Togapraat: strafpleiter Nina Van Eeckhaut is zeldzaam open over haar moeilijkste zaken, depressie en haar vader Piet Van Eeckhaut

Nina Van Eeckhaut is een spraakwaterval. Dat heeft ze van haar vader, de legendarische strafpleiter Piet Van Eeckhaut, inmiddels drie jaar geleden overleden. ‘Papa is nog in alles aanwezig, hier op kantoor,’ zegt Nina, zelf een rijzende ster in het vak en een opgemerkte verschijning in het Canvas-programma ‘Strafpleiters’. Met een voor haar beroep zeldzame openheid legt de 38-jarige advocate haar ziel op tafel. ‘Mijn depressie heeft me beter gemaakt in mijn vak.’

'Er waren tijden dat ik me zo slecht voelde dat ik elke dag dacht aan de dood'

Haar meest omstreden uitspraak deed Nina Van Eeckhaut in een pleidooi op het proces van Kim De Gelder, waar ze een kinderverzorgster van Fabeltjesland bijstond. ‘Ge zijt nog te laf om u op te hangen,’ beet ze de crèchemoordenaar toe. Prompt werd ze zelf loslopend wild voor de media, die haar laag-bij-de-gronds populisme verweten. ‘Het heeft me eindeloos achtervolgd,’ zucht Nina Van Eeckhaut.

Nina Van Eeckhaut «Ik weet nog hoe ongelukkig ik ervan werd. Natuurlijk had ik het niet op die manier mogen zeggen, maar de uitspraak werd ook totaal uit haar context gerukt en kreeg daardoor een andere lading. Lange tijd wilde ik het er liever niet over hebben. Maar toen in het programma ‘Strafpleiters’ het thema advocaten en media werd aangesneden, zag ik dat als een kans om eens uit te leggen hoe ik tot die uitspraak was gekomen.»

HUMO Vertel.

Van Eeckhaut «Het proces draaide rond de vraag of Kim De Gelder ontoerekeningsvatbaar was of niet. Hoe meer ik het dossier bestudeerde, hoe duidelijker het voor mij werd dat hij zijn ontoerekeningsvatbaarheid alleen maar spéélde. Als je echt een psychose hebt, en daarna wakker wordt uit die droomwereld en ziet wat je hebt aangericht, dan stort je in elkaar van verdriet. Een psychiater is dat ook komen uitleggen op het proces. In mijn pleidooi vertelde ik over een voorval met een Afrikaanse vrouw die in een psychose haar twee zoontjes had gedood, omdat ze ervan overtuigd was dat ze duivels waren. Die vrouw kreeg in de gevangenis antipsychotica, werd na enkele weken weer helder in het hoofd, zag wat ze had gedaan en hing zich op. Ik heb me toen, in het vuur van mijn betoog, tot Kim De Gelder gericht en die ongelukkige woorden gesproken: ‘Maar daar zijt gij te laf voor, hè.’

»Dat proces greep me zo aan dat ik me heb laten meeslepen. Ik weet dat je als advocaat nooit kwaad mag worden, maar onder die toga zit ook maar een mens van vlees en bloed.»

HUMO Kim De Gelder is er nu wel slecht aan toe in de gevangenis, zegt zijn advocaat. Mogelijk wordt hij alsnog geïnterneerd.

Van Eeckhaut «Ik heb ook nooit ontkend dat die jongen ziek is. Er scheelde duidelijk van alles aan. Ik denk ook niet dat hij in de gevangenis de juiste zorg krijgt. Maar hij was níét ontoerekeningsvatbaar, en daar ging het mij om. Ontoerekeningsvatbaar verklaard worden vereist volgens onze wetgeving dat je geen controle meer hebt over je daden. Maar als je ziet hoe zorgvuldig hij alles had voorbereid, dan wéét je gewoon dat hij zijn daden beheerste. Totaal. Alleen al hoe hij die arme boerin Elza Van Raemdonck, zijn eerste slachtoffer, heeft omgebracht: om binnen te raken heeft hij zich voorgesteld als iemand van de watermaatschappij, waarvoor hij zelf een logo had ontworpen en op T-shirts had laten drukken. Hij had er een telefoonnummer bij gezet en met een stemvervormer een boodschap op het antwoordapparaat van dat nummer opgenomen: ‘Dit is de watermaatschappij…’ Dat zijn geen daden van iemand in een schizofrene psychose, dat getuigt van een totale controle.

