null Beeld

Topspeurder die Patrick Haemers ving is overleden

Rudy De Jonghe, de speurder die de beruchte gangster Patrick Haemers in Brazilië arresteerde na een twee jaar durende klopjacht, is vanochtend overleden. Dat liet zijn weduwe ons weten.



De topspeurder gaf in november vorig jaar een afscheidsinterview in Humo, waarin hij terugblikte op zijn goedgevulde speurderscarrière, met als hoogtepunt de arrestatie van Haemers in 1989. In de jaren 80 zaaide de blonde gangster met de staalblauwe ogen samen met zijn bende terreur in heel België met drieste en dodelijke overvallen op geldtransporten. In 1987 ontsnapte Haemers uit de gevangenis en vormde Rudy De Jonghe samen met zijn kompaan Patrick Van Brussel het onderzoeksteam dat twee jaar lang jacht maakte op de publieke vijand nummer 1. Ze spoorden hem uiteindelijk op in Brazilië. De Jonghe ving Haemers met zijn blote handen in een winkelcentrum in Rio De Janeiro (‘Hij liep recht in mijn armen!’).

'Ik heb twee jaar op Haemers gejaagd, dag en nacht. Ik móést en zou hem hebben, waar hij ook zat'

In zijn laatste interview kondigde De Jonghe ook aan dat er een ongeneeslijke kanker bij hem was vastgesteld. Hij werd 56 jaar. Wij wensen zijn familie veel sterkte.

(ab)

undefined

Afscheid van de man die Haemers ving

(Verschenen in Humo 3820/47 op 19/11/2013)

Patrick Haemers liep recht in zijn armen, die ochtend in een winkelcomplex in Rio. De arrestatie van Belgiës meest gezochte gangster in 1989 was het moment de gloire in de speurderscarrière van Rudy De Jonghe, de Pacman van de Belgische politie die blééf jacht maken op boeven tot hij ze letterlijk met zijn blote handen kon vastgrabbelen. Op zijn 55ste heeft De Jonghe nu zelf slecht nieuws gekregen van de Almachtige Pacman: een fatale diagnose van de dokters zal zijn laatste – onopgeloste – zaak worden.

Het testament van de man die Haemers ving.

Op VIER loopt sinds vorige week de herhaling van ‘De bende Haemers’, de uitstekende documentairereeks over één van de meest gewelddadige misdaadbendes van België, die in de jaren 80 berucht was om haar drieste en dodelijke overvallen op geldtransporten. Vanaf vanavond, in de tweede aflevering, is een sterrol weggelegd voor speurder Rudy De Jonghe, die uit de doeken doet hoe hij tot het hart van de bende doordrong, het milieu rond Patrick Haemers binnenstebuiten keerde en na een verbeten jacht van twee jaar publieke vijand nummer één ging arresteren in Brazilië. ‘Ik heb nog even met Haemers gebabbeld op het politiekantoor in Rio,’ vertelt De Jonghe. ‘Eigenlijk hadden we best een goed contact. Hij leek me opgelucht. ‘Het is eindelijk gedaan,’ zei hij. ‘C’est enfin fini.’ En dan, een beetje nieuwsgierig: ‘Ah, u bent dus die fameuze meneer De Jonghe?’’

Die fameuze meneer De Jonghe droomde als kind al van een carrière bij de politie.

Rudy De Jonghe «Mijn oom was bij de rijkswacht, bij de sectie Zeden van de toenmalige BOB. Ik keek enorm naar hem op en wilde dezelfde weg inslaan, maar ik wilde er wel zeker van zijn dat ik geen uniform moest dragen, want dat lag me niet zo. In 1983 ben ik begonnen bij de BOB, net als mijn oom bij de sectie Zeden. Mijn eerste arrestaties heb ik verricht in Chez Dolo, de seksclub van Michel Nihoul.

