TV-review: Wie trouwt mijn zoon?

Dwarskijker bekijkt voor u het tv-seizoen, zo hoeft u dat niet meer te doen. Of misschien wél? Deze keer voor u besproken: Wie trouwt mijn zoon? op vtm.

‘Mááááááma, je bent de liefste van de héééééle wéééééreld,’ tremuleerde Heintje toen hij en ik een jaar of elf waren. In ‘Wie trouwt mijn zoon?’ maakten we kennis met enkele middelbare moeders van wie ik niet voetstoots zou aannemen dat ze de liefste van de hele wereld zijn.

Zij probeerden met steun van de commerciële televisie hun inwonende volwassen zoon, meestal een aanslepend kind, het huis uit te werken. Nu ja, die zoons waren types aan wie ook ik liever geen onderdak zou bieden, ook al staan ze in volle kersttijd ineens bij mij op de stoep te kleumen, in het gezelschap van een cameraploeg die op mij mikt zodra ik onwillig in een deurkier verschijn.

Er zijn grenzen aan mijn gastvrijheid, en ik zou er niets op tegen hebben mochten er ook grenzen aan moederliefde zijn. Al weet ik natuurlijk niet of er in ‘Wie trouwt mijn zoon?’ van moederliefde sprake is: misschien zien we bij zowel moeder als zoon alweer de gevolgen van een wurgcontract dat ze blindelings getekend hebben.

Of zien we het diepgewortelde verlangen om een buitengewoon vluchtige televisiester te worden, niet gehinderd door talent. Of hebben we veeleer te maken met de irritante bemoeizucht van dominante moeders die hun stilaan uit z’n krachten gegroeide zoontje maar niet kunnen vrijlaten in de wijde wereld waarin talloze wilde wijven sissen.

‘Moeders nemen het heft in handen en gaan op zoek naar een geschikte partner voor hun zoon,’ klonk het. Zou ik mijn moeder ooit om advies inzake vriendinnen hebben gevraagd? Zou ik ook maar één ogenblik geduld hebben dat zij zich over mijn liefdesleven, of het gebrek eraan, ontfermde? Laat staan: zich ermee bemoeide? Nog liever kreeg ik een flapoor op borsthoogte, of anders tussen mijn schouderbladen. Zo’n gimmick doet het waarschijnlijk goed bij de vrouwtjes.

Bij de aanblik van het deelnemersveld dat zich in reality-tv aftekent, schiet me altijd weer dezelfde vraag te binnen: ‘Wat scheelt er nu weer aan die luitjes?’ Aan mij hapert er ook meer dan me lief is, maar ik ga dat snoer van menselijke manco’s niet op de televisie tentoonspreiden, al was het maar uit hoffelijkheid.

Bij reality-tv draait alles om lui die aanleg hebben om publiekelijk voor lul te staan, en die zich niet van dat talent bewust zijn. Om geen argwaan te wekken loopt Dina Tersago, ’s lands koppelaarster, over van empathie die zich steeds meer in iele oudewijvenpraat manifesteert. Eigenlijk is ze daar nog net iets te jong voor.

Ik weet niet meer wat ik ooit in haar heb gezien, maar dat kan dan weer een ouderdomsverschijnsel zijn. Zij loodste de moeders van de voorlopig onbegeerde zonen mee naar een apart kamertje in een hotel, waar ze op een beeldscherm in ‘t geniep de speeddatingvan hun zoon konden gadeslaan.

De kandiderende jonge vrouwen zochten voornamelijk een spermadonor die niet onbekend wenst te blijven, had ik de indruk. Een enkele keer zochten ze een vader voor een kind dat in een voorgaande relatie al door een andere spermadonor was veroorzaakt. De moeders loosden ondertussen universele opmerkingen als: ‘’t Is een West-Vlaamse, dat is al goed.’ Of: ‘Ze is van Poelkapelle, dat is niet al te ver.’

Na afloop van de speeddating gingen de zoons samen met mammie overleggen wie ze zouden uitverkiezen. Ik ving antropologische inzichten op als: ‘Dat Indische dingskedat erin zit, dat is toch ook wel iets speciaals, hè?’ Het ging over een meisje van Indiase afkomst: geen speld tussen te krijgen dus.

Een zoon zei iets te grootmoedig dat niet het uiterlijk telt, maar wel het innerlijk: ik heb het meteen in carraramarmer gehouwen, wat nog een heel gedoe was, dat mij op een klacht wegens burengerucht is komen te staan. De bijbehorende moeder sprak: ‘Je moet er toch op straat mee willen lopen, hè?’ Oók waar. Van te veel wijsheid ga ik duizelen.

De speeddating was verre van amoroso: één van moeders klojo’s polste bij de gegadigde jonge vrouwen naar hun belangstelling voor de liefde van zijn leven: snowboarden. Het is eigenlijk een schande dat een mens nog steeds geen samenlevingscontract met een snowboard kan sluiten. Dat had de bewuste snowboarder en ons een hoop tijd bespaard.

Een andere loslopende zoon had voor de gelegenheid een ooginfectie, zodat hij meteen kon uittesten hoezeer een klein gebrek geen bezwaar was, als het innerlijk dan toch zo belangrijk is. Hij zat er tijdens het speeddaten bij als een belastingcontroleur die fraude vermoedt, en in die geest stelde hij ook vragen aan die miepen. Wisten zij veel dat ze ook naar de hand van zijn moeder aan het dingen waren.

Als hij even níét als een belastingcontroleur klonk, zag ik iemand die, zonder moesjes hulp, niet wist waarover hij het zoal zou kunnen hebben in deze omstandigheden. Dit moest dus het mogelijke begin van een eventuele liefde voorstellen. Het stelde in ieder geval de beurse kern van commerciële televisie voor: almaar meer van hetzelfde, hoe uitgekauwd ook. Is this love?Genoeg publieke koppelarij, zeg ik!

En als we het voor de gelegenheid ook eens over de rest van het commerciële televisieaanbod hebben: genoeg gekokkerel! En – o, ja! - genoeg geteut over verbouwingen en onroerend goed! Ge-noeg! Zo, dat moest me even in één op andermans schoenpunten gerichte gulp van het hart. Volgende week: meer van hetzelfde. En de week daarop ook.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234