U2: de hemel bestormd, en gewonnen

Op de dag dat ergens in Beverly Hills een godinnetje uit een buitenmodel slagroomtaart opveert om Jack Nicholson geluk te wensen met zijn vijftigste verjaardag, zit ik in de luchthaven van Gatwick nabij Londen op een vliegtuig naar Amerika te wachten.

Wachttijden in luchthavens kom ik altijd beroerd door. Ik lees, maar in mijn hersens zit het verkeer strem. Een moeder met kind gaat tegenover mij in een lelijk plastic kuipstoeltje zitten; de baby is verwaarloosbaar klein, zó klein dat je hem met enkele schroefbewegingen zou kunnen terugduwen in de moederschoot, bedenk ik.

Het zou het reizen vergemakkelijken, al betwijfel ik of het gynaecologisch wel helemaal comme-il-faut is. En natuurlijk zou de douane het kunnen aanrekenen als een stuitend geval van mensensmokkel. Deze gedachten, eigenlijk oefeningen in krankzinnigheid, vloeien mij aan terwijl de baby het op een dreinen zet en zijn moeder abrupt van achtjes wiegen op hardhandig schudden overschakelt. Shake, baby, shake.


Tu quoque

Het dringt opnieuw tot me door dat ik me in het voorgeborchte van de hemel bevind. Weldra ga ik voor de eerste keer in mijn leven naar Amerika, waar ik de Ierse rockgroep U2 die in Gods Eigen Land van westkust tot oostkust triomfen oogst, op de hielen moet zitten. Gisteren nog durfde ik me af te vragen wat voor zin deze hele onderneming wel had. U2 is geen groep waar ik mijn ziel en mijn zaligheid voor over heb; als Bono weer eens een kind uit het publiek plukte en het wicht hemelwaarts tilde, als moest het op wonderbaarlijke wijze genezen van blindheid, eczeem of te korte armpjes, kneep ik telkens mijn ogen dicht en dacht hard aan iets van de Rolling Stones. Nooit heb ik geduld gehad voor de pathos van U2, noch voor de sfeer die de groep uitwasemde: iets mistigs dat ooit mensen in kathedralen de adem benam.

Ik denk aan U2 om niet aan vliegrampen te hoeven denken, aan plotselinge rookontwikkeling uit alle straalmotoren, aan een zwemvest waarmee ik in het aanschijn van de dood geen raad weet, omdat ik de wenken van de stewardess in de wind heb geslagen. Ik denk aan U2, die in 1980 een platencontract tekenden bij Island, en dit jaar 'The Joshua Tree', hun vijfde, meteen platina studio-elpee uitbrachten. De groep haalde onlangs de cover van TIME Magazine en mag zich terecht afvragen of je het nog verder kunt schoppen in deze wereld.


De nieuwe wereld

Geen landingspoging op Newfoundland, geen oorverdovend geknars van metaal op steenhard ijs: ik zal me niet moeten voeden met jonge zeehondjes die kijken als mijn kinderen, en ik zal gelukkig ook geen hap uit het perfecte silhouet van de stewardess moeten bijten. Heelhuids in Boston, Massachusetts: ik mag tevreden zijn. Ware het niet dat er een bitse sneeuwstorm woedt. 'A spring surprise!', schertst een weerman op de televisie en hij vertelt en passant dat er in Maine zestien centimeter sneeuw ligt. Bovendien verdenkt de man van de immigratiedienst mij meer dan de zes heren die me zijn voorgegaan in de queue. Zij zien er afgestoft uit en dragen een grijs maatpak dat zelfs de grootste booswicht boven iedere verdenking zou verheffen. Ik heb een stoppelbaard, wat in het hoofd van een immigratieambtenaar wijst op zedenverwildering, druggebruik, alcoholisme, ondermijning van de staat, lidmaatschap van de communistische partij en een ziekelijke afkeer van scheren.

Alle overige reizigers zijn al lang uit het bagagedepot verdwenen, als ik, ijlings naar mijn nulpunt zakkend, nog steeds bij de transportband sta. Altijd weer dezelfde groene weekendtas sukkelt aan mijn blik voorbij. Eén ding staat vast: mijn tas is het niet, want ik heb een koffer. Een koffer die kennelijk andere vliegtuigen neemt dan ik. Een pafferige douanier komt bij me staan en probeert vergeefs zijn leedvermaak klein te houden: 'You lost your bagage, huh?', proest hij het bijna uit. Ik wou dat ik een klein handwapen bij me had en dat men in dit werelddeel niet al te zwaar tilde aan moord. Vermoedelijk uit compassie, ofschoon dat een sentiment is waartoe ik hem niet in staat acht, laat hij me tenslotte ongecontroleerd door. Als ik met mijn klacht in het kantoor van East West Orient sta, meen ik hem in de verte hol te horen lachen. De balie-employé deelt me mee dat ik 24 uur op mijn koffer zal moeten wachten. 'Maar over een uur moet ik het vliegtuig naar Chicago nemen!', roep ik tragisch. 'Poor darling', klinkt het op een toon alsof ze die dag niets anders dan 'poor darling' heeft gezegd. Vanaf dat moment ben ik Job in Amerika.


