null Beeld

Tune-Yards - Nikki Nack

Noblesse oblige: Tune-Yards brengt een nieuwe single uit, en het is meteen een van de raarste gevallen van het voorjaar. ‘Water Fountain’ is een soort ode aan het leven, maar terloops beschrijft ze ook hoe ze loodgieters in haar bed lokt. En ze onderstreept, als we het goed begrepen hebben, het belang van eens goed te kunnen kakken. Tijd dat íémand het deed. Goede single.

Frederick Vandromme

Voor haar derde plaat toog Tune-Yards op zoek naar inspiratie in Haïti. Ze liet zich bijstaan door de klassiek geschoolde a-capella­groep Roomful Of Teeth, trok tussendoor de typografische scheefgroei van haar artiestennaam recht (van tUnE-yArDs naar plain old Tune-Yards), en sprak voor de productie John Hill (Shakira, Christina Aguilera en Santi­gold) en vooral Malay (Frank Oceans ‘Channel Orange’) aan.

Verder is Tune-Yards nog steeds vooral Merrill Garbus, een gediplomeerde puppet master die door de wereldwijde lof op doorbraakplaat ‘w h o k i l l’ zo van haar melk was dat ze er, op zoek naar de dichtstbijzijnde kluts, even bij moest gaan zitten. In 2011 was ‘w h o k i l l’ pop ondanks zichzelf. Elke zonevreemde hiphopsong daarop leek in elkaar geknutseld uit twintig en meer verschillende elementen, details en tempowisselingen die uit evenveel verschillende bouwdozen afkomstig leken, maar toch telkens een catchy en hoogst spannend geheel opleverden. Denk aan John Zorn, Liesbeth Homans en Mr. T die samen een groepje oprichten en uitsluitend ‘Kinderen voor Kinderen’-covers spelen, en u komt nog niet eens in de buurt.

In vergelijking daarmee klinkt ‘Nikki Nack’ bijna onderkoeld, gestroomlijnd en berekend. Tijdens interviews legt Garbus uit dat ze een tegengewicht wil bieden aan de heersende normen in muziekland, maar ze bedoelt daarmee klaarblijkelijk ook de normen in haar eigen oeuvre. Let wel: ‘Nikki Nack’ is voor de Tune-leek nog steeds behoorlijk grillig en onvoorspelbaar. Elke song is opnieuw een soort matroesjka waaruit telkens nieuwe, kleinere songs tevoorschijn komen. En ‘panic attack’­ rijmt ook hier nog geheel vanzelfsprekend op ‘yakkity-yakkity-yakkity-yak’. Maar verder klinkt ‘Nikki Nack’ dus ook iets gladder en bij momenten ook donkerder dan ‘w h o ­k i l l’.­­ Meer r&b dan hiphop. Meer drumcomputer en beduidend minder saxofoon. De songs heten ook niet langer ‘Wooly Wolly Gong’, maar dragen titels die minder verbergen dat ze iets te vertellen hebben, zoals ‘Find a New Way’, ‘Manchild’ en ‘Look Around’. En de teksten gaan deze keer over onschuld, over anarchie, over overgave, over ambitie, over veiligheid, over onveiligheid en over de nood aan een nieuwe, beter georganiseerde wereld.

Luister eerst naar ‘Time of Dark’ en ‘Manchild’ (niet alléén voor het zinnetje ‘Oh little manchild, look at your pants / An accident happens each time we dance’). En ‘Hey Life’, dat traag op gang komt, maar zich na een kleine minuut op uitmuntende wijze ontbolstert. Minder goed: ‘Why Do We Dine on the Tots?’, een theatrale skit die anderhalve minuut lang de vaart uit de plaat haalt, en het wat vervelende ‘Real Thing’.

Daarmee scoort ‘Nikki Nack’ elf op dertien. De nieuwe Tune-Yards is een fractie minder goed dan ‘w h o k i l l’, maar volgens onze rode stift staat dat nog altijd gelijk aan ‘redelijk uitstekend’.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234