Walter Palmer (links) met een leeuw (niet Cecil). Beeld REX by Shutterstock HH

Jachtclubs

Trofeejagers aanpakken is bijna onmogelijk, daarvoor zijn ze te rijk. ‘Het is een hobby van de elite’

Vijfduizend olifanten afschieten, dat is voor een trofeejager iets om mee te pronken. En dus was het voor journalist Eduardo Gonçalves niet moeilijk te achterhalen wie de grootste jagers zijn. Hij ontdekte ook dat deze jagers zich zich via machtige clubs hebben binnengewerkt bij natuurorganisaties.

Walging en verontwaardiging waren de uitingen op sociale media en in de pers toen bijna vijf jaar geleden de iconische mannetjesleeuw Cecil in Zimbabwe wreed werd doodgeschoten met pijl en boog. De Amerikaanse trofeejager en tandarts Walter Palmer uit Minnesota moest na thuiskomst ijlings huis en haard verlaten toen bleek dat hij de grote leeuw met de zwarte manen had omgebracht om opgezet in zijn huis te zetten. De bedreigingen aan zijn adres waren niet mals.

Voor de Britse journalist en natuurbeschermer Eduardo Gonçalves was het schieten van Cecil aanleiding om in de wereld van de trofeejagers te duiken. Eind mei verscheen zijn boek: ‘Trophy Hunters Exposed’. Hij noemt daarin vijfhonderd namen van trofeejagers die allemaal een of meerdere keren de ‘Big Five’ hebben dood ge­schoten: de olifant, de neushoorn, de leeuw, de luipaard en de buffel. De eerste vier zijn in hun voortbestaan ernstig bedreigde en beschermde diersoorten.

- Waarom dit boek?

Gonçalves «Steeds staan individuele trofeejagers in de schijnwerpers als ze verschrikkelijke dingen doen. Het grote publiek is dan geschokt, zoals met Cecil. Ondertussen groeit de trofeejacht wereldwijd, terwijl steeds meer soorten met uitsterven worden bedreigd en de bescherming ervan niet of nauwelijks werkt.

Walter Palmer met een knobbelzwijn.Beeld REX by Shutterstock HH

«Na de dood van Cecil op 2 juli 2015 is er in de vijf jaar erna, ondanks de massale boosheid, weinig of niets veranderd. In een paar landen, zoals Nederland, is er een verbod gekomen om trofeeën, zoals leeuwekoppen of de vacht van zebra’s, te importeren. Maar de trofeejacht gaat onverminderd voort.»

- Dus het aanpakken van individuele jagers helpt niet erg?

Gonçalves «Nee, daarom dook ik met dit boek in de organisaties achter de jagers. Dat is een machtige industrie, met zeer invloedrijke mensen en veel geld. De trofeejacht is de hobby van de elite. Hierin zijn de rijken der aarde verenigd, onder wie vele captains of industry. De kosten voor het schieten van een wilde leeuw kunnen wel oplopen tot 100.000 dollar (zo’n 90.000 euro) per dier. Tel maar op: kosten voor een vergunning, de safari met een professionele jager, het opzetten van de dode leeuw en het vervoer naar het land waar de jager vandaan komt om de trofee thuis of in een privé museum te showen aan vrienden en zakenrelaties. Alleen hele rijke mensen kunnen zich dat veroorloven.»

- Hoe zijn die trofeejagers georganiseerd?

Gonçalves «Er zijn diverse jagersclubs, de grootste is de Amerikaanse Safari Club International (SCI), die in 2021 vijftig jaar bestaat, met wel tweehonderd afdelingen in binnen- en buitenland. De SCI wordt zelfs ontvangen op het Witte Huis in Washington. De club heeft sinds het jaar 2000 al 140 miljoen dollar uitgegeven aan lobbycampagnes en donaties aan verkiezingsfondsen van invloedrijke politici, onder wie de huidige minister van buitenlandse zaken in de VS, Mike Pompeo.»

De Amerikaanse tandarts Walter Palmer met een witte neushoorn. Beeld REX by Shutterstock HH

- Heeft de SCI ook invloed in de wereld van de natuurbescherming?

