null Beeld Rebecca Fertinel
Beeld Rebecca Fertinel

Het gevecht tegen de donkerte

Tv-maker Jens Dendoncker over zijn strijd tegen depressie: ‘Je bent de hele tijd bezig met de vraag: heeft iemand dit gezien? Altijd de schijn hooghouden’

Hij is net klaar met de opnames van de nieuwe laatavondquiz ‘Even goeie vrienden’, presenteert binnenkort ‘The Masked Singer’ én werkt aan zijn eerste boek. Twee jaar nadat hij zichzelf liet opnemen om van zijn angsten af te komen, staat Jens Dendoncker (32) er weer. ‘Ik voel me nu bijna sterker dan ooit.’

Mark Coenen

“De bel doet het niet, het licht is kapot en ik weet niet hoe ik de koffiemachine aan de praat krijg”, zegt Jens Dendoncker een beetje onheilspellend als hij de deur opent. In zijn Antwerpse kantoor, dat hij met een paar anderen deelt, verloopt de rest van ons gesprek gelukkig voorspoedig. Zelfs zonder koffie.

Ik zag op jouw site een affiche van een nieuwe zaalshow.

“Die website moet dringend worden aangepast. Dat is nog een poster voor een show die ik vóór corona aan het schrijven was. Die komt er nooit, dat materiaal is gedateerd. Ik ben met een nieuw concept begonnen. Volgend jaar ­try-outen, in 2024 op tournee. Ik heb soms nog een avond vrij en dan doe ik dat soort dingen. (lacht)

“Het is meer dan pittig druk, de opnames voor Even goeie vrienden zijn net afgelopen en The Masked Singer komt eraan. De quiz loopt elke dag, in de laatavond, van maandag tot donderdag, vier weken aan een stuk. We koppelen twee mensen die elkaar misschien wel kennen maar zeker nog geen vrienden zijn. Zij ontdekken pas in de studio aan wie ze gekoppeld worden. Het is best een pittige kennisquiz, maar dat zeg ik omdat ik zelf misschien niet het scherpste potlood in de schuif ben.” (lacht)

Jij hebt niet de reputatie van een serieuze quiz­master.

“Ik ga wel serieuze vragen stellen, hoor. Julie Van den Steen presenteert samen met mij. Ik ga niet zeggen dat zij bovenaan op mijn lijstje stond om dat te doen: ze wás mijn lijstje. Ik wilde iemand die ongelofelijk ad rem is, die grappig is en scherp uit de hoek kan komen, en dat is zij allemaal. Het is een echte latenightshow, ook bedoeld voor kijkers die na een match van het WK voetbal geen zin hebben in de nazit. Die kunnen dan naar ons komen.”

Bio

geboren op 26 juli 1990 / opgegroeid in Moen bij Kortrijk / won in 2015 de Lunatic Comedy Award en de Culture Comedy Award, en in 2016 Humo’s Comedy Cup / stelde in 2017 zijn eerste avondvullende show voor, Bang van Dendoncker / presenteerde de VTM-programma’s Hoe zal ik het zeggen? en Da’s liefde / debuteert volgende week als quiz­master in Even goeie vrienden / volgt begin 2023 Niels Destadsbader op als presentator van The Masked Singer / schrijft zijn eerste boek, Ik mag er niet aan denken, dat volgend jaar verschijnt / woont in Antwerpen

Goede vrienden, zijn die ook in jouw leven belangrijk?

“Het zal wel zijn. Absoluut. En ik heb er genoeg. Ik denk dat ik een tiental mensen helemaal in vertrouwen kan nemen. Die kennen elkaar eigenlijk niet, er zijn een paar oude jeugdvrienden bij, mensen uit het middelbaar, comedians en collega’s. Veel verschillende vrienden met verschillende achtergronden. Ik heb geen vaste vriendenbende die alles samen doet. Daar heb ik ook niet echt behoefte aan. Vrienden zijn mensen die brutaal eerlijk durven zijn maar die ook zachtmoedig en zachtaardig zijn, op wie je kunt leunen als het nodig is. Ik kan niet goed om met mensen die heel hard en rationeel zijn. Ik vind hen snel vermoeiend. Maar je hebt ook niets aan jaknikkers, zeker niet in mijn vak.”

