TV-review: Drie generaties


Dwarskijker bekijkt voor u het nieuwe tv-seizoen, zo hoeft u dat niet meer te doen. Of misschien wél? Deze keer voor u besproken: 'Drie generaties' op Canvas.


De makers van de innemende documentaire serie ‘Meneer Doktoor’ gaan door op de ingeslagen weg: orale geschiedenis in een minimale vorm gegoten. Het levensverhaal of het autobiografische vertelsel of het occasionele geouwehoer heeft ook in ‘Drie generaties’ voorrang op het beeld: een grootvader, zijn zoon en zijn kleinzoon, alledrie vakgenoten, zitten in hun vertrouwde omgeving op hun praatstoel. Meer is het niet, maar dat blijkt in tijden van beeldendiarree voldoende te zijn.


In de eerste aflevering mochten drie generaties politiemannen zich om de beurt ontvouwen. Op familiefeesten die uit de hand lopen kunnen die elkáár arresteren, dacht ik. Van een geintje is nog nooit iemand doodgegaan, of hooguit een aantal mensen dat statistisch verwaarloosbaar is. Hoe het ook zij: zelfs een professionele schalk als ik kiest zo nu en dan voor ernst.


Daar gaan we: de grootvader in de eerste aflevering van ‘Drie generaties’, die van uiterst bescheiden afkomst was en in zijn kindertijd en jeugd grauwe armoede had gekend in de Antwerpse volksbuurt Seefhoek, was ter verbetering van zijn lot bij de politie gegaan. Later studeerde hij zelfs met vrucht criminologie en schopte hij het tot commissaris.


Ondertussen stond hij model voor zijn zoon, die naar eigen zeggen minder ambitieus was dan zijn vader, maar toch ook hoog was opgeklommen in de hiërarchie van de politie. En de kleinzoon was nu ook al de orde aan het handhaven, met een toepasselijk kostuum aan.


De ouwe vertelde over zijn eerste ervaringen als diender. Een vrouw gooide haar vrijer buiten, wat vanzelfsprekend met enig misbaar gepaard ging. De politie werd erbij geroepen, en de voormalige geliefden kwamen tot bedaren. De man legde een stapeltje gestreken overhemden in zijn koffertje, en de vrouw kwakte er zijn vuile kameelharen sloffen bovenop. Ziedaar!


Toen brak de hel los, en de man moest door twee politiemannen in bedwang worden gehouden – ‘een rood waas voor zijn ogen’ - of anders had hij zijn ex-concubine ernstige schade berokkend. Het praktijkvoorbeeld van weleer klonk folkloristisch koddig. Merkwaardig ook dat iemand onthoudt dat het kameelharen sloffen waren. In ieder geval herinnerde de ouwe zich dat hij lang geleden met een eveneens geüniformeerde collega gezaghebbend door de Seefhoek liep: grote bekken zongen vanzelf een toontje lager. Dat de tijden sindsdien wel heel erg veranderd waren, bleek uit een verborgen-camerachtig beeld waarin we de kleinzoon tijdens zijn diensturen door de Seefhoek zagen lopen. Een mondige burger zei in het voorbijgaan op uitdagende toon: ‘Probeer je me lastig te vallen? Ik zal je gezicht onthouden.’ Dat soort tekst was in mijn baldadige jeugd aan smerissen voorbehouden.


De eerste aflevering van ‘Drie generaties’ was aardig, maar de tweede, die een licht wierp op een geslacht van suikerbakkers, sprak me meer aan: ze bood namelijk een panoramisch uitzicht op de engte die we la Flandre Profonde noemen, als er ons, onder het genot van een goed glas wijn, al eens een woordje Frans van eigen bodem ontsnapt.


De familie in kwestie had de zogehetencuberdon, een typisch Belgisch product, in de vaart der volkeren opgestoten. De cuberdon ziet eruit als een zetpil voor sprookjesfiguren, maar in feite is dit paarsrode kegeltje een mierzoet snoepje dat je, om moeilijkheden te vermijden en niet nodeloos de aandacht te trekken, maar beter oraal kunt innemen.


Het scheelde niet veel of de grootvader, de eigenlijke cuberdonkoning, had op galmende toon over zichzelf gesproken, als was hij zijn eigen huldigingscomité. Hij vertelde hoe hij, toen hij zich pas als zelfstandige had gevestigd, ook nog ’s nachts in loondienst werkte. Vier uur slaap per etmaal: ‘We hadden geen tijd om moe te zijn.’ Wie schetst onze verbazing dat hij na een jaar of twee uitgeput ineenzakte en uitgebreid geelzucht kreeg?


