De desperado inJan Decleir

'Tomaten gooien is een oud Vlaams gebruik, echt iets voor in de canon'

Als 'De desperado's van de Vlaamse poëzie' trekken dichteres Delphine Lecompte, illustratrice Gerda Dendooven, blueszanger Roland Van Campenhout en Vlaamse reus Jan Decleir in maart langs de cultuurcentra met een poëzieprogramma. 'Schrijvers sterven en na een paar jaar worden ze vergeten. Maar voor een speler gaat het nog sneller: het stopt na elk applaus.'

HUMO Ik heb me laten vertellen dat u geen kruis-woordraadsels oplost om het brein fris te houden, maar dat u af en toe een sonnet van Shakespeare vertaalt.

JAN DECLEIR «Dat doe ik samen met mijn geliefde. Heel leuk, maar ook moeilijk. We doen er onwaarschijnlijk lang over. Allemaal zonder plan, deadline of opdrachtgever: heerlijk! Waarschijnlijk zal ik zo'n eigen vertaling van Shakespeare brengen op de avond zelf.»

HUMO Men komt wel vaker bij u terecht wanneer er verzen voorgedragen moeten worden. Wat doet u beter dan anderen?

DECLEIR «Ik weet niet of ik het béter doe, maar ik doe mijn best. Ik neem rustig de tijd om het onderwerp, het lijdend voorwerp en het werkwoord uit elkaar te halen. En ik denk na over hoe ik iets kan laten klinken zodat ik het om te beginnen zelf al begrijp.

»Ik lees, ook wanneer ik alleen ben, vaak luidop, zodat ik mezelf kan corrigeren. Ik vermoed dat nogal wat schrijvers die gewoonte niet hebben. Zij zijn gewend aan de stilte, en denken dat ze het goed doen als ze op de scène staan. Maar soms moet er meer geoefend worden. Door te doen, door te spreken. Van Gustave Flaubert (Franse schrijver van 'Madame Bovary', red.) wordt gezegd dat hij zijn teksten brulde tot ze klopten.»

HUMO Is de literatuur altijd heel aanwezig geweest in uw leven?

DECLEIR «Al van jongs af aan, ja. Ik ben liefdevol grootgebracht, en er werd thuis veel gelezen en voorgelezen. Ik had een oudere broer die me bij de arm nam en me wegwijs maakte in de poëzie. Ik heb verzen van Hugo Claus voorgedragen die ik niet verstond, maar die ik mooi vond klinken. Dat is waar ik nog steeds naar op zoek ga in een gedicht: het ritme, de muziek.

»Mijn broer gaf me op die manier het gevoel bij de volwassenen te horen. En nu geeft Gerrit Komrij mij via zijn 'Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten' het gevoel weer bij de kinderen te horen. Terug naar af: het spelende kind.»

HUMO Hugo Claus is later een belangrijke rol in uw leven gaan spelen.

DECLEIR «Hugo uiteraard, maar ook Pjeroo Roobjee, Tom Lanoye en vele anderen. Ik voel mij zeer geprivilegieerd dat ik die grote en kleine broertjes van Shakespeare heb mogen leren kennen. En dat ik met hen mag meespelen in die grote speeltuin van de poëzie.»

HUMO Claus heeft u ook verschillende keren geregisseerd.

DECLEIR «Ja, en dan liet hij zich soms heel laatdunkend uit over de auteur, die hij natuurlijk zélf was. Hij hield van acteurs en van acteren. Al vond hij het zelden goed wat je deed. Ik denk dat hij het als jonge snaak op een zeker moment ook zelf geambieerd heeft.

»Hij vroeg soms dingen die bijna onuitvoerbaar waren. Zoals componisten soms aria's schrijven die bijna niet te zingen zijn, maar waar de zangers dan zo hard aan werken dat het tóch mogelijk wordt. Zo stuwt de ene de andere tot grootse prestaties. Hugo had ook zo'n trekje. Dat was leuk en uitdagend. Ik heb er veel aan gehad.»

HUMO Wanneer u hem nu herleest, zijn het dan de romans of toch eerder zijn poëzie?

