null Beeld Jeroen Los
Beeld Jeroen Los

hachelijke horrorzomers

Uw heftigste en pijnlijkste vakantieverhalen: ‘Na enkele dagen schuilen moesten we uitgehongerd wel naar buiten. In de stad lagen verkoolde lichamen’

De Belg reist weer alsof er nooit een pandemie is geweest. Maar op vakantie gaan is niet altijd zo plezierig als het lijkt. U kunt een prijzige vlucht missen, uw huurauto in de prak rijden of Niels Destadsbader tegen het lijf lopen in Zuid-Frankrijk, maar sommige Vlamingen beleven nóg ergere nachtmerries. Humo sprak met reizigers over hun heftigste en pijnlijkste vakantieverhalen.

Sam Ooghe

Lees hier ook deel 1 van de ergste vakantieverhalen: ‘De buffel had mijn wang opengereten, van kaak tot oogkas’

Toen Elias Deschryvere in 2018 tijdens een rondreis door Midden-Amerika in de Nicaraguaanse stad León verbleef, braken in het hele land protesten uit tegen het regime.

ELIAS DESCHRYVERE «Eerst leek er weinig aan de hand. Betogingen zijn daar vaak feestelijke gebeurtenissen: overal klinkt muziek en mensen dansen door de straten. Ik was mee aan het vieren op een strand in de buurt van León, tot mannen in pantserwagens plots riepen dat we daarmee moesten stoppen. Ze zouden ons naar de stad brengen, want er was een burgeroorlog uitgebroken. Op weg naar León hoorde ik overal geweerschoten en explosies. Het leek wel alsof de hele stad in brand stond.

»Ik werd naar mijn hostel gebracht. In mijn straat werd niet gevochten, maar we hoorden wel knallen en schoten in de verte. De molotovcocktails vlogen in het rond en het hotel ging in lockdown: niemand mocht erin of eruit.»

HUMO Hoe beleefde je die dagen?

DESCHRYVERE «Er was amper eten, de regering sloot de elektriciteit soms af en het thuisfront bellen lukte vaker niet dan wel. In het begin was ik doodsbang, maar gek genoeg raakten we stilaan gewend aan de situatie. De hotelgasten speelden kaart, schaakten, dronken een glas en maakten het gezellig. Toen ik mijn moeder toch kon bereiken met een satelliettelefoon, zei ik vrolijk: ‘De geweerschoten klinken steeds verder weg!’ Voor mij was dat goed nieuws, maar zij werd doodongerust: ‘Geweerschoten?!’ (lacht)»

»Na enkele dagen moesten we wel naar buiten, want het eten was op. In de stad was het muisstil. We passeerden platgebrande huizen waarin verkoolde lichamen lagen. De supermarkten waren leeggeplunderd en in de verte klonk af en toe nog een schot. Toen begon het ons te dagen: we moesten maken dat we zo snel mogelijk wegraakten, want anders zouden we écht honger lijden.»

Elias Deschryvere: ‘Na enkele dagen schuilen in ons hostel moesten we uitgehongerd wel naar buiten. In de stad was het muisstil. We passeerden platgebrande huizen waar verkoolde lichamen in lagen.’
 Beeld Humo
Elias Deschryvere: ‘Na enkele dagen schuilen in ons hostel moesten we uitgehongerd wel naar buiten. In de stad was het muisstil. We passeerden platgebrande huizen waar verkoolde lichamen in lagen.’Beeld Humo

HUMO Lukte dat?

DESCHRYVERE «Ja. Via via kwamen we in contact met een mensensmokkelaar. Je zou verwachten dat dat een kolos met tattoos is, zo’n typische latinomacho. Maar nee, het was een kleine, vriendelijke man, Carlos. In vredestijd reed hij rond met toeristen, en als er oorlog was, smokkelde hij mensen de grens over. Hij pikte ons op met een kleine pick-uptruck met een dubbele bodem. Ik en vier andere toeristen moesten vijf uur lang in die piepkleine ruimte liggen, zonder lawaai te maken. Door het slechte wegdek knalden we om de zoveel minuten met onze hoofden tegen de valse bodem, maar we moesten onze pijn verbijten.

