null Beeld

TV-review: Belga Sport

Dwarskijker bekijkt voor u het tv-seizoen, zo hoeft u dat niet meer te doen. Of misschien wél? Deze keer voor u besproken: Belga Sport: Tom Simpson op Canvas.

Ik ben niet verzot op sport. Ik kan zelfs zonder. 'Heb je gisteren bijgeval 'Extra Time' gezien?' is een interessant vraagje dat dan ook nooit in me opkomt, tenzij misschien in geval van ijlkoorts, maar dat is dan weer overmacht. Dat neemt niet weg dat ik graag naar het altijd weer voortreffelijke 'Belga Sport' kijk, vooral als de sportgeschiedenis die erin aan bod komt enigszins parallel loopt met mijn eigen temps perdu.

Te eniger tijd had ik belangstelling voor wielersport: dat was toen de staande uitdrukking 'te eniger tijd' nog courant was in het Belgisch Staatsblad, en meer mensen dan heden er niet van opkeken als ze haar ook eens in de kolommen van een populair weekblad aantroffen.

Eddy Merckxwas voltijds groots in die jaren, en toen hij vond dat zijn beste tijd erop zat, verpieterde mijn belangstelling voor de koers en vergleed ik in de broeierige puberteit, die in mijn geval zo goed als helemaal in rock-'n-roll en de bijbehorende, door zeezenders uitgedragen droom opging. Die droom verdroeg in mijn allerindividueelste optiek geen wielrenners. Ik had toen nog iets meer praatjes dan nu – ik was dus veelbelovend.

Voor de puberteit toesloeg, gevoelde ik ook sympathie voor Tom Simpson, de tragische Britse kampioen wiens korte leven in 'Belga Sport' met veel egards werd teruggedraaid. Zijn dochters Janeen Joannegaven getuigenis van hun vader, een schim van lang geleden. Hun rolverdeling was meteen duidelijk: de ene zus had tekst, en de andere niet.

De stille zus leek er louter voor de volledigheid bij te zitten, of om ons, kijklustige huisvrouwen van een zekere leeftijd, de kans te geven om haar op trekken van haar vader te betrappen. Jane en Joanne hadden hun vader vooral van horen zeggen, neem ik schroomvallig aan: ze waren piepklein toen hij op 13 juli 1967 ineenzeeg op de Mont Ventoux. Joanne zei dat hij niet naar zijn lichaam had geluisterd: het klonk alsof ze die zin in haar kindertijd wel duizend keer had opgevangen.

'Belga Sport' diept altijd het beste materiaal uit het archief op, een koud kunstje dat uiteindelijk een kunst is. We kregen een filmpje te zien waarin Tom Simpson, de mijnwerkerszoon, met een iets te kleine bolhoed op door Gent liep, de provinciehoofdstad waar hij een tijdlang heeft gewoond.

Hij leek de Belgen, of toch de Gentenaars onder hen, graag het cliché van de deftige, ietwat steile Engelsman aan te bieden, een functionaris in de City van Londen, en tegelijk was hij daar een parodie op in het hartje van Gent. Very Britishindeed.

Het ging hem voor de wind: hij reed goed, verdiende steeds beter, en had op de duur een huis in Mariakerke en op Corsica. Hij was geliefd in België – men noemde hem graag Tommy. Volgens de grote, zo te zien nog erg vitale, en in ieder geval goed geconserveerde Rik Van Looy had hij zo veel bijval 'omdat hijtoch een halve Belg was.'Nu, de toekomst zou uitwijzen dat de ene halve Belg de andere niet is.

In 1965 werd hij wereldkampioen, en één jaar later brak hij een been bij het skiën, wat rampzaliger is voor een renner dan voor een armworstelaar, om eens allusie te maken op een ietwat veronachtzaamde sporttak. Maar in de zomer van 1967, die ter hoogte van San Francisco the Summer of Loveheette, was hij klaar voor de Tour de France die zijn laatste Ronde zou worden.

Zeezenders draaiden die zomer plaatjes als 'Penny Lane/ Strawberry Fields Forever', 'A Whiter Shade of Pale', 'Purple Haze' en 'I Can See For Miles', en in de Ronde van Frankrijk kreunden de dramatis personae onder de moordendste hitte sinds jaren. We kregen even spannende als barbaarse beelden van welhaast verdorste, of toch gevaarlijk uitgedroogde renners te zien.