»Wij moesten de zaak sluiten. Een informant belde aan, de deur ging open en wij vlogen naar binnen. Man, die lagen daar allemaal op één grote matras te vogelen, met alleen een doekje rond de lenden! Ik was een manneke van 23 en moest daar foto’s nemen (lacht). Een dienster raakte over haar toeren en sloeg mijn fototoestel uit mijn handen. Ik schoot in een colère: ‘En nu gaat hier niemand weg voor ik een nieuw toestel heb en mijn foto’s kan maken!’ Niemand op die matras durfde nog te verroeren. Het was van pietje plooi, maar ze hebben netjes gewacht tot ik klaar was. Ik was een jonge ket, ik wist niet waar ik terechtkwam met al die zwepen en kooien, maar ik liet me niet doen.

»In de wereld van de bars en clubs heb ik ook mijn eerste informanten gevonden. Mensen die me op de hoogte hielden van de laatste ontwikkelingen in de Brusselse onderwereld. Gratis! Ik heb mijn informanten nooit betaald – behalve één keer, omdat het moest van hogerhand. Maar ik had wel de beste informatie van iedereen. Hoe ik dat deed? Simpel. Ik was kordaat. ‘Eieren of jong,’ dat was mijn motto.

»Als je meewerkte, mocht je me iets extra’s vragen; werkte je niet mee, dan zocht je het zelf maar uit. Ik stelde me niet hautain op tegenover criminelen, maar behandelde ze als normale mensen. Af en toe deed ik een geste: ik regelde in de gevangenis een ontmoeting met hun vrouw, ik liet een pizza komen of zorgde voor een fles wijn. De meesten vergaten dat niet.»


Ontsnapping in Leuven

Het waren de wilde jaren 80. België was in de ban van een reeks bloedige aanslagen van de Bende van Nijvel, de CCC en de bende van Patrick Haemers. Na een paar turbulente jaren in Brussel stapte De Jonghe over naar de BOB van Leuven. Daar rolde hij puur toevallig het dossier van Patrick Haemers binnen.

De Jonghe «Ik kwam van de BOB van Brussel, waar ik gangsters op de rooster legde, moorden onderzocht en huiszoekingen uitvoerde bij terroristen van de CCC. En het eerste dat ik in Leuven moest doen, was een handtassendiefstal ophelderen. Ik had nooit uit Brussel mogen weggaan, besefte ik al na een week. En toen ontsnapte Patrick Haemers, verdacht van een zware overval op een geldtransport in Wilsele, op spectaculaire wijze uit de gevangenis van Leuven.

»Een commando van drie gemaskerde mannen had zijn celwagen klemgereden, ze hadden geschoten en twee collega’s waren zwaargewond. Het was 13 augustus 1987. Onderzoeksrechter Decoux was razend, want Haemers had op de kalender in zijn cel geschreven: ‘Salut Decoux!’ (lacht) Dat kon de man niet verdragen. Hij riep me bij hem. ‘Ge gáát hem pakken hè!’ schreeuwde hij, met een rooie kop.

»Ik kende Haemers niet, ik had nooit van hem gehoord. Maar ik ging hem pakken, wist ik vanaf het eerste moment. We scheelden maar twee jaar, we waren allebei van Brussel – hij van Woluwe, ik van Evere. Ik heb twee jaar op Haemers gejaagd, dag en nacht. Ik móést en zou hem hebben, waar hij ook zat.

