Van Bob Dylan tot Killer Mike: Humo's top 50 beste protestsongs van vijftig jaar muzikaal verzet

Wat zijn nu eigenlijk de beste protestsongs aller tijden, en op wie of wat waren de artiesten zo kwaad? The answers, my friend, vindt u in volgend overzicht, per decennium in een handige top 10 gegoten.


De jaren 60

1. Bob Dylan – ‘Blowin’ in the Wind’ (1963)

2. Nina Simone – ‘Mississippi Goddam’ (1964)

3. John Coltrane – ‘Alabama’ (1963)

4. The Rolling Stones – ‘Gimme Shelter’ (1969)

5. Sam Cooke – ‘A Change Is Gonna Come’ (1964)

6. The Staple Singers – ‘Freedom Highway’ (1965)

7. Creedence Clearwater Revival – ‘Fortunate Son’ (1969)

8. Aretha Franklin – ‘Respect’ (1967)

9. Buffalo Springfield – ‘For What It’s Worth’ (1966)

10. Sly And The Family Stone – ‘Don’t Call Me Nigger, Whitey’ (1969)

Luister hier naar de lijst:

De plek waar de rebellerende jeugd in de vroege jaren 60 zijn gedachten bij elkaar raapte, was New York – zo rond MacDougal en Bleecker Street. Jonge, geëngageerde gitaarminnaars als Pete Seeger, Dave Van Ronk en Joan Baez bestudeerden er de muziek van Woody Guthrie en discussieerden over de corrupte regering, het welig tierende racisme en de harteloze oudere generatie. Ze schreven muziek bij de vleet, al heeft de geschiedenis vooral één figuur onthouden: Bob Dylan. Zelf deed hij er later erg blasé over, maar als je ‘Masters of War’, ‘The Times They Are A-Changin’’ en ‘A Hard Rain’s A-Gonna Fall’ hebt geschreven, hoef je niet te zeuren als je het etiket ‘protestzanger’ opgeplakt krijgt. Dé hymne van de tegencultuur was natuurlijk ‘Blowin’ in the Wind’ (op 1), dat perfect het idealisme en de hoop van de sixties kids verwoordt.

Even ging het goed in de golden sixties. De Summer of Love waaide over heel de wereld, in Parijs werd duchtig revolutie gepleegd, iedereen stak zijn vuist omhoog. Wanneer liep het mis? Volgens sommigen: tijdens het Altamont-concert van The Rolling Stones, toen één dag na de release van het machtige ‘Gimme Shelter’ (op 4) hoop omsloeg in geweld. En anders wel toen Amerika Vietnam in de fik stak – of beter: toen bleek hoe uitzichtloos die oorlog wel was. Er zijn zo’n slordige tien miljoen nummers over geschreven, maar het beste anti-Vietnam-nummer vindt u op 7: Creedence Clearwater Revival haalde in ‘Fortunate Son’ de hypocrisie van de heersende klasse door de mangel. ‘Het zijn de rijken die oorlogen beginnen en de armen die ze mogen afmaken,’ aldus John Fogerty. Dat ‘For What It’s Worth’ van Buffalo Springfield (op 9) over Vietnam gaat, zoals algemeen wordt aangenomen, klopt dan weer niet: het gaat over de clash tussen politie en jongeren op de Sunset Strip in L.A.

In de VS streed de burgerrechtenbeweging voor gelijkheid tussen blank en zwart. De tegengestelde houdingen van leiders Martin Luther King en Malcolm X werden belichaamd door onze nummers 5 en 2. ‘A Change Is Gonna Come’ van Sam Cooke – de spirituele voorloper van Kendrick Lamars ‘Alright’ – verklankte de hoop van King, Nina Simones verpletterende ‘Mississippi Goddamn’ verwoordde de woede van Malcolm X. Toen King en de zijnen hun beroemde mars van Selma naar Washington inzetten, deden ze dat op de hemelse tonen van The Staple Singers (op 6). ‘Made up my mind / And I won’t turn around’.

De jazz had geen woorden nodig. Miles Davis was een beroemde pleitbezorger van de zwarte zaak, Charles Mingus maakte een gouverneur belachelijk die voor segregatie pleitte en zelfs de spirituele John Coltrane liet zich verleiden tot een politiek statement met ‘Alabama’ (op 3), over een bomaanslag op een kerk waarbij enkele zwarte meisjes omkwamen.

