null Beeld

'Triplicate': Marc Didden over de driedubbele nieuwe plaat van Bob Dylan

Goed dat Marc Didden bestaat. Zo kunt u op deze plek, nauwelijks twee weken na het ultieme Bob Dylan-interview, lezen wat we nu eigenlijk van zijn driedubbele nieuwe plaat ‘Triplicate’ moeten denken.

'Liefde en respect zijn hier echt de sleutelwoorden'


Lees meer over Bob Dylan »

Goed dat Humo bestaat. Zo hebt u bijvoorbeeld op deze plek, nauwelijks twee weken geleden, al kunnen lezen waarom de heer Dylan de laatste jaren zulke rare platen maakt. Waarom hij, zoals verwacht zou kunnen worden na zijn recente Nobelisatie, helemaal niet met briljant nieuw werk voor de dag komt en zeker niet wil bewijzen dat hij werkelijk de allerbeste tekstdichter van de vier, vijf laatste generaties is. Waarom hij met andere woorden nu en straks, net zoals vroeger, altijd zijn zin zal doen. Waarom de man waarover al een halve eeuw gezeurd wordt dat hij eigenlijk niet kan zingen toch zo graag klassiekers uit het grote Amerikaanse Songbook onderwerpt aan de beperkingen van zijn toch wel enigszins uit schuurpapier bestaande stembanden. Toen ik hem laatst tegenkwam in de file bij het frietkraam van Sergio Herman, vroeg ik hem desondanks nog wat de heimelijke bedoeling was van het hele coverplan. Zijn antwoord, maar dan wel via Rolling Stone, klonk als volgt: ‘Ik zie het zelf geenszins als een coverplan. Die liedjes zijn zo al genoeg gecoverd. Ze zijn zelfs dood en begraven, wat mij betreft. Wat ik en mijn band gedaan hebben op bijvoorbeeld ‘Shadows in the Night’ is eerder iets wat ik ‘opgraven’ zou willen noemen. Wij halen het kerkhofzand van die songs en brengen ze terug in het daglicht waar ze opnieuw kunnen schijnen en blinken, precies zoals ze ooit bedoeld waren.’

En ik ben bereid Bob te geloven. Want dat het opnemen van die collectie late night-klassiekers op ‘Shadows’ geen gril was van een superster met last van writer’s block, mochten we algauw ervaren bij het voortreffelijke, nog meer ingetogen ‘Fallen Angels’ – van vorig jaar nog maar. Dylan en zijn wonderbaarlijke orkestje zijn er helemaal één geworden met Frank Sinatra’s schier onuitputtelijke repertoire en ze voelen zich als de spreekwoordelijke vissen in het water wanneer ze hun vriendelijke strijd aangaan met het werk van Johnny Mercer, Jimmy Van Heusen, Rodgers & Hammerstein en andere Irving Berlins.

Dylan houdt van die songs, dat voel je zo. Als de 75-jarige zanger het over ‘Young at Heart’ heeft, dan weet je dat hij wel weet waarover hij het heeft, al heeft zijn hart al in de probleemzone gezeten. Als je ’m zijn oude tanden hoort zetten in ‘All or Nothing at All’, dan voel je snel aan al je organen dat het in een mensenleven alleen over die twee dingen kan gaan.

Of, comme disait l’autre : ‘Tis of tisnie. Datist.’

Maar die twee eerste langspeelplaten vol oud goud, ‘Shadows in the Night’ en ‘Fallen Angels’, bleken dus niet Dylans definitieve ode aan de muziek van zijn jeugd te zijn, maar gewoon elegante voorstudies ten behoeve van een nieuw artefact, de pas verschenen driedubbelaar die ‘Triplicate’ gedoopt werd, wat niets anders wil zeggen dan ‘drievoud’, zoals het over ‘duplicaat’ gaat wanneer we het over dubbels hebben.


Mona moustache

Van ‘Triplicate’ kunnen we al één ding met zekerheid zeggen : de dertig nummers die er netjes verspreid staan over drie schijven zijn gehuisvest in één van de lelijkste platenhoezen aller tijden. De cd’s zitten in een donkerpaars, metalliek aandoend doosje waarop iemand met behulp van de font-functie op zijn laptop in het allersimpelste Gotisch de titel heeft geschreven.

null Beeld

Het is gek dat met de opkomst van de cd, en zeker sinds het verschijnen van alle vormen van virtuele beluistering, de kunst van de platenhoes helemaal verdwenen is. Al mogen we hopen dat gezien de recente remonte van het vinyl ook de betere hoesdesigners straks weer aan de bak komen.

Een andere kunst die op sterven na dood lijkt, is die van de betere liner notes. Maar gelukkig halen Dylan en zijn mensen daar traditioneel wel graag een betere scribent voor aan boord. Dat is deze keer niet anders. Het verhaal dat blueskenner, schrijver en scenarist Tom Piazza mag aanleveren biedt net als het bewuste interview met Bill Flanagan (zie dus Humo nr. 3996) een grondig inzicht in het hoe en het waarom van dit toch langer dan verwacht durende hoofdstuk uit Dylans nu al duizelingwekkende discografie.

