Tom Lanoye: 'In welk diabolisch kegelspel zullen de kunsten terechtkomen als straks Vlaams Belang de grootste partij is?'

Tom Lanoye richt voor een derde en laatste keer zijn pen op de cultuurbesparingen.

'De grootste schok moet nog komen: in welk diabolisch kegelspel zullen de kunsten terechtkomen als straks Vlaams Belang de grootste partij is? ''

Tot slot: mijn laatste raad aan de artiest als jonge hond. Wil je zelf eens lekker roddelen over een subsidiezuiger? Kies dan de IJzertoren. Een jaar geleden schreef de onafhankelijke nieuwssite eDiksmuide: ‘Ondanks de drukke herdenkingsperiode van Wereldoorlog I maakten de toren en zijn museum in 2017 verlies, niettegenstaande men toen meer dan 750.000 euro subsidie mocht ontvangen.’

Volgens de directeur was er geen reden tot paniek: het verlies was minder te wijten aan teruggelopen bezoekersaantallen dan aan ‘correctieboekingen aangaande het verleden’. We hebben het dan niet over 1302, maar over de periode 2007-2015. In acht jaar tijd legde de vzw Aan de IJzer slechts twee jaarrekeningen neer bij de Nationale Bank. Van de overige jaren werden er gewoon geen cijfers gepubliceerd. Opnieuw geen reden tot ongerustheid, volgens de directeur: ‘De raad van bestuur zal voortaan meer communiceren rond het cijfermateriaal.’ Als besluit drukte eDiksmuide de hoop uit dat er inderdaad snel een toelichting zou komen over de rode cijfers, de ontbrekende rekeningen en ‘in hoeverre dit verband houdt met het plotse vertrek van de vorige directeur’. Een vervolgartikel heb ik niet aangetroffen. We mogen er dus van uitgaan dat in de Westhoek alles in kannen en kruiken is geraakt. Dankzij de mantel der liefde van bevoegde en vooral sympathiserende instanties.

Helaas mag men niet concluderen dat iedere vereniging voortaan recht heeft op dezelfde pamper van dezelfde overheden. Die hanteren twee maten, twee gewichten – één tong en twee gezichten.

Een theatergezelschap dat in twintig jaar evenveel bezoekers zou hebben verloren als de IJzerbedevaart zou gewoon zijn opgedoekt. Hetzelfde geldt voor een vzw waar – ik noem maar wat – Vlaamse Koerden samenkomen om te kokkerellen en kwinkeleren, terwijl ze in acht jaar slechts twee keer hun jaarrekeningen willen neerleggen. Ze zouden niet aan acht jaar geraken. Ze zouden al bij hun eerste verzuim aan de zwart-gele schandpaal zijn genageld door de gillende keukenmeiden van onze huidige cultuuroorlog. Die zitten tot in onze parlementen en ze zien overal bedrog, zwakte, identitair verraad, segregatie en potentiële terroristen. Behalve in de eigen schoot. Al worden er inmiddels bij nacht en ontij asieltehuizen afgefikt, aangewakkerd met een Vlaamse collaboratievlag en versierd met dito graffiti. Maar ‘een terreurdaad van geradicaliseerde nationalisten’? Nee, zo mochten we de brandstichting in Bilzen niet noemen, volgens alle gematigde Vlaams-nationalisten.

Iedere godsdienst moffelt zijn granatenfanaten weg, en bestrijdt vervolgens in alle openheid de artiesten die een tijdsbeeld durven te borstelen dat niet overeenstemt met de encyclieken van hoe dat beeld eruit zou móéten zien volgens de officiële Vlaamse kerkfabriek. Dat mag ons niet nopen tot revanchisme, als antwoord op hún revanchisme. Om ons vak te wreken, gaan we dus niet de IJzertoren dynamiteren. We moeten dat bouwsel juist in ere houden. Zij het niet om esthetische redenen. Want wie ‘schoonheid’ hanteert als artistieke voorwaarde, zoals Vlaams Voorman Peter De Roover onlangs deed in ‘De afspraak’, zou bij het zien van de IJzertoren alsnog naar de dynamietstaven moeten grijpen. Met schoonheid als enige selectiecriterium zou je de helft van het héle Vlaamse vastgoed moeten opblazen. Peter De Roover inbegrepen. Dat bedoel ik figuurlijk. Hij is van zichzelf al opgeblazen genoeg.