Aretha Franklin eiste ‘Respect’ (op 8), James Brown said it loud, ‘I’m black and proud’. En de veranderende houding van de zwarte gemeenschap kon je terugvinden in de muzikale evolutie van Sly And The Family Stone. In het begin ijverden zij voor bloemen in het haar en handjes vasthouden. ‘Don’t hate the black / Don’t hate the white / If you get bitten / Just hate the bite’, klonk het in 1968. Amper één jaar later was de toon anders: ‘Don’t Call Me Nigger, Whitey’. Hun upbeat soul maakte plaats voor psychedelische funk, die Sly Stone in de jaren 70 zou perfectioneren met ‘There’s a Riot Goin’ On’ – een donkerder geluid voor een donkerder tijdperk.


De jaren 70

1. Marvin Gaye – ‘What’s Going On’ (1971)

2. Crosby, Stills, Nash & Young – ‘Ohio’ (1971)

3. Gil Scott-Heron – ‘The Revolution Will Not Be Televised’ (1970)

4. The Clash – ‘London Calling’ (1979)

5. Stevie Wonder – ‘Living for the City’ (1974)

6. Black Sabbath – ‘War Pigs’ (1970)

7. Sex Pistols – ‘God Save the Queen’ (1977)

8. Bob Marley & The Wailers – ‘Get Up, Stand Up’ (1975)

9. Edwin Starr – ‘War’ (1970)

10. Tom Robinson – ‘Glad to Be Gay’ (1978)

‘War! Huh! What is it good for? Absolutely nothing!’ Bij het aanbreken van de seventies trapte Edwin Starr (op 9) op funky wijze een open deur in. De Vietnamoorlog – totale aantal slachtoffers: bijna 60.000 Amerikanen, meer dan een miljoen Vietnamezen – woedde volop verder. Ook op het thuisfront werd de strijd grimmiger. Tijdens een betoging op 4 mei 1970 opende de National Guard het vuur op ongewapende studenten van de Kent State-universiteit. Dat inspireerde Neil Young tot ‘Ohio’, in een wervelwindsessie opgenomen met Crosby, Stills & Nash. ‘Tin soldiers and Nixon’s comin’ / We’re finally on our own / This summer I hear the drummin’ / Four dead in Ohio’. Kippenvel!

Intussen was ook de burgerrechtenbeweging geëvolueerd: ‘A Change Is Gonna Come’ klonk nu hopeloos naïef. Gedesillusioneerde zwarte artiesten begonnen het te hebben over de alledaagse details van de black struggle (later het domein van de hiphop). Curtis Mayfield zong over ‘The Other Side of Town’ en Stevie Wonder (op 5) deed het relaas van een zwarte jongen in een grote stad. ‘To find a job is like a haystack needle / ’Cause where he lives they don’t use colored people’.

Zwart of wit, links of rechts, de hele wereld was in de war. De oudere generatie was opzijgeschoven voor radicaal veranderde normen en waarden, en de babyboomers hadden hun dromen in rook en napalm zien opgaan. Eén iemand wist dat gevoel beter te vatten dan om het even wie, in één vraag: ‘What’s Going On?’ Als wij van alle decennia één lijst hadden gemaakt, had Marvin Gaye wellicht ook op 1 gestaan. Tegen het einde van het decennium werd een nieuw genre geboren waarvan frustratie de moeder en woede de vader was: de punk – ontstaan in het grauwe New York naast disco en hiphop, maar vooral in het Verenigd Koninkrijk brandend actueel. De Sex Pistols (op 8) waren nog vrolijk antiautoritair, bij The Clash (op 4) hing er altijd een dot schuim in de mondhoeken. The Clash, dat was de ontzielde woede van een jeugd die niet wist van welk hout pijlen te maken.

‘Glad to Be Gay’ van Tom Robinson (op 10) was één van de eerste gay anthems. Een krachtig statement, in een tijd waarin homo’s in elke Engelse pub in elkaar werden gemept. Toch vond de BBC het ‘niet geschikt’ voor de hitlijsten.