»Aan de grens met Costa Rica hoorde ik iemand roepen: ‘Policía!’ De agenten wilden de truck controleren en deden dat grondig: ze braken de dubbele bodem open en sleurden ons eruit. ‘Niet schieten! We zijn toeristen!’ smeekten we. Uiteindelijk mochten we de grens over, maar daarvoor moesten we eerst de grenswachten omkopen. Het is te zeggen: al het geld dat we nog hadden, moesten we afgeven.»

HUMO En je moeder was blij dat je naar huis kwam.

DESCHRYVERE «Nee, hoor: ik heb mijn reis door Midden-Amerika voortgezet (lacht). Als ik nu op reis vertrek, check ik wel eerst de politieke situatie in het land waar ik naartoe wil. En door mijn ervaring wil ik nu mensen helpen die hetzelfde meemaken en géén toeristenkaart kunnen voorleggen. Ik heb zelfs een vzw opgericht. Jaja, ik heb grote plannen.»

Jeremie Vaneeckhout: ‘Eén verkeerde stap en we waren in de kolkende zee gestort en tegen de rotsen geslagen. Ik voelde alleen nog adrenaline.’
 Beeld Humo
Jeremie Vaneeckhout: ‘Eén verkeerde stap en we waren in de kolkende zee gestort en tegen de rotsen geslagen. Ik voelde alleen nog adrenaline.’Beeld Humo

***

Jeremie Vaneeckhout, de kersverse covoorzitter van Groen, beleefde in 2014 een woelige huwelijksreis.

Jeremie VANEECKHOUT «Het was een mooie vakantie in Zuid-Afrika, het geboorteland van mijn vrouw. We maakten bij valavond nog een wandeling op een paadje langs de kliffen van de oceaan, in de buurt van ons hotel. Het werd steeds donkerder en de zee klotste almaar harder tegen de rotsen. Het was vloed en daarom besloten we toch maar rechtsomkeert te maken.

»We stapten steeds sneller, maar we raakten ingesloten door het water. De schuimende zee had het pad verzwolgen: we konden geen kant meer op. Er restte ons maar één ontsnappingsroute: we moesten de steile rotswand beklimmen. Erg akelig, want één verkeerde stap en we zouden in het kolkende water storten en tegen de rotsen geslagen worden. Tijd om te panikeren was er niet: ik voelde alleen nog adrenaline. We klauterden tientallen meters tot we eindelijk boven op de klif stonden.

»Nu hebben we drie kinderen, maar één misstap in 2014 en het was één van de kortste huwelijken in de geschiedenis geweest.»

***

Voor een internationaal kunstproject verbleef Hugo (niet zijn echte naam) samen met enkele andere artiesten in een onderzoekscentrum in Lapland. Op het drielandenpunt van Finland, Zweden en Noorwegen wandelden, schilderden en filosofeerden ze samen.

HUGO «We maakten vaak trektochten door de ruwe natuur. Omdat ik best fit ben, ging ik vaak iets sneller dan de anderen. Daarom besliste ik op een ochtend om mijn tekening af te werken en een halfuurtje later te vertrekken. ‘Ik haal jullie wel in,’ zei ik.

»Ik vertrok en begon vol goede moed en in een stevig tempo aan een steile klim. Verdwalen was onmogelijk, dacht ik: ik moest gewoon de houten palen met een rode markering volgen. Het was prachtig weer. Het was zomer in Lapland, dus de zon ging niet onder.