Zij verdrongen zich als in trance rond dorpsfonteinen, of plunderden cafés, of namen alle drinkbaars dat hen aangeboden werd zomaar aan, en daarna trapten ze ijlings door met vier flesjes bier in de uitlubberende achterzak van hun truitje. Vive le sport! Tom Simpson zou, toen hij zich ergens aan beekwater te buiten was gegaan, een infectie hebben opgelopen, die steeds meer van hem eiste. Hij at niet meer, en kreeg infuusvoeding.

Van opgeven was geen sprake, want dat zou zijn impresario Daniel Doussetnooit hebben gepikt, en bovendien hing er een lucratief contract met Salvarani in de lucht, de ploeg van Felice Gimondi. Op voorwaarde dat Tom Simpson hoe dan ook, maar toch zo levend mogelijk, de Tour uitreed. Ook toen al was de wielersport het zwemwater van haaien die zich in ondernemers hadden vermomd.

Deze 'Belga Sport' leerde ons in het voorbijgaan dat de verzieking van wat te eniger tijd een volkssport werd genoemd, niet bepaald een eigentijds verschijnsel is. Ze heeft godbetert traditie! Laten we daar te gelegener tijd op drinken in een of andere vipruimte!

De Hollandse held Jan Janssen herinnerde zich dat Tom Simpson, die letterlijk zat te sterven op zijn fiets, hem en nog een andere renner met zijn voorlaatste adem beleefd had verzocht om even te helpen en zijn broek naar beneden te trekken, opdat hij en routezijn gevoeg zou kunnen doen. Aldus geschiedde, en Jan Janssen, hoewel geen wereldautoriteit inzake de universele dunne, had er als waarnemer geen goed oog in.

De beklemming van de dodenrit werd almaar pakkender in deze aflevering van 'Belga Sport': het noodlotsdrama kreeg steeds meer vorm. Tom Simpson viel van z’n fiets en klom er weer op, de Mont Ventoux werd Golgota, en dan waren er ineens die iconische beelden waarop hij naar de rechterkant van de weg zwalkte, doodliep en stierf, omringd door machteloos gesticulerende mensen.

Dat waren geen opnames van de televisie, maar van een mecanicien die Tom Simpson door de zoeker van een 8mm-camera aanstaarde: die man had kennelijk in de gaten dat hij iets groots kon filmen – een fietsend sterfgeval, dat nog enkele tellen in evenwicht is. Ik herinnerde mij ook haarscherp de foto’s van de dode renner, met open, niets ziende ogen, in een la van het lijkenhuis.

En ik herinner me ook het weeë gevoel dat ik er op 13 juli 1967 aan overhield. Het was geen dag als een andere, in die eindeloze zomer vóór ik aan de barre middelbare school moest beginnen. Ik fietste in het dorp zoals gewoonlijk de etappe van de dag na, dit keer met gemengde gevoelens, en nauwelijks in mijn zege geïnteresseerd.

Ik onthield me ondertussen ook van de driftige wartaal waarmee ik doorgaans sportcommentaar nabootste. Naar mij veel later ter ore kwam, dachten verbaasde dorpers soms dat ik in tongen sprak als ik aan ze voorbijsuisde.

De epiloog van dit programma gaf ons een beeld van het leven dat na Tommy’s tragische dood onvermijdelijk voortging: zijn alleraardigste weduwe was ondertussen al veertig jaar getrouwd met zijn ploegmaat en vriend Barry Hoban, maar, naar ze zelf zei, ook nog steeds met Tom: opdat een mariage à troiszou slagen, moet er al eentje van de drie dood zijn.

Voor het overige ben ik van mening dat de fiets niet rijmt op Mont Ventoux, dat hij zelfs een denkfout én een lachertje is inzake hellingsgraden overwinnen. En ter nagedachtenis van Tom Simpson citeer ik maar al te graag diens indrukwekkende landgenoot Winston Churchill, occasioneel drager van een bolhoed: 'No sports.'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234