'Tot mijn 15de werd ik in extreme mate gepest.' Humo sprak met Belgiës grootste levende schilder: Luc Tuymans

Diffuus zomers daglicht valt door dakkoepels naar binnen in een atelier in Borgerhout, op tien nieuwe schilderijen die Luc Tuymans maakte voor een overzichtstentoonstelling. Daarin blikt Belgiës grootste levende schilder terug op vijfentwintig jaar samenwerking met Zeno X Gallery. Als dat geen uitstekende reden is om een stand van zaken op te maken!

'Vroeger volgde na een gelukt schilderij een maand euforie, nu helaas nog maar twee dagen'

HUMO Toen ik je galerist Frank Demaegd naar de meest memorabele anekdote uit een kwarteeuw samenwerking vroeg, zei hij meteen: ‘Le Creux de l’Enfer!’

Luc Tuymans (lacht) «Dat weet ik nog goed. We waren in dat gehucht bij Thiers een tentoonstelling gaan opbouwen. ’s Avonds gingen we naar de discotheek en ik voelde dat er agressie in de lucht hing. Dat heb je dikwijls in zo’n provinciale dorpjes: iets onbekends is meteen een bedreiging.

»Frank stond al op de dansvloer toen er in de gang een Algerijns meisje op mij afstapte. Ik ga automatisch achteruit, maar ineens schiet de vriend van dat meisje mij toe. Ik geef hem een duw, waarop de portier mij onmiddellijk vastgrijpt en buitenzet. Frank had dat allemaal niet gezien: die stond rustig te dansen tussen de meisjes. Dus ik klop op de deur en zeg dat mijn vriend nog binnen is. Vervolgens zie ik eerst de jas van Frank door de deur naar buiten vliegen, en niet veel later Frank zelf. Hij had niet gezien wat er in die gang gebeurd was, dus hij wordt rázend en begint op die deur te timmeren. Ik heb hem er gelukkig van kunnen overtuigen om te vertrekken, anders was het daar serieus uit de hand gelopen.

»Uiteindelijk zijn we naar Clermont-Ferrand moeten gaan voor de opening, want in Le Creux de l’Enfer waren wij uitgeroepen tot les bagarreurs Flamands (lacht). Dat was in ’91, denk ik. Het was mijn eerste tentoonstelling buiten België. Een schone herinnering, omdat ik toen heb gemerkt dat Frank iemand is die niet achteruitgaat. Als hij vindt dat hem onrecht aangedaan wordt, reageert hij bijna baldadig. Wat ik ook fascinerend vind aan Frank, is de manier waarop hij kijkt. Als hij een doek niet goed vindt, kan ik dat aan zijn gezicht zien. In deze tentoonstelling is er zo’n werk dat hij wat minder vindt: dat merkte ik metéén. Grappig: in het boek dat we van deze expo maken, staat net dát schilderij in postzegelformaat afgedrukt (lacht).»

HUMO Is deze expo voor jou persoonlijk ook een feestelijk moment?

Tuymans «Frank en ik zijn ook vrienden, dat kan niet anders als je elkaar al zo lang kent. Dus in die zin is het een soort van feest, ja.»

HUMO Jullie samenwerking begon toen jij in 1990 vol branie op Frank afstapte en zei dat hij je galerist moest worden.

Tuymans «Inderdaad. Ik zei: ‘Wij gaan de komende tien jaar elk jaar een tentoonstelling maken, whatever happens.’ En in mijn vermetelheid voegde ik eraan toe: ‘Ze zullen telkens uitverkocht zijn.’ Bon, uiteindelijk zat ik er niet ver naast (lacht).

»De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het een berekende gok was, want Frank had al een werk van mij gekocht. Ik wist dus dat hij me goed vond. Ik had ook al iets achter de hand toen ik naar Frank ging: ik toonde hem het catalogusje dat ik gemaakt had, foto’s van mijn werk én ik gaf hem de namen van mensen die het wilden kopen. Dat er geïnteresseerde kopers waren, was uiteraard niet onbelangrijk. Je mag niet vergeten dat er op dat moment amper schilderijen tentoongesteld werden – de schilderkunst was dood verklaard. Ook bij Frank was er bijna uitsluitend conceptuele kunst en installatiekunst te zien, maar ergens voelde je dat hij wél schilderkunst wou tonen. Frank heeft trouwens ooit bekend dat hij vroeger zelf nog heeft geschilderd.»

