TV-review: My Name Is...

Dwarskijker bekijkt voor u het tv-seizoen, zo hoeft u dat niet meer te doen. Of misschien wél? Deze keer voor u besproken: 'My Name Is' op vtm.

In mijn heerlijke nieuwe wereld, een verzonnen paradijs waarin ik als feeëriek verlicht despoot aanhoudend mijn zin krijg, moet 'Zomergasten' elke zondagavond uitgezonden worden, tweeënvijftig keer per jaar, ongeacht het seizoen. Móét. Of er zwaait wat: een executie met waterpistolen waarin dromedarissenurine uit Tanger zit, om maar iets te noemen - kenners, en onfortuinlijke toeristen die de straal net niet konden ontwijken, weten hoe penetrant dat goedje stinkt.

Na al die jaren beschouw ik 'Zomergasten' nog steeds niet als vanzelfsprekend, integendeel: ik verbaas me er elke zomer een beetje meer over dat je in het barre heden ruim drie uur na elkaar, zonder reclameblokken aan je been, kennis kunt maken met een interessante mens, die zichzelf en de bijbehorende kijk op de wereld nader verklaart aan de hand van beeldmateriaal. Er komt een echt gesprek van en geen jakkerende uitwisseling van soundbites à la mode. Ga daar maar eens aan staan, als u tenminste geen andere verplichtingen hebt.

In een televisiewereld die aaneenhangt van marktonderzoek en de formats die daaruit voortvloeien, is 'Zomergasten' welhaast subversief - er spreekt in ieder geval verzet tegen de gevestigde, in steeds engere programmaformules gegoten orde uit. Verzet ook tegen het gemiddelde van het gemiddelde, het modale modale waarvan televisiebonsjes, en eigenlijk iedereen die het in de media voor het zeggen heeft, graag denken dat ze er de democratie een dienst mee bewijzen. Zo nu en dan aan de democratie verzaken lijkt me juist heel gezond voor de democratie.

Serieus nu, want sprankelende humor moet nu ook weer geen gewoonte worden - dit is De Morgen of De Standaard niet: 'Zomergasten' met beeldend kunstenaar Erik van Lieshout beviel me zeer. Eigenlijk kan het me niet gek genoeg zijn.

Zijn keuze was net als goede hedendaagse kunst ontregelend, en dat was de kunstenaar zelf ook wel: een spannende, uitmiddelpuntige aanwezigheid, waarbij je voortdurend kon denken: 'Hij is zinnens iets heel raars te doen, iets waarvan hij zelf zal staan te kijken als een kat in een vreemd pakhuis.' Maar hij ging niet tot radicale gekte over, al zat hij ondertussen wel vaak als een kat in een vreemd pakhuis te kijken.

Zijn keuze mocht er zijn: het was heerlijk om de orkaan Klaus Kinski, één van mijn lievelingsacteurs, de gedaante van een blaffende Jezus te zien aannemen in de monoloog 'Jesus Christus Erlöser' die hij in november 1971 in de Deutschlandhalle in Berlijn voor een roerig publiek van drieduizend man opvoerde: Duits draagt ver, zelfs na de Tweede Wereldoorlog, zeker met behulp van een geavanceerde microfoon van Duitse makelij. Sennheiser? Als je dan toch een kop moet hebben, dán die van Kinski.

Aandoenlijk was 'I'm too sad to tell you', waarin de jonggestorven kunstenaar Bas Jan Ader zichzelf in close-up filmt terwijl hij deerniswekkend aan het wenen is. Het fragment uit de misselijkmakende documentaire 'Crackheads Gone Wild', over het dagelijks leven of de dagelijkse dood van drugsverslaafden in Atlanta, verleende ons dan weer inzicht in de aard van het beestje, die nog iets walgelijker is dan ik me op grond van mijn eigen aard van het beestje al kon voorstellen, hoezeer ik ook mijn best mag doen inzake voorstellingsvermogen.

'Los Angeles, 2004' van Sarah Morris, de korte keuzefilm van Van Lieshout, was een mooie uitloper van de avond: een fragmentarische registratie van het mondaine leven in de week voor de Oscaruitreiking, in contrast met beelden van de alledaagsheid in LA: een elegante, nagenoeg meditatieve aaneenrijging van glimpen waarin je in het voorbijgaan de grote Jack Nicholson roerloos, in sluimerstand of toch in gedachten verzonken, door een Ray-Ban naar een basketbalmatch van de LA Lakers zag kijken. Pittige reefer voor de wedstrijd, neem ik aan. Waar is de tijd dat ik nog onbekommerd rookte? En waar is de tijd dat Jack in mijn ogen eeuwig jong was? En ik ook.