»De eerste die ik ondervraagd heb, was de celgenoot van Haemers. Die wist heel goed dat hij die dag zou ontsnappen, want Patrick had hem allerlei spullen gegeven die hij niet meer nodig zou hebben. Onder andere een atlas, waarin verscheidene locaties waren aangeduid op de kaart van Zuid-Amerika. We hadden dus wel een vermoeden dat hij plannen had om naar ginds te vertrekken, maar Zuid-Amerika is groot. Achteraf is gebleken dat hij bijna onmiddellijk naar Rio de Janeiro is uitgeweken, samen met zijn vrouw Denise Tyack en hun tweejarige zoontje Kevin

Na Haemers’ ontsnapping opent de politie de jacht en gaat Rudy De Jonghe deel uitmaken van het vaste onderzoeksteam. De blonde gangster met de staalblauwe ogen is op dat ogenblik al vier jaar gewapende overvallen aan het plegen. Zijn bende heeft al meer dan 100 miljoen frank buitgemaakt en heeft ook minstens drie doden op haar geweten. Bij een hold-up op een geldtransport in Verviers, twee jaar eerder, zijn twee jonge postbeambten omgekomen omdat de overvallers te zware explosieven hadden gebruikt. En in Gooik viel een dode bij een overval op een bestelwagen van Group 4 Securitas.

Maar ook binnen de bende waren er op dat moment al doden gevallen: stichtend bendelid Thierry Smars was in 1986 dood aangetroffen op zijn bed, met een kogel door het hoofd. De officiële vaststelling, zelfdoding, werd al vanaf het begin in twijfel getrokken, maar naar een dader is nooit gezocht.

De Jonghe «Volgens de officiele versie was Smars beginnen flippen na de dodelijke hold-up in Verviers: hij kon zogezegd niet voortleven met de gedachte dat hij op de knop had gedrukt en de springstof had doen ontploffen die twee jonge mensen het leven had gekost. Maar wij hebben aan de hand van rapporten door experts kunnen bewijzen dat Smars zichzelf níét van kant heeft gemaakt: het was moord.

»In het milieu wist iedereen dat, maar over wie hem dan wel het hoekje om had geholpen, liepen de meningen uiteen. Als je het mij vraagt, was het iemand van de bende zelf: atrick Haemers of Philippe Lacroix

undefined

Afscheid van Rudy De Jonghe, deel 2

Terwijl Patrick Haemers en Denise Tyack in Rio het mooie weer maken in hun villa met zwembad – af en toe vliegt Patrick even naar België om eeno verval te plegen en zo de kas te spijzen – dringen De Jonghe en zijn inmiddels overleden collega Patrick Van Brussel steeds dieper door in het milieu van de bende.

De Jonghe «Ons jachtterrein was Woluwe, waar de bende groot was geworden. Het waren rijkeluiszoontjes – de zogenaamde jeunesse dorée – die verslaafd waren aan geld en luxe. We spraken met iedereen die ook maar iets over Haemers kon vertellen. De eerste contacten verliepen bijzonder moeilijk: Woluwe bééfde voor de bende.

»Tegelijk werden die jongens bijna verafgood, want in het uitgaansleven gedroegen ze zich sympathiek en charmant. Tijdens die gesprekken merkten we al gauw wie de zwakke schakels waren, en hén begonnen we te bewerken: telefoontjes doen, café’s bezoeken – praten, praten, praten – in de hoop dat mensen eindelijk zouden inzien dat de Bende gestopt moest worden.

»We waren soms dagen van huis. Tijdens onze gesprekken gingen Patrick en ik soms naar de wc om snel een paar dingen op bierkaartjes te kriebelen. Later spraken we af met informanten in Café Le Mas in Schaarbeek. De uitbater was een ex-collega die voor ons het tafeltje aan de toog vrijhield: aan de onderkant was een microfoontje bevestigd waarmee we de gesprekken konden opnemen. We hadden een afspraak: bij de eerste twee pinten die we bestelden, gaf hij ons gewoon bier; daarna schakelde hij over op alcoholvrij (lacht). We waren nogal leep.

»Ook met Achilles Haemers, de vader van Patrick, gingen we bijna dagelijks naar Le Mas. Pintje pakken, beetje babbelen. Hij had daar plezier in en dacht dat hij ons, twee jonge gasten, bleukes, om zijn vinger kon winden. Maar hij onderschatte ons. Wij hebben meer informatie hem gekregen dan omgekeerd.

