TV-review: De Laatste Show

Dwarskijker bekijkt voor u het tv-seizoen, zo hoeft u dat niet meer te doen. Of misschien wél? Deze keer voor u besproken: De Laatste Show op Eén.

Lente. Zie de dagen lengen. Nog even en we kunnen weer onze Human Bird Wings uit het schuurtje halen en schaterlachend rondjes vliegen boven het snel veranderende medialandschap. Altijd eerst gaan pissen vooraleer je opstijgt of anders kom je in de problemen, net als de onschuldige voorbijgangers die blootshoofds onder je door lopen en ‘Why Does It Always Rain on Me?’ beginnen te zingen.

Op prettige lenteavonden kan zelfs een eenkennig mens als ik een aangenamer tijdverdrijf verzinnen dan voor ’t Oude Medium plaats te nemen, waarop zich bijvoorbeeld de allerlaatste week van ‘De laatste show’ voltrekt. Die mag ik dan weer onder geen beding missen, wegens het twijfelachtige ambt dat ik bekleed.

Al geruime tijd ben ik geen vaste afnemer meer van ‘De laatste show’: of ik ernaar ga kijken hangt helemaal af van de gasten die er zich in zullen voordoen, en de handelswaar die zij voor de gelegenheid in de aanbieding hebben. Televisie kijken komt bijna altijd op teleshoppen neer.

Wat gasten betreft, word ik steeds strenger. Daar komt nog bij dat ik rond tienen graag naar buitenlandse zenders uitwijk, waar ik me aan programma’s overgeef die in directiekamers van commerciële televisiezenders wellicht de opmerking ‘Dat iemand dáárnaar kijkt!’ zouden veroorzaken.

Gevolgd door dommig hoongelach dat goed in de markt ligt. Ze kunnen mijn rug op, al is het daar al behoorlijk druk. Na tienen blader ik ook graag in het geheugen van mijn digitale recorder, waar ik altijd wel iets aantref dat me niet zal teleurstellen.

Maar – beloofd is beloofd - ik zou het over de montere zwanenzang van ‘De laatste show’ hebben: het viel me geweldig mee dat er gedurende de Goede Week van dit babbelprogramma geen politici werden opgevoerd, die zich op influistering van spindoctors van hun aimabelste kant lieten zien.

En maar lachen! En maar charmeoffensieven inzetten! Politici kun je maar beter aan de wakkere Lisbeth Imbo overlaten, bij voorkeur om kwart over zes ’s ochtends, als het druilt buiten. Laat deze pijlers van de samenleving vooral wegblijven uit amusementsprogramma’s, al was het maar omdat ze uit hoofde van hun ambt wel wat anders te doen hebben.

Het viel me ook op dat Sven De Leijer, de applausmeester – hij is er me eentje, welgeteld - steeds meer buiten zijn oevers treedt in ‘De laatste show’. Het ziet er dan ook naar uit dat de firma Woestijnvis van plan is hem weldra in een baan om de aarde te katapulteren: gelieve deze zin figuurlijk op te vatten, ook al weet je maar al te goed dat Wouter Vandenhaute al jaren droomt van een eigen ruimtevaartorganisatie.

Misschien zit er, wat televisie betreft, ook toekomst in Isolde Lasoen, die als percussioniste en drumster zitting had in het Orkest der Laatste Dagen van ‘De laatste show’: het viel me op dat de camera halsreikend naar haar uitkeek en haar binnen de grenzen van het fatsoen zeer beminde. Ik ken haar vooral van haar columns.

Alle presentatoren van ‘De laatste show’ mochten in de eindtijd van dit programma herinneringen aan zichzelf en aan hun meest geliefde meeloper ophalen. Ik vond Frieda Van Wijck erg goed in ‘De laatste show’, en alsof het niet op kon ook nog slim en geestig, en al bij al bescheiden: aangenaam gezelschap. ’t Was in die dagen dat ze haar glop nog had – ‘spleetje’ klinkt mij buiten carnavalstijd iets te dubbelzinnig.

Marc Uytterhoeven, naar verluidt één van de uitvinders van de Vlaamse televisie, vlooide in zijn glorietijd de antwoorden van zijn gasten in ‘De laatste show’ bliksemsnel na op voorzetten die hem komische doelkansen boden – vergeef mij dit sportjargon. Hij was dus vooral een sit-downcomedian die vrijwel elk vraaggesprek als een spurtje zag, dat hij wegens aangeboren verbale voorsprong noodzakelijkerwijs moest winnen, of er zwaaide wat.