This is your captain joking

Terwijl het vliegtuig het hoofd biedt aan een niet eindigende reeks luchtzakken, maak ik kennis met de merkwaardigste purser ter wereld. 'Ach dames en heren, wat had ik me vandaag gráág ziek gemeld', kraakt hij door de luidsprekertjes, 'en ik ben er zeker van dat u dat ook had willen doen. Maar ja, nu deze kist toch opgestegen is ondanks het rotweer, moeten we er maar het beste van zien te maken. Mag ik u even voorstellen aan het cabinepersoneel? Lorene en Selma, twee schátjes. Vroeger hadden zij een trapezenummer, maar ze wilden hogerop.' Lorene en Selma lachen niet, want het komisch nummer van de purser hebben ze één keer te vaak moeten aanhoren. Als het vliegtuig na een vlucht van twee uur eindelijk geland is en naar gate 8 taxiet, heeft de purser nog iets klaarzitten ten afscheid: 'De captain van deze kist was vroeger taxichauffeur in New York', zegt hij. 'Some of his best friends told me he was a lousy driver.'


Chicago!

The Holiday Inn, Chicago. Aangezien ik maar één stel kleren ter mijner beschikking heb, wil ik voortdurend onder de douche, op gevaar af dat ik tijdens mijn korte verblijf in Amerika kieuwen ontwikkel en back home als kermisattractie door het leven moet. Uren verstrijken en schepen vergaan, en terwijl ik onder de douche sta, rinkelt de telefoon: 'Hi, I’m Elivinia from Virginia Records, meet me at the Rosemont at half past six. I’m tall and I’m black. See you.'


Rock ‘n’ Roll

In het noordwesten van Chicago verrijst The Rosemont Horizon, een reusachtige, witgeschilderde stolp, waaronder meestal baseballwedstrijden worden betwist. Als ik bij de westelijke toegangspoot sta, tref ik een zwart meisje dat bijzonder lang is: ik kom tot het schokkende inzicht dat ik Toulouse-Lautrec slechts met enkele centimeters boven het hoofd ben gegroeid. Het meisje heeft dreadlocks en heet tot mijn grote vreugde Elvinia. Ze wil weten hoe het met me gaat en ik hef de smartlap van de verloren bagage aan. 'Bad luck',zegt ze onbewogen. Ik krijg een ticket en een pasje voor de aftershow.

Als ik ga zitten, is The Rosemont al aardig vol: hier en daar deint de Ierse drieklem en ontrolt men spandoeken met liefdesverklaringen aan Bono. Ik droom een beetje weg, en sta nog maar net met een been in de nevelen, of ik word al aangesproken. Een Amerikaanse hebbelijkheid: nergens kun je een beetje geestelijk duimzuigen, want onmiddellijk verdenkt men er je van dat je eenzaam en verlaten bent. Melancholie is een Europees tijdverlies. Deze keer heet mijn gesprekspartner Dick. Hij werkt bij een scheepstimmerwerf in Chicago, maar in zijn vrije tijd schrijft hij songs. 'You Irish?, wil hij weten. 'Nee', zeg ik. 'Well, you look like a poet', zegt hij. 'Thanks', zeg ik, zonder te weten waarom ik 'Thanks' zeg.

Lichten uit. Gebrul als bij een aardbeving en Lone Justice, het Amerikaanse voorprogramma van U2 (in Europa zijn The Pretenders support), speelt een stuiterende set die piekt bij 'I Found Love', 'Ways To Be Wicked' en 'Soap, Soup & Salvation'.