»Nu, had ik mediatraining gevolgd, dan had ik de volgende dag al gezegd dat ik me vergaloppeerd had. Maar goed.»

HUMO Je kreeg de hele hulpverlening voor zelfmoordpreventie over je heen.

Van Eeckhaut «Dat vond ik nog het allerergste. Omdat ik zelf zo diep gezeten heb in mijn leven. Er waren tijden dat ik me zo slecht voelde dat ik elke dag dacht aan de dood. Na dat pleidooi werd ik voorgesteld als iemand die aanzette tot zelfdoding, maar ik denk net dat ik er al een aantal mensen van weerhouden heb. Door op hen in te praten en er te zijn op een moment dat ze niemand meer hadden. Vrienden, maar vooral cliënten.»

HUMO Bijzonder. Dat doet niet elke advocaat.

Van Eeckhaut (lachje) «Ik ben soms nogal intens in mijn bijstand. Je mag niet kil zijn, zei papa altijd, maar ook niet overgeëngageerd. Dat laatste is moeilijk, als je merkt hoe iemand lijdt en door de bomen het bos niet meer ziet. Als ik daar een beetje verlichting kan brengen, dan doe ik dat. Maar als iemand vastbesloten is om er een einde aan te maken, dan moet je die beslissing in zekere zin bijna ‘respecteren’.»

HUMO Je gaat toch nooit toekijken zonder in te grijpen?

Van Eeckhaut «Natuurlijk niet. We hebben met het kantoor ook al eens de politie ingeschakeld toen een cliënt van ons heel concreet zei: ‘Ik ga er nú een einde aan maken.’ De politie is bij hem binnengevallen, en die persoon is gered.

»Ik ben me erg bewust van het verdriet, de schuldgevoelens en de vragen die zo’n wanhoopsdaad bij nabestaanden veroorzaakt. Waar ik het moeilijk mee heb, is dat buitenstaanders zo snel een mening klaar hebben. ‘Zoiets zou ik nooit doen,’ denken ze dan, vanuit een soort morele superioriteit. Dat wéét je toch niet? Mensen staan misschien op een andere manier in het leven dan jijzelf. Ze vechten soms al jarenlang met hun demonen. Misschien kunnen ze de kwelling van het leven niet aan omdat ze te gevoelig zijn, of omdat ze te veel nadenken. Je kunt toch niet voelen wat een ander voelt?»

HUMO Maar jij hebt het wél gevoeld.

Van Eeckhaut «Daarom begrijp ik het ook zo goed.»

'Ik weet dat je als advocaat nooit kwaad mag worden, maar onder die toga zit óók maar een mens van vlees en bloed.'


Boze stiefmoeder

We zitten in het advocatenkantoor aan de Gentse Recollettenlei in het bureau van ‘de patron,’ Piet Van Eeckhaut, de betreurde assisenlegende met de witte baard. Het bureau ademt nog steeds zijn aanwezigheid, in de portretten en spotprenten aan de muren, een foto van zijn vriend Hugo Claus op de schouw, een krantenartikel van een zaak die hij postuum nog heeft gewonnen.

Van Eeckhaut «Hier zit ik vaak. De eerste weken na zijn dood was ik bijna constant hier in zijn bureau, of doolde ik eindeloos door de gangen van het kantoor. Ik vluchtte in mijn werk – altijd beter dan in alcohol. Ik mis hem elke dag. Papa was mijn schild tegen de banaliteit en de dwaze praat die overal verkocht wordt.

