'Urinevlekken op kennerstoon'Dwarskijker over 'Finale Koning Elisabethwedstrijd' en 'Met vier in bed'

Zou de wereld van de klassieke muziek vertrouwd zijn met het kernbegrip soul uit de populaire muziek?


Finale Koningin Elisabethwedstrijd cello 2017

Canvas – 4 juni – 111.491 kijkers

Mijn eerstgeboren dochter zei dat ze, zowel voor werk als voor vertier, vaak in de buurt van London Bridge en Borough Market kwam toen ze in Londen woonde. Ze ried me in dat stadsdeel terloops The Barrowboy & Banker aan, een pub waarin ze me wel zag gedijen tijdens happy hour, en later op de avond zou ik er volgens haar ook niet misstaan. Deels in het Engels walgde ze daarna van wat er laatst tussen London Bridge en Borough Market was voorgevallen.

Die zaterdagavond, krap twee weken na de moordpartij in Manchester, reed een witte bestelbus om 22.08 uur plaatselijke tijd in die uitbundige buurt van Londen met 80 kilometer per uur uitgaande mensen de intensive care of de dood in. Willens en wetens, welteverstaan. Uit die bestelbus sprongen eensklaps drie uitverkorenen tevoorschijn, die naarstig willekeurige voorbijgangers overhoop begonnen te steken. Een kennelijke godsdienstoefening, want volgens ooggetuigen die het nog konden navertellen riepen die lieden dat ze het voor niemand minder dan Allah deden. Acht minuten later, nadat de politie raak had geschoten, waren die drie uitverkorenen al ten hemel opgenomen, waar hun – zoals beloofd door vrome baardmannen – een eeuwigdurende all-invakantie te wachten stond, en meer seks dan thuis. Een mens moet, gehersenspoeld en wel, in íéts geloven.

Op 273 kilometer van Londen was ik me intussen van geen kwaad bewust; er hoefde, zoals steeds na religieus getinte aanslagen, ook geen radeloze afkeer in me op te steken, want ik zat vrij van sociale media voor de televisie in een zo goed als verheven stemming naar de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd voor cello te kijken: muzikale topklasse live vanuit de luisterrijke Grote Zaal Henry Le Boeuf in Bozar. Daar zat onze geliefde vorstin in de koninklijke loge aan één stuk door minzaam te glimlachen. Aan haar zijde zette heur eerstgeboren dochtertje, kroonprinses Elisabeth, zich dapper schrap tegen de heikele inblazingen van de puberteit. Zij mikte dus geen papieren vliegtuigje, tersluiks gevouwen van het programmablad, de zaal in – een object dat na een gracieuze zweefvlucht en met een beetje geluk in de kroezige coiffure van de bevlogen dirigent Stéphane Denève terecht zou komen. Zo mooi mag het in de hoogste kringen nooit worden. Arm kind.

Het is me bij het zien van de Koningin Elisabethwedstrijd al vaker overkomen dat ik ineens heel hoog wegloop met de menselijke soort, althans als die zich in de gedaante van bijvoorbeeld Victor Julien-Laferrière aan me voordoet, de laureaat van deze eerste Koningin Elisabethwedstrijd voor cello. Toen hij nog lang niet bijgetrokken was van zijn ademstokkende uitvoering van het concerto nr. 1 in Es (opus 107) van Dmitri Sjostakovitsj, moest hij al een praatje maken met Clara De Decker, een wrapper van Klara. Zij vroeg hem of hij zijn prestatie, waar hij nog van nadampte, even snel wilde evalueren. ‘Laat hem in godsnaam met rust,’ hoorde ik mezelf met enige stemverheffing zeggen, maar Victor Julien-Laferrière, die ook nog eens welgemanierd is, zei met het hoffelijke glimlachje waarmee aristocraten hun tegenzin maskeren ten overstaan van plebejers, dat hij geen idee had hoe goed of hoe beroerd hij had gemusiceerd. Toen hij pas te horen had gekregen dat hij de Koningin Elisabethwedstrijd 2017 had gewonnen, wilde Clara De Decker prompt van hem weten wat er zoal door hem heen ging. Die hebbelijkheid van botte sportverslaggevers moet vooral geen gewoonte worden tijdens de Koningin Elisabethwedstijd.