Het gebrul wordt ondraaglijk als in het duister de eerste maten van 'In God’s Country' weerklinken. Licht! The Edge haalt lange jammerklachten uit zijn gitaar, Adam Clayton en Larry leggen het onverwoestbare fundament. Bono maakt zijn entree en The Rosemont barst open. Hij zegt: «Het is nooit mijn ambitie geweest om op de cover van TIME te staan!» en het gebrul houdt aan. De band verglijdt in een schitterende versie van 'Where The Streets Have No Name', gevolgd door het ingetogen 'I Still Haven’t Found What I’m Looking For'. Iedereen zingt álle teksten mee. Bij 'Sunday Bloody Sunday' roept Bono: 'This is a song about Ireland, but we’re a rock ‘n’ roll-band now'. Hij spreekt de waarheid, want de wazigheid van vroeger is verdwenen. Natuurlijk durft Bono nog steeds alle truuks uit het boekje aan: 'Ik weet dat in Chicago veel Ieren wonen. Hier vonden zij de toekomst die ze in hun land niet konden vinden'. De Amerikanen kunnen maar niet genoeg krijgen van dit soort kreten.

'Pride (In The Name of Love?)': het portret van Martin Luther King op het podium. 'Surrender': Bono kiest een meisje uit de eerste rij en danst met haar; door twee roadies moet zij na afloop op bijna chirurgische wijze van hem worden verwijderd. Vanzelfsprekend hoogtepunt: 'New Year’s Day', gevolgd door het prachtige '40'. Bono vertelt over een aan heroïne gecrepeerde vriend en zet 'Bad' in, dat uitmondt in uitgesponnen atmospherics en een medley van 'Ruby Tuesday' en 'Sympathy For The Devil'. Bono trekt zijn paardenstaart los en veroorzaakt deining op de schaal van Richter, Bono richt een volgspot op alle uithoeken van de zaal en veroorzaakt collectieve rolberoertes. Een folksong van Peggy Seeger over een mijnramp zou een adempauze moeten zijn, maar het publiek joelt er doorheen.

'Shut up!' roept Bono, en de storm gaat een beetje liggen. De genadeslag die U2 vervolgens toedient met 'Gloria', 'The Unforgettable Fire', 'I Will Follow' en 'With or Without You' is louter pro forma. U2 is een mooie gloed aan de einder én een rockband. 17.000 mensen hebben het nahijgen.


Pontiac

Op de twaalfde verdieping van het Carlton Ritz bruist een indrukwekkende fontein. Ik wacht op U2 om met hen in een privé-vliegtuig van Chicago naar Detroit te reizen. U2 en entourage verschijnen in de lobby. Bono, die eruitziet als een gesofisticeerde zigeuner, pielt wat aan een akoestische gitaar. The Edge komt me een hand geven. Straks, in het vliegtuig, mag ik hem interviewen.

We worden in een sliert geblindeerde limousines geladen en glijden weldra langs het adembenemende Lake Michigan. Op het privé-vliegveld, dat gedeeltelijk ook een militair domein is, staat een kist (bouwjaar 1951) met draaiende propellers klaar. Het soort vliegtuig dat neerstort met rocksterren aan boord, maar de motoren van het merk Rolls Royce stellen mij toch enigszins gerust.

Nauwelijks van de aardbodem weg, valt Bono in slaap onder zijn hoed. The Edge verklaart zich bereid en ik ben het al lang.

HUMO Gisteravond zei Bono dat het nooit zijn ambitie geweest is om de cover van TIME te halen. Het klonk bijna alsof het hem speet.

The Edge «O, ik vind het geweldig hoor, en ik voel me enorm gevleid; ik besef wel dat de cover van TIME het grootste compliment is dat je in Amerika kunt krijgen…

Ach, eigenlijk voel ik me al gevleid als mijn naam ergens in een lokale krant staat, maar dan liefst niet onder de rubriek 'Ongevallen' (lacht). De cover van TIME betekent ook: respect. En dat respect zit ‘m deze keer vooral in de research die men over ons heeft gedaan, de precisie waarmee men de feiten heeft weergegeven. Doorgaans storen Amerikaanse journalisten zich niet al te veel aan precisie.»

HUMO De cover van TIME betekent ook dat U2 het hart van de hele Amerikaanse natie heeft veroverd, en dus niet alleen het hart van de jeugd.

The Edge «En dat is verbazend, want 'The Joshua Tree' is onze meest kritische plaat ten opzichte van Amerika. De muziek gaat soms terug op de Amerikaanse muzikale traditie, maar de gevoelens die we er in uitdrukken zijn anti-Amerikaans, zeker wat de regering Reagan betreft; we willen een scherp onderscheid maken tussen het Amerikaanse volk – de alledaagse arbeider en de alledaagse student – en de dames en heren uit de hofhouding van Reagan.