»Er zijn van die onsterfelijke uitspraken van hem, die we op kantoor nog vaak tegen elkaar herhalen. ‘Wees voorzichtig, we hebben u nog nodig’: zo’n typische kwinkslag. Wij noemden hem PVE. Als hij er niet bij was, want tegen hem was het altijd ‘meester’ of ‘patron’. Ja, ook ik noemde hem op kantoor zo. Het gebeurt nog dikwijls dat mijn vennoten Frank Scheerlinck, Laurens Van Puyenbroeck en ik tegen elkaar zeggen: ‘Wat zou PVE nu gezegd hebben? Wat zou hij ervan denken?’ Soms heb ik het gevoel dat ik plots een inzicht krijg dat van hem komt. Hij is nog altijd mijn leidraad. Mijn mentor, ook al is hij er niet meer.»

Twintig assisenzaken deed Nina Van Eeckhaut, netjes verdeeld over het kamp van slachtoffers en daders. Ze trad op in het spraakmakende proces tegen de moordenaars van politieagente Kitty Van Nieuwenhuyse, verdedigde een lid van de hiphopbende RAW13, die een moordende raid uitvoerde op de markt van Torhout, en stond in twee processen tegen zogenaamde babymoordenaressen aan de kant van de beschuldigde. Ook daar kwam ze vaak fel uit de hoek, onder andere tegen de 82-jarige gerechtspsychiater Roger Deberdt, die de door haar verdedigde theorie van de zwangerschapsontkenning wegwuifde als ‘praatjes’ en ‘een modefenomeen’: ‘Dokter Deberdt, ik heb eerbied voor uw grijze haren. Maar leest gij nog wel eens iets van wetenschappelijke literatuur?’

HUMO Het record van meer dan honderd assisenprocessen van je vader zul je niet meer breken, nu de assisenprocedure zo goed als afgeschaft is.

Van Eeckhaut «Ik heb altijd een haat-liefdeverhouding gehad met assisen, maar wat ervoor in de plaats is gekomen, is nog slechter. Het is makkelijk om een assisenjury af te schilderen als een bende dommeriken. In één van mijn laatste assisenzaken wilde ik over het vermoeden van onschuld pleiten, maar ik vroeg me af: wat wéét een volksjury daarvan? Dus ben ik op café onbekenden gaan aanspreken. Ik trakteerde ze op een pintje als zij me uitlegden wat ze verstonden onder het vermoeden van onschuld (lacht). Dat waren zeer leerrijke kroegentochten. Ik heb er ondervonden dat ook ongeschoolde mensen wel een idee hebben over al die basisprincipes van het recht.»

HUMO Welke strafzaak zal je altijd bijblijven?

Van Eeckhaut «Die van de kleine Quinten Verbeke, een kleuter van vijf die door zijn stiefmoeder is doodgeschopt. Voor dat ventje heb ik veel tranen gelaten. Telkens als Quinten logeerde bij zijn papa en zijn nieuwe vriendin, werd hij door haar mishandeld, tot een in twee gespleten lever hem uiteindelijk fataal werd. Het zijn de details in zulke verhalen die me het meest treffen. Een getuige die op het proces komt vertellen dat Quinten zijn vader in de tuin aan het helpen is met de barbecue, supervrolijk. De stiefmoeder komt buiten, het ventje schrikt en gaat schuilen achter het tuinhuis. De angst die dat kereltje moet hebben doorstaan… En het beeld van dat kind op de tafel van de lijkschouwer zal ik nooit vergeten. Een lijfje van nauwelijks een meter groot, onder de blauwe plekken en bijtwonden. Dat is toch het summum van boosaardigheid? Die vrouw was het archetype van de boze stiefmoeder. Ik verdedigde in die zaak Quintens biologische mama en grootmoeder, samen met mijn vader.»

HUMO Hoe moeilijk was het om als advocaat in zijn voetsporen te treden?

Van Eeckhaut «Dat heb ik nooit geprobeerd, want het is onmogelijk. Hij was zo’n grote geest en een briljant pleiter. Etienne Vermeersch zei na zijn dood terecht: ‘Het is als een bibliotheek die is opgebrand.’ Papa weefde met gemak de culturele geschiedenis van Vlaanderen, filosofische wijsheden en bijbelse citaten door zijn urenlange pleidooien, en nog verveelde hij de jury geen seconde. Dat kunnen alleen de allergrootsten. Ik heb me nooit aan dat barokke gewaagd. Ik heb mijn eigen stijl ontwikkeld, zakelijker en efficiënter.»


