null Beeld

Tiny Bertels speelt moeiteloos en met overtuiging de hoer in 'Chaussée d'Amour'

Zin om nog eens van uw stoel geblazen te worden? Kijk dan naar ‘Chaussée d’Amour’ en zie hoe Tiny Bertels (44) zich op weergaloze wijze tot een straffe hoerenmadam ontpopt. Ze speelt de rol alsof ze in haar leven nooit iets anders gedaan heeft.

'Ik weet nog altijd niet waarom we hier zijn. En ik weet zelfs niet of ik het ooit zál weten'

HUMO De rol van Sylvia in ‘Chaussée d’Amour’ is speciaal voor jou geschreven.

Tiny Bertels «Ja, Nathalie Basteyns (de medebedenkster, red.) wilde absoluut dat ik die rol zou spelen.»

HUMO Sylvia ondergaat noodgedwongen een metamorfose, van keurige vrouw van de gynaecoloog naar hoerenmadam. Je speelt die bordeelhoudster verrassend goed. Ik zeg ‘verrassend’ omdat ik je al vaker de keurige mevrouw heb zien spelen – in ‘Beau Séjour’, in ‘Voor wat hoort wat’ en in ‘Groenten uit Balen’. Dat is de rol waar ze je kennelijk vaak voor casten.

Bertels «Ik weet goed hoe je in het burgerlijke bestaan met mensen moet omgaan, want ik ben in zo’n heel gewone omgeving opgegroeid, met welbepaalde omgangsvormen en manieren. Ik vind het ook fijn om een rol te spelen waarin ik die gedragscode moet hanteren. Het is grappig hoe mensen soms op een overdreven correcte manier met elkaar omspringen, tegen elkaar spreken zoals het hoort. De cartoonist Peter van Straaten gebruikte dat mechanisme ook in zijn grappen: hij laat mensen de meest grove dingen zeggen, maar dan wel op een heel welvoeglijke manier. En de Nederlandse regisseur Alex van Warmerdam – met wie ik al heb samengewerkt – is er een meester in. Hij verwerkt die door-en-door Hollandse burgerlijkheid in al zijn teksten, maar doet dat op zo’n extreme manier dat het vreselijk geestig wordt.»

HUMO Kende je het leven langs de steenwegen een beetje?

Bertels «Totaal niet. Ik heb ter voorbereiding een nacht meegedraaid in een bar met meisjes. Daarna was de wereld niet meer dezelfde. De geheimen die zich achter die muren afspelen! Dat kende ik allemaal niet.

»Ik heb een vrouw leren kennen die daar al acht jaar werkte zonder dat haar man dat wist. Ze had hem verteld dat ze in een café werkte. In haar relatie liep het niet echt goed. Daardoor kon ik het een beetje plaatsen, maar toch. Het is toch waanzinnig dat je zoiets verborgen houdt voor je man?»

HUMO Hoe heeft die ervaring je kijk op de wereld veranderd?

Bertels «Toen ik de volgende dag op straat liep, dacht ik bij elke vrouw die ik tegenkwam opeens: ‘Heb jij ’s nachts misschien ook nog een ander leven?’ Ik had er nooit bij stilgestaan dat zoiets kon en keek plots helemaal anders naar de mensen.

»Het is ook hard werken in die bordelen, hè. De meisjes moeten de hele nacht opblijven terwijl er soms urenlang niemand is. Ze liggen daar dan onder een knuffeldekentje in slaap te vallen en te wachten tot er een man binnenkomt. En dan is het: knuffeldeken weg, hakken aan, rug recht en hop!»

HUMO Je bent ook een zangeres. Je zong ooit Astor Piazzolla’s ‘Rinascerò’ en dat moet heel spectaculair geweest zijn. Recensenten schreven: ‘Toen Tiny Bertels ‘Rinascerò’ zong, ging iedereen door het dak.’ Alweer dacht ik: ‘Die Tiny is toch wilder dan ik dacht.’

Bertels «Wat voor indruk maak ik dan op jou? Vind je me wat terughoudend? Dat kan wel. Als ik mensen nog niet ken, zal ik de situatie eerst wat aftasten.