Comedians kunnen kritiek verpakken in een mop. De meeste van hen hebben een goeie band met elkaar. Dat is anders dan in de rest van de mediawereld, en zeker die van televisie: die zit vol met ego’s en daar speelt de concurrentie heel hard.

“Dat gevoel van collegialiteit onder comedians had ik al van in het prille begin, toen ik steun kreeg van de ­allergrootsten in Vlaanderen. Wouter Deprez was mijn eerste mentor. Ik heb snel na mijn comedydebuut deelgenomen aan De humor­klas van Radio 2, een humorwedstrijd met provin­ciale selecties. Toevallig was ik als enige West-Vlaming door de voorronde geraakt, en dus kreeg ik privécoaching van Wouter, die me ook naar zijn shows meenam en me overal introduceerde. Daar heb ik ongelofelijk veel van bijgeleerd, hij geloofde in mij. We hebben nog steeds een bijzonder warm contact.

“Ik ben in het begin ongelofelijk veel op mijn muil gegaan. Het eerste jaar, maar ook daarna. Absolute stilte in het publiek nadat ik een mop vertelde. Als dat gebeurt in een zaal met vierhonderd man, kan ik daar achteraf wel om lachen, maar op het moment zelf is dat toch eerder: oei, shit. Dat je in het voorprogramma van Wouter staat en iemand roept na vijf minuten: ‘Zeg, zou je Wouter niet roepen?’” (lacht)

‘Ik heb in mijn leven zo dikwijls het onderspit moeten delven. Ik was zo’n born loser dat ik immuun was voor afwijzing van het publiek. Ik nam de reacties niet persoonlijk’ Beeld Rebecca Fertinel
‘Ik heb in mijn leven zo dikwijls het onderspit moeten delven. Ik was zo’n born loser dat ik immuun was voor afwijzing van het publiek. Ik nam de reacties niet persoonlijk’Beeld Rebecca Fertinel

Hoe hou je dat vol?

“Ik heb in mijn leven zo dikwijls het onderspit moeten delven. Ik was zo’n born loser dat ik een beetje immuun was voor die afwijzing. Die kwam niet echt binnen, want ik nam de reacties niet persoonlijk. Ik kon daar goed mee om, maar ik wilde het wel telkens beter doen. Als je de pretentie hebt om te spelen voor mensen die betalen om naar je te komen kijken, dan moet je alles op alles zetten om het beste programma dat je in je hebt te maken.”

Ze zien je heel graag bij VTM, iedereen bedelft je onder de lof. Programmadirecteur Davy Parmentier zei ooit in een interview: “Jens is een heel goede tv-maker. Hij weet perfect wat werkt op televisie en hóé het werkt. Daarnaast is hij ook heel warm, heel komisch en een vat vol zelfrelativering.”

“Allemaal waar! (lacht) Ze zijn ook zeer menselijk geweest toen het niet goed met mij ging, ze gaven me alle ruimte om er weer bovenop te komen. Dat is mooi.”

Volgend jaar maak je tien jaar comedy. Put je vertrouwen uit al die ervaring?

“Ja, maar ik ben ook afkomstig uit de diepste krochten van West-Vlaanderen. Daar is de boodschap: hard werken is een deugd, maar zweven de grootste doodzonde. Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg. Ik ben het daar niet per se mee eens, want ik ben wel fan van een beetje zottigheid van tijd tot tijd, maar au fond heeft dat mijn werkethiek wel bepaald.”

Ben jij niet het prototype van iemand die zichzelf niet, maar zijn werk wél serieus neemt? En dat bedoel ik als een compliment.

“Waarschijnlijk wel. Ik genees geen kanker en bouw geen scholen in de derde wereld, maar ik haal wel voldoening uit mijn job. En zolang er een publiek voor is, is het mijn plicht om mijn stinkende best te doen.”