HUMO Heb je zijn werk ooit mogen zien?

Tuymans «Euh, ja. (Zwijgt veelzeggend) In ieder geval: hij had een passie voor schilderkunst.

»Voor mij is schilderen mijn leven, voor Frank is zijn werk ook zijn leven. Daarom klikte het zo goed tussen ons. Hij is heel diplomatisch en teruggetrokken, een redelijk stille mens; ik ben dat helemaal niet. We zijn altijd een goeie tandem geweest. Nog steeds.

»Dankzij Frank kreeg ik in 1992 een tentoonstelling in de Kunsthalle Bern, toch een scharniermoment in mijn carrière. Frank had Ulrich Loock, die de Kunsthalle toen leidde, de werken voor mijn nieuwe tentoonstelling voor Zeno X getoond. Loock wilde me ontmoeten. Ze zijn op goed geluk naar mijn atelier gereden, waar ik op dat moment nét de deur uit stapte. Heel toevallig. Ik liet hen binnen en toonde 150 schilderijen aan Loock, die geen bakkes zei. Ik dacht: dat is hier ernstig mislukt. Maar toen ik thuiskwam, kreeg ik telefoon van Frank: Loock was extreem onder de indruk. Kennelijk had hij na dat atelierbezoek gezegd: ‘Dat is het beste wat ik de laatste tijd heb gezien, maar vertel dat nog niet aan de kunstenaar.’ Nu, Frank had me toch opgebeld: hij is altijd eerlijk, en dat apprecieer ik ook.

»Twee weken later stond Loock opnieuw in mijn atelier. Hij wilde samen met mij een tentoonstelling maken in de Kunsthalle. Dat kwam dan weer iemand van de staf van Jan Hoet ter ore, waarop die me voor Documenta vroeg. Toen werd ik bang, natuurlijk. Zenuwen, maar ik was vooral heel bang dat het een reusachtige impact op mijn werk zou hebben. Ik dacht: misschien moet ik toch oppassen met die stroomversnelling. Maar ja, daar is natuurlijk niks tegen te doen.»

'De angst om te schilderen wordt steeds groter, omdat ik bang ben dat ik mijn kunde verlies'

HUMO Jij had Jan Hoet voordien ook al zelf opgezocht.

Tuymans «Ja. Jan Hoet is voor mij zeer belangrijk geweest – ik heb de nieuwe tentoonstelling dan ook aan hem opgedragen. Ik had hem op tv zien brullen over kunst en ik dacht: dat ziet er een moeilijke man uit, als ik hém kan overtuigen, zit het goed. Dus ik ging bij hem langs – hij zat toen nog in de kelder van zijn spookmuseum, het Museum voor Schone Kunsten in Gent. Ons eerste contact bestond uit oogcontact, zeer animalistisch.»

HUMO Animalistisch?

Tuymans «We keken elkaar in de ogen, om elkaar af te tasten. Zoals honden die elkaar besnuffelen. Ik toonde hem een stapeltje foto’s van mijn werk en zijn interesse was gewekt.

»Een jaar later heb ik Jan en zijn toenmalige assistent Bart (De Baere, artistiek directeur van het M HKA, red.) bij mij uitgenodigd. Die dag viel er een bom in mijn atelier: Jan Hoet kocht zijn eerste werk van mij! Dat was een hart onder de riem natuurlijk, om van zo’n autoriteit bevestiging te krijgen. Zulke dingen bleef hij trouwens tot op latere leeftijd doen. Hij was nooit te beroerd om het atelier van een jonge kunstenaar te bezoeken en samen een pak friet te eten.»


Rokend verliefd

HUMO De overlevering wil dat je als 6-jarige al wist dat je kunstenaar zou worden: je won toen een tekenwedstrijd en werd een lokale held.

Tuymans «Toen wist ik al dat tekenen mijn manier zou zijn om gewaardeerd te worden én bij de mensen te horen. Maar op die leeftijd besef je natuurlijk nog niet dat je kunstenaar bent of wordt. Dat komt veel later.»

HUMO Wanneer kwam dat besef?

