'Tussen oorlog en leven' op Eén en 'De eeuwige oorlog' op Canvas: 'Soms lijkt vrede een luxe van onbepaalde duur'

‘Zie ik het wel goed? Voel ik het wel juist aan?’ Rudi Vranckx kampte plots met vertwijfeling in de generiek van ‘Tussen oorlog en leven’. Als hij, gerenommeerd kogel-en-bommenreporter, het al niet meer wist, kon de rest het wel schudden.

Vranckx’ weifelen was gelukkig van voorbijgaande aard, al durfde hij toch niet meer uitgaan van z’n eigen expertise en trok hij in ‘Tussen oorlog en leven’ (★★1/2) telkens met een tweespan BV’s ten oorlog. De bedoeling, zo legde hij uit, was om het wapengekletter door een ander paar ogen te aanschouwen, alsof hij de zijne na goed drie decennia internationale heibel, bommen als zaden en de dood als oogst, plots niet meer vertrouwde.

Zou het misschien wennen, de stank van een lijk onder een laag steengruis? Vranckx leek alleszins, in tegenstelling tot zijn gezelschap, niet al te zeer uit z’n lood geslagen bij de aanblik van de menselijke knoken die her en der uitstaken boven de puinhopen die het centrum van Mosul markeerden. Naar die stad, of wat ervan restte, had hij de olijke diskjockeys Dominique Van Malder en Joris Hessels meegetroond – in de auto had Vranckx hen al vakkundig de stuipen op het lijf gejaagd door te melden dat hij in zijn rijke carrière zelden erger gezien had dan Mosul. Het effect dat hij daarmee oogstte ontging hem niet, en soms, zoals wanneer hij een laptop bovenhaalde om die gruwel ook te tonen, leek hij er zelfs naar op zoek.

Iets daarvoor had Vranckx nochtans de ideale reisleider geleken. Met z’n gevolg deed hij een terrasje in het nabijgelegen Erbil, waar je blijkbaar wel nog kon pintelieren zonder al te veel kans te lopen op een slordig uitgevoerde onthoofding voor je glas leeg was. ‘Ik ken in elke stad wel een plekje,’ zei hij ongezien joviaal, de rugzak nonchalant aan één schouder de ene kennis na de andere omhelzend. In een mooiere wereld zou Vranckx zich na z’n pensioen, al dat vliegend lood moe, ter beschikking stellen van een mutualiteit op zoek naar een geschikte monitor voor zomerkampen. Moge die dagen meer kamp- dan geweervuur inhouden.

Vranckx en zijn vedetten liepen in Erbil een kruidenier tegen het lijf die nog in Leuven gewoond had. Iedereen is van de wereld, maar toch vooral van hier, zo bleek, want even later troffen ze ook nog iemand die een tijdlang in het asielcentrum van Wingene gebivakkeerd had, waar ook ‘Radio Gaga’ nog halt had gehouden. ‘Tussen oorlog en leven’ leek wel vaker samen te hangen van dat soort handige toevalligheden. Toen Vranckx samen met acteurs Geert Van Rampelberg en Katrien De Ruysscher onder auspiciën van een half dozijn kalasjnikovs het Somalische Mogadishu aandeed, werd het kluitje Vlamingen ook al op straat aangesproken in het Nederlands.

In Mogadishu toonde Vranckx het stel acteurs de stukken en brokken die er eertijds de kathedraal uitmaakten. Die imposante ruïne kon je je nog herinneren van toen Martin Heylen er ook al langsliep voor ‘Terug naar eigen land’, toen met Ish Aït Hamou, Margriet Hermans en Jean-Marie Dedecker in zijn zog. Duidelijk een toeristische trekpleister dus, maar dat ze er sindsdien niet met scherp schieten op naderende BV’s met cameraploegen toonde nog het beste hoe rekbaar de menselijke weerbaarheid kan zijn.

Wie het bij al die ellende niet te hard op een schreien gezet had, kon in ‘Tussen oorlog en leven’ een aanzet tot een één-tweetje ontwaren met ‘De eeuwige oorlog’ (★★★1/2) als andere helft. Daarin bezocht Vranckx in dezelfde week telkens dezelfde bestemming, maar moest hij het beduidend met minder ‘Thuis’-acteurs stellen, waardoor ‘De eeuwige oorlog’ vanzelf richting Canvas verwezen werd. Wie niet tuk is op een overdaad vedetten in z’n soep, mag zich tegenwoordig vanzelf tot het Canvas-publiek rekenen.

De Rudi Vranckx die je nu door het puin zag jakkeren, kende je beter. Nadat hij schelms over een omheining geklauterd was, stond hij op de vlakte waar in 2003 het metalen evenbeeld van Saddam Hoessein van de sokkel gepleurd werd als plaatsvervangende bedanking voor bewezen diensten. Het had het toeterende sluitstuk moeten worden van een blitzkrieg van Amerikaanse makelij, maar bleek slechts het einde van de proloog, en in de volgende hoofdstukken zouden soennieten en sjiieten, verschillende gewichtscategorieën van dezelfde sporttak, elkaar om beurten massaal om zeep proberen helpen – een tijdverdrijf waarvoor ze schijnbaar al eeuwen warmliepen.

Ook in Somalië was de ellende te herleiden een broedertwist tussen rivaliserende clans die hun op een blitzbezoek van Amerikaanse weldoeners was komen te staan: uit de smeulende resten die ze achterlieten – ‘mission accomplished’, ongetwijfeld – verrees het islamitische gezelligheidscomité dat zich vandaag Al-Shabaab laat noemen. Met dank ook aan België, werd je nog eens ingeprent, dat een stel para’s afgevaardigd had om te weten te komen hoelang je een Somaliër hoort te braden voor je die saignant mag noemen. Solidariteit van de ene failed state met de andere.

De gruwelbeelden die Vranckx zijn medereizigers had voorgeschoteld in ‘Tussen oorlog en leven’ kreeg je nu zelf mee, wat op Canvas dus plots wel kon. Je zag ploerten van allerlei allooi laders leegschietend op geknevelden zonder naam, en nog minder kans, die enkel van hun moordenaars verschilden in het jammerlijke feit dat ze zich aan het andere eind van de loop bevonden. Lijken die verworden waren tot houtskool, triomfantelijk opgehesen aan een brug. Dat oorlog mensonterende ellende, en bijwijlen zelfs gewoon kut met peren is, moest blijken uit zowel ‘De eeuwige oorlog’ als ‘Tussen oorlog en leven’, maar waar dat laatste – ‘Oorlog, de vedetteneditie’ – uitgebreid de tijd nam om tussen het geweeklaag ook lichtpuntjes te zoeken, stuurde ‘De eeuwige strijd’ nooit krampachtig aan op hoop, waardoor het wel zo eerlijk overkwam. Je liep er ook aanzienlijk minder kans in om een zedenlesje opgespeld te krijgen door een Bekende buiten z’n comfortzone: vooral wanneer Van Rampelbergs ogen weer eens te glazig werden, werd je geduld te makkelijk als loslopend wild gezien.

Gezien de standplaats was ‘De eeuwige oorlog’ op voorhand gedoemd maar een fractie van het kijkersaantal van ‘Tussen oorlog en leven’ te halen, hoewel de moeite die ervoor getroost was zich veel makkelijker liet bewonderen, tussen het ongemakkelijk wegkijken in. Het daagde dat oorlog, mensonterende ellende en bijwijlen zelfs kut met peren, best gediend leek met zo weinig mogelijk opsmuk, wilde je het hellevuur tastbaar maken voor ingezetenen van landen waar vrede nog een luxe van onbepaalde duur leek.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234