Je staat ook al een jaar of tien onder de spotlichten van de media. Je leven is een soort van growing up in public, waardoor alles wat je doet ook gerapporteerd wordt. Toen je relatie met Lauren Versnick onlangs op de klippen liep, verschenen er in de krant artikels over ‘waarom mensen meestal in het najaar uit elkaar gaan’. Is het makkelijk om daarmee om te gaan?

“Leuk is dat niet, zeker niet. Niemand wil de voorpagina van de krant halen omdat het gedaan is met zijn lief. Maar goed, je weet op voorhand dat zoiets de consequentie is. Ik heb mij daar nooit illusies over gemaakt. We waren natuurlijk ook wel een publiek koppel, we deelden weleens foto’s op Instagram, we gingen naar premières, dan weet je dat er reacties komen.

“Ik dramatiseer het ook niet. Er staan geen paparazzi voor mijn deur, ik word hier in Antwerpen ook niet voortdurend aangeklampt. Dat valt allemaal reuzegoed mee. Rijd een uur in eender welke richting en daar heeft niemand ooit van me gehoord.”

Je gebruikt humor als schild en jezelf als personage.

“Het is een psychologische reflex die ik heb aangescherpt en waarvan ik uiteindelijk op de een of andere manier mijn beroep heb kunnen maken. Dat ik een mop over iets kan maken, betekent niet dat ik dat verwerkt heb. Ik maal, tob en pieker nog altijd over duizend-en-een dingen.”

“Het enige voordeel van te zwaar te zijn, is dat je, als je valt bij een epileptische aanval, zacht landt en niets breekt”: met één grap pareer je twee problemen waarmee je te maken hebt.

“In essentie was het natuurlijk ook gewoon zo.” (lacht)

Je laat een zachte kant zien door je een beetje schlemielig voor te stellen. Ik doe dat ook graag in columns, die worden het meest gelezen.

“Iedereen heeft dat, denk ik. Iedereen voelt zich toch af en toe een onwaarschijnlijke pipo? Ik ga ervan uit dat het overgrote deel van de mensen zich dagelijks een simpelaar voelt. Maar je bent wel de hele tijd bezig met de vraag: heeft iemand dit gezien? Dat angstvallige, altijd de schijn hooghouden.

“Als je er consequent voor kiest om je kleine dommigheden en onhebbelijkheden eerlijk uit te spreken en met een komisch effect zelfs een beetje te overdrijven, dan denken mensen snel: was ik maar zo vrij om me zo aan iedereen te tonen. Mijn job is moppen maken over dat soort dingen, veel mensen kunnen zich dat niet permitteren omdat hun situatie het niet toelaat.”

‘Een van de fouten die ik gemaakt heb in relaties, is dat ik op het moment dat ik iemand vond die me graag zag, er zomaar van uitging dat die persoon me ook helemaal kon lezen’ Beeld Rebecca Fertinel
‘Een van de fouten die ik gemaakt heb in relaties, is dat ik op het moment dat ik iemand vond die me graag zag, er zomaar van uitging dat die persoon me ook helemaal kon lezen’Beeld Rebecca Fertinel

Kan je van alles een grap maken?

“Ik ga dat toch zoveel mogelijk doen. Ik heb ooit een tv-programma gemaakt over liefde en de grote conclusie voor mij was toch dat liefde heel moeilijk vast te leggen is. Er vallen heel weinig universele waarheden over te vertellen. En dat maakt het ook zo schoon en spannend en mysterieus.”

Liefde is een werkwoord: dat boek was dertig jaar geleden al een bestseller.

“Een van de fouten – een van de vele, ongetwijfeld – die ik gemaakt heb in relaties, heeft te maken met een heel romantisch idee: dat je, op het moment dat je iemand vindt die je graag ziet, er zomaar van uitgaat dat die persoon je ook helemaal kan lezen. Dat hij of zij je volkomen aanvoelt. Het voelt bijna als een belediging als dat niet zo is. ‘Maar je ziet mij toch graag, hoe komt dat dan toch?’ Dat komt omdat je één zin zegt maar eigenlijk zeven andere zinnen bedoelt, en dan ben je beledigd omdat de ander niet verstaat wat je wilt zeggen. Dat is natuurlijk flauwekul. Mensen kunnen niet raden wat je bedoelt.”