Tuymans «Toen ik aan Sint-Lukas in Brussel studeerde. Mijn leraar modeltekenen Guy De Smet heeft me aangemoedigd. Hij was zelf een beeldhouwer, maar hoewel hij nooit echt bekend is geworden, was hij niet gefrustreerd zoals vele andere leraars. Ik maakte dat jaar wel drieduizend tekeningen, gewoon omdat hij zo’n goede pedagoog was. Voordat ik hem leerde kennen, was ik van plan om grafisch ontwerper te worden, want ik dacht dat je van kunst niet kon leven. Hij heeft me als 18-jarige over de streep getrokken om de stap toch te wagen. Dat heb ik dus aan hem te danken. Iedereen heeft íémand nodig die in hem gelooft. »Een ander belangrijk moment was een tentoonstelling die ik zelf heb georganiseerd in een leegstaand zwembad in Oostende – massa’s uitnodigingen uitgestuurd, niemand komen opdagen. Mijn moeder, die de catering deed, stond boven de hapjes te huilen.»

HUMO Euh, op welke manier is zo’n ervaring motiverend?

Tuymans «Toen ik tegen valavond alleen op het balkon stond en naar de ruimte keek, dacht ik: het komt wel in orde. Het was de allereerste keer dat ik mijn werk buiten mijn kleine ateliertje zag. Een geweldige test. Het moment waarop mijn werk mijn atelier verlaat, blijft tot vandaag belangrijk: ook nu nog geeft het een kick om mijn schilderijen in een galerie of museum aan de muur te zien hangen. Toen ik in dat Oostendse zwembad mijn werk zag, voelde ik dat het goed was. Als ze toen in het niets waren verzonken in die grote ruimte, was het waarschijnlijk een ander verhaal geweest. Dan zaten wij hier niet te praten.»

'Voor de verjaardagstentoonstelling baseerde Tuymans zich op oud werk van Van Eyck en hemzelf: 'Ik vond het boeiend om op die manier een link te leggen tussen oud en nieuw werk.'

HUMO Dankzij je leraar wilde je kunstenaar worden, maar wanneer heb je beslist om je job in het nachtleven op te geven en voltijds te gaan schilderen?

Tuymans «Op het moment dat ik met Frank ben beginnen te werken. Toen ik pas begon te verkopen, had ik op sommige schilderijen met opzet een heel hoge prijs gezet, omdat ik ze eigenlijk nog niet kwijt wilde. Ik wilde ze in musea krijgen. Maar er waren mensen die ze tóch aan die prijs wilden kopen, dus toen dacht ik: nu moet ik er voluit voor gaan.

»De eerste verzamelaars van mijn werk waren natuurlijk Belgen, trouwe verzamelaars die werk van jonge mensen kopen tot vlak voor hun doorbraak en dan naar iemand anders overgaan. Helaas zijn onze kunstinstituten zo onderkomen dat verzamelaars – wanneer ze een consistente collectie hebben opgebouwd – bang zijn om die over te leveren aan een museum. Ze weten gewoonweg niet of de kunst er wel goed bewaard zal worden. Daarom ben ik een beetje kwaad op ons Belgenland, want zo verdwijnen er natuurlijk veel belangrijke verzamelingen naar het buitenland. Het ministerie van Cultuur zou daar eens over moeten nadenken.

»Zelf heb ik er altijd voor gezorgd dat één derde van mijn werken én de belangrijkste stukken in een publieke verzameling of een museum terechtkwamen. Bij voorkeur ook gedeeltelijk in België. Zo heb ik ‘Mwana Kitoko’, mijn portret van Boudewijn, aan het SMAK geschonken toen Jan Hoet met pensioen ging. Het andere topwerk uit die reeks, ‘Lumumba’, wou ik aan het Museum voor Moderne Kunst in Brussel geven, maar zij hebben het geweigerd.»

HUMO Onbegrijpelijk. Waarom?

Tuymans «Wellicht had de toenmalige directrice een koloniaal verleden, weet ik veel. Om maar aan te tonen hoe stom het soms kan lopen. Daardoor is dat schilderij in de collectie van het MoMA in New York beland. Toen de toenmalige minister van Cultuur, Bert Anciaux, daarvan hoorde, heeft hij nog geprobeerd om er iets aan te doen, maar bij het MoMA zeiden ze: ‘You’re too fucking late.’»

HUMO Je had al vrij vroeg in je carrière succes in de Verenigde Staten.

Tuymans «Toen Documenta in ’92 op z’n einde liep, begonnen de eerste faxen binnen te rollen. En die kwamen vooral uit de States. Frank zei dus dat we daar maar eens heen moesten. Eerst naar New York, en dan naar Chicago.»

