Beeld Reporters / PPE

AnalyseBesmettelijkheidsduur

Twijfels na corona: hoelang blijf je besmettelijk?

Duizenden Belgen krijgen wekelijks te horen dat ze corona hebben. Maar wanneer mag iemand weer naar het werk of school? De twijfel bij herstellende coronapatiënten is groot, want: hoelang blijf je een risico voor anderen? 

Een groot deel van de 3.000 Belgen die wekelijks te horen krijgen dat ze het coronavirus hebben, moet binnenkort de afweging maken: wanneer kan ik mijn dagelijks leven weer hervatten? De twijfel kan snel toeslaan, zeker wie internet raadpleegt en ontdekt dat de richtlijnen per land verschillen. Zo moeten mensen in de Verenigde Staten langer in isolatie: minstens 10 dagen. Dat is ook de regel in Duitsland, waar ook nog eens geldt dat je liefst 48 uur klachtenvrij moet zijn. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gaat voor een ruimere marge met een klachtenvrije periode van drie dagen voordat mensen weer de deur uit mogen. In België blijf je minstens 7 dagen thuis en zeker zolang je nog symptomen hebt. Heb je klachten die langer dan aanhouden, dan blijf dus je langer thuis.

Maar wanneer ben je precies klachtenvrij? Daarop komen geregeld verschillende antwoorden, blijkt uit ervaringsverhalen van patiënten. De ene keer mag een kuchje écht niet, de andere keer wel. Patiënten die nog steeds reuk- en smaakverlies of vermoeidheid ervaren, krijgen tot hun verrassing te horen dat die symptomen geen besmettingsgevaar vormen.

Wanneer het besmettelijkst?

Duidelijk is in elk geval dat mensen het besmettelijkst zijn rond het moment dat ze klachten krijgen, zegt Jeroen van Kampen, klinisch viroloog van het Erasmus MC in Rotterdam. Nadat iemand zich heeft gemeld met koorts, hoesten of andere symptomen, zien onderzoekers alleen nog maar dalende grafieken: het aantal besmettelijke virusdeeltjes heeft dan dus al gepiekt. En bij de meeste Covid-19-infecties lijkt het na een ongeveer een week wel gedaan met de besmettelijkheid, soms eerder en soms iets later. Daarop wijst onder meer Van Kampens eigen ziekenhuisonderzoek en een veel aangehaalde Duitse studie in het tijdschrift Nature. Het zijn deze studies waarnaar ook de officiële overheidsadviezen verwijzen.

Maar dan komen de onzekerheden. Neem alleen al het begin van de besmettelijke periode. Hoewel uit bron- en contactonderzoek blijkt dat besmettingen kunnen plaatsvinden vóór iemand symptomen vertoont, heeft geen enkele studie onomstotelijk kunnen vaststellen hoeveel dagen van tevoren mensen al virusdeeltjes rondstrooien. Dat komt, vertelt Van Kampen, doordat mensen zonder klachten vaak te laat op de wetenschappelijke radar verschijnen.

Een onderzoeksgroep uit Hongkong probeerde de besmettelijke periode rekenkundig te schatten, maar omdat dat een computersimulatie betreft, blijft het volgens viroloog Van Kampen gissen of het overeenkomt met de realiteit. Ook de WHO stelt nog in het duister te tasten hoe belangrijk besmettelijkheid vóór de symptoomperiode precies is: zo berekent de ene studie dat slechts 6 procent van alle besmettingen in die periode plaatsvindt, maar een andere stelt dat het ook 44 procent kan zijn.

Uit dezelfde schattingen blijkt dat zodra iemand geïnfecteerd raakt, het virus zo snel mogelijk begint te vermenigvuldigen tot het na enkele dagen vóór de symptomen besmettelijke niveaus bereikt. Juist omdat de besmettelijkheid zo snel piekt zodra er klachten opduiken, moeten mensen zo snel mogelijk naar de teststraat zodra ze een teken van klachten opmerken, benadrukten onderzoekers van het UMC Utrecht eerder.

Wanneer is de besmettelijkheid voorbij?

Waar de staart van de besmettelijke periode precies eindigt voor thuis uitziekenden is lange tijd een openstaande vraag geweest. De bekendste studie daarover is het eerdergenoemde Duitse onderzoek, en die stamt alweer uit april. Van de slechts 9 proefpersonen bleef een enkeling tot wel 10 dagen besmettelijk, maar vanwege het kleine deelnemersaantal kon dat een toevallige uitschieter zijn.

Toch besloten onder meer Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten met die kennis de isolatieperiode van 7 dagen te verlengen naar 10 dagen. Sciensano bleef bij 7 dagen. Dat landen op basis van die studie verschillende isolatieperioden hanteren, vindt klinisch viroloog Van Kampen niet gek. ‘Als het allemaal kristalhelder zou zijn, zou iedereen hetzelfde doen.’

Maar een gloednieuw Brits onderzoek bevestigt inmiddels dat veel mensen langer dan een week na de eerste klachten infectieuze virusdeeltjes verspreiden, ook als ze slechts mild ziek zijn. Op de 8ste dag ademt bijna 14 procent nog besmettelijke virusdeeltjes uit. Dat wil zeggen: virus dat in het laboratorium gekweekte cellen kan infecteren. 