Foorreizigster

HUMO Je wist als kind al dat je advocaat wilde worden.

Van Eeckhaut «Ik heb nooit iets anders gewild. Mijn slaapkamer was boven het bureau van mijn vader, en ’s avonds hoorde ik hem telefoneren en dicteren. Dat moet onbewust mijn breintje zijn binnengeslopen. Als we met het gezin gingen wandelen, liep ik altijd achteraan bij mijn vader en vroeg ik hem de oren van het hoofd over de zaak van Freddy Horion en Roland Feneulle. Met de kinderen uit de buurt speelde ik rechtbankje. Er waren altijd wel akkefietjes: een buurjongetje dat met de fiets over de hand van een ander kind was gereden of zo. Dat kwam dan voor onze rechtbank. Ik was meestal de openbare aanklager (lachje).

»Ik had als kind al een enorm rechtvaardigheidsgevoel. Ik wilde altijd strijden voor de stakkers die alleen stonden. Onlangs kwam ik een klasgenoot uit de lagere school tegen met zijn dochtertje. Hij stelde me aan haar voor met de woorden: ‘Kijk, dat is de mevrouw die het vroeger altijd voor papa opnam als hij gepest werd.’ Dat deed me zoveel plezier. Zelf heb ik nooit gepest, en daar ben ik heel fier op.»

HUMO Toch had je het in je jeugd ook erg moeilijk, vertelde je daarnet.

Van Eeckhaut «Ik was een zwaarmoedige puber. ‘Ze heeft een depressie,’ zei de dokter. Het was deels biochemisch, deels te wijten aan externe factoren. Niet zozeer mijn ouders: die zijn altijd een leidraad geweest. Het was eerder een soort weerloosheid tegen de harde wereld. En de school: ik ging niet graag. Ik volgde Latijn-Grieks, maar die jaren zijn een zwart gat voor mij. Ik schreef donkere gedichten. ‘De wolken zijn zo mooi, vanuit een kist nog mooier.’ Dat soort dingen. Ik was totaal in de war. Medicijnen en de universiteit hebben soelaas gebracht, maar ik ben er nog altijd gevoelig voor.»

HUMO Heb je je tijdens die woelige jeugdjaren ook afgezet tegen je vader?

Van Eeckhaut «Natuurlijk, tegen mijn béíde ouders, zoals pubers nu eenmaal doen. Ik was in oorlog met mezelf en daardoor met iedereen om me heen. Papa was weinig thuis, omdat de combinatie advocatuur en politiek veel van hem vergde, maar ik weet dat hij zich zorgen maakte als hij me zo verdrietig zag. Hij probeerde me vanop een afstand te troosten door uit de bijbel te citeren, en schreef me mooie, lange brieven vol raadgevingen. Ik heb er onlangs nog één teruggevonden van toen ik zeventien was. Prachtige adviezen om het leven aan te kunnen, die ik nu nog altijd kan gebruiken. Papa was een fysiek afwezige vader, maar ik heb dat nooit als een gemis ervaren, omdat mijn moeder zijn afwezigheid perfect invulde met huiselijkheid en geborgenheid.»

'Ik had als kind al een enorm rechtvaardigheidsgevoel. Ik kwam altijd op voor de stakkers die alleen stonden'

HUMO Maakt de ervaring met je depressie je beter in je beroep als advocaat?

Van Eeckhaut «Ik denk dat ik de mensen daardoor beter kan begrijpen. Ik ben ook jeugdadvocaat, en het helpt me vaak om een brug te slaan naar jongeren. Die hebben dikwijls al zoveel nieuwe gezichten van hulpverleners en pleegouders gezien dat ze niet met open armen op die advocaat staan te wachten. Het is moeilijk om door te dringen tot hun hart omdat ze al zo vaak gekwetst zijn. Dat lukt alleen als je dezelfde taal spreekt.»

