null Beeld

Twintig jaar na zijn dood: Humo herdenkt Herman de Coninck

De eerste keer in de geschiedenis dat de VRT ‘Het journaal’ opende met de dood van een dichter, was de dag dat Herman de Coninck stierf: 22 mei 1997. Hij was op een terrasje in Lissabon in elkaar gezakt. Meteen dood, op zijn 53ste. Kransslagader verkalkt. Hart ontploft.


Lees meer over Herman De Coninck »

Herman de Coninck. Statutair roker – ‘Als tabak kon praten, klonk hij zoals Herman,’ zei Benno Barnard eens – en talentvol drinker: pas na acht Duvels stond hij de volgende ochtend op met een kater.

Hij was weg naar een lezing, in gezelschap van zowat de hele fine fleur van de Neder-Vlaamse literatuur. Hugo Claus, Connie Palmen, Gerrit Komrij, Anna Enquist. Miriam Van hee, Adriaan van Dis. Daar bestaat een mooie zwart-witfoto van. Niets aan de hand, leek het. Mooie voorjaarsdag. Allen poseerden minzaam. Schoolreisje.

Een dag later was hij dood. Anna Enquist, die bij hem was en zijn hand vasthield, schreef: ‘Hij lag heel vredig op de kleine witte stenen van het plaveisel, haast alsof hij ging slapen.’ Op de plek waar hij stierf, vindt men een gedenksteen in mozaïek, met de vermelding van geboorte- en sterfjaar en een gedichtje uit zijn debuutbundel ‘De lenige liefde’:

‘Sprookje

Er was eens een man

die altijd rechtvaardig was.’

Er was eens een man die altijd weemoedig was. Remco Campert dichtte ooit: ‘Sinds Buddingh’ verwachten veel mensen van poëzie een avondje lachen’.

Sinds De Coninck is dat geworden: een avondje terugdenken aan geluk dat was.

Zijn levensweg liep niet over rozen: vader stierf toen Herman 21 was, eerste vrouw verongelukte, hij scheidde van zijn tweede vrouw. Zijn derde vrouw heette Kristien Hemmerechts en bleef. Met moeite: ‘Net als Lief heb ik geprobeerd om van hem weg te gaan. Het verschil tussen haar en mij is dat het haar gelukt is en mij niet.’

Hij schreef het allemaal van zich af in zijn prachtige, bedrieglijk begrijpelijke gedichten en wij mochten op veilige afstand meelezen en -voelen. Zelf had hij het – in een brief aan George Wildemeersch, één van de 15.000 (!) brieven die hij geschreven heeft – over verkennerij: ‘Ik exploreer gevoelens voor het geval dat ik ze nodig zal hebben.’ Hij was ook in zijn poëzie een soort van journalist van zijn eigen leven, die de taal inkookte tot alleen de essentie overbleef. Lichtvoetig en langoureus, al is de wanhoop nooit ver weg.

‘Zo lang er sneeuw is, is er hoop’.

Hij schreef de mooiste liefdesgedichten ooit. Ook over zijn kinderen: ‘Ik loop haar kamer voorbij, het tocht er van dochter’.

Herman de Coninck was zonder enige overdrijving de populairste dichter van zijn generatie. En van de generaties erna. Van ‘De lenige liefde’ werden meer dan 10.000 exemplaren verkocht. Daarvan heb ik er zelf minstens 3 gekocht, om uit te delen aan toenmalige lieven. Werkte altijd.


Herman Van Humo

‘Ik ben van Humo dus, van wat toen kon.

Dromen, protest en humor, die hetzelfde waren:

onvermogen om saai te zijn. Ik ben on.’ (Uit ‘A View from the Bridge’)

Hij was 13 jaar van Humo. Interviews, beschouwende stukken, van poëzie over voetbal tot pedofilie. In bijberoep staalharde rechtsachter van de Overwinnelijke Elf, Humo’s gevreesde voetbalploeg.

Dodelijke dubbelinterviews herinner ik mij, waarin hij vooral met Piet Piryns of met Jan Wauters een spinnenweb weefde waarin de geïnterviewde genadeloos werd versmacht. Na afloop bleek de wijnkelder van het slachtoffer leeg, zijn vrouw verleid en zijn reputatie naar de vaantjes. En ze hadden bij het buitengaan ook nog de hele buurt wakker gemaakt.

Daarna bleek het succes van zijn Nieuwe Wereldtijdschrift, waarvoor hij Humo had verlaten en waarvan hij hoofdredacteur werd, tegen te vallen. ‘Zijn buurvrouwen abonneerden zich. Maar de verwachting dat Humo-lezers zich in grote getale zouden bekeren tot het Nieuw Wereldtijdschrift werd niet bewaarheid,’ schreef Piet Piryns. Het onvermogen om saai te zijn behield hij gelukkig tot aan zijn dood: in de ontelbare artikels voor onder andere De Morgen, in essays en reisverhalen, in de driehonderd brieven die hij elk jaar schreef. Zijn moto: geen grootspraak, maar kleinspraak.

null Beeld

Hij was een totaal taalverliefde taalvirtuoos, die weleens uit enthousiasme verloren liep in zijn eigen vergelijkingen en metaforen. Meer supporter van de literatuur dan criticus. Winnaar van het wereldkampioenschap badineren.

Zijn dood was ‘een verschrikkelijk verlies voor de literatuur’, volgens Hugo Claus. Twintig jaar na datum gaat het, om de woorden van Kristien Hemmerechts te parafraseren, uitstekend met hem. Hij wordt uitgebreid herdacht, men schrijft zijn biografie, hij wordt nog veel gelezen. Hij heeft een standbeeld in de Zoo van Antwerpen, waar hij graag kwam met zijn dochter. Dat hij als standbeeld meer lijkt op iemand die een blauwe maandag nog bij Kraftwerk gespeeld heeft dan op zichzelf: het zij zo. Hij staat er toch maar mooi, met zicht op de flamingo’s.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234