'Uitblinkend in blondheid' Dwarskijker over 'K3 zoekt K3', 'Lookalikes' en 'De blauwe gids'

De kandidaatjes waren pronte meisjes die ik doordeweeks in de dienstensector zou thuisbrengen, waar ze in het beste geval licht kantoorwerk zouden kunnen verrichten nabij de koffieautomaat.


K3 zoekt K3

VTM – 30 oktober

In tegenstelling tot ruim een miljoen kijkers heb ik weinig op met ‘K3 zoekt K3’ – het benieuwt me ook niet wie uiteindelijk de nieuwe K3 zal vormen. Waarvoor mijn excuses aan de democratische meerderheid. Nu ja, ik identificeer me nooit met die grote hoop die de kijkcijfers gevoelig beïnvloedt, ook wel uit demofobie, angst voor menigtes.

Ik heb ‘K3 zoekt K3’ gemiddeld een kwartiertje per uitzending aangezien, waarna ik mijn tijd van leven wel erg kostbaar begon te vinden, op het onbetaalbare af. Dat ik me daar telkens weer intens van bewust werd, is dan weer een gunstig gevolg van die kwartiertjes dat ik naar ‘K3 zoekt K3’ heb gekeken. Maar alle gekheid op een stokje of op een priem naar keuze: aangezien ik al een hele poos aan plichtsbetrachting lijd – met de jaren komen de gebreken – heb ik me laatst toch een volledige uitzending van ‘K3 zoekt K3’ getroost. De overgebleven kandidaatjes waren pronte meisjes die ik doordeweeks in de dienstensector zou thuisbrengen, waar ze in het beste geval licht kantoorwerk zouden kunnen verrichten nabij de koffieautomaat. Ik zie ze ook wel in hun eentje driestemmige riedeltjes zingen en dansjes doen als de kantoorchef ze even niet in de gaten heeft. Of juist wel. Niels Destadsbader, de getapte presentator, sprak hen consequent met dames aan, terwijl er in die toom meiden niet één dame te bekennen was. Die moet je volgens mij meer in kringen van middelbare harpistes gaan zoeken, of op liefdadigheidsbazaars ten plattelande, of in het klantenbestand van escortbureau Le Gigolo Insatiable. Niels is een man van de wereld, maar diep in zijn hart blijft hij – en dat siert hem – een eenvoudige stadsbader, maar dan wel pur sang. Gerard Joling, de andere presentator, hield voor de gezelligheid de tongval aan van iemand die in hartje Amsterdam, Mokum voor intimi, een haringkraam exploiteert maar zelf liever uit de muur eet. Hij wendde jammer genoeg ook betere manieren voor dan in tv-programma’s waarin hij zijn sparringpartner Gordon – in Nederland staan die twee als ‘Geer & Goor’ bekend – nog probeert te overtreffen als valse nicht.

De intrede van de jury is in ‘K3 zoekt K3’ altijd weer een triomftocht van twee kittige huisvrouwen en Josje, die uitblinkt in blondheid. Dit keer droeg ze een steunkraag van teddybeertjes, om vooral niet op te vallen. Boven het achterhaalde K3 torent Gert Verhulst uit, een pijler van de Vlaamse beeldindustrie, die zijdelings ook in broodtrommels, rugzakjes, schooltassen, dekbedovertrekken, kaboutermutsen en tochthonden doet, en nog een waaier aan andere spullen die de consument vroeg of laat naar het containerpark brengt, als hij er al geen kinderen van Syrische vluchtelingen mee opzadelt. Zo van: ‘Brengen jullie deze rommel maar naar het containerpark, doe óók eens wat.’ Een tijdje geleden vertelde Gert Verhulst, een bezielende kracht, bij ‘Jonas & Van Geel’ een anekdote uit zijn privéleven: als mens van aanzien kreeg hij de Italiaanse kok Carluccio over de vloer, die – alsof het niet op kon – ook nog eens voor een kransje genodigden zou gaan koken. Speciaal voor die spaghettiavond had Gert Verhulst ook Will Tura geïnviteerd, die het verzoeknummer ‘Als de muren konden praten’ ten gehore moest brengen. Maar – je zult het altijd zien – koningin Fabiola wisselde uitgerekend toen het tijdelijke met het eeuwige, zodat Will Tura, chanteur flamand de la cour, verstek liet gaan omdat hij zijn zangstem moest sparen voor de uitvaart van hare majesteit. De bezielende kracht van Studio 100 was er het hart van in. ’t Is ondertussen genoegzaam bekend dat Jonas Van Geel een ondeugd is, zoniet een dondersteen, mogelijk zelfs een rotjoch. Hij had ervoor gezorgd dat Will Tura toch in het huis van Verhulst ‘Als de muren konden praten’ speelde, maar dan – saillant detail – in afwezigheid van de bezielende kracht. We kregen een filmpje te zien dat bij Verhulst thuis eerst een vleugel onthulde, en daarna Will Tura, die naderde. Het noopte Verhulst acuut tot de volgende exclamatie: ‘Als Tura nu aan die piano gaat zitten, dan sla ik al je tanden eruit.’ Let wel: al je tanden. Geen half werk. Kijk, zo hoort een bezielende kracht, tevens heerser over Plopsaland, zich uit te drukken in een vlaag van ondernemingszin. De Antwerpse bijklank deed ook wonderen.