HUMO Als jeugdadvocaat krijg je een inkijk in wat er fout loopt in gezinnen.

Van Eeckhaut «Ik was me er al heel vroeg van bewust dat niet iedereen opgroeide zoals ik, in een gezin met veel warmte en geborgenheid. Op mijn zestiende had ik een vriendenkring voor wie de realiteit veel grimmiger was dan de mijne. Ik had vrienden die een gewelddadige thuis hadden, en heb er vaak om geweend. Ik ben het nooit gaan zoeken in het milieu van de jeunesse dorée. Van jongsaf aan ging ik, vanuit mijn eigen veilige wereld, op verkenning naar totaal ándere werelden. Het kermisleven bijvoorbeeld: dat fascineerde me mateloos. Ik zag het allemaal heel romantisch, in een gouden gloed. In mijn jonge jaren als advocaat kreeg ik een lief op de kermis en ben ik zelfs een tijdje meegereisd door Vlaanderen.»

HUMO Ging je dan ’s ochtends van de woonwagen naar de rechtbank?

Van Eeckhaut (lacht) «Dat is weleens gebeurd, ja. Heerlijk was dat! Als jonge twintiger heb je niet zo veel slaap nodig. Papa maakte zich ook toen zorgen, maar liet dat nauwelijks merken. Hij maakte er dan een goedmoedig grapje over: ‘Je zou onder je bordje van advocaat ‘foorreizigster’ moeten zetten.’ Natuurlijk was dat niks om lang vol te houden, maar voor mij was het wel een leerschool. Toen ik verder keek dan de romantiek, zag ik wel in hoe hard dat bestaan was.

»En intussen sta je als jeugdadvocaat tot je knieën in de ellende van jongeren die geen thuis meer hebben omdat hun ouders wegzakken in een verslaving of psychische problemen, of kinderen die thuis mishandeld of misbruikt worden. Dan wordt het allemaal nog veel werkelijker.»

HUMO Een jeugdrechter zei in het Canvasprogramma ‘Radio Gaga’ dat sommige mensen beter geen kinderen zouden krijgen.

Van Eeckhaut «Ik was aan het kijken en wist onmiddellijk dat daar miserie van zou komen. En inderdaad, de moraalridders stonden op hun achterste poten. Ik denk over sommige ouders hetzelfde, hoor. Maar je kunt zoiets natuurlijk niet vanuit de overheid verbieden, want dan kom je meteen in een hitleriaanse selectie terecht. Wie gaat er uitmaken of jij geschikt bent om een kind op de wereld te zetten? En wie gaat die selectiecommissie op haar beurt controleren? Waanzin gewoon! Zelfs bij een moeder die al zes kinderen heeft die geplaatst zijn, die zwanger is van het zevende en in de waan verkeert dat ze dit kind níét gaan afpakken – en geloof me, die zijn er: dan nog kun je als overheid onmogelijk preventief ingrijpen.»

HUMO Zelf wil je geen kinderen, las ik ergens.

Van Eeckhaut «Dat heeft te maken met mijn eigen eindeloze worsteling tijdens mijn jeugdjaren. Ik zou het zo verschrikkelijk vinden als mijn kind zou zeggen: ‘Mama, ik wil er liever niet zijn.’ En het is ook een stuk beroepsmisvorming. Geef toe, zo tof is de wereld niet. Al zie ik natuurlijk alleen maar de gevallen waarin het misgaat.

»Het is één van de enige taboes, denk ik: sommige mensen hebben spijt dat ze kinderen hebben. Ik vind het niet zo’n evidente beslissing. Het is het grootste engagement in je leven. Je kunt ongeveer alles terugdraaien, behalve twee dingen: iemand het leven schenken, en iemands leven nemen.»

HUMO Intussen worden gezinsstructuren alsmaar ingewikkelder.