De jaren 80

1. Public Enemy – ‘Fight the Power’ (1989)

2. N.W.A. – ‘Fuck tha Police’ (1988)

3. U2 – ‘Sunday Bloody Sunday’ (1983)

4. The Clash – ‘Know Your Rights’ (1982)

5. Grandmaster Flash & The Furious Five – ‘The Message’ (1982)

6. Robert Wyatt – ‘Shipbuilding’ (1983)

7. Billy Bragg – ‘Waiting for the Great Leap Forward’ (1988)

8. Frankie Goes To Hollywood – ‘Two Tribes’ (1984)

9. Morrissey – ‘Margaret on the Guillotine’ (1988)

10. Patti Smith – ‘People Have the Power’ (1988)

John Lennon was vermoord, funk was disco geworden en Ronald Reagan en Margaret Thatcher zwaaiden de plak: in de jaren 80 draaide de consumptiemaatschappij op volle toeren, en voor wie het met dat hele kapitalisme gehad had, was er meer dan genoeg om kwaad op te zijn.

De Engelsen hakten met de botste bijl. The Clash (op 4) bleef onverstoord verder vlammen met ‘Know Your Rights’, over de rechten van de armen, zij die níét profiteerden van de ongeziene welvaart. De toen nog waardevolle meningen spuiende Morrissey (op 9) wond er geen doekjes om in ‘Margaret on the Guillotine’ – Thatcher dus. En over de Falklandoorlog schreef Elvis Costello het nummer ‘Shipbuilding’, gezongen door Robert Wyatt (op 6).

Dé aanklacht tegen het individualisme kwam ook van Wyatt (‘The Age of Self’), terwijl Billy Bragg (op 7) zich ontpopte als supercynicus in het geweldige ‘Waiting for the Great Leap Forward’: ‘Join the struggle while you may / The revolution is just a T-shirt away’. De knapste anti-oorlogssong van z’n tijd kwam van het wilde, jonge bandje U2 (op 3): ‘Sunday Bloody Sunday’, over het incident waarbij Britse troepen het vuur openden op ongewapende Noord-Ieren. Onder alle woede liggen vooral verdriet en ongeloof. ‘There’s many lost, but tell me who has won.’

De Koude Oorlog, die op zijn hoogtepunt zat, was ook een vruchtbare voedingsbodem. In de videoclip van ‘Two Tribes’ van Frankie Goes To Hollywood (op 8) worstelt Ronald Reagan met de toenmalige Sovjetleider Konstantin Chernenko. Dat was nieuw: videoclips gaven artiesten plots een nieuw medium om hun ongenoegen te tonen. In Zuid-Afrika woedde de strijd tegen de apartheid. Stevie Wonder stelde ‘It’s Wrong (Apartheid)’, Special AKA riep ‘Free Nelson Mandela’ en Peter Gabriel vernoemde ‘Biko’ naar de gelijknamige activist. In Ethiopië heerste hongersnood, dus organiseerde Bob Geldof Live Aid.

Gelukkig ook goed nieuws. In Amerika waren Kool Herc, Afrika Bambaataa en Grandmaster Flash aan de slag gegaan met draaitafels: de hiphop was geboren. Grandmaster Flash (op 5) maakte wat velen beschouwen als de eerste echt belangrijke plaat van het genre: ‘The Message’, over zwarte armoede. Die song klonk nog verzoenend, een paar jaar later tapte N.W.A. (op 2) uit een heel ander vaatje met ‘Fuck tha Police’, een song die de groep een verontwaardigde brief van de FBI opleverde. In ‘Fight the Power’ van Public Enemy (op 1) – een voor de Spike Lee-film ‘Do the Right Thing’ geschreven song – graaien Chuck D en co. uit de hele Afro-Amerikaanse geschiedenis om te zeggen: ‘Dit pikken wij niet langer.’ Het was de soundtrack van het getto, een prelude van de rellen in de jaren 90 en een ultieme veroordeling van het ik-decennium. ‘We gotta fight the powers that be.’


De jaren 90

1. Rage Against The Machine – Killing in the Name’ (1991)

2. 2Pac – ‘Changes’ (1998)