»Maar ik ben gek op tangomuziek sinds ik aan Studio Herman Teirlinck studeerde. En zingen doe ik al mijn hele leven. Eerst in het kerkkoor bij de onderpastoor; daarna bij het jeugdkoor. Ik vind zingen heerlijk – zo bevrijdend ook. Als ik spanningen ervaar, dan zing ik. Vaak zit ik hier zomaar twee uur aan de piano, en als ik op dreef ben, zing ik wel drie uur aan één stuk door. Daarna kan ik alles aan.»

HUMO Waren je ouders blij toen je zei dat je naar Studio Herman Teirlinck wilde?

Bertels «Nee (lacht). Weet je wat mijn moeder zei? ‘Ik heb nog liever dat je loodgieter wordt dan dat je naar die school gaat.’ Maar het moest. Er was geen andere weg voor mij. En nu is mijn moeder natuurlijk ongelofelijk trots.»

HUMO Je hebt eerst in Leuven economie gestudeerd.

Bertels «Dat lag in de lijn van mijn klassieke opvoeding. Mijn vader werkt bij de bank en mijn moeder, die haar hele leven huisvrouw is geweest, wilde absoluut dat wij de kansen grepen die zij nooit had gehad – iets wat haar tot op de dag van vandaag zwaar valt. Mijn moeder heeft veel in haar mars, maar heeft zich niet voldoende kunnen ontplooien, wat heel frustrerend is, natuurlijk. Dus, ja, ik dacht in eerste instantie: ‘Ik ga een bedrijf oprichten, en ik ga internationaal.’»

HUMO ‘Ik ga internationaal’?!

Bertels «Ja, ik zag het groot (lacht). Wist ik veel. Mijn kinderen wonen in de stad en weten veel meer van de wereld dan ik toen. Ik ben in Oostmalle opgegroeid en ging naar een meisjesschool. Pas in Leuven gingen mijn ogen open. Al snel besefte ik dat studeren niks voor mij was. Ik ben er na twee jaar mee gestopt en ben in een hotel gaan werken – om in Leuven bij mijn vrienden te kunnen blijven, met wie ik zotte jaren beleefd had. Ik wist totaal niet wat ik wilde, maar was vastberaden om dat te ontdekken.»

HUMO Je zus was je al voorgegaan op Studio Herman Teirlinck. Hoe kwam zij erbij?

Bertels «Zo vreemd is dat toch niet? Zij heeft altijd geweten dat ze daarheen wilde. Net zoals Tom (Dewispelaere, al twintig jaar haar levensgezel, red.) ook al van jongs af aan wist dat hij naar de Studio wilde.»

HUMO Ja, maar hij speelde vroeger in het jeugdtheater en zijn vader deed aan amateurtoneel.

Bertels «Oké, maar mijn moeder schilderde en ze heeft haar vier kinderen naar de muziekschool gestuurd. Iedereen bespeelde een instrument: allemaal piano, mijn zussen ook nog dwarsfluit en blokfluit, mijn broer viool. En mijn vader zingt ook nog altijd in een koor.

»Dat mijn ouders even moesten slikken toen wij voor het theater kozen, is logisch. In die sector is je toekomst niet zeker. Terwijl je vroeger gegarandeerd een goeie baan vond als je aan de universiteit had gestudeerd. Vervolgens bleef je die job vaak doen tot aan je pensioen. Maar zo is het allang niet meer. In geen enkele job ben je nog zeker van je toekomst. Iedereen is nu genoodzaakt min of meer te leven zoals wij dat al twintig jaar doen: zonder zekerheid, hoppend van het ene werk naar het andere. Eigenlijk staan wij nu sterker, want wij zijn getraind in die manier van leven. Ik ben er ook echt trots op dat het me tot nu toe altijd is gelukt. Nu, als ik iets écht wil, ga ik er ook wel voor. Dan wil ik vechten.»

HUMO Net zoals Sylvia dat doet in ‘Chaussée d’Amour’.

Bertels «Ja. Die wilde vechter heb ik, denk ik, ook in me.»

undefined

null Beeld

undefined

'Door 'Chaussée d'Amour' denk ik nu van elke vrouw die ik tegenkom: heb jij misschien nog een ander leven 's nachts?'