»Met de broer van Patrick Haemers, Eric, had ik ook een goed contact. Hij heeft me op een avond zelfs gewaarschuwd dat er een contract op mijn hoofd stond. Elke maand pakten wij wel iemand op uit de entourage van de bende van Haemers: dat werkte op hun zenuwen en ze hadden een cafébaas uit Woluwe aangesproken om mij van kant te maken. Bon, ik rijd nog diezelfde avond met Patrick Van Brussel naar het café van die man. ‘Hoeveel volk zit daar?’ vraag ik aan Patrick. – ‘Man of zes,’ antwoordt hij. Ik zeg: ‘Die kunnen we aan.’ Wij naar binnen. We vragen naar het inschrijvingsbewijs. Is er niet. Uitbater? Is er ook niet. We hebben de tent gesloten. Zo zit ik in elkaar: de aanval is de beste verdediging.

»Daarna heb ik wel wekenlang politiebescherming gekregen, ook thuis. Ik keek televisie met mijn pistool op de salontafel – met een zesjarig zoontje in de buurt. Maar goed, hij heeft daar geen trauma aan overgehouden en is later zélf naar de politieschool gegaan.»


‘VDB, c’est moi’

Begin 1989 komt Patrick Haemers opnieuw naar België om er op 14 januari oud-premier Paul Vanden Boeynants te ontvoeren. De Jonghe heeft nooit onderzoek gedaan naar de ontvoering zelf, dat deed de Gerechtelijke Politie van Brussel. Maar via vader Haemers ving hij er achteraf wel één en ander over op.

De Jonghe «Vader Haemers heeft altijd beweerd dat de ontvoering van VDB opgezet spel was. Of het waar is, weet ik niet, maar Achilles was ervan overtuigd dat er hogere machten in het spel waren. Patrick heeft zijn vader één keer in het grootste geheim ontmoet in de periode dat ze Vanden Boeynants gegijzeld hielden. In het toilet, toen ze onder hun tweetjes waren, moet Patrick gezegd hebben: ‘VDB, c’est moi. Maak je geen zorgen, hij is in heel goeie gezondheid en we verzorgen hem goed.’ Achilles dacht dat hij een attaque kreeg: zijn zoon had de oud-premier van België ontvoerd, en hij wist van niks!

»Patrick moet bij die gelegenheid ook gesproken hebben over een extreemrechtse organisatie, waar behalve gangsters, ook dokters, advocaten en politici deel van uitmaakten. In ruil voor een deel van de opbrengst van de overvallen boden die hoge heren bescherming aan de gangsters. Patrick was niet in politiek geinteresseerd, maar voor geld deed hij alles. De contactpersoon tussen de organisatie en de bende Haemers was een advocaat: Michel Vander Elst. Hij en consorten zouden Haemers naar Zuid-Amerika hebben laten vertrekken – zij hebben de vluchtroute uitgestippeld.»


De stad met vier letters

14 februari 1989. Precies een maand na zijn ontvoering wordt Paul Vanden Boeynants

vrijgelaten in ruil voor losgeld. De oud-premier is nog maar enkele uren op vrije voeten of de bende Haemers verliest haar hardste jongen: Basri Bajrami, bijgenaamd Tosca (de vlieg), vliegt tegen de lamp.

De Jonghe «Eigenlijk was dat puur toeval, want de Belgische politie had er geen flauw benul van wie er achter de ontvoering van VDB zat. Wij zaten achter Bajrami aan omdat hij Patrick Haemers in Heverlee uit de boevenwagen had helpen ontsnappen.

»Bajrami stond aan het station in Metz met twee plastic zakken van Christiaensen te wachten, eentje met speelgoed voor zijn zoontje en eentje met geld voor zijn vrouw, een hoop losse briefjes afkomstig van het losgeld van Vanden Boeynants. Bajrami beweerde achteraf dat we met twee à driehonderd man waren om hem te arresteren. We waren, welgeteld, met z’n drieën: een chauffeur van de Franse flikken, een commissaris en ik (lacht). Drie!