3. Bikini Kill – ‘Double Dare Ya’ (1991)

4. KRS-One – ‘Sound of da Police’ (1993)

5. Queen Latifah – ‘U.N.I.T.Y.’ (1993)

6. Bruce Springsteen – ‘Streets of Philadelphia’ (1994)

7. Sonic Youth – ‘Swimsuit Issue’ (1992)

8. Ice Cube – ‘We Had to Tear This Muthafucka Up’ (1992)

9. Refused – ‘Protest Song ‘68’ (1998)

10. Bad Religion – ‘21st Century (Digital Boy)’ (1990)

In de jaren 90 schoten de straffe vrouwelijke proteststemmen – tot hiertoe schandelijk in de minderheid – als paddenstoelen uit de grond. Liz Phair bracht ‘Exile in Guyville’ uit, Kim Deal en Kim Gordon braken door. Zelfs Courtney Love was cool, zij het niet zo cool als de riot grrrl-groepen: snedige gitaarwijven die vóór abortus, en tégen apartheid en het patriarchaat waren. Bikini Kill (op 3) introduceerde zich op ‘Double Dare Ya’ met: ‘Wij zijn Bikini Kill en wij willen een revolutie – girl-style!’

In de punk greep Refused (op 9) naar het verleden, in ‘Protest Song ’68’, terwijl Bad Religion (op 10) in ‘21st Century (Digital Boy)’ in 1990 al een griezelig nauwkeurig portret van nu schetste – alsof zanger Greg Graffin het leven van een aan z’n iPhone verslingerde millennial beschrijft! Sonic Youth protesteerde intussen wild in het rond, met ‘Youth Against Fascism’ en ‘Swimsuit Issue’ (op 8), over een vieze Geffen-medewerker: ‘Don’t touch my breast / I’m just working at my desk’.

Queen Latifah (op 5) plaveide de weg voor de vrouwen in de hiphop – in de late nineties zouden ze met Lil’ Kim, Missy Elliott en Lauryn Hill het genre bijna overnemen. Bruce Springsteen (op 6) maakte een gevoelig nummer over aids, en toonde zich zo eens te meer een toffe peer.

De grootste broeihaard was Los Angeles, waar Rodney King in 1991 door de politie in elkaar werd geslagen voor een simpele verkeersovertreding. De rellen die uitbraken toen de agenten werden vrijgesproken, eisten 63 levens en een paar duizend gewonden en inspireerden Dr. Dre (‘The Day the Niggaz Took Over’), Body Count (‘Cop Killer’), Arrested Development (‘Revolution’) en Ice Cube (op 8). Voorts waren er bittere reflecties over de betreurenswaardige behandeling van Afro-Amerikanen in het postume ‘Changes’ van 2Pac (op 2) en ‘Sound of da Police’ van KRS-One (op 4).

Ook elders hadden de rellen impact: David Bowie schreef er ‘Black Tie, White Noise’ over. Zelfs Aerosmith werd geïnspireerd tot sociale commentaar in ‘Livin’ on the Edge’. En dan was er Rage Against The Machine – op 1 natuurlijk.


De jaren 00

1. Bright Eyes – ‘When the President Talks to God’ (2005)

2. Dead Prez – ‘PoliceState’ (2000)

3. Lil Wayne – ‘Georgia… Bush’ (2006)

4. Radiohead – ‘Idioteque’ (2000)

5. System Of A Down – ‘Boom’ (2002)

6. The Flaming Lips – ‘The Yeah Yeah Yeah Song’ (2006)

7. Green Day – ‘American Idiot’ (2004)

8. Eminem – ‘Mosh’ (2004)

9. Gossip – ‘Standing in the Way of Control’ (2006)

10. Pearl Jam – ‘World Wide Suicide’ (2006)

Toen George W. Bush eerst president van de VS werd en daarna besliste om Irak binnen te vallen, reageerden muzikanten massaal pissed off. Die van System Of A Down (op 5), bijvoorbeeld. Of Pearl Jam (op 10). Slordig veertig jaar nadat hij zich op ‘Fortunate Son’ van de Vietnam-oorlog had afgekeerd, deed John Fogerty hetzelfde met Irak op ‘I Can’t Take It Anymore’. Neil Young had een oplossing: ‘Let’s Impeach the President’. Eminem (op 8) was nog minder subtiel. Het beste anti-Bush-nummer kwam van Conor Oberst, toen nog Bright Eyes (op 1). In ‘When the President Talks to God’ klinkt zelfs zijn akoestische gitaar kwaad. ‘When the President talks to God / Do they drink near beer and go play golf / While they pick which countries to invade / Which Muslim souls still can be saved?’ Zes meedogenloze strofes, subliem in hun eenvoud.