Joris Luyendijk, die in 2006 en 2007 het gezicht van 'Zomergasten' was, zei me ooit dat zowel de pers als het overaanbod aan zelfverklaarde opinieleiders op internetfora er traditioneel een sport van maken om de presentator met dienst grondig af te branden. Uiteraard distantieer ik me reuzegraag van dat kwalijke volkje: ik vond Luyendijk destijds uitstekend, en ik zie ook geen enkele reden om Jelle Brandt Corstius gering te schatten: hij kan goed luisteren, is voorkomend en kritisch tegelijk, en durft zijn eigen gevoelsleven en zijn persoonlijke ervaringen openlijk in het gesprek te investeren, in de juiste toonzetting dan nog wel. Een gentleman, zou je zweren.

Dwarskijker: My Name Is... [2]

Eén ding is zeker: 'Zomergasten' is in toenemende mate ontypisch voor de hedendaagse televisie, en een amusementsprogramma als 'My name is...' is er helaas maar al te typisch voor: de zoveelste afgeleide van een variant op de zoveelste talentenjacht. Dit keer gaat men op zoek naar volwassenen en kinderen die beroemdheden kunnen imiteren, en wellicht ook denken dat er meteen een riant inkomen aan zo'n kunstje vastzit.

In 'My name is...' - het Nederlands was weer op - kunnen de deelnemers een gastrol in de musical 'Daddy Cool' winnen, een schouwspel rond de in Duitsland gebakken hits van Boney M: hoempadisco en Schwarzwaldreggae. Wie de jaren zeventig bewust en dus niet al te stoned heeft meegemaakt, zal die eer wellicht een tikje dubieus vinden.

Zoals gebruikelijk is de jury van het allergrootste belang in dit soort programma: hij bestaat uit Albert Verlinde, Nederlands televisiepresentator en theaterproducent, die om gespeculeer onder haardrogers over zijn seksuele voorkeur meteen de kop in te drukken een roze colbertje droeg.

Kelly Pfaff, dochter uit een geslacht van sandwichlieden, vertegenwoordigde de Belgische, of sterker nog: de Brasschaatse showbizz: noem iets op en ze is er ongetwijfeld deskundig in, al beloofde ze dit keer haar geest alleen maar over 'de présence' en 'het showelement' te laten waaien. Daarbij drong de naam Sam Gooris zich aan me op als een niesbui. Ralf Mackenbach won twee jaar geleden - hij was toen dertien - het Junior Eurovisiesongfestival, waartegen ik toen al ingeënt was.

En dan was er ook nog Do, een Nederlandse zangeres die meer als jurylid dan om haar repertoire bekendstaat, en toch nog praatjes heeft. Adviezen van deze jury sla je natuurlijk niet in de wind: 'Misschien moet je gewoon loskomen: liedje in je hoofd, en gewoon knállen.' Petomaan doet de baslijn van 'Ma Baker'. 'Je bootst de attitude van Anouk heel goed na,' klonk het ook: wat kan er je nog overkomen als je andermans zeer persoonlijke attitude goed kunt nabootsen?

Het viel mij op dat de kandidaten, om hun talent te onderstrepen, graag op het sentiment van de jury inwerkten. Een soortement Cher, die al zingend op zoek ging naar een toonsoort die ze maar niet kon vinden, zei te harer verdediging dat ze een zware astmapatiënte was. En een andere kandidate had het over haar 'moeilijke jeugd' en 'de moeilijke band met haar ouders'. Een kind voerde een dode grootvader aan, voor wie ze speciaal een liedje zou zingen.

De juryleden zetten gelegenheidsgezichten op, die ze na afloop in de kleedkamers aan kapstokken hingen of uitdeelden aan bewonderaars. De camera keek ook gênant lang ontroerde ouderparen aan: biggelende tranen bij moeders, en vaders die manhaftig een brok in de keel probeerden door te slikken, als op een barbecue. Het líjkt allemaal op gevoeligheid, dat wel. 'My name is...' is over de hele lijn een imitatiewedstrijd.

Er waren niet minder dan drie Adeles in het spel, en de Adele die, mede vormgegeven door een visagist en een stylist, de competitie won, was twaalf: in mijn heerlijke nieuwe wereld rijmen de songs van Adele niet met een wicht van twaalf, dat in afwachting van enige rijpheid erg geschikt is om tussen de schuifdeuren verjaarspartijtjes luister bij te zetten en te vragen of er nog iemand cola wil.

Er was een meisje, ook nog een kind, dat in Lady Gaga verdwaalde: ze ziekte wat de Fransen l'âge ingrat noemen uit, de puberteit, de onbevallige leeftijd waarbij het lichaam nog alle kanten uit kan, en daar ook blijk van geeft. Het meisje puilde enigszins uit een soort sm-kostuum - het had kennelijk geen naasten die haar daar schroomvallig op hadden gewezen - en het bediende zich tijdens haar act van toneelbloed, zoals het Lady Gaga ooit had zien doen.

Het was alsof ze gulzig een fles ketchup had proberen leeg te drinken, omdat de cola op was. Als je die beelden uit dit programma zou isoleren, dan zou er weleens wrange videokunst kunnen ontstaan, die alweer iets zegt over de aard van het beestje.

Ik had met dit meisje te doen, maar niet in het minst met 'My name is...'. Ik heet...

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234