null Beeld

Tv-review: Een laatste groet

Dwarskijker bekijkt voor u het tv-seizoen, zo hoeft u dat niet meer te doen. Of misschien wél? Deze keer voor u besproken: Een laatste groet op canvas.

Hoop doet leven na de dood. In 'Koppen' zat vorige dinsdag een reportage van de RTBf aangaande bijna-doodervaringen. Mensen die een hartstilstand of een auto-ongeluk hadden overleefd, bleken tussen hangen en wurgen een lichtende glimp van het vermoedelijke paradijs te hebben opgevangen: het bekende lokkende schijnsel aan het einde van een tunnel. Ze hadden ook dode familieleden teruggezien, die ze herkend hadden in gedaantes zonder ledematen. Niet over armen en benen beschikken, is in die hogere sferen kennelijk geen groot ongerief. Maar stel dat je op aarde je armen of je benen bent kwijtgeraakt, dan krijg je die in het hiernamaals zo te horen niet vanzelf terug. Dat lijkt me al net zo’n afknapper als er je armen en benen te moeten inleveren, zo van: 'Daar doen wij hier niet aan, aan armen en benen.'

Die gedaantes hadden de bijna-doden naar de levenden teruggestuurd: 'Je tijd is nog niet gekomen'. In het goeie ouwe ondermaanse waren de overlevenden sindsdien met behoud van ledematen existentieel gerustgesteld en van doodsangst verlost. Het waren zo te zien geen manifeste getiktelingen. Hun leven stond na die wondere kink in de bewustzijnsstroom in het teken van liefde voor de medemens. Een geluk bij een ongeluk. Ze waren ervan overtuigd dat ze iets heel reëels hadden beleefd, iets dat zich heel anders dan in een droom aan hen had voorgedaan. Uiteraard gewaagden wetenschappers van een biochemische illusie in de hersenen, een uit doodsnood en zuurstofgebrek geboren weldadige en goedaardige hallucinatie: elk element van het sprookje van tunnel en licht kon wetenschappelijk worden verklaard. Al plaatste de Nederlandse cardioloog Pim van Lommel, auteur van 'Oneindig bewustzijn', daar uiterst voorzichtige kanttekeningen bij. Zijn bevindingen ter zake verschenen ooit in het ernstige medische vakblad The Lancet en niet in Dag A. of St. Uit dat feit kun je, in je dagelijkse wanhoop, misschien ook al een beetje hoop putten.

De dood mag dan wel de grondtoon van het leven zijn, ik blijf het een onprettige, met het klimmen der jaren zelfs aldoor beklemmender gedachte vinden. Ik heb meer dan eens gelezen dat de westerse mens vervreemd is van de dood, en telkens weer moest ik aan mijn vader denken die me in mijn kindertijd tot twee keer toe naar een sterfhuis heeft meegenomen. Te voet. Langs paadjes en veldwegen. 'Het lijk gaan groeten,' heette dat in het dorp. Het gebeurde in een tijd dat doden nog thuis werden opgebaard. The Beatles hingen nog net niet in de lucht. Ik herinner me gedempt gesnik en gesniffel, gesnuit in zakdoeken, de ingevallen mond van een dode oude die me vaagweg bekend voorkwam, en de lucht van levende bejaarden, een geurimpressie van spierzalf, pommades, en droge kruiden in zakjes van bruin papier. En niet te vergeten: een soupçon van kattenpis. Er brandde een zwak peertje dat de schemer in de sterfkamer nog accentueerde – het was er zo eng dat ik het in mijn kinderlijke beleving als onwerkelijk aanvoelde. Ik gaf dan ook geen krimp. Ik sprak er op de terugweg in de werkelijkheid ook niet over met mijn vader, en ik maakte me nog geen voorstelling van de dood. Ik had de indruk dat 'een lijk groeten' gebruikelijk was, hoe naar ook. Maar waarom nam mijn vader me mee? Wilde hij eens met zijn kind uit wandelen gaan, een vertreding waar hij anders nooit tijd voor had? En moest dat wandelingetje een nuttig doel hebben, omdat alles van nut moest zijn in zijn leven? Ik kan het hem allang niet meer vragen, want hij is al een eeuwigheid henen – ik was nog een kind toen hij 'm piepte. Ik hoop dat hij me in een mistige gedaante zonder armen en benen nog altijd zou zeggen dat ik terug moet, dat mijn tijd nog niet gekomen is. Ik hoop ook dat ik hem meteen herken.