Onbeschreven blad

HUMO Waarom wilde je eigenlijk naar de Studio?

Bertels «Het enige wat ik, terwijl ik in dat hotel rondliep, op een bepaald moment heel zeker wist, was: ik wil zingen. Er moest ook echt iets gebeuren toen. Ik wist dat ik wat in mijn mars had en zag iedereen in zijn derde jaar zitten terwijl ik ontbijtjes opdiende. Ik begon me een beetje een loser te voelen, en van dat gevoel moest en zou ik af. Ik heb ontslag genomen in het hotel vóór ik wist dat ik op de Studio terechtkon.

»Dat ik die loserrol per se achter me wilde laten, heeft me geholpen om op Herman Teirlinck binnen te raken, denk ik. Want eigenlijk kende ik niets van spelen. Ik denk dat ik uitsluitend om mijn zangtalent ben aangenomen. Ik had totaal geen acteerervaring en wist niet wat spelen was. Voor het toelatingsexamen had ik wel naar mijn zus gebeld voor raad, maar die had alleen maar gezegd: ‘Je moet gewoon vertellen.’ Dus ik was erheen gegaan met een zelfgeschreven tekst die ik gewoon ben beginnen voor te lezen. Maar toen Peter Gorissen zei: ‘Nu gaan we improviseren’, moest ik aan mijn buurvrouw vragen: ‘Wat is dat improviseren?’ Ik had geen idee! Maar ergens heeft het geholpen dat ik zo’n onbeschreven blad was. Ik was als een spons en nam alles aan.»

HUMO Doe je het graag, spelen? Je man zei me ooit in een interview: ‘Als ik Tiny iets toewens, is het stressbestendigheid.’ En je vertelde dat je eens bent afgevoerd met hartkloppingen, tien voorstellingen voor het einde van een tournee. ‘De stress,’ zei je, ‘maakte me kapot.’

Bertels «Dat was omdat ik toen in een stuk meespeelde waarin ik niet vrij kon zijn, niet kon spelen zoals ik wilde. Als je speelt, leg je jezelf bloot en als je dan niet goed omringd bent en op je meest kwetsbare moment wordt aangevallen, ga je kapot. Dat is wat er toen gebeurde. Ik gaf me over aan mijn rol en mijn medespelers deden niets anders dan zeggen dat wat ik deed niet goed was. Gewoon omdat zij een andere visie hadden, omdat zij al twintig jaar in iets vastgeroest zaten en niet openstonden voor een andere manier van spelen. Ze konden het niet verdragen dat ik enthousiast was en nieuwe ideeën aanbracht. Of misschien konden ze er niet tegen dat ik jong was. Daar moet je mee leren omgaan.

»Ik denk dat ik nu veel stressbestendiger ben dan toen. Trouwens, er is onlangs onderzoek gedaan naar wat het meest stresserende beroep is en bovenaan op de lijst staat acteur/zanger/performer – kortom: optreden op een podium voor een zaal.»

HUMO Je bent beginnen te spelen bij Jan Fabre. Een eigenzinnige keuze na Studio Herman Teirlinck, want in dat milieu werd hij niet bepaald op handen gedragen.

Bertels «Nee, maar dat maakte mij juist nieuwsgierig. Ik wilde goed worden en om goed te worden moet je leren, en ervoor zorgen dat je niet altijd hetzelfde geluid hoort. Wat Fabre maakte, was anders. Ik kijk ook op naar mensen die lef hebben, die ergens voor staan. Ik heb net weer met hem gewerkt, in ‘Nachtschrijver’. Hij was 17 toen hij al in New York zat: ik vind het straf dat iemand zijn gevoel zo durft te volgen. Dat bewonder ik in mensen. Ik heb dat moeten leren, op mijn intuïtie vertrouwen.»

undefined

null Beeld

HUMO Heeft acteren je daarbij geholpen?

Bertels «Acteren en zingen is voor mij wel een manier om grip op het leven te krijgen. Het is een parallelle wereld waar ik mijn woede, verdriet en angst in kwijt kan. Ik ben nog steeds op zoek naar hoe je het leven precies moet leiden. Ik weet nog altijd niet waarom we hier zijn, wat je moet doen om het verschil te maken. En ik weet zelfs niet of ik het ooit zal weten.»