»Via telefoontap in Nederland, waar mevrouw Bajrami verbleef, hadden we vernomen dat hun zoontje gedoopt zou worden. Wij naar ginder, maar geen Bajrami te bespeuren. Plotseling rinkelt de telefoon van mevrouw: Bajrami, om zich te verontschuldigen dat hij er niet bij kan zijn. Hij spreekt met haar af dat ze elkaar vier dagen later zullen ontmoeten in ‘de stad met de vier letters’.

»We zijn haar toen gevolgd, vanuit Breda over Duitsland naar Luxemburg en Metz. We hadden alle moeite van de wereld om haar ongemerkt te blijven volgen, want ze gaf plankgas en in Duitsland lag een pak sneeuw. In Metz begon ze iets door te krijgen: ze reed de stad weer uit en in Luxemburg speelden we haar kwijt. ‘Rij eens terug naar het station van Metz,’ zeg ik tegen de commissaris. Ik had het gevoel dat ze daar iets langer was blijven rondrijden.

»We gaan het station binnen en ik loop recht tegen een kleine, stevig gebouwde kerel aan die zenuwachtig naar links en rechts staat te kijken. Bajrami! Ik gebaar achter mijn rug naar de commissaris: ‘Dat is ’m! Dat is ’m!’ Bajrami heeft het door en rent het station uit. De commissaris en de agent erachteraan, en Bajrami maar lopen, lopen, lopen – in de hoop in de mensenmassa te verdwijnen. Maar ik benader hem van een andere kant... en hij loopt recht in mijn armen. Ik was ongewapend – we waren in Frankrijk – maar ik dacht: die mag ik niet laten gaan.

»Ik grabbel hem dus vast, hij slaat tegen de grond en echt waar: hij doet het in zijn broek. Ik heb hem een restaurant binnengesleept om hem te boeien en op zijn achterste zat zó’n bruine enveloppe (lacht). Volgens een collega ging Bajrami ervan uit dat wij van de Mossad waren. Het losgeld voor Vanden Boeynants was uit Israël gekomen: waarschijnlijk dacht Bajrami dat we hem zouden liquideren: hij was doodsbang.»

Bajrami was gepakt, Haemers zat in Rio en dan was er nog Philippe Lacroix, volgens sommigen het meesterbrein en de échte leider van de bende, die de plannen voor de overvallen en de ontvoering van VDB had uitgewerkt.

De Jonghe «Lacroix was ongetwijfeld de slimste en de gladste. Ik heb respect voor de wijze waarop hij zijn leven in de gevangenis heeft gebeterd. Zelfs de koning is naar een voordracht over ‘zijn nieuwe leven’ komen luisteren. Misschien is het oprecht, maar ik zal hem pas écht geloven op het moment dat hij zijn inkomsten uit gewapende overvallen teruggeeft. Van alle anderen hebben we het geld teruggevonden, van Lacroix niet. Alleen acht gecodeerde Zwitserse rekeningnummers die we nooit hebben kunnen kraken. Lacroix moet nog een pak miljoenen hebben.»

undefined

Afscheid van Rudy De Jonghe: Arrestatie in Rio

Na een obsessieve zoektocht van 21 maanden spoorden De Jonghe en Van Brussel hun target op in een villa, hoog in de bergen van Rio de Janeiro. Níét omdat vader Haemers, zoals Denise Tyack in ‘De bende Haemers’ beweert, zijn mond voorbij gepraat zou hebben.