Van Eeckhaut «Ken je dat grapje van dat jongetje dat op de speelplaats vraagt aan zijn vriendje: ‘Wie is jouw pluspapa?’ – ‘Dimitri.’ – ‘Ha, da’s een goeie. Ik heb die ook al gehad.’ Het is een mop, maar het zou perfect echt kunnen zijn. Ik doe veel familierecht, en soms denk ik wel: ‘Allee, doe nu eens wat meer je best om er iets van te maken. Jullie hebben nog maar net een kind samen.’ Mensen scheiden alsof het niks is, ze zien relaties als een wegwerpproduct. Terwijl alles in het leven eb en vloed is, ook relaties. Ik bedoel niet dat je per se – zoals veertig jaar geleden – altijd bij elkaar moet blijven, ook al gaat het echt niet meer. Maar iets meer je best doen, is dat te veel gevraagd?

»Onlangs had ik twee mensen in mijn bureau die wilden scheiden. Zij verdacht hem van overspel, maar je voelde dat er iets anders speelde. Die twee mensen zijn hier verzoend buiten gegaan. Ik was zo blij! Ik ben geen relatietherapeut, maar in het gesprek bleek dat ze allebei op hun eigen eilandje zaten en de weg naar elkaar waren kwijtgeraakt, omdat ze niet meer praatten. Zij was vanuit haar eenzaamheid verdenkingen beginnen te koesteren, hij had daar vanuit zijn onvermogen heel fout op gereageerd en de verdenkingen nog groter gemaakt. Ze bleken op niets te berusten.

»Ik denk dan aan Wim Sonneveld: ‘Wat is dat, een opvoeder, meneer? Een opvoeder is een stakker die in het duister tast.’ Dat is een beetje mijn mensbeeld (lacht). Wij zijn allemaal stakkers die in het duister tasten. We zoeken allemaal onze weg, en als je niet de moed hebt om af en toe even stil te staan bij wie je bent en wat je drijft, kun je verloren lopen.»

'Ik mis mijn vader elke dag. Hij was mijn schild tegen de banaliteit en de dwaze praat die overal verkocht wordt'

HUMO Stoort het je niet dat er in het strafpleitersmilieu op echtscheidingen wordt neergekeken?

Van Eeckhaut (lacht) «Heb je Joris Van Cauter gezien in ‘Strafpleiters’? ‘Nee, discussiëren over wie de Senseo krijgt, daar begin ik niet aan.’ Ik vind het niet zo onlogisch om de twee te combineren, omdat het allebei te maken heeft met menselijke verhoudingen. Een echtscheiding krijgt soms een uitloper in het strafrecht. Iemand doet bij een boedelscheiding geld verdwijnen, er is huiselijk geweld of het bezoekrecht van de kinderen wordt niet gerespecteerd, en hup, je zit in het strafrecht. Het kan ook erger: in Brugge is er aan het vredegerecht een vrouw gedood na een zitting over het hoederecht van de kinderen. Haar ex-man was zo gekrenkt dat hij haar aan de bushalte met zes messteken heeft omgebracht.

»Als advocaat moet je daarom altijd voorzichtig zijn in familiezaken. Sommige advocaten gooien olie op het vuur door de meest grove dingen over de andere partij te vertellen. Dat is gevaarlijk, al moet je natuurlijk ook een correct portret van de thuissituatie schetsen. Het is vaak dansen op een slappe koord. In die zin vind ik familierecht eigenlijk moeilijker dan strafrecht, dat veel strakker omlijnd is.»

HUMO Heel vaak gaat het in jouw zaken over relaties tussen ouders en kinderen. Is dat toeval?

Van Eeckhaut «Nu je het zegt, dat is waar. Maar dat gebeurt niet bewust. Ik denk dat je door je belangstelling in een bepaald circuit geraakt, zoals bijvoorbeeld zedenplegers altijd hun weg lijken te vinden naar Christine Mussche, of terreurverdachten zich gaan wenden tot Abderrahim Lahlali

HUMO Je stond bijvoorbeeld een pleegmoeder bij die door haar pleegdochter werd beschuldigd van zware mishandeling.