HUMO Geloof je?

Bertels «Als kind heb ik echt geloofd. Zeker toen ik de eerste keer het verhaal hoorde van Jezus die stierf aan het kruis, terwijl hij zoveel goeds had gedaan. Ik werd daar verdrietig van. Van de verhalen in mijn kinderbijbel heb ik ook genoten.

»Maar wat is geloven? Geloof je in God? Of in het Goede? Ik sta wel heel positief in het leven. Als dingen fout lopen, zal er volgens mij altijd wel een tegenbeweging komen van mensen die opstaan en zeggen: ‘Dit kan niet.’ Maar ik kan goed begrijpen dat iemand die niet zoveel geluk en kansen heeft gehad als ik, veel moeilijker in het goede kan geloven.»

HUMO Zoals de meisjes op de steenweg.

Bertels «Ja, die zijn vaak op hun 13de al ergens ingetuimeld omdat er niemand voor hen zorgde. Dan is het veel moeilijker te geloven dat het leven de moeite waard is, dat jij de moeite waard bent. Dat is iets wat je als kind moet meekrijgen.»

undefined

null Beeld

undefined

'Ik ben geen clubjesmens. Ik voel niet de behoefte om bij mensen te horen om daarna alles goed te moeten vinden wat die zeggen en doen'


Tijgerpakje

HUMO De nacht dat jij achter de toog stond in één van de gelegenheden langs de steenweg, was er ook een man in jou geïnteresseerd.

Bertels «Ja (lacht). Niet dat ik mezelf daar aanbood, hè. Maar de madam is me inderdaad komen zeggen dat er een klant was die naar mijn diensten vroeg.»

HUMO Vond je dat een compliment?

Bertels «Natuurlijk! Het is toch altijd een compliment als iemand je aantrekkelijk vindt?»

HUMO Wat had je aan?

Bertels «Gewoon een jeansbroek en een simpel truitje. Toen ik me aankleedde, heb ik bewust gedacht: ik ga mezelf niet voordoen als iemand die ik niet ben.»

HUMO Tom Dewispelaere vertelde me over jullie eerste ontmoeting op de Studio: ‘Ik zag haar staan aan haar locker, in een tijgerpakje, en dacht: ‘Die moet ik toch eens beter leren kennen.’’

Bertels «Dat was helemaal geen tijgerpakje! Ja, in zijn fantasie misschien – de liefde is raar, hè. Maar mij zul je nóóit in een tijgerpak zien rondlopen. Dat is niet wie ik ben. Ik droeg toen gewoon een catsuit – zo’n pak uit één stuk, met graffiti erop.»

HUMO Hoe regeerde jij op zijn avances?

Bertels «Ik heb gezegd: ‘Wat is het? Ga je mee?’ En zo is het begonnen. Heel simpel.»

HUMO Heb je, denk je, veel te danken aan je uiterlijk?

Bertels «Dat zal misschien wel. Mannen kunnen vaak niet naar vrouwen kijken zonder rekening te houden met hun uiterlijk. Dat stoort me vreselijk. Ik weet dat vrouwen daar heel onzeker van worden– ook vrouwen die helemaal niet onzeker hoeven te zijn. Voor mij is het evident dat het bij een casting over iets anders gaat dan over een cupmaat C.

»Weet je, wat mannen van mijn uiterlijk vinden, interesseert mij totaal niet meer. Als ze denken dat ik niet mooi genoeg ben, moeten ze maar iemand anders nemen.»

HUMO Je geniet er bijna van dat te zeggen.

Bertels «Ja (lacht). Soms heb ik het gevoel dat er, nu ik ouder ben, een tweede leven begint. Dat wat hiervoor kwam een soort van studie was, waardoor ik nu beter weet: ‘Hier heb ik geen zin meer in.’»

HUMO Die houding leverde je in ieder geval al een paar prachtige rollen op. Na dat stuk bij Fabre had een recensent het over ‘de lang onderschatte Tiny Bertels’.