De Jonghe «Dat is onzin, Achilles heeft zijn zoon niet verraden. Hij babbelde veel, dat is waar, en hij dronk ook veel – naarmate hij dronk, werd hij loslippiger. Hij voelde zich machteloos en radeloos – hoe zou je zelf zijn als je wist dat je zoon een meedogenloze gangster was? Maar hij heeft nooit geweten waar zijn zoon uithing, want Patrick zei niks tegen zijn vader:hij vertrouwde alleen zijn moeder Liliane.

»Wij wisten dat Patrick Haemers in Rio woonde door de Zoller-Malicieux (geen klassieke telefoontap, maar een systeem dat detecteert waar telefoons vandaan komen, red.). Patrick had een paar keer vanuit Rio naar België gebeld. Bleef de vraag: wáár in Rio zit hij? Die stad had toen al 8 miljoen inwoners.

»Wat wel klopt, is dat we Achilles van tevoren gezegd hebben dat we Patrick zouden oppakken. Hij geloofde ons toch niet. Níémand geloofde ons, zelfs de onderzoeksrechter niet. Achilles en Eric Haemers lachten ons uit in ons gezicht: ‘Tu ne l’auras jamais!’ Maar Achilles hield wel een slag om de arm: ‘Als je hem pakt, schiet hem dan niet dood.’ Ik heb hem dat niet beloofd: je weet nooit of zo’n jongen bij zijn arrestatie met een wapen gaat zwaaien. Ik vroeg Achilles: ‘Waar gaat het eindigen?’ Hold-ups, wapens, explosieven, ontvoeringen – het ging van kwaad naar erger. Ik moest Patrick stoppen, dat gaf Achilles toe. Uit zichzelf zou Patrick er niet mee ophouden. Nooit.

»Uiteindelijk heeft Patrick zichzelf verraden, omdat hij het niet kon laten om vanuit Brazilië met zijn familie te telefoneren. We wisten dat hij op een bepaalde dag zou bellen. In Rio had je drie officiële telefooncentrales waar je intercontinentaal kon bellen. Eén ervan bevond zich in een winkelcomplex – de biotoop van Patrick Haemers. Hij ging er flaneren tussen de luxe, zoals vroeger in het Woluwe Shopping Center. ‘We gaan erop af,’ zeiden we, al bleef het een gok. Mijn collega Patrick Van Brussel mocht niet mee van de onderzoeksrechter, dat vonden ze te duur. In zijn plaats kwam Paul Van Thielen mee, hoofd van het Centraal Opsporingsbureau.

»Op zaterdag 27 mei 1989, om 10 uur Braziliaanse tijd, zagen we Haemers in het Bara Shopping Center rondwandelen. Hij liep, samen met huisvriend Axel Zeyen, naar de telefooncentrale. Nietsvermoedend. Toen hij gearresteerd werd, viel hij compleet uit de lucht. Hij verzette zich niet, hij leek eerder opgelucht.

»En toen? Niets meer. De Braziliaanse politie stuurde ons naar ons hotel – dik tegen onze zin, natuurlijk. Zij zouden dat varkentje zelf wel wassen. Wij waren bang dat de Brazilianen Haemers voor grof geld opnieuw zouden laten lopen. Achteraf heb ik daar met hem over gesproken, en het was effectief bijna zo gegaan. Haemers had de Braziliaanse agenten een voorstel gedaan: 70.000 dollar in ruil voor zijn vrijlating. De Braziliaanse agenten hebben dat geld aangenomen, en zeiden daarna dat de deal niet kon doorgaan omdat de Belgische politie foto’s van de arrestatie had genomen.»

Terwijl Rudy De Jonghe en Paul Van Thielen zich de haren uit het hoofd zitten te rukken op hun hotelkamer, laat de Braziliaanse politie hún topvangst voor de internationale pers defileren. Haemers en Tyack verschijnen lachend voor de televisiecamera’s. De hallucinante beelden van twee gangstervedettes die mooie herinneringen ophalen aan hun gangsterleven en zonder scrupules een reeks overvallen bekennen, zijn vandaag nog altijd een hit op YouTube.