»Ik wandelde een halfuur, een uur, twee uur, vier uur, en ik kreeg mijn reisgenoten maar niet in zicht: dat was niet pluis. Ik had nauwelijks nog belwaarde op mijn gsm, dus ik moest zuinig zijn met mijn telefoontjes. Ik belde onze begeleider. ‘Waar ben jij, Hugo?’ vroeg hij. ‘Je hebt toch de oranje paaltjes gevolgd, bergafwaarts?’ Niet dus. Ik was in de verkeerde richting gelopen, meer dan vier uur lang. De paaltjes die ik volgde, waren bedoeld voor sneeuwscooters in de winter, niet voor wandelaars. Ik was in een onherbergzaam gebied beland en wilde terugkeren, maar moest vaststellen dat ik verdwaald was. Ik wist niet meer welke kant ik op moest. Tot overmaat van ramp belde ik per ongeluk naar een vriendin in Nederland, waardoor al mijn belkrediet op was.

Hugo: ‘Ik was verdwaald in Lapland en helemaal overgeleverd aan de elementen. Maar tegelijkertijd is mijn tocht door de wildernis één van de mooiste herinneringen uit mijn leven.’ (Foto: een schilderij dat Hugo maakte tijdens zijn verblijf in Lapland.) Beeld Humo
Hugo: ‘Ik was verdwaald in Lapland en helemaal overgeleverd aan de elementen. Maar tegelijkertijd is mijn tocht door de wildernis één van de mooiste herinneringen uit mijn leven.’ (Foto: een schilderij dat Hugo maakte tijdens zijn verblijf in Lapland.)Beeld Humo

»Het begon te regenen, waardoor er een dikke mist kwam opzetten. Ik raakte in paniek: welke kant moest ik op? Ik werd doodsbang. Plots gleed ik in een diepe schacht. Ik kon er nog uit klauteren, maar ik had een diepe snede in mijn hand. Ik verbond de wonde en ploeterde voort.

»Ik bleef maar doorstappen, tot ik eindelijk een reisgenoot zag: Kachiri, die al de hele reis een bruine jas en een witte rugzak droeg. Ze stond aan de andere kant van het dal. ‘Kachiri!’ riep ik. ‘Kachiri, ik ben hier!’ Ze draaide zich om, maar het was Kachiri niet. Wel een rendier met een bruine vacht en een witte kont.

»Ik dacht: als ik toch moet sterven, hoe cool is het dan dat het híér gebeurt? Ik besefte dat ik een unieke ervaring had. In België of Nederland kun je niet meer verdwalen in de wildernis: hier was ik overgeleverd aan de elementen.»

HUMO Je lijkt bijna heimwee te hebben.

HUGO «Ja. Ik vind het nog altijd één van mijn mooiste herinneringen. Ik voelde me echt leven en had al bijna vrede met de dood.

»Midden in de wildernis stootte ik plots op een hoog en stevig hekwerk: de grens tussen de Scandinavische landen. Als ik het bergafwaarts volgde, zou ik bij het drielandenpunt uitkomen. Ik stapte urenlang door, over rotsen en andere obstakels, tot ik eindelijk één van mijn reisgezellen zag. Zij waren samen met een reddingsteam naar mij op zoek gegaan. We huilden en vielen elkaar in de armen. Ik was zestien à twintig uur vermist geweest.»

HUMO Eind goed, al goed?

HUGO «Nee. Die nacht sliep ik heel onrustig, en ik werd wakker met een half verlamd gezicht. Mijn toestand verergerde alleen maar tijdens de lange terugreis naar België.

»Terug thuis moest ik onder de hersenscanner. Ze dachten eerst dat ik een tumor had, maar na verder onderzoek bleek ik aan de spierziekte MS te lijden. Wellicht sluimerde die al mijn hele leven in mijn lijf, maar door de angst en de extreme stress in de wildernis had ik symptomen gekregen. Die dwaaltocht heeft mijn leven dus helemaal veranderd.»

HUMO Hoe gaat het nu met je?