Merkwaardig dat de oudgedienden van K3 er zich dofweg bij neerleggen dat ze geheel en al vervangbaar zijn. Wie of wat ik liefheb of hoog heb zitten, is onvervangbaar. Curieus ook dat de aanstaande vervangsters van Kristel, Karen en Josje volkomen kneedbare handelswaar zonder noemenswaardige persoonlijkheid willen zijn, producten die, om het product te dienen, zelfs geen zeggenschap meer over hun haarkleur hebben. ‘Hier is duidelijk een artieste aan het werk,’ riep het jurylid Kristel op een bepaald moment, terwijl ik in dit programma geen ogenblik op artiestes bedacht was. Josje zei dan weer: ‘Wat wilde ik nu ook alweer zeggen?’

Meer dan een talentenjacht of een openbare auditie was ‘K3 zoekt K3’ een langgerekt en breed uitgesmeerd marktonderzoek onder luid applaus. Zoals bekend levert marktonderzoek nooit het bijzondere op maar altijd het meest voor de hand liggende, waar ook zonder marktonderzoek geen gebrek aan is.

Voorwaar ik zeg u: er is een raadselachtige kinderwereld, met alle poëzie van dien, waar de groothandelaars van Studio 100 nooit ofte nimmer bij zullen kunnen. Ik heb hartroerende herinneringen aan dat geheimzinnige domein van de prille verbeelding. Meer nog: ik teer er nog elke dag op.

'Ik ben niet tuk op politici in amusementsprogramma's, want ze lijken er altijd weer sympathieker in dan ze in politiek opzicht waar kunnen maken'


Lookalikes

2BE – 2 november

Piet De Praitere, de stand-upcomedian die ter hoogte van ‘Bevergem’ levensecht de ontspoorde, verfomfaaide en in moreel opzicht uiterst rekkelijke bon vivant Claude neerzet – wat een man! – weet beter dan de meesten waar humor zich zoal schuilhoudt in die nu ook weer niet zó troostrijke kier tussen geboorte en dood. Daarom volgde ik hem naar 2BE, een zijstraat waar ik me sinds het heilzaam maffe ‘Superstaar’, ook een programma waardoorheen Piets geest woei, niet meer had vertoond. Ach ja, ik blijf er, wegens mijn chronische apenjaren, weleens aan ‘Foute vrienden’ haperen, maar gewoonlijk zap ik over 2BE heen. Dit keer hield ‘Lookalikes’ mij evenwel vast, een programma dat Piet De Praitere heeft bedacht, en waarin hij zich uitgeeft voor een tv-verslaggever die met de camera samenspant en aldoor gezichten opzet waaruit zijn commentaar op een situatie overduidelijk moet blijken. ‘Lookalikes’ draait om plaatselijke bekendheden die hun eigen dubbelganger spelen, iets wat je als normaal begiftigd mens nogal snel, helaas veel te snel, doorhebt. Lowbrows kijken er ook vrijwel meteen doorheen, zo bleek bij navraag in mijn vriendenkring, stuk voor stuk lieden die slobberen als ze soep nuttigen. Toch eventjes half en half serieus nu, met uw welnemen: dat die dubbelgangers precies dezelfde stem hebben als hun origineel, verknalt de illusie ogenblikkelijk.