De Wit-Rus Ivan Karizna, die het weerbestendige voorkomen van een bonkige jonge moezjiek heeft, mocht zich in de gunst van het publiek verheugen: behalve de 5de prijs, de Prijs van de Stad Brussel, viel hem ook de Canvas-Klara-prijs te beurt, een huldeblijk van het niet al te ruime publiek. Ergens tussen extase en agonie versmolt hij zielsdiep en theatraal met het concerto nr. 1 in Es (opus 107) van Dmitri Sjostakovitsj. Ik was zoals zovelen erg voor hem te vinden, maar de celliste Viviane Spanoghe rondde hem naar beneden af: ze zag wel zijn geweldige ‘drang om te spelen’, maar dat was zo te horen lang niet voldoende. Bovendien maakte hij in zijn hartstocht veel fouten, sprak de gedistingeerde celliste van middelbare leeftijd. ‘Hij moet zich leren beheersen,’ zei ze ook nog. Ik nam als oningewijde en naïeve muziekliefhebber voetstoots aan dat mevrouw Spanoghe met kennis van zaken sprak, maar toch klonk haar bevinding me een tikje schoolmeesterachtig in de oren, en ook wel – moge ze het me vergeven – tuttig. Zou de wereld van de klassieke muziek vertrouwd zijn met het kernbegrip soul uit de populaire muziek? Het viel me van de cellist Jeroen Reuling en van Marc Erkens, bekend van muzikale uitweidingen in ‘Culture Club’, dan weer mee dat ze in hun commentaar niet al te zwaar tilden aan technische onvolkomenheden van de kandidaten, en dat ze met schroom, zelfs schoorvoetend, over de kwaliteitsverschillen tussen al die briljante jonge cellisten spraken. Annick Segal, die in de wereld van de klassieke muziek bekendstaat als Rosa uit ‘Thuis’, mocht namens het lekendom haar zegje doen over het hedendaagse puikje van de cello, en daartoe liet ze zich voorwaar niet pramen. Ver genoeg van het moordtoneel in Londen, in mijn geval zo’n 273 km in hemelsbreedte, was de finale van de Koningin Elisabethwedsttrijd 2017 een heerlijke televisieavond. Aangenaam beschaafd ook.

Over muziek gesproken: westerlingen lijken me steeds bedrevener in het in acht nemen van een minuut stilte.

'Doorzeuren over ontbijtbuffetten die overladen zijn of anders niet overladen genoeg, dat konden ze als de beste. Potsierlijk gehinnik van luxepaarden'


Met vier in bed

VTM – 5, 6, 7 & 8 juni – 474.589

Of het nu z’n beste tijd gehad heeft of niet, ‘Met vier in bed’ is een programma dat elke zomer terugkeert. Ik houd er rekening mee dat ‘Met vier in bed’ misschien wel nooit een beste tijd heeft gehad. We maken voor de zoveelste keer kennis met het overschot aan B&B’s in het verkavelde en volgebouwde Tochtgat aan de Noordzee, maar nog meer met de uitbaters ervan, die elkaars gastenverblijf uitproberen en het vervolgens publiekelijk naar waarde schatten. Steeds meer blijkt dat ‘B&B’ een volslagen ongedefinieerd begrip is. Ik maak me sterk dat sommige mensen speciaal voor ‘Met vier in bed’ hun rijwoning in een B&B ombouwen, uiteraard na brutale uitzetting van hun meest onwelgevallige gezinsleden.

Bij binnenkomst van de gasten in de B&B’s van met ‘Met vier in bed’ was de meestgestelde vraag van de uitbaters alweer: ‘Goed gevonden?’ Ik zou die vraag nooit stellen, want ik ga ervan uit dat gps en bewegwijzering alom bekend zijn, zodat je doorgaans geen etmalen hoeft rond te zwerven alvorens je hongerig, dorstig, met dijken van wallen onder de ogen, fel verouderd, ongezond vermagerd en geheel verdwaasd, je logeeradres bereikt. Nu ja, mocht een gelatineus, zich van een elektronische kraakstem bedienend ruimtewezen bij me aanbellen – in mijn straat zie ik een dubbelgeparkeerde vliegende schotel groenig oplichten – dan is er een kansje dat ik ‘Goed gevonden?’ zou stamelen, of anders de variant: ‘Makkelijk gevonden?’