Piazza, die zich duidelijk aan de juiste bronnen laaft, schrijft wijselijk dat iedereen die zich aan dit verweerde repertoire waagt ‘steps into a room where Frank Sinatra, Ray Charles, Ella Fitzgerald, Billie Holiday, Sarah Vaughn and too many others to list carved their own names into the walls and tables. What could be left to say? You can’t out-Ella Ella or out-Frank Frank. Is it really possible to hear ‘As Time Goes By’ again and hear something fresh?’

Welja, dat is mogelijk. Maar om die oorlog te winnen heb je goede soldaten nodig, en een goede kapitein. En veel liefde en respect voor de berg van dertig liedjes die je uitgekozen hebt voor dit project. Nu, Bob Dylan (die hier trouwens soms ook Jack Frost heet, wanneer hij voor producer speelt) is een uitstekende kapitein, en met de juiste blazers- en strijkersverenigingen in zijn zog, en zijn werkelijk onvolprezen band voortdurend aan dek, wast hij dit beertje wel.

‘Liefde’ en ‘respect’ zijn écht de sleutelwoorden hier. Dylan pakt al deze weleer stoffige classics aan met dezelfde witte handschoenen waarmee de archivaris of de antiquair ook te werk gaat wanneer hij een waardevol voorwerp ontdekt heeft. Hier wordt wat oud en goed is, behandeld met zachtheid. ‘Nobody here drew a moustache on the Mona Lisa’ merkt Piazza nog op in dat verband.

‘Triplicate’ is een verhaal dat zich laat vertellen in drie hoofdstukken. De auteur heeft ze zelfs benoemd: ‘’Til the Sun Goes Down”, ‘Devil Dolls’, ‘Comin’ Home Late’. En die titels dekken de lading aardig. Grosso modo gaat het in die drie kapittels over de weemoed die des avonds bij elk van ons weleens wil verschijnen, over de last en de lust die we met de vrouwen en de mannen uit ons leven kennen, over de katers die allerlei vermakelijke dingen ons kunnen bezorgen, vroeg of laat.


Oud & nieuw

Wie denkt dat Dylan zich in deze croonersreeks voor het eerst in zijn leven met andermans werk bezighoudt, is niet op de hoogte van ’s mans back catalogue of concertgeschiedenis. Van bij het prille begin, vroeg in de jaren 60 van vorige eeuw, weet Bob goed dat zijn eigen woorden het niet altijd redden en dat hij behalve een dichter ook een zanger is en dat zangers van nature nu eenmaal op zoek zijn naar songs die ze kunnen zingen. Woody Guthrie, Hank Williams, Jimmie Rodgers, hij heeft ze allemaal naar zijn keel gezet. Blind Lemon Jefferson, Bukka White, Mississippi John Hurt: idem. En later: collega’s als Warren Zevon, John Hiatt, Eric Andersen en ook Joni Mitchell. Dylan riekt een goede song vanzelf en zeker als ze in zijn stijl past, al weet niemand goed wat zijn stijl is. Tegen de al genoemde Flanagan liet hij daarover toch al iets los. ‘Als ik beelden zie van mezelf toen ik nog jong was, dan zie ik daar toch altijd een beetje de ‘Nature Boy’ van Nat ‘King’ Cole staan. Simpel maar tegelijk ook al een beetje postmodern. Ik herken dan in geen geval de man die ik nu ben.’

Voor wie heeft Dylan deze ‘Triplicate’ nu gemaakt, werd hem ook gevraagd. ‘Voor de man in de straat,’ antwoordde hij, ‘ook als dat toevallig een Dylan-fan zou zijn.’

Half waar, denk ik. Dylan zingt deze liedjes natuurlijk voor u en voor mij, maar toch vooral voor zichzelf en voor zijn kinderen, denk ik. Voor zijn dode ouders, die tijdens de oorlogsjaren pas uit Rusland naar de VS gekomen waren om daar in de steppen van Minnesota hard labeur te verrichten en een kroostrijk gezin te stichten, terwijl ze over de radio al die liedjes hoorden die op deze drie platen staan. Ze werden vaak geschreven door mensen die zelf migranten uit Europa waren en die aan hun schoenen nog slijk van het oude continent hadden zitten maar met hun hoofd toch ook al in de wolken van de nieuwe wereld vertoefden. ‘You go to my head’, zullen ze dan wel meegezongen hebben, ‘like the bubbles in a glass of champagne’. Of ‘These Foolish Things’ of ‘Why Was I Born?’. Dieper dan dat laatste worden levensvragen niet.

Niet dat het allemaal zo ernstig opgevat moet worden. Dylan houdt – vooral bij de uptemponummers – zijn tongue in de regel nog aardig in zijn cheek. En hij doet zijn zin. Of zoals hij Frank Sinatra toezong, toen die vroeg om zijn ‘Restless Farewell’ eens speciaal voor hem te zingen: ‘But if the arrow is straight / And the point is slick / It can pierce through dust no matter how thick / So I’ll make my stand / And remain as I am / And bid farewell and not give a damn.’

undefined

‘Triplicate’ van Bob Dylan is nu uit bij Columbia Records.

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234