HUMO In Chicago leerde je je vrouw, kunstenares Carla Arocha, kennen.

Tuymans «Op een diner van het Renaissance Society-museum zag ik Carla binnenkomen, een uitzonderlijk mooie vrouw. Ik dacht: dat is te hoog gemikt. Ik had toen trouwens nog een vriendin, en Carla was getrouwd. Toen ik haar zag roken, ben ik toch op haar af gestapt. Zo hebben we elkaar leren kennen. Dankzij de sigaret (lacht).

'Tot mijn 15de was ik vrijwel autistisch. Ik werd ook in extreme mate gepest.'

»In 1999 zijn we getrouwd en heeft zij de stap gezet om nóg eens te verhuizen. Zij was al van haar geboortestad Caracas naar Chicago getrokken, twee miljoenensteden. En toen kwam ze in het megalomane dorp Antwerpen terecht. Het hielp natuurlijk ook niet dat ze met een klein monster leeft dat in de eerste plaats kunstenaar is. Allemaal niet evident. Maar goed, wij hebben een zeer goede, hechte verhouding. (Een ping uit Tuymans’ iPhone onderbreekt zijn gedachtegang) Wacht, ik ga efkes mijn vrouw bellen, want ze stapt nu op een vliegtuig. Ze komt terug van Caracas met zes uur vertraging.

»Hi, baby love, have a good flight, hè. Big kiss. Okay. See you. Bye.

»Carla en ik zijn natuurlijk ook elkaars klankbord. Zij is zeer kritisch. Ze kan een idee, waarvan ik denk dat het goed is, volledig fileren in 30 seconden tijd. Een bijzondere capaciteit.»


Vrijwel autistisch

HUMO Als kind en tiener communiceerde je door te tekenen en te schilderen. Vervult kunst nog steeds die functie?

Tuymans «In mijn kindertijd was dat tekenen zeer compulsief. Als er mensen op bezoek kwamen, zei ik niets en achteraf tekende ik hen uit mijn hoofd na. Ik kon gewoon niet anders. Tot mijn 15de was ik vrijwel autistisch. Ik werd ook in extreme mate gepest. Maar toen ben ik ineens gegroeid en keerde de situatie om: puur door mijn fysieke verschijning waren mensen plots bang voor mij.

»Al op jonge leeftijd heb ik geleerd hoe wreed mensen kunnen zijn. Als je gepest wordt, ontwikkel je trauma’s. Dus als ik vier jongetjes zie die een vijfde jongetje mét brilletje slaan, zal ik nog altijd ingrijpen.»

HUMO Tot je 15de was je vrijwel autistisch en toen ben je gegroeid. Was het echt zo eenvoudig?

Tuymans «Mensen zitten nu eenmaal heel banaal in elkaar, dat had ik toen al wel begrepen. Plots reageerden ze anders op mij. En zelf werd ik meteen mondiger. Jaren later heb ik één van mijn pesters een hersenschudding geslagen, in een bushokje. Ik kwam hem per ongeluk tegen en ik heb hem een djoef verkocht (lacht). Er zijn er ook die me vroeger pestten en later, toen ik bekend was, naar me toe kwamen. Dan zei ik: tegen jou zeg ik nooit nog één woord. Op dat vlak ben ik een beetje haatdragend.»

HUMO Je hebt eerder al weleens gezegd dat wraak een motor voor je is.

Tuymans «Het gaat vooral om respect. Nu ja, met het ouder worden treedt er vanzelf een element van anger management op, omdat je wáárdig ouder moet worden (lacht).

»Maar het belangrijkste blijft dat je plezier moet beleven aan wat je doet. Enfin, ik ben nog steeds heel zenuwachtig – gestrest zelfs – de avond voor ik aan een schilderij begin. En de eerste drie à vier uur schilderen zijn een hel. Maar als ik voel dat het gaat lukken, dan beleef ik er extreem veel plezier aan.

»Als een werk geslaagd is, vraag ik me nog altijd af: hoe kán dat nu eigenlijk? Ik ben nog elke keer verwonderd. Vroeger was ik een maand lang euforisch nadat ik een goed schilderij had gemaakt. Nu is dat helaas nog maar twee dagen.»

