null Beeld

Underworld (AB)

Underworld stond dit weekend met een welomlijnd plan in de AB: de integrale uitvoering van klassieker ‘Dubnobasswithmyheadman’. Uitgebracht in 1993, exact één jaar voor de groep voor het eerst in de Brusselse concertzaal stond. Vrijdag en zaterdag stonden ze er voor de vierde én vijfde keer.

Het was fijn binnenkomen bij Underworld. Karl Hyde die, net op het moment dat wij de zaal inwandelen, zingt: ‘I can see Elvis.’ Zo veel er- en herkenning doet natuurlijk deugd, maar ‘t was wel een feit dat we te laat op het appel waren. De kenners weten dat Underworld dan al aan song nummer twee bezig was, ‘Mmm... Skyscraper I Love You’. De volgorde van de plaat werd volledig gerespecteerd, en buiten de lijntjes gekleurd werd er nauwelijks, waardoor wij voor ruim een uur en een kwartier helemaal wisten waar we aan toe waren, en waarvoor we eigenlijk ook gekomen waren: ‘Dubnobasswithmyheadman’ op hoog volume, door een goeie installatie, met live zang.

De eerste woorden die Karl Hyde tot het publiek richtte, neigden wat naar een interview na een voetbalmatch: ‘It’s great to be back en zo, recognition and all that, this is where it all started, mijn goal is niet belangrijk, we onthouden vooral dat we drie punten mee naar huis nemen.’ Waarop hij het podium aan Rick Smith liet en het eerste kattensprongetje van de avond volgde: ‘Surfboy’ met ruimte voor een aangepast en avontuurlijk arrangement. Een eerste hoogtepunt. Een tweede zat eraan te komen, dat wist iedereen: ‘Cowgirl’, orgelpunt van de plaat en prijsbeest in een oeuvre dat niet om prijsbeesten verlegen zit. ‘Everything, everything, everything… ‘ en alle handjes in de lucht. En zelden zo veel vingers in oren gezien als bij het applaus dat erop volgde.

Het was echter ook tijdens dat ‘Cowgirl’ dat ons voor het eerst de bedenking voor de geest schoot dat we misschien liever een ‘normaal’ concert van Underworld hadden gezien. Eén met ruimte voor verrassende wendigen, een opbouw gericht op de mood van de avond, mét ruimte voor al hun andere klassiekers.

Nu kregen we er slechts een handvol in de extra tijd: ‘Rez’, die geweldige outtake die destijds naast ‘Dubnobass’ was gevallen, ‘Bigmouth’ met Hyde op mondharmonica, ‘Spikee’. Allemaal non-albumtracks. En als laatste bisnummer – ze gingen niet moeilijk doen: ‘Shouting: lager, lager, lager!’ ‘Born Slippy’, een song die ons, meer dan alles wat voorafging, terugflitste naar het midden van de jaren negentig.

Het was goed maar het had zo veel beter kunnen zijn. Toen het gedaan was, had het mogen beginnen.


Het publiek

Zag er in tegenstelling tot de groep – was dat dezelfde sweater als in 1994 die Karl Hyde droeg? – wel degelijk twintig jaar ouder uit. No offence: wij ook hoor, en dat fitnessabonnement is zijn geld blijkbaar meer dan waard.


Hoogtepunt

‘Cowgirl’, of course.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234