Thomas Bautens in 2009 Beeld Marc Herremans
Thomas Bautens in 2009Beeld Marc Herremans

Extreemrechts

Van Combat 18 tot Bloed Bodem Eer & Trouw: extreemrechts en de moorden op de scoutsfuif

In 2002 schiet Jürgen Goris twee jongemannen dood op een scoutsfuif in Onze-Lieve-Vrouw-Waver. In 2006 rolt het gerecht een extreemrechts terreurnetwerk op dat bloedige aanslagen wilde plegen in een poging de Belgische staat te ontwrichten; spilfiguur van dat netwerk is Tomas Boutens, op dat moment paracommando in de kazerne van Leopoldsburg. En wat blijkt nu? De twee waren goede bekenden. Sterker nog: ‘Goris was het manusje-van-alles van Boutens, de man die voor hem de vuile klusjes opknapte. En de zwartepiet als het fout liep.’ En toch onderzoekt het parket hun relatie niet.

Hoogzomer. In de nacht van 3 op 4 augustus 2002, rond halfdrie, gaat Jürgen Goris naar een scoutsfuif op een wei in Onze-Lieve-VrouwWaver. Goris, een negentienjarige neonazi, is in de streek beter bekend als Den Bolle: om zijn lichaamsomvang, maar ook omdat hij jarenlang ‘bollen’ heeft verkocht – dialect voor xtc en amfetamine. In zijn zak zit een gloednieuwe Bernardelli-revolver, die hij daags tevoren in het illegale circuit heeft aangeschaft.

Als een fuifganger toevallig wat bier op Goris morst, slaan zijn stoppen door en trekt hij zijn revolver. Een omstander, Tim Tobback – portier van beroep – snauwt hem af: hij is niet onder de indruk van het speeltuig, zegt hij. Goris zwaait even dreigend met zijn wapen, maar zet het dan op een lopen. Tobback holt hem achterna, in het gezelschap van zijn vriend Thierry De Rydt, in het weekend parkeerwachter van een discotheek. Goris lost een waarschuwingssalvo. Als hij merkt dat hij zijn achtervolgers daarmee niet kan afschudden, schiet hij ze neer: drie kogels voor Tobback, één voor De Rydt. Om kwart voor drie – Goris is dan nauwelijks een kwartier op de wei – zijn de twee twintigers dood. Even later wordt hij gearresteerd.

Drie dagen later, op 7 augustus 2002, komt op het Mechelse parket een brief aan voor de procureur des Konings. Afzender: de adjunctadministrateur-generaal van de staatsveiligheid. (De brief belandt later in het onderzoeksdossier.) De staatsveiligheid heeft uit de pers vernomen dat Jürgen Goris de verdachte is van de dubbele moord in Onze-Lieve-Vrouw-Waver. En Goris, meldt de brief, ‘is bij onze dienst bekend binnen de context van extreemrechts’. In december 2001 is hij opgemerkt bij het extreemrechtse colloquium ‘Nationalisten tegen globalisering’. Hij zou ook een goede vriend zijn van Joeri Van der Plas, en ‘tevens lid van de door deze laatste opgerichte neonazistische skinheadgroepering Blood&Honour Vlaanderen’. Van der Plas is een skinhead en neonazi uit Dendermonde met een aanzienlijk netwerk. En dan, in vette letters: ‘Binnen extreemrechtse kringen doet het gerucht de ronde dat het wapen waarmee de dubbele moord werd gepleegd door Van der Plas zou zijn bezorgd aan Goris.’

De brief stipt aan dat er nog een ander scenario denkbaar is. ‘Eveneens wordt binnen extreemrechtse kringen verteld dat de genaamde Tomas Boutens, alias Lupus, in het bezit zou zijn van een voorraad wapens. Boutens zou eveneens lid zijn van Blood&Honour Vlaanderen, en zou tevens een goede bekende zijn van Van der Plas en mogelijk van Goris. Boutens is bekend bij onze dienst als mededader van de mishandeling van een vreemdeling van Egyptische afkomst op de IJzerbedevaart van 2001. Jürgen Goris zou, volgens persberichten, eveneens betrokken geweest zijn bij dit incident. Het is dan ook vrijwel zeker dat beiden elkaar kennen.’