'Mijn vrouw en ik hebben elkaar leren kennen dankzij de sigaret'

HUMO Tragisch: de blijdschap na een gelukt werk duurt steeds minder lang, maar de angst op voorhand blijft even groot.

Tuymans «Die wordt zelfs groter. Omdat je bang bent dat je je kunde verliest. Enfin, na dertig jaar schilderen ken je wel een aantal trucs.

»Het kunstenaarsbestaan is zeer compulsief. Er hoort een zekere gedrevenheid bij die eigenlijk haaks op een echt leven staat. Voor mij is kunst ook niet leven. Het is nu wel míjn leven, maar eigenlijk zijn het twee afzonderlijke dingen. Het zijn ook gescheiden ambities.»

HUMO Jij hebt niet de ambitie om te leven? Heb je daar spijt van?

Tuymans «Het was eigenlijk geen keuze, het is gewoon zo. En omdat ik uit een minder gegoede familie kom, was er nog minder keuze. Ik móést er wel helemaal voor gaan. Ook voor mijn vrouw is kunst het allerbelangrijkste. Mocht dat niet zo zijn, dan hadden we waarschijnlijk wel een probleem.

»Dus nee, ik heb geen spijt. Ik heb altijd gedaan wat ik graag doe, en dat doe ik nog altijd. Er zijn veel mensen die artistieke ambities hebben, maar daar nooit toe komen. Dat soort frustratie ken ik niet.

»Het enige wat mij soms tegenstaat, is alles wat er bij komt kijken: de hele kunstwereld, interviews (lacht)... Fotografen die mijn hele leven vastleggen; ik kan mijn verouderingsproces gewoon in de krant volgen. En dan al die transatlantische reizen, de jetlags. Dat zijn dingen die beginnen te wegen. Nu ben ik nog te jong, maar als ik echt ouder word, zal dat ritme toch moeten veranderen.»

HUMO Door dat ritme had je niet eens tijd voor je eigen jubileum. De nieuwe tentoonstelling had er eigenlijk vorig jaar al moeten zijn, want je bent intussen al 26 jaar bij de galerie.

Tuymans «Vorig jaar was het gewoonweg onmogelijk, omdat ik toen de grootste tentoonstelling van mijn leven heb gemaakt, in Doha. Met daarbovenop nog een viertal andere dingen. Ook dit jaar heb ik weer vijf solotentoonstellingen, waaronder deze bij Frank. In mei was er één in New York. Na deze expo vertrek ik naar China en daarna moet ik nog naar Londen, Montreal en Venetië.»

HUMO Heb je daar zin in?

Tuymans «Mja, zin... Het is nu eenmaal zo. Ik probeer zulke reizen zoveel mogelijk te combineren, om geen tijd te verliezen. Maar het is wel heftig. Mijn vrouw en ik proberen tegenwoordig toch tien dagen vrij te nemen rond Kerstmis en Nieuwjaar. Dat is voor ons beiden de minst drukke periode.»

HUMO Moet je nooit rusten? De inspiratie kan toch niet blijven komen als je zo hard doorwerkt?

Tuymans «Ik werk al dertig jaar hard door. Ik vind dat zelf ook onwaarschijnlijk, hoor. Sommige mensen hebben een writer’s block, painter’s block of burn-out, ik niet. Terwijl ik aan een tentoonstelling werk, ben ik meestal al met de volgende bezig. Nu is het zelfs zo dat de volgende tentoonstelling óók al af is.

»De druk is natuurlijk redelijk groot. Ik heb nu 125 solotentoonstellingen achter de rug, 600 groepstentoonstellingen, 80 monografieën en 3.000 lezingen. Daarnaast werk ik als curator voor andere tentoonstellingen en schrijf ik teksten over andermans kunst. Er is dus al een flink pakket afgeleverd. Ik denk dat er zich op een bepaald moment vanzelf wel een soort balans gaat opdringen.»

'Een initiatief als de 01.10-concerten is nu niet meer mogelijk. Iedereen is verdacht, dus het is ieder voor zich'

HUMO Wat me opvalt in oudere interviews: je legt dat moment van rust telkens in de toekomst.

Tuymans «Ik probeer dat inderdaad zo veel mogelijk uit te stellen (lacht). Ik duw het van me weg. Wat ga ik anders doen?»