Schoonheid? Kijk toch om je heen. Wie in Vlaanderen kunstenaar wil worden, is door de werkelijkheid verplicht om te vertrekken vanuit Lelijkheid en Vuiligheid. We zijn wie we zijn. Je kunt van een flandrien geen wufte saletjonker maken zonder hem te verraden. De modder hoort erbij.

Het is in dat verband frappant dat de recente kritiek op moderne kunst, vooral in de sociale media, zich zo vaak vastbijt in de strontmachine van Wim Delvoye. De hardnekkigheid waarmee dat artefact wordt bestreden, heeft veel weg van een uitdrijving. De herkenning van de modale Vlaming is allicht té groot.

Maar beluister eens onze cabaretiers, lees onze schrijvers en cartoonisten, geef je oor de kost aan de toog in ieder dorpscafé… Indien ons Volk bestaat, vormt kak één van haar leidinggevende principes. Ik kan me geen schilderij van Bruegel voor de geest halen of er hangt uit ieder venster wel een achterwerk te schijten. Bij Jeroen Bosch en Fred Bervoets la même chose. Wat het madeleinekoekje was voor Marcel Proust, is het uitwerpsel voor de Vlaamse identiteit. Maar deze waarheid blijkt – net als alle goede kunst – zo onthullend en zo pijnlijk dat de huidige beleidsmakers ze met alle macht willen bestrijden. ‘Pas maar op! Als jullie kunst willen maken van onze kak, gaan wij kak maken van jullie kunst.’

Terug naar de IJzertoren. Hij is bij uitstek het bewijs dat relicten en sentimenten uit het verleden waardevol kunnen zijn voor slechts één welbepaald segment van de populatie, dat zich eraan kan optrekken en aftrekken, in woord en daad, in samenzang en amateurballet. Vervolgens maakt zo’n particuliere groep toch aanspraak op geld van de algehele gemeenschap, voor het onderhouden van haar private passie. Net als operaliefhebbers en andere katholieken dat doen, voor hún dada.

Ikzelf vind dat ronduit prima. Dat een beleid rekening houdt met de verlangens en vragen van deelpublieken. Wie alleen maar wil ondersteunen wat iedereen zou willen ondersteunen, zal uiteindelijk niets nog ondersteunen. Maar dan ook de IJzertoren niet. Of het museum van de Guldensporenslag in Kortrijk. Of het openluchtmuseum van Bokrijk. Hoeveel slabakkende musea van de Vlaamse volksaard hebben we nog nodig alvorens doordringt dat niet iedereen er kaas van lust?

De grootste schok moet echter nog komen. Vergis je niet. En hij is in de eerste plaats weggelegd voor ons, artiesten. In weerwil van onze hooggestemde ambities vormen wij niet eens de echte inzet van deze nieuwe Kulturkampf. Wij zijn maar een pion. En hoe meer lawaai we maken, des te bruikbaarder zijn we voor de interne, eeuwenoude machtsstrijd onder onze flaminganten.

De rekkelijken – voorlopig nog verzameld onder de noemer Nieuw-Vlaamse Elite – hebben bij de recente verkiezingen op alle echelons een gigantische lel rond de oren gekregen. Eigen schuld, dikke bult. Vijf jaar lang probeerden ze, vooral op migratiethema’s, de ijzervreters op hun rechterflank te overtroeven in fascistoïde retoriek. Goed wetende dat ze die retoriek zelf nooit zouden kunnen omzetten in een even drastisch beleid. Dat is niet schieten in je eigen voet, dat is hem amputeren met een bazooka.

Nochtans is dat wat Jambon de Eerste en zijn hofmeiers nu opnieuw uitproberen. Een spagaat tussen oorlogsretoriek en een beleid in vredestijd. Niet alleen op migratie, maar ook op zorg, klimaat, cultuur, het héle middenveld, de sociale zekerheid, opnieuw een staatshervorming…

Als het recept niet verandert, blijft de kwaal ongewijzigd. Dit zijn dan ook de laatste verkiezingen geweest waarbij de N-VA meer stemmen haalde dan Vlaams Belang. En wat gaan ze daarna doen, Jambon en De Wever? Als junior partner een coalitie sluiten, of een kartel, met Filip Dewinter en consoorten? En in welk diabolisch kegelspel zullen de kunsten dan terechtkomen? Als ze überhaupt nog mogen meespelen?

Maak je borst maar nat, jonkie. Om met Bredero te spreken: we ain’t seen nothing yet.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234