te weinig gepubliceerd. Een paar romans, en ook veel over schaken en wielrennen. Maar het had meer moeten zijn.

»Ik heb mezelf nu verboden te schaken tot 1 januari. Dat lukt me best. Ik kan zoiets volhouden omdat ik me anders zo’n ontzettende sukkel zou voelen, en dat wil ik niet.»

'‘Het gouden ei’ is ooit afgekraakt omdat er een vrouw in voorkomt die stofzuigen leuk vindt. Dat waait wel weer over. Woke is al een scheldwoord aan het worden.' Beeld JILDIZ KAPTEIN
'‘Het gouden ei’ is ooit afgekraakt omdat er een vrouw in voorkomt die stofzuigen leuk vindt. Dat waait wel weer over. Woke is al een scheldwoord aan het worden.'Beeld JILDIZ KAPTEIN

HUMO U doet het graag, het geeft u voldoening en u doet er niemand kwaad mee. Waarom bent u dan zo streng voor uzelf?

KRABBÉ «Niet alles moet van nut zijn in het leven, dat is waar. Maar als je optelt hoeveel tijd ik erin heb gestoken… Ik herinner me een dag waarop ik van acht uur ’s ochtends tot twee uur ’s nachts op de computer zat te spelen. Dat is gewoon zielig. Ik speel ook steeds minder goed, en daar erger ik me dan aan. Ik ben het eigenlijk niet waard om dat mooie spel nog te spelen, denk ik dan.»

HUMO Sinds de Netflix-serie ‘The Queen’s Gambit’ is schaken weer hip.

KRABBÉ «Ik heb er stukjes van gezien, ik vond die reeks niet goed. Dat verhaal gaat eigenlijk over de Amerikaanse schaaklegende Bobby Fischer, maar ze hebben er om commerciële redenen een meisje van gemaakt. Dat ergert me, want het klopt niet: in het schaken hebben nooit vrouwen tot de wereldtop behoord. Ook over het schaken zat er nogal wat onzin in, maar vooral dat meisje stoorde me. Waarom mocht het geen jongen zijn? Dat is toch net interessant: hoe komt het dat vrouwen minder goed kunnen schaken dan mannen?»

HUMO Is daar een antwoord op?

KRABBÉ «Vrouwen zijn gewoon anders dan mannen. Of dat beter of slechter is, is iets anders. Maar de verschillen zijn er. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals de drie Hongaarse zusjes Polgár, die heel goede schaaksters waren. De beste, Judit, heeft zelfs even op de achtste plaats op de wereldranglijst gestaan. Maar wereldkampioen? Daar is nog nooit een vrouw in geslaagd, laat staan in de buurt gekomen. Dat dat zomaar gebeurt in die serie, vind ik niet kunnen.»

HUMO Ik vermoed dat de woke-generatie het niet met u eens is.

KRABBÉ «Dat vrouwen voor hetzelfde werk minder betaald krijgen dan mannen, is volstrekt krankzinnig. Maar er zijn nu eenmaal verschillen. Vrouwen zijn anders gebouwd en hebben minder fysieke kracht. Dat is toch geen schande? Ook daar zijn er trouwens uitzonderingen: in onze fietsgroep zitten een aantal vrouwen die beter zijn dan ik. (Fijntjes) En jonger.»

ZWARTE PIET

HUMO Ergeren die gevoeligheden in de maatschappij u?

KRABBÉ «Ja. ‘Het gouden ei’ is ooit afgekraakt in een literair tijdschrift omdat er een vrouw in voorkomt die stofzuigen leuk vindt. Nu, het waait wel weer over. Het is al aan het veranderen, woke is een scheldwoord aan het worden.»

HUMO Houdt u er rekening mee bij het schrijven?

KRABBÉ «Ik zal toch niet makkelijk meer het woord ‘neger’ gebruiken. Vroeger wel, in ‘Vrienden’ staat het nog. De uitgeverij waarschuwde me dat er problemen van konden komen, maar ik heb het laten staan. Dat zou ik niet meer doen, want nu lijkt het alsof ik het expres heb gedaan: ‘Kijk eens wat ik durf te schrijven!’

»Ik vind het lastig, al die gevoeligheden. Ik las laatst een stukje van taalkundige Liesbeth Koenen, die hele leuke bijdragen over taal heeft geschreven. We zeggen niet meer Turken, we zeggen Turkse mensen. En we zeggen niet meer Joden, maar Joodse mensen. Maar waarom zeggen we dan niet Amerikaanse mensen, of Duitse mensen? Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik heb vandaag met jou gepraat. Heb ik dan een gesprek gehad met een Belg? Of moet ik zeggen: met een Belgische mens?»

HUMO In ‘Onkrijgbaarheid’ hebt u het ook over Zwarte Piet. Nog gevoeliger.

KRABBÉ «Ik had het boek vooraf aan een aantal mensen laten lezen, en iemand waarschuwde me: ‘Die Zwarte Piet, weet je wel zeker dat dat nog kan?’ Maar die bewuste scène speelt zich af in 1968, toen had je dat gedoe nog niet. Het ís ook gewoon een leuk kinderfeest.

»Ik pleit voor het principe van de bemoedigende belediging. Ik heb me een tijdlang nogal ongelukkig gevoeld. Ik was toen met een vriend op stap en hij had een praatje van mij op de radio gehoord: ‘Man, wat was dat slecht!’ Ik dacht: verdomd, hij vindt mij helemaal niet zielig, want anders had hij dat nooit durven te zeggen. Ik was in één klap opgekikkerd. Met het woord ‘neger’ is het net hetzelfde. Je kunt het als een belediging ervaren, of je kunt het bemoedigend vinden, omdat de andere aanneemt dat je er wel tegen kunt.»

HUMO Tot slot: wat brengt de toekomst?

KRABBÉ «Ik werk aan een nieuwe roman. Ik ben materiaal aan het verzamelen. Om te schrijven heb ik momenteel weinig tijd, maar het begin is er.»

Tim Krabbé, ‘Onkrijgbaarheid’, Prometheus.

null Beeld rv
Beeld rv

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234