Dieren – sidekick Dirk Draulans kende hun Latijnse én hun Kempense naam - dieren die met een glazige blik hun onweerstaanbare behoefte deden in de studio, mochten dan weer op de grenzeloze sympathie van Mark Uytterhoeven rekenen. Hij is familie van de dichter Gaston Burssens, die een intimus was van Paul Van Ostaijen. Geen idee waarom ik lucht geef aan dit weetje: uit belangstelling, schat ik. Ik lees graag oude meesters.

Bruno Wyndaele is volgens de overlevering één van de bedenkers van ‘De laatste show’ – het succes heeft vele stiefvaders. Wijlen mijn moeder heeft vaak gezegd: ‘Neem een voorbeeld aan Bruno Wyndaele’, waarmee ze bedoelde dat ik mijn schoenen moest poetsen.

Ze laten poetsen was er toen nog niet bij: dienstencheques bestonden niet. Bruno Wyndaele had Erik Van Looy meegebracht, die destijds, opgestookt door zijn lepe, in z’n vuistje lachende vriend Bruno, ontregelende vragen aan filmsterren moest stellen, kwestie van z’n hondenbaantje bij de televisie te houden.

Daarvoor moest hij eerst in het zweet zijns aanschijns de moed bij elkaar rapen en zijn verlegenheid wegslikken met een zwelg cola. Ik heb me altijd geweldig vermaakt met de rubriek ‘Ontdek de ster’, wellicht omdat ik het met een slecht karakter moet stellen, waaraan ik overigens al veel plezier heb beleefd. Daar kan Bruno Wyndaele mogelijk over meespreken.

De echte afscheidnemer was Michiel Devlieger, die volgens mij, al ben ik geen expert, een veeleer goed mens is uit Moen. We horen te weten dat goede mensen zelfs in het Moense niet voor het rapen liggen, tenzij op de plaatselijke dodenakker. Je mag ze niet zomaar meenemen naar huis. Michiel is het type van de eeuwige student – slavistiek, neem ik aan, of toch een vak waar je je niet elke dag voor moet scheren.

Die eeuwige student denkt elk jaar weer: ‘Zal ik eindelijk afstuderen of ga ik toch maar weer ‘De laatste show’ presenteren?’ Daar hoeft hij inmiddels niet meer over te piekeren. Het ritme dat hij aan ‘De laatste show’ gaf, was bedaard. ’t Is tegenwoordig heel erg bon ton om het gejakker van ‘De wereld draait door’ onvoorwaardelijk te prijzen: dat geretteketet van soundbites, en korte samenvattingen van soundbites, waarbij je je afvraagt wie of wat er Matthijs van Nieuwkerk op de hielen zit.

Is hij een man in existentiële tijdnood, iemand die zijn stervensuur kent? Of gewoon een vroegeenentwintigste-eeuwse zenuwlijder? Alleen de verweerde sneldichter Nico Dijkshoorn klinkt traag in dit programma: ‘M’n kop eraf als dat geen poëzie is,’ denk je dan gemakshalve. ’t Is gek, maar in ‘De laatste show’ kon je nog volledigeliedjes horen. Daar doen ze bij ‘De wereld draait door’ allang niet meer aan, hoor.

Will Tura, de koninklijke cantor des vaderlands, mocht laatst zijn nieuwe single radicaal uitzingen terwijl de tijd van ‘De laatste show’ al aan het opraken was: ‘Ik ben een zanger,’ klonk het. Had hij ‘Ik ben een celbioloog’ gezongen, dan had ik hem net iets minder geloofd.

Het directiecomité van De Kreuners doemde in de allerlaatste ‘De laatste show’ op, teneinde de boeken en plein public neer te leggen. En ook een boek van de hand van Jan Van Eyken op te steken. Volgens Michiel betrof het nagenoeg een meesterwerk, één van de talloze approximatieve meesterwerken waarop ‘De laatste show’ ons tussen 1999 en 2012 heeft geattendeerd. De Kreuners zongen de onverkorte versie van ‘Zo jong’ en ik wist dat ik bij het horen van dat nummer ooit tranen in de ogen zal krijgen. Overmorgen misschien al.

Maar laat ik thans afscheid nemen van ‘De laatste show’. Het is mooi geweest. En misschien is het de hoogste tijd om dagelijkse babbelprogramma’s naar het model van David Letterman en Jay Leno voor bekeken te houden, en andere dagsluitingen te verzinnen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234