Toen hij in de kliniek lag te vergelen, nam zijn vrouw eigenhandig de productie van de cuberdons van hem over. Zij noopte hem tot historische woorden: ‘Vrouwke, ge zijt goed bezig.’ Zijn vrouw was nu overleden. Hij roemde haar kwaliteiten bijna net zo hartstochtelijk als zijn eigen deugden: om te beginnen haar spaarzaamheid, en niet te vergeten: ‘Koppiekoppie.’ En ze was hard. En voor hem kon je niet hard genoeg zijn, want je moest vooruit in het leven! En dan ga je dood.


De zoon van de cuberdonkoning, de huidige zaakvoerder, herinnerde zich met trots het eeuwige gezwoeg en geploeter van zijn vader: almaar verbeten zeulen met zakken suiker die tussen de vijftig en de honderd kilogram wogen. Dat kwam hem op de duur op een gipsverband te staan dat zijn hele bovenlichaam in beslag nam, en hem ook nog eens lelijk beknelde: ‘Eronder zat rauw vlees,’ wist de zoon nog. Oorlogswonden in vredestijd: wat een dierbare herinnering! Kan iemand wel genoeg om zulk rauw vlees geprezen worden?


Inzake koppiekoppie aardde de zoon van de cuberdonkoning niet naar zijn moeder: op de middelbare school kon hij niet meekomen, want ‘in die tijd moesten ze daar niets hebben van zelfstandigen’. Volgens zijn vader. Je zult het altijd zien. Ook de kleinzoon had iets dergelijks ondervonden: ‘Ze waren jaloers.’ Voor zijn achttiende verjaardag kreeg hij een Porsche cadeau, en dat stak volgens hem al helemaal de ogen van die onderbetaalde schoolfrikken uit, die nijdassen met krijtvegen op hun jasmouwen.


De kleinzoon verliet onverrichter zake de reguliere middelbare school en zocht zijn heil in een niet nader genoemde privéschool: ‘Amerikaanse studies,’ deed zijn vader geheimzinnig. Zoonlief kreeg ook een apart snoepfabriekje cadeau, waar hij een tijd mocht oefenen vooraleer hij zo eigenmachtig mogelijk over Cuberdonië zou heersen.


Zijn grootvader, cuberdonkoning voor het leven, zag de toekomst somber in: die kleinzoon had dan wel koppiekoppie – ‘Amerikaanse studies’ – maar wat je noemt een suikerbakker was hij niet, in tegenstelling tot zijn vader: ‘Die hebben mijn vrouw en ik gekneed!’ riep de stamoudste met trillende stem. Het klonk alsof hij daar ook nog ovationeel applaus voor verwachtte.


Die kleinzoon met zijn ‘Amerikaanse studies’ was anders, een moederskindje. ‘Mijn zoon is van zijn vrouw gescheiden: die vrouw had het altijd over ‘mijn lief kind’,' sprak de ouwe. ‘Mijn lief kind’: hij spuugde het uit alsof hij stront had geproefd, of toch een in China nagemaakte cuberdon: ‘Bij mij bestond dat niet, ‘mijn lief kind’.'


Waar draaide het volgens hem om in het leven? Om ‘vooruitzien’! Zoals de trekpaarden. Oogkleppen geen bezwaar. Hij stiet ook nog een andere slogan uit: ‘Eerst de productie, dan de mens!’ Niet kwaad voor iemand die volgens mij nooit Mao Zedong gelezen heeft.


De kleinzoon bleek alles welbeschouwd een probleemgeval te zijn: hij was dertig en had geen verkering, laat staan dat hij al een toekomstgerichte zoon verwekt zou hebben - alles draait om zoons in dat wereldje. Daardoor bracht hij volgens zijn vader de continuïteit van het bedrijf in het gedrang. Toen hij daaraan dacht, schoot hij vol. Emoties hadden in die kringen altijd wel iets met de zaak te maken, want waar zouden ze anders voor moeten dienen?


Deze aflevering van ‘Drie generaties’ was voornamelijk een schildering van een mentaliteit: je zag lieden die nog nooit aan hun universele gelijk getwijfeld hadden, en al evenmin aan hun algehele voortreffelijkheid. In hun ogen had de rest van de wereld er een dagtaak aan om hen doorlopend te benijden.


Ik kreeg het er een tikje benauwd van, en was tegelijk erg blij dat mijn wieg niet in Cuberdonië had gestaan. Natuurlijk, wie over een Porsche beschikt kan er ook plankgas mee wegrijden. Televisie is niet altijd een koppelteken tussen mij en mijn medemens. Nu ook weer niet.


Een sterk televisieprogramma, daar niet van.


Bekijk de trailer »


Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234