Tv-review: 'Kinderziekenhuis 24/7' op één

Scoliosis, biopsie, hickmankatheter, nefrotisch syndroom, hersentumor. Het zijn hele grote woorden die eigenlijk geen plaats horen te hebben in de wereld van kleine kinderen. Toch zijn ze helaas dagelijkse realiteit voor Nina, Guust, Jarne, Amber en de vele andere kinderen die elke dag het Prinses Elisabeth Kinderziekenhuis van de Gentse Universiteit bevolken. ‘Kinderziekenhuis 24/7’ zal niemand onberoerd laten, zoveel is zeker.

Anders dan bij de vorige reeksen van ‘Kinderziekenhuis’ zijn de kinderen nu zelf ook verslaggever van hun bezoeken aan het ziekenhuis. Ze nemen ons mee bij hun favoriete verpleegster, bij de dokter en tot in het operatiekwartier. Ondanks de vaak ontzettend hoge obstakels waar ze voor staan, houden ze de moed erin. Wij hebben nog maar zelden een kind zo smakelijk horen lachen als de 11-jarige Jarne, die met onbehandelbare diarree door het leven moet en al sinds zijn geboorte vaste klant is in het ziekenhuis. ‘Mijn poep niet filmen, hé,’ pruttelde een verpleegster nog tegen. Dat hoefde je Jarne geen twee keer te zeggen.

De broers van de 11-jarige Guust bleken erg bekommerd om hun broer. Hij was tot een jaar geleden net zo sportief als zij. ‘Hij liep tien kilometer in 42 minuten,’ zei z’n moeder. Dat een 11-jarige überhaupt tien kilometer loopt, vonden wij op zich al heel indrukwekkend. Guusts oudere broer Wolf zit aan de topsportschool. ‘Ik wil de beste van de wereld worden in het badminton,’ zei hij. Guusts jongere broer Mats speelt ook badminton, ‘maar ik hoef niet de beste te worden,’ vond hij. ‘En ik kan niet meer de beste worden,’ legde Guust zich neer bij zijn situatie. Een jaar geleden was er met hem niets aan de hand, tot hij terugkeerde van een zomerkamp en plots met een ernstig nierprobleem te kampen had. Sindsdien is ook hij een bekend gezicht bij de dokters en verplegers in het ziekenhuis.

De 13-jarige Nina onderging in deze aflevering een heel ingrijpende operatie. Bij een doktersonderzoek in de lagere school ontdekte de arts dat haar ruggengraat lichtjes krom groeide. Dat bleek eerst niet erg verontrustend, maar de rug van Nina groeide steeds verder en steeds harder scheef. Een hele dag op de schoolbanken zitten, bezorgde haar helse pijn. Een korset kon haar rug stabiliseren, maar een operatie zou haar weer een rechte rug kunnen bezorgen. Dat was niet zonder risico’s, zei de chirurg terwijl hij de operatie uitvoerde. Al dan niet tijdelijk het gevoel verliezen in ledematen tot zelfs verlamming waren niet helemaal denkbeeldig. Maar niets doen was geen optie, daar was iedereen van overtuigd. Nina’s moeder ging mee tot in het operatiekwartier, waar ze bij haar dochter bleef tot ze onder narcose was. ‘We zullen goed voor haar zorgen,’ zei de dokter. En dat deden ze ook. Met Nina’s rug komt het weer helemaal goed.

Over dat moment in de operatiezaal zei Nina’s moeder: ‘Wat er dan als mama door je hoofd gaat, dat wil je niet weten.’ Het was een stofje in ons oog, we zweren het, maar die zin gooide ons ruim vier jaar terug in de tijd, toen wij in datzelfde ziekenhuis zelf naast een 4-jarige uk stonden die net onder zeil werd gebracht.

Ik vind het woord sharen al even vies als het begrip - ouders die elke kunstig gekrulde drol van hun koters of ieder met onmogelijke kleuren vingerverf mismeesterd stuk papier de wereld menen in te moeten slingeren middels een uitgebreide fotoreportage op Facebook - maar ik wil bij hoge uitzondering toch iets over mijn eigen kroost delen.