‘American Idiot’ van Green Day (op 7) gaat gek genoeg níét over Bush, maar over de algehele, lamentabele staat waarin het land (nee, de wereld) zich bevond. In ‘Idioteque’ van Radiohead (op 4) zit een gelijkaardig gevoel van onbehagen. Na 9/11 zaten véél mensen met véél twijfels: zelfs de Black Eyed Peas begonnen nuttige vragen te stellen: ‘Where Is the Love?’

Voor politieke hiphop was het een mager decennium, op twee uitzonderingen na: partyrapper Lil Wayne (op 3), die Jan en alleman verbaasde met een zeven en een halve minuten durende uithaal naar Bush na zijn reactie op orkaan Katrina in New Orleans. ‘Everybody crying but ain’t nobody tried / There’s no doubt on my mind, it was Bush!’ En Dead Prez (op 2), dé politieke band van de nillies, ook al zijn ze nu vergeten. Hun ‘Let’s Get Free’ had militante teksten, kurkdroge beats en een keiharde boodschap. ‘Police State’ begint zo: ‘I throw a Molotov cocktail at the precinct / You know how we think’.


De jaren 10

1. Kendrick Lamar – ‘Alright’ (2015)

2. Killer Mike – ‘Reagan’ (2012)

3. Beyoncé (ft. Kendrick Lamar) – ‘Freedom’ (2016)

4. D’Angelo And The Vanguard – ‘The Charade’ (2014)

5. YG (ft. Nipsey Hussle) – ‘FDT’ (2016)

6. A Tribe Called Quest – ‘We the People’ (2016)

7. Kate Tempest – ‘Europe Is Lost’ (2016)

8. PJ Harvey – ‘The Words That Maketh Murder’ (2011)

9. Against Me! – ‘Transgender Dysphoria Blues’ (2014)

10. M.I.A. – ‘Born Free’ (2010)

De grootste en meest oranje schietschijf van de afgelopen jaren heet uiteraard Donald Trump. Rappers mikken het raakst: J. Cole (‘Be Free’), Oddissee (‘Like Really’), Common (‘Black America Again’), Pusha T (‘Sunshine’) en Joey Bada$$ (‘Land of the Free’). Hét anti-Trumplied komt van een schaamteloos dealertje uit Los Angeles: YG (op 5) met ‘FDT’. Als we u zeggen dat de ‘DT’ voor Donald Trump staat, kunt u vast wel raden wat die ‘F’ daar doet – YG weet dat subtiliteit in een goeie protestsong niks te zoeken heeft. Dat weet ook Killer Mike (op 2), die in ‘Reagan’ op geniale wijze het verband tussen het beleid, de war on drugs én zwarte armoede blootlegt.

De vrouwenbeweging maakt in #MeToo-tijden nog altijd opmars. Zelden werd zo hard ingegaan tegen vetzakken in de muziekindustrie als in Jessie Reyez’ ‘Gatekeeper’, waarin ze vertelt over die keer dat een producer haar vroeg om ‘lichamelijke diensten’. De clip is een must see. Wie feminisme zegt, zegt Beyoncé (op 3), die uitgroeide tot een levende legende. PJ Harvey (op 8) wás dat al, en leverde één van de krachtigste anti-oorlogsnummers ooit af. Plots een thema: respect voor holebi’s en transgenders. ‘Born This Way’ van Lady Gaga was een queer anthem. En Against Me! (op 9), de band van transseksueel Laura Jane Grace, verschaft op verschroeiende wijze inzicht in hoe hard het suckt om ‘anders’ te zijn. ‘You want them to see you / Like they see every other girl / They just see a faggot’. M.I.A. (op 10) maakte een clip over de genocide van mensen met rood haar, Kate Tempest (op 7) een typisch Britse spoken word (of is het een lijzige rap?) over de afstompende wereld van nu. ‘Dancing the drudgery off / But even the drugs have got boring’.

En dan was er ook #BlackLivesMatter. Janelle Monáe schreef ‘Hell You Talmbout’, een opsomming van namen van Afro-Amerikanen die door politiegeweld om het leven kwamen. Vic Mensa rapte over hetzelfde thema in ‘16 Shots’. Maar de ultieme lijfliederen van de beweging kwamen van A Tribe Called Quest (op 6) en van de onvermijdelijke Kendrick Lamar (op 1). ‘Alright’ is de song van een generatie, een zeldzaam hoopvol protestnummer. ‘I’m fucked up, homie, you fucked up / But if God got us then we gon’ be alright’. Zoals ze dat ter afsluiting al eens zeggen: peace!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234