HUGO «Best goed. Ik neem medicatie en heb nauwelijks last van de ziekte. Alleen sta ik nu anders in het leven. Als kunstenaar leidde ik een onzeker en soms stressvol bestaan, en dat moest ik vermijden. Ik heb sinds enkele jaren een job in de bedrijfswereld, zodat ik kan sparen en een vangnet kan weven voor slechtere tijden. Ik heb zelfs een huis gekocht.

»Ik weet niet wat de toekomst brengt. Als ik voel dat ik te snel achteruitga en ik in een rolstoel zal belanden, hoeft het voor mij niet meer. Dan verkoop ik alles wat ik heb en trek ik opnieuw de wildernis in voor een laatste avontuur, tot het niet meer gaat. Dan liever zo.»

***

Niet elke crimineel in het buitenland is even goed in wat hij doet, zo weet Jelle Van Stappen uit ervaring.

JELLE VAN STAPPEN «Ik kwam met een vriendin met de bus aan in Managua, de hoofdstad van Nicaragua. Een man sprong in de bus en riep: ‘Wie heeft een taxi nodig?’ Wij hadden vervoer nodig, maar we voelden dat het niet pluis was. De chauffeur stelde een veel te lage prijs voor en duwde zelfs zijn autosleutels in mijn hand om te tonen dat hij te vertrouwen was. Normaal gezien heb ik uitstekende voelsprieten voor verdachte situaties op reis, maar die dag werkten ze niet goed.

»Mijn vriendin en ik namen plaats op de achterbank. Het was een echte taxi, dus de man leek wel te vertrouwen. Tot er, net voor de chauffeur vertrok, nog een man in de wagen sprong, op de passagiersstoel. Hij en de chauffeur leken elkaar te kennen. Ik had snel door dat we niet naar onze bestemming reden, maar de stad verlieten. Ik kende de verhalen over Managua: we werden ontvoerd.»

HUMO Waren jullie in paniek?

VAN STAPPEN «Nee. De chauffeur was wel erg opgefokt. Ik kon zien dat hij stijf stond van de cocaïne. De andere man was veel kalmer. We zeiden tegen elkaar: ‘Rustig blijven en afwachten.’

»De auto stopte op een afgelegen parkeerterrein. Er was niemand in de buurt. ‘Uitstappen,’ zeiden de mannen. We weigerden. De twee waren duidelijk uit het lood geslagen. ‘Geef ons jullie geld!’ ‘Nee,’ antwoordden we, ‘daar hebben we geen zin in. Breng ons maar terug naar de stad.’ Je zag ze zo denken: doe eens niet zo moeilijk (lacht). Het was heel onhandig. Uiteindelijk begonnen we te onderhandelen om vrijgelaten te worden.»

Jelle: ‘Toen we onze ontvoerders weigerden te betalen, zijn we beginnen te onderhandelen. We kwamen er goedkoop van af en kregen zelfs nog wisselgeld terug.' Beeld Humo
Jelle: ‘Toen we onze ontvoerders weigerden te betalen, zijn we beginnen te onderhandelen. We kwamen er goedkoop van af en kregen zelfs nog wisselgeld terug.'Beeld Humo

HUMO Wat? Je hebt onderhandeld met je eigen ontvoerders?

VAN STAPPEN «Ja. Ze wilden ons laten gaan voor 50 córdoba, toen omgerekend 3 à 4 dollar. Het grappige is dat mijn vriendin alleen een briefje van 100 córdoba had. Die ontvoerders hebben wisselgeld teruggegeven, in kleine munten. Ze hadden maar 43 córdoba, maar voor die laatste paar eurocenten hebben we gezegd: ‘Laat maar!’ (lacht)»

HUMO Was dat achteraf gezien niet roekeloos?

VAN STAPPEN «Ja, pas achteraf heb ik beseft dat die mannen gewapend hadden kunnen zijn. Soms worden toeristen ook vermoord. Maar op dat moment hielden we daar geen rekening mee, wat wellicht niet zo slim was.