Je bent in interviews heel vaak heel open en moedig over de moeilijke periodes die je hebt doorgemaakt. Toen je twintig was, ondernam je een zelfmoordpoging die, gelukkig voor jou en voor ons, mislukte. Sindsdien leef je eigenlijk in een soort geleende tijd.

“Het is inderdaad bonustijd: een halve minuut langer en alles was gedaan geweest. Alles wat er nu bij komt, is pure winst. Het is misschien raar om dat te zeggen, maar het heeft me ook een soort van superkracht gegeven: ik kan sindsdien echt het kaf van het koren scheiden.”

null Beeld Rebecca Fertinel
Beeld Rebecca Fertinel

Een bekende uitspraak luidt: iedereen heeft twee levens en je tweede leven begint als je beseft dat je er maar één hebt. Jij bent daar het bewijs van.

“Ik heb twee jaar geleden ook ongelofelijk veel respons gehad op het bericht dat het niet goed met me ging en dat ik mij liet opnemen. Ik wist natuurlijk dat er veel mensen sukkelen met hun psychische gezondheid, maar de eindeloze stroom aan berichten van mensen met depressies of burn-outs, angsten, noem maar op, bleef maar komen. Ik was echt van mijn melk.”

Velen denken dat depressies gaan over doodsangst, maar volgens mij draaien ze ook dikwijls om levens­angst. Je wilt niet meer racen, je wilt alleen maar slapen.

“Zo’n depressie is in de eerste plaats zeer immobiliserend. Het maakt je log en lam. Ge zijt geen mens. Permanent kapot, terwijl je niets doet. Je kunt je niet concentreren, alles is te veel. En dat terwijl ik anderzijds hypergestructureerd ben, ik hang aan elkaar van de lijstjes en daarnaast ben ik ook nog ongelofelijk netjes. Zodra ik de kans heb, ruim ik op en poets ik, dat geeft mij rust. Het flirt soms met het ­obsessieve, maar ook: hoe drukker het is, hoe meer ik die dingen opvolg en doordrijf.

“Daarom haat ik vakantie. (lacht) Ik functioneer het best als er een callsheet is. Ik voel me heel goed in gecontroleerde settings. Zelfs dit interview: ik denk dat ik tegen jou opener ben dan tegen sommige van mijn beste vrienden, gewoon omdat we een afspraak hebben: jij stelt me vragen en ik beantwoord ze. Dat weet ik op voorhand. Ik voel dan ook geen scrupules om het over mezelf te hebben. De verhouding is duidelijk, de regels ook.

“Stand-up is daarvan de overtreffende trap: het publiek heeft betaald om te lachen, ik kom op en vertel mijn moppen. De afspraak is heel duidelijk. Het lijkt zogezegd allemaal rock-’n-roll, maar het is een ongelofelijk gecontroleerde omgeving, bijna kunstmatig zelfs. Het is onze taak als comedian om dat te verstoppen, maar aan elk fragment is geschaafd, over elk woord is nagedacht.”

Het is inderdaad een context die voor iedereen duidelijk is. Ben je niet bang dat mensen je zullen reduceren tot je problemen, omdat je er zo open over bent? Dat je een stempel krijgt? Terwijl je natuurlijk veel meer dan een redelijk toevallige ziekte bent.

“Ik ben me ervan bewust dat mijn geschiedenis nog lang aan me zal blijven kleven, dat wist ik op voorhand. Mijn betrachting is wel om nog vele andere stempels naast die stempel te drukken. Dus ik vind het perfect oké om de man met epilepsie en depressie te zijn, maar ik ben ook de man van televisie en stand-up en nog veel meer. Op dit punt denk ik wel: ik heb al een paar keer hetzelfde verteld. Al wil ik me nog wel engageren voor concrete projecten rond depressie en epilepsie, dat zeker.”

Het is ook geen taboe meer. Voor Canvas werkte je recent zelfs mee aan Therapie, de reportagereeks waarin ook bekende mensen verschenen. Ik snap wel minder goed dat je met jouw trackrecord dan deelneemt aan Don’t Scream, een programma met maar één bedoeling: deelnemers pure doodsangst aanjagen. Ik zag het ook de hele tijd: je was echt bang.