De Jonghe «Toen wij van de Brazilianen eindelijk toestemming kregen om een huiszoeking te doen in de villa van Haemers en Tyack, was het huis al helemaal doorzocht. Alles van waarde was verdwenen. De Belgische consul moest van de Braziliaanse politie een papier tekenen dat stelde dat alles volgens de regels van de kunst was verlopen.

»Philippe Lacroix en bendelid Marc Van Dam werden niet opgepakt. Ze waren op weg naar de villa van Haemers, maar werden net op tijd gewaarschuwd door één van de bewakers van het privédomein, die hun vertelde dat de politie was binnengevallen. Eén jaar later hebben we Lacroix en Van Dam teruggevonden in Colombia. In een drugskartel! Het viel mij op hoe gespierd Lacroix was. ‘Je moest eens weten wat ik in Colombia heb meegemaakt,’ zei hij. Hij had daar véél slaag gekregen omdat ze dachten dat hij een informant van de politie was (lacht). Daarom was hij beginnen te trainen.»


Boottocht in Perpignan

De arrestatie van Haemers luidde vreemd genoeg ook het einde in van de samenwerking tussen Rudy De Jonghe en Patrick Van Brussel. Het winning team werd door hun oversten uit elkaar gehaald om een bagatel.

De Jonghe «Wij waren van plan om verder te graven en wilden ook nog enkele getuigen spreken in het dossier van de Roze Balletten. En wie weet wat we hadden achterhaald over de Bende van Nijvel? Maar kennelijk mocht dat niet. De hiërarchie maakte ons duidelijk dat het maar eens afgelopen moest zijn met ons onderzoek. Ik denk dat ze bang waren voor wat we nog allemaal zouden vinden. Als je de bende Haemers kunt oprollen, ben je tot veel in staat, hè.

»Ik werd overgeplaatst, Patrick kreeg een andere partner en twee maanden later werd de onderzoekscel opgeheven en was er niemand die nog zocht. We werden bedankt met een schop in ons achterste. Patrick was gevoelig: hij heeft zich dat altijd veel meer aangetrokken dan ik, en is beginnen te flippen. Het is niet meer goed gekomen met hem (zwijgt).

»Met de familie Haemers bleef het contact goed, ook na de arrestatie en de dood van Patrick. Uiteindelijk was vader Haemers bijna een vriend geworden. Zelfs met Liliane kon ik het prima vinden. ’t Is een braaf en eerlijk mens, een echte moederkloek. Ze is héél boos op mij geweest bij de arrestatie van Patrick in Rio, maar de dag nadat haar zoon op de Braziliaanse televisie een rist hold-ups en de ontvoering van VDB had bekend, is ze zich komen verontschuldigen voor wat ze me allemaal had verweten.

»Jaren later lagen mijn vrouw en ik met onze boot aangemeerd in Port Barcarès, in het zuiden van Frankrijk. We gingen aan wal. En wie zagen we daar voor zijn bakkerij staan praten, met een pint in zijn handen? Vader Haemers. Het was een vrolijk weerzien, en sindsdien hebben we elkaar nog vaak teruggezien als we op vakantie waren in Frankrijk. Kevin, de zoon van Patrick, is zelfs nog met ons gaan varen op mijn boot. Liliane was – op kousenvoeten – komen vragen of haar kleinzoon eens een tochtje met ons mocht maken.

Tja, waarom niet? ’t Was wel geen simpel kereltje. Hij moest weten of er wel een douche op de boot was. ‘’t Zal gaan zeker?’ zeg ik. Rotverwend, hè. Kevin wist toen nog niet dat ik zijn vader had gepakt.»

In de marge van de opnames voor ‘De bende Haemers’ hebben ze elkaar opnieuw ontmoet, Kevin en de speurder die de ondergang van zijn vader had bezegeld. De zoon heeft die gelegenheid te baat genomen om meer te weten te komen over de man die zijn vader in werkelijkheid was, zegt De Jonghe.