Van Eeckhaut «En gelukkig is ze vrijgesproken. Dat meisje had een hechtingsstoornis en loog dat ze door haar pleegmoeder werd geslagen, dat ze hondenbrokken moest eten, dat ze met een heet strijkijzer was bewerkt – zonder dat het een spoor op haar lichaam had nagelaten! Dat het zo overdreven was, was een geluk bij een ongeluk. Die vrouw was haar pleegkind kwijt, maar ze had tenminste wel de troost van de vrijspraak.

»Wat ik ook steeds vaker zie, is het pijnlijke fenomeen van de ouderverstoting: een partner die de kinderen na de echtscheiding zo tegen de ex-partner opzet dat ze die gaan ‘verstoten’. Ik verdedigde een moeder die door haar zoon van zestien werd beschuldigd van slagen en verwondingen. Die vrouw was wanhopig. De man had de kinderen al van heel jonge leeftijd tegen haar opgezet. Toen ze twee en vier waren: ‘Jullie stinken. Jullie komen van bij je moeder.’ Op een keer liepen de kinderen, toen vier en zes, iets te zoeken in haar tuin. ‘Wat zoeken jullie, kindjes?’ ‘Papa’s fiets is weg en jij hebt die gestolen.’ Dat zijn maar twee kleine voorbeelden, maar zo zet je systematisch een kind tegen de andere ouder op. Het is een subtiel, smerig spel waarmee je heel veel schade kunt toebrengen. In het geval van mijn cliënte kwamen er valse aanklachten van. De vrijspraak van die vrouw heeft me echt opgelucht.»

HUMO Je nam het ook op voor een vrouw die een moordpoging deed op haar moeder, die aan alzheimer leed.

Van Eeckhaut «Moeten toekijken hoe je moeder zichzelf langzaam maar zeker totaal verliest: de taal, het geheugen, de zingeving, alles wat je tot mens maakt… Dat moet ondraaglijk zijn. Mijn cliënte heeft geprobeerd om haar moeder met een overdosis geneesmiddelen uit haar lijden te verlossen. Ze kon de angst, de radeloosheid en de eenzaamheid van haar demente moeder niet langer aanzien. De poging is niet gelukt, de verplegers waren er op tijd bij. Die vrouw is veroordeeld, ze heeft vijf jaar gekregen, waarvan de helft met uitstel. Ze is dus niet terug naar de gevangenis moeten gaan. Normaal staat er twintig jaar op moordpoging, maar de rechter is mild geweest.»

HUMO Weiger je weleens cliënten?

Van Eeckhaut «Ja, met sommige mensen kan ik niks aanvangen. Ik denk bijvoorbeeld niet dat ik terreurverdachten zou kunnen verdedigen. Je verdedigt de mens en niet de daad, maar bij feiten die vanuit een bepaalde ideologie gepleegd worden, smelten die twee bijna samen. Of dat nu over IS gaat of over het extreemrechtse Bloed, Bodem, Eer en Trouw, dat is voor mij hetzelfde.»

HUMO Verdedig je ook zware criminelen?

Van Eeckhaut «Ik sluit het niet uit, maar ze kloppen niet bij me aan. Zwaar banditisme is blijkbaar niet mijn vijver.»

HUMO Ben je al bang geweest voor een cliënt?

Van Eeckhaut «Dat is me maar één keer overkomen: een jongen die op zijn zeventiende al twee moorden had gepleegd. Hij doodde zomaar, zonder enig motief. Toen ik hem ging opzoeken in de gevangenis, werd ik met hem opgesloten in een kleine ruimte, zonder bewaking erbij. Ik voelde dat hij me met de glimlach kon wurgen en ik wist dat alle hulp dan te laat zou komen. Dan komen de haartjes in je nek recht, hoor. Ik heb me daar zo snel mogelijk uit de voeten gemaakt, ben naar mijn vader gegaan en ik heb gezegd: ‘Papa, dit doe ik niet.’ Het was de enige keer dat ik hem papa noemde op kantoor, om het goed tot hem te laten doordringen.