En dan weer in vet: ‘Volgens bepaalde bronnen bestaat het vermoeden dat het moordwapen, gebruikt in Onze-Lieve-Vrouw-Waver, oorspronkelijk van Boutens afkomstig is, en dat het, hetzij via Van der Plas, hetzij rechtstreeks, bij Goris terechtgekomen is.’ Waarna de adjunct-administrateur-generaal zijn schrijven in gewone letters afsluit met: ‘In zijn directe omgeving wordt Boutens omschreven als zijnde gevaarlijk.’

Na de dubbele moord gaat Goris snel over tot bekentenissen. Hij schimpt op Blood&Honour, noemt het ‘een hoop dikkenekken bij elkaar’, en beweert dat hij er ‘wel gepest werd en niet echt aanvaard’. Maar: hij spaart zijn vrienden – hij noemt geen namen. En zijn vrienden sparen hém: Den Bolle was een geïsoleerde gek, daar komt het op neer. Over zijn bevoorrechte relatie met de toplui van extreemrechts heeft niemand het.

Het parket is blij met de snelle bekentenissen en behandelt de zaak als een uit de hand gelopen caféruzie. Bij Tim Tobback worden postuum sporen van cocaïne teruggevonden, Jürgen Goris had te veel gedronken: dát verklaart volgens het parket waarom de gebeurtenissen een fatale wending hebben genomen. De banden tussen Goris en Boutens worden niet onderzocht.

Het parket verricht ook geen diepgravend onderzoek naar het telefoonen sms-verkeer van Goris in de nacht van de dubbele moord. Jammer, want wat blijkt? Tussen halftwee en kwart voor twee, een uurtje voor hij de fuifwei opstapte, hebben hij en Boutens vijf keer met elkaar ge-sms’t en één keer gebeld. Het initiatief ging uit van Boutens. Wat hadden beiden elkaar, één uur voor het drama, zo dringend te melden? Geen idee: Boutens wordt niet verhoord.

Enkele maanden later krijgt Goris één jaar gevangenis met zes maanden uitstel voor de aanslag op de Egyptenaar op de IJzerbedevaart van 2001. Boutens ontspringt de dans, bij gebrek aan bewijs. Enkele jaren later veroordeelt een volksjury Goris tot dertig jaar cel voor doodslag op de fuif in Onze-Lieve-Vrouw-Waver.

7 september 2006. Honderdvijftig speurders vallen binnen in de kazernes van Leopoldsburg, Kleine Brogel, Peer, Brussel en Zedelgem. Ook op privéadressen vinden huiszoekingen plaats. Zeventien personen, het merendeel militairen, worden opgebracht voor verhoor. Het gerecht is naar eigen zeggen verbijsterd door de resultaten van de zoekactie: zo’n driehonderd wapens zijn in beslag genomen, waaronder bijzonder gesofisticeerd wapentuig. Bij één van de verdachten wordt een bomrugzak aangetroffen, elders een brief die een aanslag kan opeisen. ‘Nooit eerder,’ schrijft De Standaard, ‘vonden speurders in ons land een extreemrechtse groep die zo goed georganiseerd en zo zwaar bewapend was. ‘Alle randvoorwaarden om een aanslag te plegen waren vervuld,’ zeggen politiebronnen.’

De naam van het terreurnetwerk: Bloed Bodem Eer en Trouw. De spilfiguur: Tomas Boutens, paracommando bij het regiment Bevrijding – Vijfde Linie in Leopoldsburg. Boutens was, volgens de eerste verklaringen, uit op de ontwrichting van de Belgische staat. Bloed Bodem Eer en Trouw, zegt een insider ons, is de nieuwe naam van de Vlaamse afdeling van Combat 18. De naamsverandering is zo’n vijf à zes jaar geleden doorgevoerd: ‘Combat 18 werd te veel in de gaten gehouden: we liepen in de kijker.’ En Combat 18 was, nog volgens onze insider, een afsplitsing van Blood&Honour Vlaanderen, opgericht door Joeri Van der Plas en Tomas Boutens. ‘Zij vonden Blood&Honour niet strijdbaar genoeg. Zij zijn de echten, en Blood&Honour de wannabe’s. De cijfers 1 en 8 van Combat 18 verwijzen trouwens naar de eerste en achtste letter van het alfabet: AH, Adolf Hitler.’