In ‘Met vier in bed’ kwamen we te weten dat Sint-Amands ‘het mooiste plekje van de wereld is’, zonder dat we die schoonheid ook te zien kregen. Het Oost-Vlaamse Lokeren is naar verluidt ‘een bruisende stad’. Ten bewijze daarvan kregen we in een tussenshot een aankomende en een vertrekkende forenzentrein in het plaatselijke spoorstation te zien. Leen Demaré, die zonder morren de commentaarteksten opleest, sprak later op de week: ‘Antwerpen heeft een rijke geschiedenis en heeft zijn bezoekers heel wat te bieden.’ Wat moet een mens nog meer weten over de Scheldestad? Walter uit Herselt, één van de deelnemers, wist ook iets: ‘Mensen die graag in Antwerpen zijn, kunnen nergens beter zitten dan in deze locatie.’ Hij doelde op de B&B van Fatima, waarvan de ontbijtzaal volgens een andere deelnemer veel weg had van een cabardouche, zoals een hoerenkast in het Vlaams heet. Dat was vreemd genoeg niet als compliment bedoeld. De eventuele amusementswaarde van ‘Met vier in bed’ zit in de particuliere karaktertrekjes van de deelnemers en in de onderlinge kinnesinne, die in de loop van de week steeds duidelijker worden: het stel uit Sint-Amands, gezondheidslijders wier B&B een haard van wellness en sport was, deed elke activiteit van de concurrentie die niet meteen op lichaamsbeweging neerkwam, meteen af als: ‘Niets voor ons. Niet actief genoeg.’ Soms word ik een angstaanjagende leegte in dit programma gewaar. Best mogelijk dat die leegte je element is als je aan niets anders denkt dan aan sporten, wellness, en lange gaartijden in een sauna. Dwangmatige joggers die het almaar over ‘genieten’ hebben, zie ik met argwaan aan. Het spreekt vanzelf dat ik in een boog om hun B&B heen loop, terwijl ik Tiptoe Through the Tulips’ zing, zoals Tiny Tim het me in mijn jaren van onschuld heeft voorgezongen.

Elke week treedt er in dit programma minstens één met zorg geselecteerde vreemde eend naar voren. Dat was dit keer de zo te zien alleengaande Walter, een voormalige natuurslager, die zich als paardenliefhebber hevig tegen paardensalami bij het ontbijt kantte. Voor de rest was hij een verregaande positieveling die zich uitputte in welwillende commentaren op de B&B’s van zijn collega’s, tot Fatima, die door niemand sympathiek werd bevonden, in haar beoordeling ineens urinevlekken op één van Walters matrassen aankaartte, op kennerstoon. Hij sprak van ‘een afrekening’, want de B&B van Fatima was niet bepaald in de smaak gevallen. Walter riep in zijn verontwaardiging dat het vast Fatima’s eigen urinevlekken waren. Over niveau gesproken: de gastenkamers van Walter waren zonder dat je daar in het interieur iets van kon merken naar schrijvers en boeken genoemd, maar de namen Ernest Claes, Willem Elsschot en ‘Pallieter’ deden bij niemand een belletje rinkelen – de gasten vroegen zich zelfs niet af waarom hun kamer zo heette, en Walter au fond ook niet: ‘Dat was al zo bij de vorige uitbater’. Doorzeuren over ontbijtbuffetten die overladen zijn of anders niet overladen genoeg, dat konden ze dan weer als de beste. Potsierlijk gehinnik van luxepaarden.

Ik zal, ook als ik met een hoogzwangere vrouw en een ezeltje op zoek ben naar een herberg, hoogstwaarschijnlijk geen halt houden bij ‘Schanullieke Wellness’, ‘B&B Vienna’, ‘Antwerp Harbour View’ of bij ‘Zinnen en Minnen’. Dankzij de eerste week van ‘Met vier in bed’.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234