De Jonghe «Kevin wou van mij weten of zijn pa echt zo’n slechterik was geweest. Ik heb hem gezegd dat ik niks tegen zijn vader had als persoon, maar dat ik hem, als dader van strafbare feiten, móést opsporen. Daar had hij vrede mee.

»Ook Liliane nam mij uiteindelijk niks kwalijk. In haar ogen was ik een correcte vent die zijn werk had gedaan. Ik vind het doodjammer dat ze de laatste jaren van haar leven in schrijnende omstandigheden heeft doorgebracht, in een klein appartementje in een achterbuurt van Perpignan. Ze heeft in weelde geleefd – vóór hij zijn fortuin verspeelde, was vader Haemers een succesvol zakenman – maar is vorig jaar in bittere armoede gestorven.»


De laatste zaak

Het laatste gevecht dat De Jonghe moet leveren is er geen tegen boeven.

De Jonghe «Een maand geleden heb ik slecht nieuws gekregen: een minuscuul plekje op mijn lever bleek kanker. Ik heb brute pech: de tumor heeft zich vastgezet op een ader, waardoor de kankercellen rechtstreeks in de bloedbaan worden gestuurd. Langzaam aan zal alles aangetast worden. Een levertransplantatie en een bloedtransfusie zijn niet meer mogelijk, en ze kunnen de tumor ook niet wegsnijden. Er bestaat geen behandeling. Ik vroeg al lachend aan de expert in het ziekenhuis: ‘Hoeveel tijd geef je me nog?’ – ‘Enkele weken,’ antwoordde hij. Mijn vrouw is ter plekke beginnen te huilen, maar ik ben kalm gebleven. ‘Als er niks meer aan te doen is, zie je mij hier ook niet meer terug,’ heb ik gezegd, en ik ben opgestapt. De enige vraag die mij nu nog rest is: wanneer?

»We zijn nu enkele weken verder en ik zit hier nog. Het is raar hoor, want ik voel me nog altijd goed. Ik neem homeopathische middelen, in de hoop dat die mij wat meer tijd geven. Baat het niet, dan schaadt het niet.

»Bang? Nee. Ik ben nooit voor iets teruggedeinsd in mijn leven, dus dat ga ik nu ook niet doen. Wat moet ik doen? Een potje zitten huilen? Het is nu eenmaal zo. Ik vind het spijtig voor de mensen rond mij.

»Ik heb wel over het einde nagedacht, uiteraard. Ik heb voorzorgsmaatregelen getroffen. Zodra ik voel dat ik achteruit begin te gaan, zal ik de levensbeëindiging vragen. Ik wil geen maanden in een ziekenhuis liggen en aftakelen. Een spuitje en daarmee gedaan.

»Het is te vroeg, dat is waar. Ik ben 55. Mijn pa, een beroepsofficier in het leger, is gestorven op zijn 56ste. Hij had hartproblemen waar hij ons niks over verteld had. Hij is plots gestorven op vakantie: verdronken. Het ergste vond ik dat ik geen afscheid heb kunnen nemen.

»Anderzijds probeer ik andere mensen ook zo weinig mogelijk lastig te vallen. Zolang ik me goed voel, is er voor mij nog geen probleem. Ik wil het leven aangenaam blijven maken tot de laatste van mijn dagen. Ik wil dat iedereen die mij ziet daar een goed gevoel bij heeft.

»Ik heb een boeiend leven gehad, ik ben fier op wat ik bereikt heb. Ik ben blij met mijn beroepskeuze, ik ben blij met mijn vrouw, die ik al ken van mijn 16 jaar. Ik heb een toffe zoon, twee kleinkinderen, mijn huis. Ik heb veel meegemaakt in mijn leven. Er is niks waar ze mij nog mee kunnen verrassen.»

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234