»Als ik aan Amerika denk, als ik erover dróóm, komt gelukkig niet in de eerste plaats Ronald Reagan me voor de geest, maar wel Bobby Kennedy, Abraham Lincoln en Martin Luther King. Reagan vertegenwoordigt de meest misdadige kant van deze samenleving. Als je je daar op blindstaart, krijg je een volledig verkeerd beeld van wat Amerika in werkelijkheid is. Deze natie is een heksenbrouwsel van het allerslechtste en het allerbeste. Je voelt ook voortdurend dat dit land een jong land is; het zit nog steeds in een ontwikkelingsfase waarin het zich fouten kan permitteren. Die fase hebben we in Europa al jaren achter de rug.»

HUMO Denk je dat jullie kritiek op Amerika doordringt tot het Amerikaanse publiek? Met z’n duizenden brult men weliswaar de lyrics mee, al betwijfel ik of iedereen ten volle beseft waarover ze gaan.

The Edge «Toch wel. Dat merken we elke avond weer. Er wordt ook juist gereageerd op de dingen die Bono zegt, vind ik. Je hebt hier ook de Celebration Clubs, de fanclubs van U2. Eigenlijk zijn het méér dan fanclubs: ze werden gesticht na de Conspiracy of Hope Tour voor Amnesty International. Eén keer per week komen die mensen samen voor een briefschrijfactie: er gaan brieven naar zowat alle dictators ter wereld. Na onze tournee was het ledenaantal van Amnesty International plots verdubbeld…

»Er is in ieder geval iets in beweging in Amerika. Het is een cyclische beweging, denk ik: in de jaren zestig ging men zich in Amerika meer dan ooit tevoren interesseren voor wat zich in het buitenland afspeelde; dat hield ook in dat men zich zorgen begon te maken over burger- en mensenrechten, en of die in het eigen land wel voldoende werden nageleefd. In de jaren zeventig sloeg de recessie toe, en plots verdiepte iedereen zich opnieuw in zichzelf: het kon niemand nog wat schelen wat zich verder dan de eigen achtertuin afspeelde. Nu schieten de mensen opnieuw wakker: de campus lééft weer, studenten hebben weer zin om iets aan te zwengelen. Studenten én werkende jongeren van onze leeftijd. Dikbetaalde managers trekken ze zich natuurlijk nergens wat van aan. Nee, wat telt is de basis; dáár moet een revolutionaire beweging altijd beginnen, wil ze een beetje gerechtvaardigd zijn.»

HUMO Wat je nu zegt lijkt verdacht veel op de overdreven optimistische praatjes uit de sixties. Als ik in Amerika om me heen kijk, merk ik dat het nationalisme en de gouwe ouwe American Dream nog steeds de boventoon voeren.

The Edge «O ja, maar ik maak me ook geen illusies over de verdwijning van die droom. Het blijft de motor van deze maatschappij. Een motor die duizenden levens heeft verwoest en zelf onverwoestbaar is. Desondanks heeft hij niet belet dat een aantal uiterst belangrijke mensen in dit land werden geboren. Het enige wat je kunt doen is accepteren dat die kracht bestáát, en altijd heeft bestaan, maar je moet je er niet mee compromitteren, je moet altijd voor iets béters blijven vechten. En binnen je mogelijkheden proberen de totale nachtmerrie af te houden. Maar toch is het interessant om nu in Amerika te verblijven: je merkt steeds meer een gezonde belangstelling voor wat in Zuid- en Centraal-Amerika aan het gebeuren is. Een film als 'Salvador' van Oliver Stone was tien jaar geleden ondenkbaar. Die zou toen nooit in de roulatie zijn gebracht. Toen Duran Duran in het nieuws kwam door een aantal concerten ten voordele van de Sandinisten te spelen, kon de jeugd van Amerika plots Nicaragua op de kaart aanduiden. Van Jane Fonda hoorde ik dat de jongste lichting Hollywood-acteurs opnieuw progressief denkt; enkele jaren geleden dachten ze alleen aan de inrichting van het huis in Beverly Hills dat ze aan het verdienen waren.»

HUMO Ondanks het feit dat U2 zich nog steeds zorgen maakt over de rotte plekken in de wereld en dus nog steeds een 'boodschap' heeft, zag ik gisteren in Chicago een band die meer dan ooit met rock ‘n’ roll te maken heeft.

The Edge «Dat klopt, want rock ‘n’ roll is voor ons het enige geldige excuus om op een podium te gaan staan. We willen vooral niet herinnerd worden als een stel zeepkistredenaars uit Ierland; we zullen altijd wel meningen hebben, maar ik hoop dat het allemaal natuurlijk blijft. We willen het publiek op dat vlak niet uitbuiten, we willen het dus geen meningen voorzingen die het gráág wil horen. Nu moeten we vooral proberen een goeie rockband te zijn, liever dan te veel belang te hechten aan het feit dat het ons bijzonder goed afgaat over sociale en politieke thema’s te spreken. We wéten natuurlijk wel dat we daar veel beter in zijn dan de meeste andere groepen. De verleiding om het wél te doen blijft dus bestaan, maar we hebben ingezien dat rock ‘n’ roll essentiëler is voor ons. We zijn geen professionele politici, al heeft de politiek zich natuurlijkerwijs in onze muziek genesteld.»