Ik kan me voorstellen dat het idee van ‘Lookalikes’ op papier enige goudglans vertoonde, maar in de harde werkelijkheid buiten de bladspiegel boet zulk goud me dunkt allengs aan karaten in. Het duurde niet lang of ik zat vooral de acteerprestaties van die Bekende Vlamingen te beoordelen. Slongs Dievanongs – ’t klinkt alsof ik uit een scheldpartij in de Sint-Andrieswijk citeer – week in deze aflevering van ‘Lookalikes’ het verst en het best af van wie ze doorgaans lijkt te zijn in de openbaarheid: ze speelde een uiterst ongeschikte stewardess in opleiding, die door middel van een huig-r naar een wisselvallig soort Limburgs van eigen vinding neigde. Ik moest ook wel grinniken om de dubbelganger van Willy Sommers, vermoedelijk om oneigenlijke redenen: dat personage heette Ricus Janseghers, was een vooraanstaand cardioloog, en kon aan de telefoon een reeks zorgwekkende medische termen in één ruk uitspreken, als ging het om de tekst van ‘Zeven anjers, zeven rozen’, maar dan in de Spaanse versie: ‘Siete rosas, siete besos’, waarmee Willy ooit nog een internationale hit had in de buurt van Benidorm. Janseghers zag er voorts uit als Willy Sommers die zich niet langer jonger wil voordoen dan hij volgens zijn geboortedatum is: werkelijk een fictief personage dus. In een telefoongesprek leek hij het over een dringend geval van euthanasie te hebben, maar uiteindelijk bleek het om een verkeerde afspraak in een restaurant te gaan. Ik moest er enigermate om lachen, net als om de dubbelganger van Niels Albert die, als verkoper, op slaapverwekkende wijze de voordelen van een waterbed opsomde, in een dreigende sfeer van de Russische penoze dan nog wel.

Geoffrey, de dubbelganger van Vincent Van Quickenborne, de burgemeester van Kortrijk, bleek als vuilnisman aan de kost te komen. Deze Geoffrey was ook het geëigende mikpunt van zijn collegae, die maar geen genoeg konden krijgen van grappen als: ‘Weet je waarom Geoffrey niet begraven mag worden? Neen? Omdat hij nog leeft!’ Ik wou dat ik niet meer bijkwam, maar ik moest er wel om lachen. Geoffrey woonde nog bij zijn moeder, die op Piets opmerking dat haar zoon geweldig op Vincent Van Quickenborne leek, reageerde met: ‘Het zit in de familie. Zijn vader leek op Paul Vanden Boeynants.’ Zo’n repliek zal wel niet het bovenmenselijke gelach teweegbrengen dat in ‘De slimste mens’ gangbaar is, maar ik vind ’m wel vermakelijk, desnoods in m’n eentje. Wat mij niet belet om niet tuk te zijn op politici in amusementsprogramma’s, want ze lijken er altijd weer sympathieker in dan ze in politiek opzicht waar kunnen maken. Ik ben van mening dat politici, schaduwen van communicatieadviseurs, stilaan zelfs in ‘De zevende dag’ te veel zijn, een programma waar ze werkelijk niets meer te riskeren hebben. Kèjje nagaan.

Misschien was het beste van ‘Lookalikes’ beter een rubriek in een ruimer komisch programma geweest, maar ik blijf er wel naar kijken, al was het maar uit koppigheid.

'De blauwe gids' heeft aldoor de juiste toon en is dan ook op een beschaafde manier amusant, uiteraard ook dankzij de toekomstige jonker Taelens'


De Blauwe Gids

VIER – 5 november

En dan te bedenken dat prins Laurent, die wellicht de geschiedenis zal ingaan als de wegbereider van de Belgische republiek, óók van adel is. Dat kwam even in me op nadat ik de jongste aflevering van ‘De blauwe gids’ had gezien, een serie waarin Luc Haekens zich in hogere kringen beweegt dan gewoonlijk. Meestal treffen we hem op marktpleinen van provinciestadjes aan, of in karakteristieke Vlaamse verkavelingen, waar hij in opdracht van ‘De ideale wereld’ een keur aan gemiddelde belastingbetalers tot kosmische uitspraken beweegt, of zelfs tot handelingen waarbij de vraag ‘Hoe is het mogelijk?’ zich aan je opdringt, of anders: ‘Dróóm ik?’ Daartoe doet Luc Haekens zich voor als enquêteur of toch als iemand die onschuldigen ambtshalve mag aanklampen, desnoods in hun eigen deuropening. Ik krijg er maar niet genoeg van. Belletje trekken forever.