DECLEIR «De poëzie is altijd binnen handbereik. Niet omdat ik er zo verslaafd aan ben, maar vooral omdat ik nogal traag ben. Ik lees en herlees, geef de dingen tijd om binnen te komen. Ik heb geen duizenden boeken verslonden.»

HUMO Welke werken uit die kleine bibliotheek moeten vandaag zeker gelezen worden?

DECLEIR «Ik ga niet zeggen wat wel of niet gelezen moet worden. Momenteel lees ik Daniil Charms en Konstantin Paustovski. En zoals gezegd ook dat prachtige boek waarin Komrij die kinderverzen verzameld heeft. Daar zou ik een hele avond uit kunnen voorlezen.»

HUMO En wij zouden daar een hele avond naar kunnen luisteren. Maar er is wellicht ook nog wat anders te beleven op 'De desperado's van de Vlaamse poëzie'.

DECLEIR «Ja, Roland Van Campenhout speelt. En Gerda Dendooven maakt bewegende prenten bij de poëzie van Delphine Lecompte. Nadat ik Delphine eens had zien voordragen, ben ik gefascineerd geraakt door haar. Ze is een voordrachtskunstenaar zoals er weinigen rondlopen. Alles is helder, maar niets is eenduidig bij haar. Het is drama en humor tegelijk.

»Als ik die dame, dat meisje, zie staan terwijl ze in de afgrond staart, dan slaat de schrik me soms om het hart, maar ik ervaar ook steeds een intense ontroering. Uiteindelijk gaat het daar toch om.»

HUMO Haar poëzie wordt vaak baldadig genoemd.

DECLEIR «Er hangt een tristesse in haar werk die ik niet per se als baldadig zou omschrijven, maar haar eerlijkheid kun je brutaal noemen. Dat zegt veel over andere poëzie, die verhult en omzwachtelt.»

HUMO Volgens het woorden-boek is een desperado een wanhopig en roekeloos iemand die tot het uiterste gaat omdat hij niets meer te verliezen heeft. Een accurate omschrijving van Delphine, Gerda Dendooven, Roland en u?

DECLEIR «Zeer accuraat, en het laat zich raden wie dat woord gekozen heeft: Delphine, natuurlijk. Het desperate is de rode draad, maar zelf zal ik iets minder wanhopig op het podium staan.»

HUMO Met welke verzen hoopt u dat te doen?

DECLEIR «Om te beginnen met die kindergedichten, iets van Albert Verwey bijvoorbeeld, of Virginie Loveling, Richard Minne en Annie M.G. Schmidt. Maar ook een verhaal van Claus. Hij heeft ooit een monoloog over de middeleeuwse edelman Gilles de Rais geschreven voor mij. Op een zekere dag schreef hij dan dat hij in mij een kindermoordenaar zag, en toen kreeg ik die tekst aangeboden. Daar ga ik een stukje uit voordragen. Ik hoop dat er jonge mensen in de zaal zitten en dat ik hen een vrolijke, speelse en joviale Claus kan doen ontdekken.»

HUMO Wordt hij te weinig gelezen?

DECLEIR «Zo gaat dat nu eenmaal. Schrijvers sterven en na een paar jaar vind je al niet veel meer terug van hun werk. Dan moet je naar de antiquariaten, en als die leeggeroofd zijn, houdt het op. Maar voor een speler gaat het nog sneller. Het stopt na elk applaus.»

HUMO Tot slot, zeg nu eens eerlijk. Die eerste tomaat die Jan Jambon bij de uitreiking van de Ultima's naar zijn hoofd kreeg. Dat was u, toch?

DECLEIR «Ik was er jammer genoeg niet bij. Ik weet ook niet of ik het gedaan zou hebben, maar op een gegeven moment rest je niets anders dan op die manier protesteren. Men vergeet in die discussie dat het gooien met tomaten een zekere historiek kent. Het gaat terug op de schandpaal. Eigenlijk is het een zeer oud Vlaams gebruik. Iets voor de canon, misschien.» 

'De desperado's van de Vlaamse poëzie' spelen in Gent (17 maart), Mechelen (18 maart), Sint-Niklaas (24 maart) en Borgerhout (26 maart). Tickets en info.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234