Na de 10de dag is het echt voorbij met de besmettelijkheid, blijkt uit de resultaten die in het epidemiologisch tijdschrift Eurosurveillance zijn verschenen. Overigens blijkt ook dat personen zonder symptomen evenveel infectieus virus verspreiden als mensen met klachten.

Wat is het best om te doen?

Voor thuiszitters bestaat er helaas geen handige test om na te gaan of je nog besmettelijk bent. Nog een keer naar het testcentrum met dat laatste kuchje? Dat heeft geen zin, want de test slaat aan op elk restje virus dat nog in het lichaam rondwaart, ook deeltjes die de afweer al onklaar heeft gemaakt. ‘Eigenlijk moet je slijm afnemen en het virus proberen te laten groeien in kweekcellen,’ zegt Van Kampen. ‘Dat kan alleen in speciaal beveiligde labs en het duurt zeker zeven dagen voordat je kunt zien of het virus zich in die cellen nestelt. Tegen die tijd heeft het weinig zin meer.’

Een afkoelperiode waarin je zelf in de gaten houdt of je geen klachten meer hebt, is dan praktischer. Of dat nou 24 of 48 uur moet zijn, of zelfs drie dagen zoals de Wereldgezondheidsorganisatie voorschrijft, is volgens klinisch viroloog Mariet Feltkamp van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) eveneens een kwestie van welke veiligheidsmarge een overheid neemt. ‘De medische redenering erachter is in ieder geval logisch. Op het moment dat het virus zich het snelst vermeerdert en de meeste schade aanricht, voel je je het slechtst. Als de klachten stoppen, mag je aannemen dat het virus zich ook niet meer vermenigvuldigt en je dus niet meer besmettelijk bent.’

Rest de vraag: welke klachten mogen dan nog wel of niet voor de isolatie eindigt? Acute Covid-19-klachten, veroorzaakt doordat het virus nog door het lichaam raast, moet je tijdens de isolatie in de gaten houden. Dat zijn koorts, diarree, spierpijn, keelpijn, benauwdheid of neusverkoudheid; wie daar geen last meer van heeft, kan volgens de richtlijn de deur uit. Andere symptomen, zoals vermoeidheid of reuk- en smaakverlies, hebben wat meer hersteltijd nodig, ook als het virus al lang weg is.

En wat met die vermoeidheid?

Hoe zit het met de langer aanhoudende vermoeidheid, waar mensen weken- of zelfs maandenlang last van houden, of dat ene kuchje? ‘Medisch advies is maatwerk. Dan kun je bij twijfelgevallen verwachten dat het accent soms anders wordt gelegd. Maar we volgen de richtlijnen zoveel mogelijk,’ zegt Martijn van Triest, woordvoerder van de Nederlandse Gemeentelijke Gezondheidsdienst.

Wie bijvoorbeeld astma heeft en sowieso weleens hoest, kan het advies krijgen om die klacht te negeren en naar buiten te gaan. Het advies is juist weer strenger voor mensen met een zwakkere weerstand.

Hoeveel virus moet je binnenkrijgen om besmet te raken?

Zelfs als personen eenmaal besmettelijke hoeveelheden coronavirus uitademen, -niezen of -zingen, moet een ander persoon genoeg van die druppels vol virusdeeltjes inademen om ook besmet te raken. Wetenschappers tasten nog in het duister over hoeveel virusdeeltjes er minimaal nodig zijn voor een infectie, zegt viroloog Lia van der Hoek, universitair hoofddocent bij het Amsterdam UMC. ‘Er zijn, denk ik, minder deeltjes nodig dan bij de milde verkoudheidscoronavirussen die we al jaren kennen. Het lukt ons nauwelijks om die verkoudheidsvirussen in kweekcellen te laten groeien, terwijl het nieuwe virus makkelijk te kweken is.’

Maar die laboratoriumsituatie zegt weinig over wat er tussen mensen moet gebeuren voor een overdracht, zegt virologiehoogleraar Eric Snijder van het LUMC. ‘Je zou opzettelijk mensen moeten gaan infecteren met een heel lage dosis.’ Onethisch, en dus geen optie. En van de besmettingen op de winkelstraat of in de bus valt volgens Snijder ‘natuurlijk nooit te achterhalen hoeveel virus er is geweest’.

Schattingen op basis van besmettingsmomenten tussen hamsters, fretten, muizen en aapjes zijn er wel, maar ook die geven geen indicatie van wat er bij mensen gebeurt, zegt viroloog Van der Hoek. ‘Mensen zijn veel gevarieerder dan de afgepaste stambomen van proefdieren.’

Bovendien is er om die reden niet één drempelwaarde aan te wijzen, vindt de viroloog. ‘Het hangt ook af van de persoon die ze inademt. Iemand met een verzwakte afweer kan heel bevattelijk zijn voor een paar druppels met honderden virusdeeltjes, terwijl de ander er duizenden of zelfs meer voor nodig heeft om besmet te raken.’

(VK)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234