HUMO Wordt je eigen innerlijke wereld niet belangrijker dan dé wereld, als je wat ouder geworden bent? Lijken persoonlijke problemen je op de duur niet geschikter als inspiratiebron dan wereldproblemen?

The Edge «De enige strijd die we telkens weer moeten leveren is songs schrijven waarin élk groepslid kan geloven, en ik verzeker je dat het voor U2 verschrikkelijk moeilijk is om die consensus te bereiken. Maar dat is nog maar een deel van onze zorgen. Kijk, wij willen van elke song een klassieker maken. Dat is altijd ons vertrekpunt. En tegelijk lijkt een fantastische song schrijven, een échte klassieker, me nog steeds onbegonnen werk; die enkele – en ik zeg het met schroom – 'klassiekers' van U2 zijn op een vreselijk uitputtende manier tot stand gekomen. Het probleem én de magie van een klassieke rocksong is de perfecte balans tussen iets dat iedereen raakt en iets dat zo persoonlijk mogelijk is: het is alsof je een nieuw element wil maken door water en vuur te vermengen, zo onmogelijk is het bijna… als je blind blijft voor iets anders dan je eigen roersels, mislukt de song. Ik weet niet of we voor de volgende elpee opnieuw Daniel Lanois en Brian Eno zullen gebruiken, maar in ieder geval zijn we zeer tevreden over het werk dat ze op 'The Unforgettable Fire' en 'The Joshua Tree' hebben gedaan. Hadden we hen niet gehad, dan was het songschrijven nog veel pijnlijker en lastiger verlopen. Zij hebben er de songs uitgesleurd, ze hebben ze werkelijk ter wereld geholpen. Bono is zeer kritisch voor de muziek die ik schrijf, want de muziek is altijd het vertrekpunt voor zijn teksten. We hebben allemaal inspraak in zijn lyrics. Ik bedoel: hij schrijft de lyrics, maar wij helpen allemaal de eerste regel, de toon bepalen. U2 is altijd: alle hens aan denk.wij zijn geen team zoals Jagger en Richard dat is, of Lennon en McCartney was. Bono en ik werken het best als Adam Clayton en Larry er ook bij zijn.»

HUMO Wat songschrijven betreft, heb je het jezelf deze keer moeilijker gemaakt dan ooit tevoren. Meestal moesten U2-songs het hoofdzakelijk van de sfeer hebben, maar nu heb je grenzen getrokken: de atmospherics zitten in een strikt doosje en de songs zijn dus conventioneler.

The Edge «Precies. Tot vóór 'The Joshua Tree' vonden we dat vrijheid primeerde boven begrenzingen, maar deze keer wilden we één begrenzing accepteren: het formaat van de song in klassieke zin; ons vertrekpunt was dan ook concreter dan anders: een verzameling songs in plaats van 'muziek'. Op 'The Unforgettable Fire' waren we nog heel erg met 'muziek' in bijna abstracte zin bezig; we experimenteerden, zo heet ik dat tenminste, maar eigenlijk wilden we er voortdurend achter komen wat Brian Eno met ons van plan was. Het eindresultaat was vrij vernieuwend, denk ik, in elk geval: nieuw voor ons. Voor 'The Joshua Tree' wilden we van de dwang van de originaliteit af, al hoopten we – zoals we dat telkens doen – dat we tóch met iets nieuws bezig zouden zijn.»

HUMO Maar hoe kwamen jullie erbij muziek te maken die hier en daar aan de Amerikaanse muzikale traditie refereert?

