Unieke ziekte? Unieke prijs! Hoe de farma-industrie haar prijzen bepaalt

Een nationale sms-actie voor baby Pia, die lijdt aan de zeldzame en levensbedreigende spierziekte SMA 1, heeft de afgelopen dagen 1,9 miljoen euro opgebracht. Die 1,9 miljoen is de prijs van het geneesmiddel Zolgensma van farmareus Novartis, het duurste medicijn ter wereld. Al zijn er meer peperdure medicijnen voor dit soort zeldzame ziektes, ook wel weesziektes genoemd.

Dit is een ingekorte versie van een artikel dat in 2014 in Humo verscheen

De naam weesziektes is niet toevallig gekozen. Farmaceutische bedrijven lieten patiënten met zeldzame ziektes lang links liggen, omdat de afzetmarkt te klein was. Om hen te stimuleren er toch in te investeren, kwam er in 2000 een Europese regelgeving. Een middel tegen een ziekte waaraan minder dan vijf op de tienduizend Europeanen lijden, kan het statuut van weesgeneesmiddel krijgen. Dan krijgen bedrijven gratis hulp bij de registratie van hun product, de ontwikkeling, de klinische studies... En leidt dat tot een medicijn, dan krijgen ze tien jaar lang exclusiviteit.

Daarmee volgde Europa de Verenigde Staten, die al in 1983 een voordelige regeling uitwerkten voor weesgeneesmiddelen. De toenmalige Amerikaanse minister van Volksgezondheid Margaret Heckler voorspelde destijds dat ‘weesgeneesmiddelen niemand rijk zullen maken, maar zullen helpen om een kleine groep tragisch gehandicapte mensen te behandelen’.

Het draaide anders uit, concludeerde The Wall Street Journal: ‘Wat aanvankelijk werd gezien als een bescheiden zijpad voor farmabedrijven, is een business van miljarden dollars geworden. Zonder een bovengrens voor de prijzen en met patiënten met erg weinig opties, vonden bedrijven dat ze munt konden slaan uit een kleine markt. Daarbij vroegen ze soms tot 600.000 dollar per jaar per patiënt voor medicijnen die patiënten hun leven lang moeten nemen.’

Met die 600.000 dollar doelde The Wall Street Journal op het medicijn voor de ziekte van Gaucher. Dat is een zeldzame, ernstig invaliderende ziekte die op termijn de botten aantast. Patiënten eindigen vaak in een rolstoel. De prijs van de behandeling kost bij ons vandaag wat minder, maar voor een volwassen patiënt die hoge dosissen medicatie nodig heeft, kon dat in de VS volgens de krant destijds zo hoog uitvallen.


Geen studies

De cruciale vraag is: helpt zo’n duur medicijn de patiënt ook spectaculair vooruit? Het antwoord is niet zo eenduidig, zegt professor David Cassiman (UZ Leuven), zoon van geneticus Jean-Jacques Cassiman en zelf specialist in stofwisselingsziektes, zoals de ziekte van Gaucher. ‘Bij die ziekte zwellen de lever en de milt van de patiënten op, hun rode en witte bloedcellen en hun bloedplaatjes verminderen en het bot gaat kapot. Door de behandeling krimpen de lever en de milt en neemt het aantal rode bloedcellen en bloedplaatjes toe. Maar ik kan niet zeggen dat de therapie het botprobleem oplost, daarvoor zijn er te weinig patiënten. Het is ook niet aangetoond dat je met die behandeling langer leeft.’

HUMO Maar de patiënten merken zelf toch een verbetering?

David Cassiman (aarzelt) «Als je lever of milt te groot is, heb je daar niet veel last van. Je merkt het ook niet als die weer krimpen. Ik heb een 60-jarige patiënt die tot voor kort de behandeling geweigerd heeft. Hij sport al jaren op hoog niveau, hij zag niet in wat die therapie kon verbeteren. Ik kon hem geen ongelijk geven. Twee jaar geleden is hij toch gestart met de behandeling, omdat hij bloedarmoede begon te krijgen, maar onlangs vroeg hij om ermee te stoppen. Hij merkte geen verschil en vond het buitensporig duur. Soms is de ziekte van Gaucher een ernstig invaliderende ziekte, soms is het verloop goedaardig. Nederlandse onderzoekers hebben zelfs patiënten beschreven die al jaren geen behandeling meer kregen en die erop vooruitgingen. Wat moet je dan zeggen?

»Het is essentieel dat je als arts je gezond verstand gebruikt. Je moet kritisch over behandelingen durven te spreken met je patiënten, hen uitleggen dat die niet al hun problemen zullen oplossen, en dat ze ook nadelen kunnen hebben.