Een behoorlijk onaangename vaststelling bij mijn jongste (4) bracht mijn vrouw en mezelf onlangs tot in het operatiekwartier en de pediatrische afdeling van intensieve zorgen in het UZ van Gent. Het was iets met een gaatje in z’n hart, ik bespaar u de technische details en mezelf de moeite om het uit te leggen. Geen gigantisch probleem, routine zoals dat heet. Als het over mijn kinderen in een operatiezaal gaat, krijg ik het routineuze heen-en-weer van het woord routine. Het woord is bedoeld om je gerust te stellen, maar ik stel me dan vooral de chirurg in kwestie voor die gauw even een katheter langs wat aders tot in het hart van mijn kind ploft, terwijl hij de slaap uit z’n ogen staat te wrijven, van een koffie slurpt en op z’n smartföhn kijkt wat voor weer het vandaag gaat worden. Ik heb een natuurlijke aanleg voor nervositeit en de combinatie van de woorden operatie en routine doet voor mijn zenuwen wat een forse draai aan de stemknop doet met een al flink gespannen gitaarsnaar.

Na - amper, alles goed en wel beschouwd - een uur rinkelde m’n telefoon. Operatie geslaagd, gat gesloten, kind weer in orde. Routine, kom hier dat ik u tegen mijn borst druk. Als het gefladder van een vlinder een orkaan kan veroorzaken aan de andere kant van de wereld, dan zet Australië zich best al maar schrap voor wat er komen gaat na de zucht die mijn vrouw en ik slaakten na dat telefoontje. De uren erna volgde een mengeling van roes om de geslaagde ingreep en halve wanhoop om hoe de volgende uren door te komen: probeer maar eens een vierjarige een ruim etmaal stil te laten liggen met een rist kabels-om-vanalles-te-meten overal op z’n lijfje geplakt. Maar vooral blij, dat waren we. We waren door de zure appel heen. Meer zelfs, die klote-appel was bijna helemaal op. Het was alleen nog een kwestie van aftellen voor we naar huis konden.

We brachten alles bij elkaar ruim 24 uur door op die afdeling intensieve zorgen. Duidelijk minder dan veel andere ouders, die er al waren toen wij aankwamen en er nog waren toen wij alweer mochten vertrekken. En er misschien nu zelfs nog zijn. Zelfs al probeer je er zo weinig rond te kijken als Jeroen Meus in een supermarktkoelkast met margarine, je ziet wat op die afdeling. Ouders die alleen in steriele pakken het kamertje van hun kind binnen mogen. Kinderen die chemo hebben gehad. Ouders die na zeven uur wachten in de ouderruimte opgelucht zijn dat hun kind nog leeft na die gecompliceerde hersenoperatie. Of hun kind nog ooit zal kunnen wat het kon, is van geen belang. Het kind leeft, dat alleen telt. Ik geef alleen weer wat ik merkte in die luttele ogenblikken dat ik niet naast het bed van mijn eigen zoontje zat. Het zette mij in elk geval aan het denken over wat ouders en kinderen voor elkaar betekenen.

De ‘vader van het jaar’-trofee zal wel nooit op mijn schoorsteenmantel prijken, en niet alleen omdat ik geen schoorsteenmantel heb. Ik heb mijn tekortkomingen als ouder, moet ik bekennen als een betrapte kleuter die met een mond vol slagroom en z’n hoofd in de koelkast de taart staat af te likken. Die aanleg voor nervositeit waar ik het daarnet over had, doet me wel eens m’n geduld verliezen. Mijn stem bulderde ooit zo hard door de woonkamer dat de bejaarden in het belendende rusthuis uit hun bed sprongen en op zoek gingen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder. Drie van hen zijn nog altijd vermist. Ik ben er niet fier op en de reden waarom ik soms boos word blijkt achteraf altijd banaal.

Ondanks dat duidelijke manco ga ik overigens wel door het vuur voor elk van m’n drie kerels. En ik keer door datzelfde vuur terug ook, als het moet. Ik heb helaas de stellige indruk dat veel ouders dat een ernstig overdreven blijk van toewijding vinden. Van sommige mensen vraag ik me dan ook oprecht af waarom ze ooit aan kinderen begonnen zijn. Het lijkt voor die ouders een schier onmogelijke opdracht om niet uit te varen tegen hun nageslacht. Nochtans is een warm nest het eerste ingrediënt om een kind tot een welgemutste volwassen mens te laten opgroeien. Geen geitenwollensokken-jij-mag-alles-wat-je-wil-nest - daar kweek je alleen etters mee - maar een plek waar een kind zich geliefd, gewaardeerd en gesteund weet. Daarom: koester uw kroost! U doet er trouwens niet alleen uw eigen kinderen het grootste plezier mee, maar ook de mijne, want zij zullen later samen met die van u de wereld in goede banen moeten leiden. Ik zal de mijne ook koesteren, beloofd!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234