The Edge «Het is een late ontdekking. Mensen als Robbie Robertson en Dylan hebben ons een beetje ingewijd. Ik ben nog steeds geen expert in Amerikaanse folk en blues hoor, in feite heb ik er nog maar pas kennis van genomen. Toen ik gitaar begon te spelen had ik voor die muziek absoluut geen tijd, en ik had er ook geen oren naar. Je had toen in Engeland een post-blues-school, rock op basis van blues, en ik herinner me dat ik dat een zeer verachtelijk genre vond. Het overleeft nog in Amerika, want de media in dit land zijn zo verschrikkelijk verstard dat ze alles wat nieuw is meteen als een bedreiging zien. De directie van zo’n radiostation vreest meteen zijn reputatie van 'Oud Vertrouwd Huis' te verliezen. Hun enige bekommernis is tenslotte klantenbinding, want hoe meer luisteraars, hoe meer adverteerders… en bovendien horen de radiomakers hier niet het minste verschil tussen The Clash, Foreigner en The Grateful Dead. Grateful Dead vind ik overigens een van de beste Amerikaanse groepen: zij maken tenminste geen platen. Maar goed, toen U2 in ’78 begon, zaten wij in een sfeertje waarmee dat hele post-blues-gedoe onverenigbaar was. En nu zie ik mezelf teruggrijpen naar de blues, niet naar de moderne blues weliswaar, maar veel dieper in het verleden: Leadbelly, Robert Johnson. De vitaliteit van die muziek trekt me aan. En die eigenschap wil ik op U2 overplanten. Ik wil de blues uit de eerste hand hebben, en niet in een of andere gemoderniseerde of herkauwde vorm. Veel muzikanten raken verstrikt in andermans muziek, alleen de allerbesten kunnen er hun ziel in laten aarden. Ik wil geen bleke imitaties maken, of karikaturen. Niet is belachelijker dan domweg nagespeelde blues, niets is krachtelozer… op 'The Joshua Tree' hebben we die invloeden zo nu en dan aan de oppervlakte laten komen, terwijl we er wel voortdurend op toekeken dat we wezenlijk U2 bleven.»

HUMO Toen er nauwelijks een paar songs af waren, was de werktitel van jullie elpee 'Desert Songs'. Waarom was het beeld van de woestijn al bij de aanvang zo belangrijk?

The Edge «Het is toeval. Als je een song begint te schrijven, zit je maar heel eventjes in de abstractie. Als het je meezit ploeter je maar heel kort in het oeverloze en in het ongrijpbare. Daarna heb je een beeld nodig waaraan je je song kunt ophangen, en bijna altijd is dat voor ons een locatie, een setting, iets geografisch. Onze songs zijn met bescheiden middelen gemaakte films. 'Exit', een van de eerste songs die we voor 'The Joshua Tree' hebben geschreven, riep meteen een woestijnlandschap op. Toevallig waren Bono en ik Flannery O’Connor en de literatuur-met-een-pokergezicht van Raymond Carver aan het lezen: boeken waar een dorre wind doorheen waait. Automatisch gingen Bono’s lyrics dat kale ook suggereren en alle muziek die we ná 'Exit' schreven kreeg de sfeer van de woestijn mee, alsof we er door aangezogen werden… dat geldt ook voor 'Where the streets have no name'.

»Daarna belandden we voor een foto-sessie met Anton Corbijn bijna toevallig in de omgeving van Zabriskie Point, Californië, en instinctief voelden we dat deze plek al onze songs samenvatte. Toevallig stond daar de 'Joshua Tree'»

HUMO Het gejubel en de glorie van vroeger zijn op 'The Joshua Tree' op de achtergrond geraakt. Moeten jullie met minder hoop zien rond te komen?

The Edge «Nee, maar we voelen ons nu meer op ons gemak bij onbeantwoorde vragen. We verdrágen voortaan dat we in die positie zitten, en wat meer is: we vinden het niet eens zo’n slechte positie. Als kind voel je je onzeker als je de oplossing van een probleem niet kent, maar later leer je leven met het onoplosbare. Nu wil U2 de dingen voorstellen zoals ze zijn. Toen we begonnen vonden we het uiterst onwelvoeglijk om het hopeloze zo hopeloos mogelijk voor te stellen: we wilden er perse een positief gevoel aan toevoegen. Altijd lieten we een lichtje schijnen aan het eind van e tunnel, al betwijfelden we dat daar hoegenaamd een licht kón schijnen. Maar, dachten we, wat doet iemand met louter rottigheid? Wat is er de zin van? In veel gevallen is het niets dan geklaag en gezeur. 'The Joshua Tree' heeft méér met de waarheid te maken dan alle andere U2-platen; het positieve mag dan wel een beetje op de achtergrond zijn geraakt, maar inktzwarte wanhoop kun je ons zeker niet verwijten.»

HUMO Is intensief op tournee door Amerika gaan geen geestesvernauwende bezigheid?