De merkwaardige Luc Haekens mag dan wel een homo ludens zijn, nog het meest is hij documentairemaker van beroep, al bij al een ernstig vak. Hij heeft zich dan ook in alle ernst voorgenomen om het gewone volk inkijk te verschaffen in het dagelijkse leven van de Belgische adel. Gelukkig voor ons is ‘alle ernst’ kennelijk een onhoudbaar beginsel voor hem, of zelfs te veel gevraagd, en in ieder geval relatief. Bij ‘het gewone volk’ mag u zich, voor de aanschouwelijkheid, gerust het deelnemersveld van ‘Komen eten’ voorstellen, maar dat hoeft niet.

Luc Haekens zou zo te horen de titel van baron niet afslaan, en bovendien zou hij het als baron ook op prijs stellen om met de bijbehorende egards behandeld te worden. Ten overstaan van Paul Janssens, voorzitter van de Raad van Adel, zei de documentairemaker onomwonden en met een uitgestreken gezicht: ‘Mijn verdiensten zijn redelijk groot, hoor.’ Meneer Janssens trok dat niet in twijfel, want hij was vriendelijk en hoffelijk tegelijk, en net als vele edellieden die in deze serie aan bod komen, buitengewoon bereidwillig om de adel nader te verklaren aan bijvoorbeeld een telg uit de volksaristocratie als ik.

Neem nu die twee oudere edellieden die zegden dat het een waar plezier was om meneer Haekens in het Huis van Adel te ontvangen. De Franse taal was hen zo goed als aangeboren, maar speciaal voor Luc Haekens, die ze bij een andere gelegenheid meneer Taelens zouden noemen, spraken ze hun variant van het Nederlands. Het leek alsof ze aldoor uit een communiqué voordroegen en ook wel alsof ze zich de moeite hadden getroost om een tekst uit het hoofd te leren, wat haast aandoenlijk was. Ze legden uit dat de quadrille, een Franse contradans uit de 18de eeuw, een hoogtepunt van het jaarlijkse Bal des Nobles is. In de oren van Luc Haekens klonk ‘quadrille’ even als K3, maar hij, die ook wel Taelens wordt genoemd, zag tijdig in dat daarop doorgaan hem te ver zou leiden in dit uitgelezen gezelschap.

We maakten ook kennis met nieuwe adel: de vrouwenrechtenactiviste Jennie barones Vanlerberghe en Chris barones Van Den Wyngaert, rechter bij het Internationale Strafhof in Den Haag. Zij vonden hun verheffing in de adel een hele eer, maar voor de rest waren ze niets met hun titel van plan, voor zover je er nog iets mee kúnt aanvangen. Nu ja, zo’n titel misstaat niet in een overlijdensadvertentie. Toots baron Thielemans, de wereldberoemde mondharmonicus, zei dat hij de baron van de Marollen was. Dat kon niet uitblijven.

Ik had een lichte voorkeur voor de oude adel in dit programma: Géry d’Ydewalle, ridder, sprak merkwaardig vrijmoedig over de afstandelijke, zelfs kille verhouding die ouders in zijn kringen eertijds met hun kinderen hadden, en de emotionele gevolgen daarvan. Graaf Daniel Le Grelle, een vitale negentiger, leek dan weer een type dat, adel of niet, altijd wel voor een geintje te vinden is, bijvoorbeeld ten koste van graaf Paul Buysse, nieuwe adel, die hij in diens bijzijn schertsend een snob noemde. Hij bediende zich vrijelijk van het Antwerpse dialect, ook toen hij, die graag als natuurbeschermer bekendstaat, door een kasteelraam reigers gadesloeg en sprak: ‘Die rotzakken zijn aan ’t broeden.’ Laat ik zeggen dat ‘De blauwe gids’ aldoor de juiste toon heeft en dan ook op een beschaafde manier amusant is, uiteraard ook dankzij de toekomstige jonker Taelens.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234