Tv-review: 'Alleen Elvis blijft bestaan' met Bart De Pauw, op Canvas

‘Alle tv-recensenten zijn goddeloze hoerenzonen!’ scandeerde Bart De Pauw in de aan hem opgehangen aflevering van ‘Alleen Elvis blijft bestaan’. Fel overdreven – de meesten van ons zijn netjes gedoopt – maar verder zat hij er met zijn aarzelend geformuleerde observaties over fictie én de rest van het leven alleen maar knal op.

Een recensie van ‘Alleen Elvis blijft bestaan’ is eigenlijk ook altijd een recensie van de persoon die er te gast is. Vanavond was dat met Bart De Pauw dus iemand waar – het is meteen het laatste mopje uit deze rayon, beloofd – een vette kluif aan zat. De Pauw is niet iemand die zichzelf graag blootgeeft, meer nog: hij is zowat het totale tegenovergestelde van de zatte nonkel die op een familiefeest niet liever wil dan dat er naar hem en alléén naar hem wordt gekeken. Maar voor Thomas Vanderveken zette hij de deur tot zijn ziel toch op een kleine kier.

Wat kwamen we bij het piepen te weten? Dat Bart De Pauw vooral een onmetelijk respect heeft voor de kracht van verhalen, én voor de mensen die ze – in welke vorm dan ook – tot leven brengen. De twinkeling in zijn ogen schitterde het hardst, niet wanneer hij vertelde over zijn jeugd of over zijn nieuwe reeks ‘It’s Showtime’, maar wanneer hij lyrisch mocht uitweiden over de acteerprestaties van Christopher Walken en Dennis Hopper in ‘True Romance’, over de spetterende kleuren in Tarsem Singhs ‘The Fall’ en over de zachte pianoklanken van Nils Frahm die onder het in één lange take gefilmde ‘Victoria’ van Sebastian Schipper gemonteerd waren. ‘De werkelijkheid overtreft altijd de fictie’, zeggen ze weleens, maar dat zijn leugens. Over Bart De Pauw leer je méér door in zijn dvd-kast te kijken dan door te weten dat zijn vader schoenmaker was.

Met Bart De Pauw zelf viel niet te lachen vanavond – hij had zijn obligate grapjurk wijselijk op de Evanna van Gert Verhulst achtergelaten – maar wél met enkele van de filmpjes die hij meehad. Ten eerste was er het eeuwige comedykanon ‘Fawlty Towers’, waarvan het eerste seizoen toch alweer van 1975 dateert en dat voor veel comedians referentiepunt nummer één blijft – of twee of drie, naargelang de onderlinge rangorde naast ‘The Office’ en Monty Python. Ten tweede was er een geweldig éénminutenfilmpje (‘Wildebeest’ van Birdbox Studio) waarin twee buffels twijfelen of iets nu een boomstam dan wel een krokodil is. De Pauw werd er bijna nederig van. Het respect van de ene tv-maker voor de andere wanneer het gaat om een poepsimpel idee of een geniaal scenario. Meermaals gehoord: ‘Verdomme hé, ik wou dat ík er was opgekomen!’ Dat ging dan wel degelijk over John Cleese, en niet over Scarlett Johansson of zo.

Eén aspect van Bart De Pauw waar meestal over wordt gekeken omdat hij zo godgeklaagd aimabel is: zijn ambitie, zijn drive. Die kwam het best over in een fragmentje uit de docu ‘Ants on a Shrimp’, over Noma-topchef René Redzepi. Dat altijd maar streven naar iets nieuws, die rusteloosheid en die onvrede: die kent hij goed genoeg. Het is ook in die context dat zijn onkarakteristiek scherpe boutade tegen het recensentengilde moet worden geplaatst: het toonde vooral dat zijn programma’s voor hem geen werkprojecten zijn, maar kindjes. Iemand die met amper correct geformuleerde zinnetjes op vijf minuten afbreekt waar iemand anders jaren aan gewerkt heeft: het is inderdaad oneerlijk. (Hier inwerpen: een mopje naar keuze over Donald Trumps buitenlandbeleid. Lachen!) Maar langs de andere kant wil ik de bankrekening van de gemiddelde tv-journalist weleens naast die van De Pauw leggen – daar zit dan vermoedelijk toch ook wel iets scheef.

Ik denk graag dat Bart De Pauw een goeie maat van me zou kunnen zijn, maar ik denk ook dat véél mensen dat denken, en ik denk tot slot – want dat is alweer even genoeg nagedacht voor deze week – dat hij dat weet en dat hem dat soms niet lekker zit. Hij vertelde hoe hij als kind moest huilen vanwege een zin uit de jeugdboekenreeks ‘De vijf’ van Enid Blyton. Geparafraseerd: sommige kinderen maken nooit mee wat ‘de vijf’ op één namiddag beleven. En dat ráákte De Pauw, want hij maakte effectief nooit iets mee. Het personage waar hij nu nog altijd het hardst op lijkt, is Raf uit ‘Buiten de zone’: een naïeve, verlegen jongen die zich het best voelt wanneer hij een rol speelt in zijn eigen dagdromen. Zo iemand wíl geen spotlight (en al zeker niet de idolatrie die daarbij hoort); maar om verhalen te vertellen heb je er toevallig wel één nodig.

Vorige week goed begonnen met Trixie ‘als kleuter las ik alleen maar Kafka’ Whitley en deze week ook weer over de hele lijn interessant, mede dankzij een als vanouds uitstekend tussenkomende Vanderveken. Dat ‘Alleen Elvis blijft bestaan’ is intussen een rotsvaste zekerheid geworden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234