The Edge «Integendeel, op tournee gaan door de States scherpt de zintuigen, touren is super echt. We hebben meer van Amerika gezien dan de meeste Amerikanen, én we hebben de ware aard van Amerika gezien, iets wat je zelfs in New York niet te zien krijgt. Neem nu het traject dat we net achter de rug hebben: van San Antonio over Las Cruces tot Phoenix, door de woestijn naar het westen en naar Hollywood. In die streken is het verschil tussen goed en slecht uiterst vaag, je hebt het gevoel dat er nauwelijks een verschil bestaat tussen een predikant en een huurmoordenaar. Los Angeles is krankzinnig en decadent en pathetisch. Het is allemaal zo overdonderend, zo buitenissig, dat het je verplicht om scherp toe te kijken. Ik kijk nooit naar de Amerikaanse televisie, want het is een onvergeeflijke belediging voor de intelligentie, zo door-en-door slécht, en het gevaarlijke is dat je er na een tijdje aan verslaafd bent. Over de Amerikaanse radio denk ik grotendeels hetzelfde. Zolang je wéét dat die media slecht voor je zijn, blijf je eraf. Als ik hier mensen ontmoet, zelfs in dat doodzieke Las Vegas, ben ik gerustgesteld. Zo oppervlakkig, zo dom en zo mateloos sentimenteel of mateloos wreedaardig als op de Amerikaanse TV, zijn ze in werkelijkheid nooit. Dus: de Amerikaanse TV liégt, want hij geeft het ware Amerika niet weer. Ik vrees dat de media hier inmiddels vogelvrij zijn, dat ze aan de samenleving geen enkele verantwoording meer hoeven af te leggen. Laatst keek ik toch even televisie omdat er een debat was tussen de leider van de Amerikaanse Nazi-partij en Alex Haley, de schrijver van 'Roots'. Die man mocht ongestraft in het gezicht van Haley zeggen dat 'alle nikkers dom waren'. Vréselijk. Maar niettemin is dit land veel onschuldiger, veel charmanter dan de media ons voorhouden.»

HUMO Zou je hier kunnen leven?

The Edge «Dat betwijfel ik. Telkens als ik een voet op Amerikaanse bodem zet, krijg ik een optater. Amerika overtreft altijd je Europese voorstelling van Amerika. Ik gebruik geen drugs, maar ik vermoed dat het ongeveer de uitwerking van een harddrug heeft: de flash, die ofwel een stroom van inspiratie in je losmaakt, ofwel je bijna letterlijk lamlegt… Nee, ik denk niet dat ik hier zou kunnen leven en werken, omdat op een dag m’n weerstand zou breken: ik zou er niet meer tegenop kunnen en volledig geassimileerd worden. De gedachte dat ik hier maar tijdelijk hoef te zijn, en daarna weer naar Dublin kan, maakt het voor mij draaglijk. Dublin is voor mij normaal. Voor mij, zeg ik, want ik ben er zeker van dat veel mensen het een buitensporige stad vinden. Maar aangezien wij er allemaal zijn opgegroeid… Dublin is een referentiepunt, een maatstaf waarmee we de rest van de wereld meten. En ondanks al dat gejakker over de wereldbol, blijven we die maatstaf gebruiken.»

HUMO Een journalist van TIME-magazine noemde jullie songs 'lyrical morality plays'. Ben je het met die definitie eens?

The Edge «Ik neem aan dat hij het over songs als 'Sunday Bloody Sunday' en 'Pride (In the Name of Love)' heeft… Ja, dat moralistische kantje zal er zeker wel inzitten, al is het nooit onze bedoeling geweest. Het enige wat we met een song willen doen, is een gevoel uitdrukken, en meestal is dat pijn. Het heeft bijna iets met exorcisme te maken. En we hebben bewondering voor een groot moralist als Martin Luther King. Zo’n figuur zouden we eigenlijk kunnen gebruiken in Noord-Ierland. 'Sunday Bloody Sunday' is een noodkreet, een smeekbede om een eind te maken aan het bloedvergieten in Noord-Ierland. Maar nu beseffen we dat er geen eind aan kán worden gemaakt. Ik vind het vreselijk om te zeggen, maar de situatie is bijna hopeloos. Dat 'bijna' wijst op een sprankeltje hoop der wanhoop. 'Bijna' betekent ook dat er nog hoop is voor enkelingen, maar of er hoop is voor het hele land… daarover koester ik geen illusies meer. Ierland is één van die tragische, onoplosbare problemen. Maar als je Ier bent, en je bent gevoelig en je hebt verstand, dan moét je over Ierland blijven schrijven. Dat blijven wij dan ook doen, zonder de spreekbuis van een generatie te willen zijn. Het leiderschap gaat ons bovendien slecht af.»

HUMO Niettemin ziet het publiek jullie als leiders, als brengers van een Goede Boodschap. Vroeger hadden jullie zelfs een religieuze uitstraling, die nu een beetje verdwenen is.