Bertels «Ik voel me helemaal niet onderschat.»

HUMO Je hebt toch een andere start genomen dan Tom, bijvoorbeeld. Die met studiegenoten meteen Olympique Dramatique oprichtte en aan de lopende band werd bejubeld.

Bertels «Ik ben niet direct bij een gezelschap gaan spelen. Dan moet je natuurlijk wel meer je eigen weg zoeken.»

HUMO Dacht je, als je Tom bezig zag, nooit: ‘Aaaaaah! Dat wil ik ook’?

Bertels «Natuurlijk wilde ik ook mooie, spannende voorstellingen maken, maar je kunt de dingen niet forceren. Het is een kwestie van mensen ontmoeten en voelen: ‘Klikt het? Kunnen we samen iets doen?’»

HUMO Had jij geen zin om met je klasgenoten van de Studio een gezelschap op richten?

Bertels «Nee (lacht). Er was ook geen aanleiding voor.»

HUMO Je maakt geen deel uit van een clubje.

Bertels «Ik ben nooit een clubjesmens geweest, ook op school niet. Ik voel niet de behoefte om bij mensen te horen om daarna alles goed te moeten vinden wat die zeggen en doen. Ik heb wél de behoefte bij mensen te zijn om te discussiëren en meningen te horen, gesprekken te voeren die me verrassen.»

HUMO Tot je moeder werd. ‘Ik ben geen moeder die je m’en fous kan zeggen tegen haar kinderen. Ik wil er zijn voor mijn zoontjes,’ zei je.

Bertels «Dat is nog steeds zo. Voor mij heeft de zin van het leven sowieso met mijn kinderen te maken. Ik vind het zalig hen te zien leven. Ik leer van hen. Ze zijn zoveel wijzer dan wij. Ze zijn onbezwaard. Als ik mijn zonen muziek zie spelen, ben ik intens gelukkig. Dat vult me volledig.»

undefined

'Voor mij is het evident dat het bij een casting over iets anders gaat dan over een cupmaat C'

HUMO Gelukkig zegt Tom af en toe tegen je: ‘Tiny, nu is het aan jou. Ga spelen. Ik blijf thuis.’

Bertels «Dat is waar. Maar daarvoor heb ik soms weleens op tafel moeten kloppen en zeggen: ‘Dit is iets wat ik echt graag wil doen.’ Of: ‘Het kan niet dat jij vier jaar vol plant.’ Hij wil dat zelf eigenlijk ook niet. Hij is ook graag thuis bij de kinderen.»

HUMO Hebben jullie al eens samen gespeeld?

Bertels «Ja, maar dat was niet zo’n goed idee. Het was moeilijk. We hadden allebei een heel ander idee over wat we maakten en hij was veel strenger voor mij dan voor alle anderen. En hij was niet eens de regisseur. Nee, dat werkte niet. Ik vind het leuker om hem te dragen als hij zijn eigen ding aan het doen is, zoals hij dat ook doet bij mij. Ik wil hem dan vertrouwen geven door er gewoon te zijn met de kinderen en af en toe te luisteren.»

HUMO Twintig jaar samen blijven is heel exceptioneel tegenwoordig, zeker in de acteurswereld.

Bertels «Dat is waar. Die jaren verliepen dan ook niet zonder slag of stoot.

»In de liefde is het zo anders dan vroeger. Mijn grootouders waren 69 jaar getrouwd. Ik herinner me nog dat mijn grootmoeder door het keukenraampje naar mijn grootvader keek, terwijl hij in de moestuin bezig was met zijn prei. ‘Allee,’ zei mijn grootmoeder, ‘zie hem daar staan.’ Ze zei dat zo verliefd, echt prachtig. Ze waren helemaal met elkaar verstrengeld. Mijn grootvader is ook een halfjaar na mijn grootmoeder gestorven. Letterlijk geknakt. Voor haar dood liep hij nog kaarsrecht, daarna liep hij krom en werd hij depressief. En toen was hij weg. Zo simpel was het leven toen. We willen nu zoveel. Terwijl: wat is er nu mooier dan ’s zaterdags opstaan, je aankleden en met je kinderen gaan wandelen in het park?»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234