“Dat snap ik zelf eigenlijk ook niet. (lacht) Ik heb dat gruwe­lijk onderschat. Ik scheet bij wijze van spreken de hele tijd in mijn broek van de schrik. Ik ben een paar keer op de grond gaan liggen om mijn hartslag te laten zakken, want ik was echt aan het sterven. Het was een heel heftig moment, maar het had niets te maken met mijn echte problematiek, die existentiëler van aard is. Ze trachtten ons de hele tijd aan het schrikken te brengen en daar zijn ze in mijn geval glansrijk in geslaagd.”

‘Ik voel me heel goed in gecontroleerde settings. Tegen jou ben ik opener dan tegen sommige van mijn beste vrienden, gewoon omdat we een afspraak hebben: jij stelt vragen en ik antwoord’ Beeld Rebecca Fertinel
‘Ik voel me heel goed in gecontroleerde settings. Tegen jou ben ik opener dan tegen sommige van mijn beste vrienden, gewoon omdat we een afspraak hebben: jij stelt vragen en ik antwoord’Beeld Rebecca Fertinel

Je bent een boek aan het schrijven dat volgend jaar uitkomt: Ik mag er niet aan denken. Gaat dat over de donkere Jens Dendoncker?

“Het gaat over veel meer dan dat, al gaat het natuurlijk deels daarover. Ik ben heel benieuwd wat de mensen ervan zullen vinden. Het verhaal van mijn moeilijkste voorstelling staat er ook in. Dat was voor een vereniging waarvan de ondervoorzitter pas gestorven was en de voorstelling toch plaatsvond, uitgerekend op de dag van zijn begrafenis.”

Je begon onraad te ruiken toen je op de affiche van de voorstelling de mededeling zag: “Helaas konden we vandaag niet meer annuleren.”

“Vooral de dualiteit van het leven kwam daar tot uiting: miserie en dood liggen vlak naast de lach. Een lach en een traan versterken elkaar: dat heb ik toen helemaal bewezen gezien.

“Ik heb trouwens veel verhalen over rare voorstellingen. Ooit moest ik voor een voetbalploeg spelen, in hun kantine. De kleedkamer van de ploeg was voor één keer de backstage: een klaptafel met stoofvlees dat al zeven uur stond te pruttelen, vlak bij de douches. In diezelfde ruimte stonden de wc’s en die werden, zo merkte ik snel, ook door het publiek gebruikt. Tijdens mijn maaltijd zijn de winden daar tegen de dunne wanden beginnen te daveren, ik geloofde mijn oren niet. Op zo’n moment vraag ik me soms toch af waarom ik het allemaal doe.” (lacht)

Toen je bij Alex Agnew in zijn podcast Welcome to the AA te gast was, gebruikte hij de uitdrukking ‘Doctor Theatre’: als je op een podium staat, vergeet je alles, zelfs dat je eigenlijk diarree hebt en om de twee minuten op de pot moet. Je kan je lichaam op dat moment blijkbaar bedotten.

“Dat is zo. Tijdens de toch zowat duizend keer dat ik gespeeld heb, heb ik maximaal drie keer het gevoel gehad dat ik een epilepsieaanval ging krijgen. Dat kan eigenlijk niet, statistisch gezien zou het veel vaker moeten gebeuren als je weet hoe vaak ik een aanval krijg. Ik weet niet of dat wetenschappelijk te bewijzen valt, maar ik denk dat alle stoffen die dan vrijkomen, niet alleen de adrenaline maar ook de dopamine en de serotonine, ervoor zorgen dat de aanval op afstand wordt gehouden.”

Ben je daarom nu ook zo hard aan het werk, om je recht te houden in moeilijke tijden?

“O nee, dat kan ik helemaal niet. Als het echt slecht gaat, ben ik te veel met mezelf bezig. Ik kan nu zoveel aan omdat ik me mentaal goed voel. Vijf jaar geleden zou het me niet gelukt zijn, maar nu voel ik me bijna sterker dan ooit.”

Even goeie vrienden, vanaf maandag 14 november op VTM

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234