The Edge «Ik geloof dat die religieuze uitstraling alleen in de verbeelding van het publiek bestaat. Je bent net zo goed of net zo slecht als je publiek. Ik ben in ieder geval niet gelovig. Ik moet toegeven dat ik me altijd lekker heb gevoeld bij de gedachte dat het publiek ons misschien wel Antwoorden konden geven op alle grote levensvraagstukken. Helaas zijn we niét slimmer dan de rest en helaas kennen we die antwoorden niét. We zijn gewone mensjes die net zo vaak verkeerde beslissingen nemen als iedereen.»

HUMO In interviews leggen jullie er steeds weer de nadruk op dat jullie verschrikkelijk gewone mensen zijn, maar hoe gewoon ben je nog als ge de grootste rockgroep ter wereld bent?

The Edge «Ach, ik weet het niet. We zijn nog maar pas de grootste rockgroep van Amerika, het is allemaal tijdens deze tournee gebeurd, het heeft ons overvallen. Ik denk wel dat ik er greep op heb, al ben je nooit helemaal zeker. Misschien spreek ik je over zes maanden opnieuw en zit er dan een complete idioot voor je. Nee nee, zover zal het nooit komen, ik maak maar een grapje. De anderen zullen wel verhinderen dat ik doorsla. We beschermen elkaar voortdurend tegen het negatieve effect van deze waanzin, want we kennen elkaar zeer goed en we weten dat succes alles kan verzieken. Van zodra iemand van ons begint rond te zwijnen, zullen de anderen hem wel snel tot andere gedachten brengen. Die zekerheid heeft ieder van ons.»

HUMO Zelden heb ik een groep zo vriendschappelijk weten omgaan met z’n personeel. Bij U2 is er kennelijk geen klassenverschil.

The Edge «Nee. De meeste mensen die voor ons werken worden snel intieme vrienden van ons; die vriendschap ligt in het verlengde van familiebanden. Omdat we altijd sterk geloven in de mensen die voor ons werken, is een strikte scheiding tussen werkgever en werknemer overbodig. Neem onze roadie Gregg Caroll, die vorig jaar in een motorongeval omgekomen is. Toen we hem voor het eerst ontmoetten in Nieuw-Zeeland, wisten we meteen dat hij bij ons hoorde en toen hij stierf kregen we de hardste klap die we ooit hebben gehad; het was een plotselinge ontnuchtering. Plots zagen we in dat het maar rock ‘n’ roll was waar wij ons mee bezighielden, dus niets om je druk over te maken. Niets kan opwegen tegen dié tragiek: hij had zijn land en zijn familie verlaten om met ons in Dublin te gaan leven. Die totale overgave, die vorm van opoffering en liefde, ontroerde ons na zijn dood nog meer. Door zijn dood vroegen we ons opnieuw heel andere dingen af. De song 'One Tree Hill', die over Greggs begrafenis gaat, is een poging om die nieuwe vragen te beantwoorden. ’t Is een donkere song, maar toch heeft hij iets opbeurends. Misschien door een vaag geloof dat het na de dood toch niet helemaal zwart wordt. Hoop ik een beetje.»

The Edge staart uit het vliegtuigraam en zegt: 'Vanuit de lucht gezien lijkt Amerika heel geordend, een schaakbord bijna… We kunnen beter in de lucht blijven, want de hele natie is gebouwd op chaos, haat, en bloedvergieten. Maar het blijft een fascinerend land, hoe raar dat ook moge klinken.'

Als de sliert limousines, op weg naar The Pontiac Silverdome, aan een groep wegenwerkers voorbijrijdt, maakt één van de arbeiders een obsceen gebaar: een eenzame socialist in de V.S. Het concert in The Silverdome is van de eerste tot de laatste seconde een triomf, Bono biedt glorieus weerstand aan een orkaan van zestigduizend mensen, en ik schud schoolmeisjes uit Ohio (een busrit van twaalf uren) die me het huis van hun ouders aanbieden in ruil voor mijn VIP-pasje, vertwijfeld van me af. Na afloop word ik bij Bono geroepen: iemand heeft hem verteld dat ik wegens pech zonder bagage reis. De goede Bono kleedt graag een naakte en geeft me één van z’n bluejeans, een overhemd en enkele Calvin Klein-slips. Apetrots verschijn ik in mijn nieuwe lubberende kleren op de aftershow-party. Elvinia Bridges, die zes jaar lang persattaché van de Rolling Stones was, zegt dat ik een cutie ben? Nooit eerder heeft iemand me een cutie genoemd. Ik verdenk er haar dus van dat ze gewoon mijn voornaam verkeerd uitspreekt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234