Gonçalves «Die jagersorganisaties zijn zich de afgelopen jaren anders in de markt gaan zetten. Ze noemen zich tegenwoordig ook natuurbeschermers. Tegelijkertijd hebben de SCI en andere jagersclubs nieuwe organisaties opgericht, zoals de Conservation Force. Dat klinkt als natuurbescherming, maar dat is niets minder dan een lobby voor het opheffen van beperkingen voor trofeejagers en pro-jacht. Het is pure oplichting, maar het werkt.»

Jagen is een dure hobby

Gemiddelde prijzen voor een vergunning om in Zuidelijk-Afrika op wilde dieren te jagen:

Neushoorn: Prijs op aanvraag, vanaf 150.000 dollar
Olifant: 30.000 tot 100.000 dollar
Leeuw: 48.000 tot 58.000 dollar
Luipaard: 18.000 tot 32.000 dollar
Nijlpaard: 11.000 tot 25.000 dollar
Krokodil: 10.000 tot 25.000 dollar
Giraf: 1800 dollar
Zebra: 1100 dollar
Hyena 750 dollar
Impala: 400 dollar
Baviaan: 100 dollar

«Via donaties kopen ze zich in en krijgen ze invloed op de belangrijkste natuurbeschermingsorganisaties, zo­­als de IUCN, ‘s werelds grootste en oudste unie voor natuurbescherming. Zij stellen de rode lijst samen waarop soorten staan die in hun voortbestaan ernstig bedreigd worden. Ook groeit hun invloed via sponsoring bij Cites, de internationale verdragsorganisatie die via lijsten de handel in ernstig bedreigde diersoorten aan banden moet te leggen.»

«Het is een lobby geworden van belangenclubs van trofeejagers tegen de echte natuurbeschermingsorganisaties. En met succes. Zo wisten ze in 2019 tegen te houden dat de leeuw van Appendix II van Cites (bedreigd in zijn voortbestaan, red.) naar lijst I (ernstig in het voortbestaan bedreigd, red.) ging, waardoor de jacht op leeuwen veel moeilijker zou worden. Net na de Tweede Wereldoorlog waren er nog zo’n half miljoen leeuwen in het wild in Afrika, nu nog maar zo’n 20.000 in Zuidelijk Afrika. Er mag dus nog steeds gejaagd worden op leeuwen omdat ze op lijst II zijn blijven staan.

«Zo is ook het quotum voor de jacht op de ernstig bedreigde zwarte neushoorn, waarvan er nog maar 5500 leven in het wild, door gelobby van deze jachtclubs verdubbeld. SCI en de Conservation Force hebben in 2019 alles op alles gezet om te voorkomen dat giraffen op de Appendix lijst II van Cites terecht zouden komen. Op het laatste moment is deze campagne mislukt. De giraf staat nu gelukkig wel als bedreigd op lijst II.»

- Waarom laten Cites en IUCN dit soort jagersclubs toe in hun gelederen?

Gonçalves «Geld. Toen Cites van start ging in 1975 waren er 1000 soorten ernstig bedreigd in hun voortbestaan, nu zijn dat er meer dan 30.000. De verdragslanden zijn in de tussentijd niet extra gaan betalen om de bescherming van die soorten ter hand te nemen. Natuurbehoudorganisaties zoals de Conservation Force zagen hun kans om met donaties invloed te kopen. De Conservation Force heeft inmiddels zelfs de waarnemersstatus gekregen bij Cites. Bij vergaderingen wordt met nadruk naar de standpunten van de Conservation Force gevraagd.»

«Hetzelfde geldt voor de IUCN. De voorzitter van de Conservation Force zit nu in een expertcomité van IUCN. Er zijn meer belangenclubs van trofeejagers geïnfiltreerd bij de IUCN en hebben eigen mensen in allerlei commissies op machtige posities. Er zou voor toelating een onderzoek naar hun achtergrond gedaan moeten worden. Uit openbare informatie is makkelijk te vinden dat het geen natuurbeschermers zijn. Zo heb ik dat ook gedaan voor mijn boek.»

- U noemt ook de namen van de vijfhonderd grootste trofeejagers in uw boek. Waarom?

Gonçalves «Om te laten zien dat zij het heel normaal vinden wat ze doen. Ze hebben allemaal de Big Five, een of meerdere keren geschoten. Sommige schieten ook de Dangerous Seven, de Gevaarlijke Zeven. Op die lijst staan ook en volwassen krokodil en een nijlpaard. Sommige trofeejagers hebben 2000, 4000 of zelfs 6000 dieren geschoten. Het zijn enorme aantallen.»