Maar inmiddels heette Combat 18 dus Bloed Bodem Eer en Trouw (BBET). BBET organiseerde, net zoals Combat 18 dat eerder al deed, commandotrainingen en overlevingstochten – bijzonder levensecht, aldus betrokkenen. Op het militair domein van Leopoldsburg, bijvoorbeeld. Onder een brug in Dendermonde, waar geoefend werd in molotovcocktails gooien. In een kazerne in Eindhoven, voor schietoefeningen. In Duitsland. In Engeland. Hoe dat allemaal mogelijk was, blijft een raadsel. Boutens leefde, zeker sinds de aanslag op de IJzerbedevaart in 2001, waar hij betrokken was bij de mishandeling van een vreemdeling van Egyptische afkomst, onder een vergrootglas: de staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst volgden zijn doen en laten op de voet.

Op 26 januari 2002 raakte hij ook nog eens betrokken bij een gevecht op een fuif in Izegem. Het slachtoffer hield er blijvend letsel aan over. Ook nu weer werd hij vrijgesproken, bij gebrek aan bewijs.

‘Typisch Lupus,’ zegt een andere insider, die we in wat volgt insider 2 zullen noemen. Lupus, Latijn voor wolf, is de bijnaam van Boutens. ‘Hij wordt zélden betrapt. Hij kijkt er wel voor uit om sporen achter te laten. Desnoods laat hij anderen het vuile werk opknappen.’

In 2017 vertelde een anonieme getuige in het VTM-programma ‘Telefacts’ over een avond, ‘een jaar of zeven geleden’, dat in de Antwerpse homotent Boots Club een groepje Gay Skins verzameld had – linkse, homoseksuele skinheads. Een afvaardiging van Combat 18 had er korte metten mee gemaakt: ‘Met een baseballbat hebben ze die homo’s van achteren aangevallen. En maar kloppen en maar slaan. Achteraf bleven de slachtoffers voor dood op straat liggen.’ Nog volgens de ‘Telefacts’-getuige was Boutens er toen niet bij. ‘Hij kon niet meegaan: er was zogezegd niet genoeg plaats in de auto. Typisch.’

SUICIDALE TREKJES

‘Welk is dat/ Wat wij zo graag het leven noemen?/ Een vonk/ Een vlam/ Een Geest/ Die wij in zijn onvatbaarheid roemen?/ Drie miljard slagen/ ’t Mensenhart gemiddeld klopt/ Eer’t telt zijn dagen/ En in stilte zijne slagen stopt...’

Zo begint het gedicht ‘Novalis’, waarin Tomas Boutens, naar het voorbeeld van de grote Duitse romantische dichter, de vergankelijkheid bezingt van het leven, dat als een ijle koortsdroom aan ons voorbijtrekt. Op zijn Netlog-adres staan verscheidene gedichten uit de twee bundels van zijn hand, allemaal in dezelfde plechtstatige en hoogdravende taal. Weinig verhuld is de levensmoeheid, en minstens even duidelijk: de noodzaak van strijd – tot de dood erop volgt. Het martelaarschap schrikt de dichter niet af.Source:Caption

Boutens loopt al lang met zijn ziel onder zijn arm. Als jonge tiener gaat hij naar school, het VKO in Opwijk, in zwarte kleren met daaronder de obligate legerkistjes. Hij verdiept zich in satanisme, dweept met noordse mythologie, brengt hakenkruisen op zijn kaft aan, en: verminkt zichzelf. Hij kerft met een mes in zijn aderen, en op de speelplaats bonkt hij met zijn hoofd tegen de muur. ‘Tegenwoordig gebeurt het wel meer,’ zegt een leraar, ‘dat tieners openlijk suïcidale trekjes vertonen, toen was het de eerste keer dat we ermee werden geconfronteerd. We wisten niet zo goed wat we ermee aan moesten. De directeur van de school was ook de oom van Tomas: dat maakte het extra delicaat.’