»En ik heb gelijk gekregen, want nauwelijks vier jaar later heeft die jongen nóg een slachtoffer gemaakt. Hij heeft in de gevangenis een cipier aangevallen en een medegevangene gegijzeld. Die is daarbij om het leven gekomen. Dat zijn al drie doden op de teller.»


Boksen

HUMO Je vader zei vier jaar geleden in een interview in Humo dat hij zijn hele leven had gestreden tegen de doodstraf, maar dat hij nu vóór was. Hij had genoeg van de pampercultuur voor daders.

Van Eeckhaut «Dat is hem zeer kwalijk genomen. Hij worstelde toen erg met de vraag wat je als samenleving met bepaalde mensen moet aanvangen. Mijn ouders zijn in 2006 zelf het slachtoffer geworden van een beroving met geweld, in Spanje. Drie kerels hebben hen in een klein steegje in de rug aangevallen. Ze kregen klappen en werden bedreigd met een mes en beroofd van geld, autosleutels, gsm, juwelen. Mijn moeders strottenhoofd was dichtgeknepen, ze heeft weken nauwelijks kunnen spreken. Dat heeft hem wel veranderd. Hij begon iets meer begrip te hebben voor de vergeldingsdrang. Als hij zich daarop betrapte, probeerde hij zichzelf te corrigeren, want het stond haaks op het gedachtegoed dat hij altijd verdedigd had. Maar het hing ook af van hoe hij zich op dat moment voelde. Ik zou eerder opteren voor de vergeetput: sommige mensen moet je gewoon voor de rest van hun leven opsluiten.

»Het gepamper stoorde hem trouwens langs beide kanten, hoor, bij daders én slachtoffers. Zoals niet elke dader verwerpelijk is, is niet elk slachtoffer een held. Bij sommigen wordt het slachtofferschap een identiteit, en daar had hij het ook moeilijk mee.»

'Ik zie veel woede. Ik voel dat veel mensen met een ingehouden kwaadheid zitten.'

HUMO Ik hoor rechters zeggen dat ze de agressie zien toenemen in de maatschappij. Is dat ook jouw ervaring?

Van Eeckhaut «Ik zie vooral veel woede. Ik voel bij mijn cliënteel dat veel mensen met een ingehouden kwaadheid zitten. Door een onrecht dat hun is aangedaan door een medemens, niet zelden ook door een overheidsinstantie. Het gevecht met de ondoorgrondelijke regeltjes van de administratie. Machteloos moeten toekijken hoe je kind door een bepaalde leraar wordt gepest. Politiemensen die hun macht misbruiken om te vernederen. Soms zijn het maar kleine dingen, die een mens langzaam maar zeker vullen met boosheid. Kijk naar die relschoppers in Brussel. Vind je dat niet griezelig, de haat in de ogen van die jongens? Ze zijn vaak op zoek naar samenhorigheid, en vinden die in geweld: wij tegen de wereld. Dat soort woede zit ook bij veel volwassenen, maar veel meer verborgen. Ik ben bang voor de dag dat al die kleine individuele woedes één grote, collectieve woede worden.»

HUMO Veel advocaten boksen. Een manier om hun eigen agressie kwijt te raken?

Van Eeckhaut «Ja, er zijn zelfs advocaten die bijna op professioneel niveau boksen. Het is een ideale uitlaatklep om stoom af te blazen, en tegelijk de meest complete work-out. Het geeft je kracht en het gevoel dat je de wereld aankunt. Ik deed het zelf ook heel graag, maar ik ben moeten stoppen vanwege een polsblessure. Ik was veel te enthousiast, zoals in alles wat ik doe. Grenzeloos, hè. Als ik vroeger uitging, zei mijn vader: ‘Wees uitbundig maar niet uitzinnig.’ (lacht) Dat is de manier waarop ik mijn leven nu probeer te leiden.»

HUMO Je bent ook mateloos in je perfectionisme.

Van Eeckhaut «Ja, dat is soms vermoeiend. Er is een gedicht van Paul Snoek waarin Maria Magdalena verzucht: ‘Ik ben zo moe van mooi te zijn.’ Ik denk dikwijls: ‘Ik ben zo moe van míj te zijn.’ (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234