null Beeld

TV-review: Triq Slama Mohamed. Reis in vrede.

Dwarskijker bekijkt voor u het tv-seizoen, zo hoeft u dat niet meer te doen. Of misschien wél? Deze keer voor u besproken: 'Triq Slama Mohamed. Reis in vrede.' op Canvas

Rudy Vandendaele

‘Alles moet jonger’ luidt een in mijn vakgebied steeds populairder dwangbevel, maar heden ga ik, om mezelf een lol te doen, geen rekening houden met mensen die niet weten wie Van Kooten en De Bie zijn, en dus ook geen benul hebben van wat dit duo voor mijn generatie betekend heeft op de televisie.

Eén van de onvergetelijke typetjes van Kees van Kooten was Mehmet Pahmuk, een Turkse gastarbeider van de eerste generatie, een bescheiden man die doorlopend zijn best deed om te integreren, en dus ook zo goed mogelijk Nederlands te spreken – hij drukte zich er dan ook beter in uit dan autochtone krompraters met een grote bek, die in deze tijd, tegen een haringkraam aangeleund, staande houden dat Wilders je ware is. Mohamed Abdeslam, om wie het documentaire tweeluik ‘Triq Slama Mohamed. Reis in vrede’ draaide, deed me erg aan Mehmet Pamuk denken, ook al is hij dan een Marokkaan die ondertussen 73 is, en al mijmerend, of biddend, een Vlaams volkstuintje onderhoudt.

Zijn leven bleek een odyssee, met alle ellende van dien. Of een helletocht op weg naar de hemel. Hij was een weeskind, geboren in een deel van het Marokkaanse platteland waar nauwelijks iets gedijde, de mensen ook niet.

Hij moest het in Tanger als dakloze schoenpoetser en verkoper van loterijbriefjes zien te rooien, en voer later als verstekeling naar Marseille, met de moed der wanhoop: ‘Mochten ze mij overboord hebben gegooid, en dat deden ze weleens met betrapte verstekelingen, dan was ik van alle ellende af,’ herinnerde hij zich zijn zienswijze van toen.

In Marseille draaide hij als illegaal de bak in, en na veel vijven en zessen kwam hij via Duitsland in België terecht, waar een beter leven begon. Hij werd arbeider in een glasfabriek, maar weldra ook vakbondsafgevaardigde.

Bijna tot mijn verbazing vernam ik dat de Belgen hem in het begin van de jaren zestig gastvrij hadden ontvangen: we zagen hem een bezoek brengen aan de kinderen van een inmiddels overleden echtpaar van wie hij ooit een huisvriend was geweest: ‘Hij vertelde zo mooi over Marokko.’

Ik herinner mij anders dat er in die tijd bordjes met ‘Défendu aux Nord-Africains’aan sommige caféramen hingen – ik heb ze met mijn eigen kinderogen gezien. Niemand bekreunde zich om discriminatie.

Mohamed Abdeslam is een wijs man met een goed verstand, die het belang van zo goed mogelijk onderwijs inziet. Zelf wilde hij in Marokko naar een Spaans weeshuis waar ook onderwijs werd verstrekt, maar daar bleek hij al te oud voor te zijn. Oprotten dus.

Hij vond dat Marokkanen van zijn generatie over het algemeen te weinig aandacht aan goed onderwijs voor hun kinderen hadden geschonken. Hij anders wel: zijn zoon was handelsingenieur geworden en werkte in Casablanca.

.... We zagen hoe hij op zijn schreden terugkeerde in Marokko, een tocht langs de zandweg Memory Lane, waarbij hij, zoals het oude mannen betaamt, meer dan eens volschoot. Veel van zijn herinneringen waren nu eenmaal verdrietig, maar toen hij, het weeskind, zijn geboortegrond terugzag, zei hij: ‘Dit is de enige plek waar ik gelukkig ben geweest.’ ’s Mensen wegen zijn ondoorgrondelijk.

Uiteraard was Mohamed een vroom man. Naar zijn zeggen was hij pas echt devoot geworden toen hij erachter was gekomen dat hij van soefi’s afstamde, en dat hij alles welbeschouwd verre familie van de Profeet zelve was. Hij was geen fanaticus, maar zijn rekkelijkheid beperkte zich tot gelovigen, of ze nu moslims, christenen of joden waren.

De niet-gelovigen vielen gemakshalve buiten zijn wereldbeeld. Hij had ook een zwak voor wijlen koning Boudewijn, een topkatholiek – ik hou even geen rekening met jongelui die deze vorstelijke persoon niet meteen kunnen thuisbrengen, en raad hen van harte aan ondertussen volop, en als bezetenen, van hun jeugd te genieten. Mohamed vond Boudewijn een ‘heilig man’, vooral die keer toen hij in verband met de abortuswet in gewetensnood was geraakt.

Wat hij eerst niet begreep, was dat hij niet meteen een andere vrouw had genomen toen bleek dat Fabiola de Mora y Aragónhem geen kinderen kon schenken. Maar later, pas veel later, daagde het Mohamed dat die twee aan elkaar verknocht waren, en dat ze ook wel genoeg hadden aan elkaar. Liefde. Waar was de vrouw van Mohamed overigens in dit tweeluik, en waar was de vrouw van zijn zoon, de moeder van zijn kleinzoon? Of is het leven een mannenaangelegenheid?

Godsdienst is voor mij een privézaak, een mogelijke gedachte onder het eigen schedeldak, waar je om de lieve vrede niemand mee lastigvalt. Ik denk dat ik het op dat gebied altijd wel oneens zal zijn met Mohamed, maar toch vond ik hem een geschikte islamitische gozer.

En ik heb ook graag naar zijn tweeledige televisieportret gekeken, en zelfs gedacht dat er, in een betere wereld, meer Mohameds als deze Mohamed zouden moeten bestaan.

In Marokko zei hij dat hij eigenlijk nergens meer thuishoorde. Moge zijn Vlaamse volkstuintje dan een beter niemandsland zijn, een voorsmaakje van zijn idee van het paradijs.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234