»Ik volg een tiental patiënten met een andere zeldzame aandoening, de ziekte van Fabry, waarvoor de medicatie ook erg duur is. Wel: bij ons zijn om diverse redenen maar drie patiënten in behandeling. Terwijl ik centra ken waar ze allemaal in behandeling zijn.»

HUMO Zijn er geen klinische studies waaruit blijkt of een medicijn tegen een zeldzame ziekte werkt?

Cassiman «Bij weesziektes is dat een probleem. Vaak is het aantal patiënten erg klein, waardoor er soms te weinig gegevens zijn. We hebben onlangs met een aantal experts de dossiers bestudeerd van alle 64 weesgeneesmiddelen in Europa, om de kwaliteit van de medische data na te gaan. Het resultaat was schokkend. Voor een aantal medicijnen waren er gewoon géén deftige studies. In de helft van de studies wísten de patiënten zelfs of ze het nieuwe medicijn kregen dan wel een placebo. Nochtans weten we al decennia dat het blinderen van zowel de proefpersoon als de arts cruciaal is om geen nepeffecten te creëren. In een derde van de studies was er geen controlegroep, die bijvoorbeeld met een placebo behandeld werd. Waarmee vergelijk je dan de werkzaamheid van het nieuwe medicijn? Dat is zo elementair dat je je kunt afvragen of veel van die superdure producten wel werken. En toch zijn ze geregistreerd en worden ze terugbetaald.

»Pas op: er zijn zeer goede dossiers. Maar ook heel slechte. In mijn expertise van erfelijke stofwisselingsziektes zie je dat er soms weinig evidentie zit in die dossiers. Intussen kosten ze soms wel ongelofelijk veel geld en raken ze om God weet welke reden goedgekeurd. Alleszins niet omwille van de kwaliteit van de studies, dus.»


Prijs maal tweehonderd

Eén constante is er bij die weesgeneesmiddelen doorgaans wel: de hoge prijs. David Cassiman heeft in wetenschappelijke publicaties al vaak kritiek geuit op de prijs, maar hij wil ook vermijden dat zijn patiënten opnieuw in de kou blijven staan.

Cassiman «Dankzij die Europese regelgeving en de inspanning van de gemeenschap zijn er de voorbije jaren medicijnen gekomen voor een groep patiënten met ernstige ziektes, om wie niemand zich vroeger bekommerde. Alleen kun je heel wat vragen hebben bij de prijs.»

Steeds terugkerende argumenten van de farma-industrie: ze moet de ontwikkelingskosten recupereren bij een kleine groep patiënten en soms is de productie ook complex.

Cassiman «Akkoord, maar toch lijkt de prijsbepaling vrij arbitrair. Er is ook weinig bekend over hoe ze tot die prijs komen. Daarom hebben wij zelf proberen na te gaan welke factoren bepalend zijn bij de prijszetting.»

HUMO En wat is de conclusie?

Cassiman «Sommige resultaten zijn toch verontrustend. Eén: als je met een weesgeneesmiddel meer dan één ziekte kan behandelen, is de prijs hoger. Terwijl je toch zou verwachten dat de prijs daalt als je met hetzelfde medicijn meer ziektes – en dus méér patiënten – kunt behandelen. Twee: als iemand langdurig of zelfs levenslang met een weesgeneesmiddel moet worden behandeld, ligt de prijs óók hoger. Dat zou toch niet mogen? Er bestaan zelfs medicijnen die begonnen zijn als weesgeneesmiddel, met alle marktvoordelen, en die zijn uitgegroeid tot blockbusters met een omzet van 1 miljard euro per jaar of meer. Glivec is zo’n voorbeeld: dat was een weesgeneesmiddel tegen een zeldzame kanker, maar het lijstje aandoeningen waarvoor het kan worden gebruikt, is almaar uitgebreid. De afzetmarkt is enorm gegroeid, maar de officiële prijs is niet navenant gezakt.

»Bij de ontwikkeling van een weesgeneesmiddel krijgt zo’n bedrijf gratis begeleiding, daar wordt veel belastinggeld in gestoken. Maar als de afzetmarkt achteraf explodeert en de investering is gerecupereerd, kan het toch niet de bedoeling zijn dat het bedrijf die privileges behoudt? Dat is misbruik van een systeem dat de samenleving handenvol geld kost.»

HUMO Zijn er geen zeldzame ziektes waarvoor wél goedkope medicijnen bestaan?