Het gaat in die jaren van kwaad naar erger met de jonge Boutens. Verdenking van brandstichting in een kapelletje, grafschennis, en uiteindelijk legt hij op zijn zeventiende de hele school in de as. Het VKO gaat in rook op als Boutens, tijdens een nachtelijke inbraak, op een oud rapport met slechte cijfers stuit. Hij steekt het in brand en gooit het weg. Bij de inbraak wordt hij geassisteerd door twee andere jongens. Zij komen met gemeenschapsdienst vrij. Boutens wordt van school gestuurd, en verdwijnt in een jeugdinstelling.

‘De anderen waren rustige en kalme jongens,’ volgens de leraar. ‘Dat is later ook gebleken: ze hebben geen narigheid meer uitgehaald. Maar Tomas was ‘een speciale’. Het idee was dat hij de anderen op sleeptouw had genomen. Hij had hen zover gekregen.’

DE HAMER VAN THOR

Na zijn verblijf in de instelling wordt de brandstichter bewakingsagent, zo verklaart hij zelf in een politieverhoor. Maar algauw lonkt het leger. ‘Ik ben beroepsvrijwilliger sedert 1999,’ zegt Boutens zelf – sinds zijn achttiende, dus. ‘Ik ben een tijdje niet meer bij het leger geweest wegens blessure, maar sedert maart 2001 ben ik er opnieuw.’ De werkelijkheid is iets prozaïscher. Hij slaagt niet voor zijn toelatingsexamen als beroepsvrijwilliger, en na een halfjaar moet hij ontslag nemen. Eén jaar later – in 2001 – mag hij een nieuwe poging ondernemen, en slaagt wel.

Hij belandt bij de paracommando’s in Leopoldsburg, soldaten die worden ingezet bij zware conflicten in brandhaarden over de hele wereld. Fighters. Boutens – 1.91 meter voor 85 kilogram – vindt er onmiddellijk zijn draai. Hij staat bekend als een modelsoldaat, een excellente schutter, een man van stavast die voor anderen door het vuur gaat: hij wordt door zijn collega’s op handen gedragen. Hij leeft voor zijn baan, en probeert zoveel mogelijk vrienden en kennissen te overtuigen om ook voor een bestaan als beroepsmilitair te kiezen. Intussen verkondigt hij zijn hoogstpersoonlijke ideeën: hij droomt van de wedervereniging van de Nederlanden, pleit voor een zuivere Arische staat en laakt de perfide rol die de Joden in de wereldorde zouden vertolken. ‘In het leger wist iedereen waarvoor Tomas stond,’ zegt een collega. ‘Hij maakte daar zelf ook geen geheim van.’

De collega-soldaat «Extreemrechts is geen probleem in het leger. Tijdens de selectieproeven stelden ze mij een vraag over het runeteken op mijn schouder: ‘Wat is dat?’ Ik zeg: ‘Iets Vlaams-nationalistisch.’ En dat was het dan: er kwamen geen vragen meer.»

In het leger ronselt Boutens ook voor Combat 18/BBET.

De soldaat «Dat deed hij subtiel. Hij vatte post bij de blokken van de nieuwe rekruten en bleef daar zwijgend staan. Zelf sprak hij niemand aan; hij wachtte tot je hém aansprak. Om zijn hals droeg hij een kettinkje, met daaraan de hamer van Thor. Wie een beetje in de wereld van extreemrechts thuis is, weet dan wel wat voor type je bent.

»Ik sprak hem aan. Eerst ontkende hij dat hij hetzelfde gedachtegoed als ik had. Later, toen hij merkte dat ik bepaalde tatoeages droeg, verdween zijn wantrouwen geleidelijk. We spraken over het nationaal-socialisme, er ontstond een band. Tomas is niet het type dat je het achterste van zijn tong laat zien, maar áls hij je vertrouwt, krijg je veel te horen.»

Boutens begon ook over zijn wapentrafiek. En wat hij daarmee van plan was.