Onbetamelijke rust

Tuymans gidst me langs de schilderijen die in zijn atelier aan de muur hangen. Tien nieuwe werken. Centraal: een veelkleurig, bijna abstract doek dat doet denken aan een glasraam. ‘Dit is het werk dat de andere getriggerd heeft,’ zegt hij. ‘Het is een stukje van een brokaatmantel op een schilderij van Van Eyck, een stukje dat ik altijd heel mooi heb gevonden.’

HUMO Tot nog toe verkondigde je altijd dat je niet aan die grote meester mocht denken tijdens het schilderen – anders zou je meteen willen stoppen. En nu heb je een detail uit een Van Eyck nageschilderd?

Tuymans «Ik wou de uitdaging toch eens aangaan. Het is een detail uit een reproductie. Het échte stukje brokaat ziet er natuurlijk totaal anders uit, maar het werk heeft nog altijd met waarde te maken, met status, met dat blinkende goud van het brokaat. Bovendien is het een feestelijk schilderij voor deze verjaardagstentoonstelling.

»Toen dat eerste doek er was, kwam ineens het idee om vier portretten op basis van blow-ups van oude werken te maken. Het eerste is een stukje van een schilderij dat ik in 1998 gemaakt heb voor een tentoonstelling bij Frank, ‘Petrus en Paulus’. Je ziet het gezicht van Paulus, een extreem opgeblazen detail van dat oudere schilderij. Een ander portret is Frank zelf, in zijn auto, uit het schilderij ‘Frank’.

»Ik vond het boeiend om op die manier een link te leggen tussen oud en nieuw werk. De vier oude schilderijen zijn schilderkunstig heel verschillend, ik heb ze volledig moeten ontleden voordat ik eraan begon. Aartsmoeilijk. Maar het is redelijk goed gelukt, vind ik. Verder heb ik een nachtelijk interieur geschilderd, een stukje verfrommeld papier, de handen van een priester, een Aziatisch aandoend landschap, en een schilderij van een gebouw in de woestijn. Het Louvre.»

HUMO Het Louvre in de woestijn neerzetten, een serieus statement.

Tuymans (knikt) «Het Westen zit in een lastig parket dezer dagen (lachje). Dat doek staat voor een cultuurmodel dat door de huidige situatie volledig is zoekgeraakt. Daarom vind ik het belangrijk dat de tentoonstelling begint met ‘Brokaat’: in combinatie met het portret van Paulus krijgt dat een zeer christelijke insteek, die voor mij gelieerd is aan de onzekere tijden waarin we leven. Angst, terreur.

»Weet je, hoewel de werkdruk zeer groot blijft, voel ik me steeds vrijer, zowel in het maken van tentoonstellingen als in het schilderen zelf. Mijn werk wordt op één of andere manier abstracter, onthechter. Dat vind ik fascinerend om te zien. Ik durf ook meer dan vroeger. Ik durf bijvoorbeeld sneller te stoppen met schilderen, met als gevolg dat ik minder het risico loop om dingen kapot te maken. Ik zal je eens een slecht schilderij laten zien, een portret van Jan Hoet.»

HUMO Ik zou dit niet eens als een Tuymans herkend hebben.

Tuymans «Omdat er veel te hard aan gewerkt is. Daardoor functioneert het niet meer. Ik gebruik het nu als test, ik leg het naast andere schilderijen om het verschil te zien. In ieder geval: de vrijheid die ik nu voel, verhoogt voor mij het plezier van het schilderen.»

HUMO Kun je dat plezier met iets anders vergelijken?

Tuymans «Het is een zeer specifiek gevoel. Als ik schilder, ben ik zodanig geconcentreerd dat ik geen koude, warmte of pijn voel. Waarschijnlijk doe ik het daarom zo graag, omdat ik het met heel weinig dingen kan vergelijken.

»Misschien komt de schemering nog het dichtst in de buurt, daar heeft het iets mee te maken. Ik was ooit voor een groepstentoonstelling in Scandinavië, met midzomernacht. Het licht was een speciaal soort oranje, de temperatuur heel aangenaam. Ik zat op een bank, gewoon te kijken, en er kwam een onbetamelijke rust over me heen. Ik had echt het gevoel dat ik niets moest doen.»

'Grote, belangrijke kunstenaars zijn nooit pretentieuze excentriekelingen'

HUMO Ik had gedacht dat je seks zou zeggen. Of misschien alcohol.