Kunnen we ons vrolijk maken over de dood? Vast wel – het is zelfs een teken van leven. Het laat de dood naar schatting koud dat wij een lange neus in zijn richting maken, maar ik durf te wedden dat 'Een laatste groet' niet in de smaak zal vallen bij levende mensen die in hun naaste omgeving een recent sterfgeval moeten verstouwen. En reken maar dat er van oudsher gestorven wordt bij het leven. Ik herinner me 'Dood doet leven!' uit 1997, een soort praatprogramma waarin Nic Balthazar deed alsof een kunstenaar speciaal voor de gelegenheid een poosje dood was in primetime: in de studio kreeg die artiest dan onder andere zijn in memoriam te horen, wat de meeste levenden niet vergund is, en wat hen ook aan hun koude reet zou moeten kunnen roesten, mochten ze niet zulke vreselijke ijdeltuiten zijn. Ik heb dit programma destijds welwillend bejegend wegens het experimentele karakter ervan – het kan me zo nu en dan niet gek genoeg zijn – maar ik kon niet beletten dat het een flop werd. Wat ik al bij al nu ook weer niet zó erg vond. Mijn leven ging gewoon door nadien.

'Een laatste groet' lijkt me in grote trekken de revanche van 'Dood doet leven!' Een Bekende Vlaming houdt zich zo levendig mogelijk dood tussen het studiopubliek, terwijl hij vanaf de eerste rang zijn uitvaart aanziet. Het verloop daarvan heeft hij bij zijn leven zelf mogen bepalen door middel van een testamentaire video, waarvan we tussendoor fragmenten te zien krijgen. Zijn naaste familieleden en vrienden mogen het woord voeren, en laten daarbij niets onverlet om, in het geheel niet door verdriet overmand, de aflijvige postuum af te zeiken. Riposteren is er voor hem niet meer bij, maar groen lachen kan nog net.

De ruimte waarin 'Een laatste groet' zich afspeelt doet wegens de suggestie van glas-in-loodramen aan een kerk denken, maar niet te veel, kwestie van het goddeloze volksdeel niet op het hart te trappen. Laat ik zeggen dat het decor een compromis is.

Een onderdeel van de plechtigheid heet 'Het lichaam van Quiztus', een quizje aangaande de dierbare overledene. Je zag ceremoniemeester Bart Peeters denken: 'Dit is nu wel de vrijzinnigste, maar ook meest beroerde woordspeling die een mens kan maken,' maar tegelijk beleefde hij zichtbaar veel lol aan Quiztus. Ik denk dat hij zich in dit programma meer amuseert dan in een al te vriendelijk spelletje op zaterdagavond, waarbij hij zich kon afvragen: 'Ben ik rijp voor de slacht? Is het zover?'

Ik lach veel minder dan vroeger, en daar heb ik redenen voor, maar 'Een laatste groet' amuseert me wel: ik vond gelegenheidsspreker Bart Cannaerts tijdens de uitvaart van Walter Grootaers bepaald geestig, net als Walter Grootaers zelf, die aan het eind van dit programma schuddend van het lachen in een open doodskist lag. Eat your heart out, Lazarus! Maar zo mogelijk nog geestiger vond ik de echte familieleden van de dierbare overledenen: zonder een traan te laten, sprak Layla, de dochter van Walter Grootaers, haar dode vader als volgt toe: 'Je kent me wel, ik ben je grootste hit.' Ik moest nog harder lachen om de vader van Stijn Meuris, die met een uitgestreken gezicht, en geheel onaangedaan, zei: 'Toen zijn moeder en ik voor het eerst het woord nerd hoorden, werd ons ineens heel veel duidelijk.'

Ik kan me vermaken met 'Een laatste groet', maar toen ik in het begin van dit programma dame Els Aeyels, van het voortreffelijke en betrouwbare radionieuws van de openbare omroep, in het gaafste Nederlands hoorde zeggen dat achtereenvolgens Walter Grootaers en Stijn Meuris waren overleden, schrok ik waarlijk. 'Hij is zevenenveertig jaar geworden' stemde me onbehaaglijk, terwijl ik met het oog op 'Een laatste groet' toch van top tot teen op lachen was ingesteld, zo goed of zo kwaad als dat in deze fase van mijn leven gaat.


'De laatste groet' met Walter Grootaers

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234