Cassiman «Toch wel. Voor de zeldzame aangeboren ziekte CTX bestond lange tijd een goedkoop middel. Bij het ziektebeeld daarvan hebben kinderen of adolescenten problemen die ongemerkt kunnen passeren – diarree, vertroebelde ooglens, knobbels op de pezen – maar later wordt het zenuwstelsel aangetast. Patiënten gaan cognitief achteruit, hun coördinatie raakt verstoord, ze krijgen moeilijkheden om te stappen... Twintig jaar lang konden we hen een goedkoop geneesmiddel geven, een soort galzuur, maar onlangs is de prijs daarvan vertienvoudigd.»

HUMO Hoe kan dát?

Cassiman «De producent wilde het product afstoten omdat de afzetmarkt zo klein is. In heel België zijn er maar vijf patiënten bekend. Dus heeft hij de licentie verkocht aan een Spaans bedrijf, waardoor de prijs plots de hoogte is ingeschoten, hoewel je het medicijn kunt produceren via een banaal scheikundig proces. Door die prijsstijging kunnen wij die patiënten plots niet meer behandelen. Want omdat het om zo weinig patiënten gaat, is het niet geregistreerd en wordt het dus niet terugbetaald.»

Daar is softenon weer

De Europese regelgeving wil bedrijven stimuleren om in de ontwikkeling van middelen tegen zeldzame ziektes te investeren. Maar weesgeneesmiddelen hoeven niet per se níéuwe medicijnen te zijn. Kent u softenon nog? In de jaren 60 namen vrouwen het massaal tegen misselijkheid tijdens hun zwangerschap, wat tot de geboorte van duizenden zwaar gehandicapte kinderen leidde. Daarop werd het middel in 1962 van de markt gehaald.

In 1998 kon het bedrijf Celgene Corporation de Amerikaanse geneesmiddelenwaakhond FDA ervan overtuigen om softenon weer goed te keuren, zij het onder strikte voorwaarden. Dit keer als weesgeneesmiddel voor de behandeling van een neveneffect van lepra. Oude medicijnen kunnen immers ook het statuut van weesgeneesmiddel krijgen als ze op een ‘nieuwe’ manier gebruikt worden. Daardoor kunnen bedrijven die niet eens de originele ontwikkelingskosten hebben betaald, toch jarenlang marktexclusiviteit krijgen. Zo geschiedde. Later bleek softenon ook te werken tegen een zeldzame kanker. Met elke nieuwe toepassing steeg de prijs licht, hoewel het medicijn goedkoop wordt geproduceerd in ontwikkelingslanden. In ons land wordt het onder strikte voorwaarden gebruikt voor die zeldzame vorm van kanker.

HUMO Softenon is niet het enige oude middel dat plots opduikt als een ‘nieuw’ en dus duurder weesgeneesmiddel.

Cassiman «Nee, neem viagra. We weten allemaal waarvoor dat vooral gebruikt wordt, maar sinds enige tijd is dat ook een weesgeneesmiddel tegen pulmonale arteriële hypertensie, een ziekte van de longvaten die kortademigheid kan veroorzaken. De prijs is daarbij met de helft gestegen.

»Een ander voorbeeld is histamine, een hormoon dat we zelf aanmaken en dat vroeger werd gebruikt als controle bij allergietesten. Dat kost bijna niets, maar nu is het geregistreerd als weesgeneesmiddel (bij de behandeling van leukemie, red.) onder de naam Ceplene en is de prijs maar liefst vertwééhónderdvoudigd! Een andere commerciële naam én een andere prijs, maar hetzelfde product.»

HUMO Klopt het dat dat ook gebeurt met middelen die vroeger goedkoop door de ziekenhuisapotheker werden gemaakt?

Cassiman «Ja. Ibuprofen is daar een voorbeeld van. Artsen weten al sinds 1979 dat dat goed werkt tegen een bepaalde hartafwijking bij pasgeborenen. Het werd jarenlang spotgoedkoop en eenvoudig in het ziekenhuis bereid, maar plots noemde iemand dat Pedea. Ze stopten het in commerciële ampules, registreerden het als weesgeneesmiddel voor die aandoening, en plots kostte het een veelvoud van vroeger. Ik begrijp dat een officieel geregistreerd product de voorkeur geniet boven een magistrale bereiding in het ziekenhuis, maar het is toch niet normaal dat zoiets honderd keer meer kost?»

HUMO En dat bedrijf heeft géén onderzoek gedaan?

Cassiman «Nee. Ze verzamelen wat diffuse gegevens uit de literatuur, geven het medicijn een andere naam en dienen een registratiedossier in voor een weesgeneesmiddel. Om maar te zeggen: er is nog véél werk. De kwaliteit van de bewijzen moet beter en de uitwassen moeten eruit: een medicijn dat je voor 5 euro kunt maken, mag je niet plots voor 1.000 euro verkopen, hè? Dan is er nog het probleem van de transparantie van de prijzen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234