Tuymans «Nee, het is meer een atmosferisch gegeven. Schilderkunst heeft te maken met atmosfeer, en met licht. Alsof je in een taxi zit terwijl het buiten begint te schemeren. Dat zijn van die onwezenlijke momenten. Het is iets wat me een beetje ontsnapt. Dat moet ook zo blijven met kunst, dat dingen je kunnen ontsnappen, dat je niet alles doodschildert, zoals dat portret van Jan Hoet.»

HUMO Een woord dat altijd terugkomt als mensen over jou spreken, is ‘genereus’. Wil jij iets betekenen voor jonge kunstenaars, zoals Jan Hoet iets voor jou betekende?

Tuymans «Ja, dat is extreem belangrijk. Kunst en cultuur kunnen niet bestaan zonder generositeit. Dat is in se een ander woord voor kunst en cultuur. Je moet dingen doorgeven in plaats van ze angstvallig bij je te houden. Ik heb al gemerkt dat grote, belangrijke kunstenaars door de band genomen zeer genereus zijn. Het zijn nooit pretentieuze excentriekelingen.»

HUMO In een ouder interview zei je: ‘Een kunstenaar is hooguit iemand met een meer dan normale maatschappelijke generositeit.’ Die maatschappelijke focus heb jij altijd gehad. Hoe kijk jij vandaag naar de wereld?

Tuymans «Brexit, Trump, de waanzin. Ik denk dat het huidige angstklimaat in eerste instantie te wijten is aan een politieke kaste die er niet meer tegen opgewassen is. Politici weten niet meer hoe ze de maatschappij moeten bestieren.

»De tweede boosdoener is natuurlijk de media. Zonder Rupert Murdoch was er misschien geen brexit geweest. Mensen lezen alleen maar tabloids die niet ingaan op wat Europa wél heeft gedaan. Die vorm van populisme heeft zich over heel het Westen uitgebreid. Gevaarlijke gekken als Donald Trump zijn ook een product van de media. Elke dag krijgt hij een platform om waanzin te verkondigen. Reusachtig gevaarlijk. Stel je voor dat hij president wordt, in wat voor wereld leven we dan?»

HUMO Dit jaar is het exact tien jaar geleden dat in Antwerpen de 01.10-concerten plaatsvonden.

Tuymans «Dat was een uniek moment. Het is best uitzonderlijk dat de cultuur een standpunt inneemt op politiek vlak. Schrijvers, acteurs, beeldend kunstenaars, muzikanten – zelfs Will Tura en Koen Wauters deden mee. Daar stond dus effectief 50.000 man vóór verdraagzaamheid.»

'Ik durf tegenwoordig sneller te stoppen met schilderen. Zo loop ik minder het risico dingen kapot te maken.'

HUMO Wordt het geen tijd dat de culturele sector opnieuw zo’n statement maakt?

Tuymans «Dat zou zeker relevant zijn. De vraag is wie ernaar zal komen kijken. Weet je, ik neem hier in Antwerpen drie keer per dag de taxi en als ik nu aan een chauffeur vraag of hij op vakantie gaat, is het antwoord: ‘Nee, want mijn vrouw durft de luchthaven niet meer binnen te gaan.’

»Mensen zijn bang, ze komen niet meer buiten. Ik hoor dat de bezoekerscijfers van de Brusselse musea dalen omdat Amerikanen en Japanners niet meer naar Brussel durven te komen. Dat is de wereld waarin we leven. 01.10 was groot en breed gedragen, toen een duidelijke stap voorwaarts, maar zoiets is nu niet meer mogelijk. Iedereen is verdacht, dus het is ieder voor zich geworden.

»Maar ik zou graag positief willen eindigen. Aan de Frans-Zwitserse grens staat de Large Hadron Collider, een deeltjesversneller. Meer dan honderd wetenschappers werken er aan een groot abstract project en in de tussentijd komen ze toevallig allerlei dingen op het spoor die nuttig zijn voor iedereen. Eén van die wetenschappers was een fan van mijn werk, dus ik mocht dat ding gaan bezoeken. De controlekamer ziet er helemaal niet hightech uit, je ziet dat alles met mensenhanden is gemaakt. Het is één van de meest extreme apparaten op aarde en het ziet er heel krottig uit. Maar het wérkt. In deze perfide, negatief ingestelde wereld kan zoiets ook. Ik ben heel blij dat ik dat heb gezien, het heeft mijn geloof in de mensheid hersteld. Alles is nog niet verloren.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234