»We hebben onze rugzakken uit de koffer gehaald en de mannen zijn weggescheurd. Na een tijdje vroegen we aan een voorbijganger om een echte taxi te bellen, die we deels hebben betaald met het wisselgeld van onze kidnapper (lacht)

***

Antoinette van Wijk trok enkele jaren geleden voor het eerst naar Afrika. In de Serengeti in Tanzania sliep ze samen met haar gezin in tenten om van dichtbij dieren in het wild te zien, zoals buffels. De aandachtige lezer van Annemieks avontuur in Cambodja weet dat zo’n ontmoeting fout kan lopen.

ANTOINETTE VAN WIJK «We stonden vroeg op omdat we een safaritocht met onze gids zouden maken. Ik stak mijn hoofd uit de tent en zocht één van de beveiligers die het terrein rond de tenten bewaakten tegen de wilde dieren. Maar op het afgesproken uur daagde er niemand op. We mochten onder geen beding de tent uit zonder bewaker, maar mijn broer en ik besloten toch op zoek te gaan – we hadden zoveel zin in die safari. Na nog geen 20 meter hoorde ik mijn broer zeggen: ‘Buffels!’

»Voor ons stonden twee Afrikaanse buffels. Indrukwekkende beesten: de mannetjes wegen bijna een ton. Die zie je anders alleen in kuddes, dus deze buffels waren verstoten mannetjes. Naar het schijnt zijn die extra gefrustreerd en agressief. Eén van de twee kwam op volle snelheid op ons af. Hij had het duidelijk op mij gemunt en gooide me meerdere keren in de lucht. Ik viel telkens meters verder hard neer. Ik deed alsof ik dood was en hoopte dat de aanvallen zouden stoppen. Achteraf gezien ben ik vrij kalm gebleven. Ik wachtte mijn lot af: zijn hoorns zouden me doorboren en ik zou het niet kunnen navertellen. Vechten had geen zin. Ik wist zeker: ik word zo meteen gespietst, dit wordt mijn dood.

»Nadat ik een kleine minuut lang aanvallen had geïncasseerd, lag ik roerloos op de grond. Mijn broer had de agressieve buffel weggejaagd, en de tweede was al weggerend. Ik opende mijn ogen en kon niet geloven dat ik nog leefde. Ik had zelfs nauwelijks pijn.

»We reden drie uur naar de dichtstbijzijnde artsenpost, waar ik pas echt besefte hoeveel geluk ik had gehad. De Tanzaniaanse patiënten raakten me aan met hun vingertoppen. Ik was in hun ogen een soort godswonder, vertelde het ziekenhuispersoneel me: ik was niet alleen blank, een huidskleur die velen nog nooit gezien hadden, ik had ook een aanval van een buffel overleefd. Dat gebeurt bijna nooit.»

HUMO Heeft de aanval je leven veranderd?

VAN WIJK «Absoluut. Vroeger werkte ik bij het leger, maar door die aanval moest ik verder met een ander lijf. Zelfs na vier maanden revalideren kon ik het huis niet schoonmaken zonder pijnstillers. Het was heel lastig voor me om als jonge militair te aanvaarden dat ik veel minder kon dan vroeger. Ik dacht ook: wat als ik morgen niet meer wakker word? Wat maakt me écht gelukkig? Sindsdien ben ik steeds bewuster beginnen te leven: ik eet gezond, doe aan yoga en mindfulness, ik breng veel tijd in de natuur door… Mijn klachten verdwenen beetje bij beetje en ik werd een nieuw mens.

»Gezondheid is mijn passie geworden. Samen met mijn partner heb ik een praktijk opgericht om mensen te begeleiden naar een zo gezond mogelijke levensstijl. Ik voel me ook helemaal geen slachtoffer van die ene buffel. Mijn horrorvakantie was in zekere zin positief: het was de wake-upcall die ik nodig had.»

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234