De Amerikaanse tandarts Walter Palmer (midden) en vrienden met een buffel. Beeld REX by Shutterstock HH

- Lopen ze daarmee te koop?

Gonçalves «De SCI heeft in 1977 het Records Books geïntroduceerd, dat is zoiets als het Guinness Book of Records voor de jacht. Het gaat om wel tachtig verschillende awards, variërend van het schieten van allerlei soorten dieren, tot aantallen, gewicht van beesten en continenten waar ze zijn gedood. Die prijzen, waar jagers overigens flink voor moeten betalen om ze te krijgen, worden jaarlijks in het Records Book gepubliceerd en tijdens een gala uitgereikt. Een vermelding is een eer. Je bent een held als je daarin staat. Het is allemaal publieke informatie, gericht op de club van trofeejagers en hun status in die gemeenschap.»

De grootste trofeejagers

Eduardo Gonçalves maakte in zijn boek een top-500 van trofeejagers. Twee voorbeelden:

Ron Thomson (1939)

Trofeejager uit Zimbabwe schoot:

5000 olifanten
800 buffels
50 leeuwen
50 nijlpaarden
30 tot 40 luipaarden

Hij zegt zelf dat hij ooit 32 olifanten in vijftien minuten doodschoot. Thomson claimt dé trofeejager te zijn die de meeste wilde dieren ooit heeft afgeschoten. Hij kreeg awards van de Conservation Club en de Safari Club International.

Tony Sanches-Arino (1940)

De inmiddels tachtigjarige trofeejager uit Spanje is een vriend van de vroegere Spaanse koning Juan Carlos, ook een fervent jager. Sanchez schoot 4044 wilde dieren dood, waaronder:

1317 olifanten
340 leeuwen
127 zwarte neushoorns
167 luipaarden
2093 buffels

Hij hoort bij het exclusieve gezelschap van twaalf trofeejagers die meer dan 130 leeuwen hebben doodgeschoten. Sanches-Arino behoort ook tot de groep van dertien jagers die meer dan duizend olifanten omlegde, net als Ron Thomson. Zijn record noemt Sanchez het in 75 minuten doodschieten van twintig olifanten.

Het helpt de trofeejacht?

«In dat wereldje zijn het de olympische medailles. De trofeejacht slacht veel dieren af, waardoor soorten in gevaar komen qua aantallen. Maar er is nog iets anders aan de hand. Zo’n Records Book stimuleert het schieten van de grootste leeuwen, olifanten met de langste slagtanden, neushoorns met de grootste hoorns en de ijsbeer op de Noordpool met de grootste klauwen en kop. Dat telt mee in de ranglijst. Met het doden van de mooiste en sterkste dieren verzwak je kunstmatig de genenpoel. Je verarmt de evolutie, waardoor ziektes meer kans krijgen en de genen van de zwakkeren worden doorgegeven in plaats van de sterksten, want de dieren met die genen worden afgeschoten. Daarom zie je nauwelijks nog olifanten met enorme slagtanden in Afrika.»

Is die trofeejacht met zijn awards alleen gericht op Afrika?

«Nee, we praten nu over Afrika, maar dit geldt voor bedreigde dieren op alle continenten: grizzly’s in Noord-Amerika, ijsberen op de Noordpool, jaguars in Zuid-Amerika, sneeuwluipaarden in de Himalaya, lynxen in Europa, allerlei wilde geiten en schapen in de Arabische wereld.»

Hoe hebben al die jagersorganisaties en jagers, die u bij naam noemt in uw boek, gereageerd? 

«Ze reageren niet. Ze willen niet dat mijn boek meer publiciteit krijgt. Ze willen niet nog meer mensen bewust maken van het probleem van de trofeejacht. Het overgrote deel van de Amerikanen, maar ook Europeanen, zo blijkt uit onderzoeken, is tegen de trofeejacht. Trofeejagers hebben geen reden om kwaad op mij te zijn. Ze zetten zichzelf in hun Records Book neer als trofeejagers die veel dieren afschieten. Ze zijn er apetrots op.»

Walter Palmer met een luipaard. Beeld REX by Shutterstock HH

Eduardo Gonçalves - Trophy Hunting Exposed - (Green Future Books Ltd. in Engeland) 

(Trouw)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234