De soldaat «Hij bezat zelf vrij veel wapens, maar een deel stond bij een vriend van hem, Noël D.B. – samen met Joeri Van der Plas en Boutens dé kopman van BBET (D.B. was ook betrokken bij de aanslag op de Egyptenaar; in datzelfde jaar volgde hij in de kazerne van Leopoldsburg vier maanden lang een opleiding als militair, red.). Bij Noël kon je alles krijgen: long rifles, Glock-pistolen, peppersprays, boksbeugels, noem maar op. Tomas smokkelde geregeld wapens van buitenaf de kazerne in om ze te verkopen. Met dat geld kon hij dan weer nieuwe wapens kopen.

»In 2002 zijn Tomas en Noël naar Zweden gereisd, voor de jaarlijkse herdenking van een vermoorde skin. Daar zijn ze behoorlijk onder de indruk van teruggekeerd. Ze hadden er massa’s wapens gezien, straf spul: machinegeweren, uzi’s. ‘Dat moeten wij ook hebben,’ zeiden ze. En ze zijn die dingen gaan verzamelen, beetje bij beetje, want ze wilden niks ondernemen voor ze sterk genoeg stonden. Tomas zou nooit een onverantwoord risico hebben genomen. ‘Nee,’ zei hij, ‘rustig aan, onze tijd komt nog wel.’ En de wapenvoorraad werd almaar groter.

»Over aanslagen sprak hij op een verdoken manier. ‘We moeten doen,’ zei hij, ‘alsof het niet van extreemrechts komt. Je moet het volk aan je kant krijgen. Het ideaal is, dat ze zich uiteindelijk tegen je vijand keren.’ Daar ging het ’m om: de massa op zijn hand krijgen.»

In de media vielen na de arrestaties van begin september 2006 de namen van Abou Jahjah en Filip Dewinter als mogelijke doelwitten. Een aanslag tegen Dewinter zou onvermijdelijk het vermoeden doen rijzen dat extreemlinks erachter schuilging; het idee was om de publieke opinie op die manier rijp te maken voor een rechtse machtsovername. De soldaat schudt het hoofd. ‘Een aanslag tegen Dewinter? Dat geloof ik nooit. Het Vlaams Belang is in de ogen van BBET veel te soft, maar het zijn géén volstrekt gescheiden werelden. Ook bij het Belang heb je nog behoorlijk extreme mensen, alleen mogen ze daar niet openlijk voor uitkomen. Filip Dewinter is één van hen, jazeker.’

Hoe dan ook waren geduld en voorzichtigheid de ordewoorden. ‘In de zomer van 2003 hebben ze aan de kust kogelhulzen gevonden onder de tribune waarop koning Albert moest plaatsnemen voor een parade. Tomas is daarover ondervraagd door de militaire inlichtingendienst. Toen wist hij zeker dat ze hem in de gaten hielden.’

GESPREKKEN MET DEWINTER

Er was nog iemand die droomde van aanslagen die België zouden ontregelen: Jürgen Goris, de jonge neonazi uit Bonheiden. ‘Tijdens cafégesprekken was dat het vaste thema,’ zegt insider 3. ‘Den Bolle kon er niet over zwijgen. Vreemdelingen moesten worden aangepakt, en corrupte politici ook – zonder medelijden. Het leek op grootspraak, maar tegelijk twijfelde je: is het écht onmogelijk? Gasten als Den Bolle hadden allemaal een kortsluiting in hun kop. Ze zijn tot alles in staat.’ Ook een aanslag tegen Dewinter? Insider 3 lacht: ‘Dat niet, nee.’

Goris en Dewinter zijn verscheidene keren samen gesignaleerd. Vader Francis Goris zei daarover in Humo 3432 al: ‘Onze Jürgen heeft een paar keer iets met Dewinter gedronken, ja, maar meer weet ik ook niet – ik was er niet bij.’ Jürgen Goris gaf dat ook toe, zij het schoorvoetend. In een brief schreef hij letterlijk: ‘Ik heb Phillipe Dewinter nooit echt gesproken. Buiten op congressen dat ik hem een hand ging geven. En er dan een kort gesprek mee hield.’

Dewinter zei: ‘Ik sluit het niet uit.’

Dat doet hij inderdaad maar beter niet. Want ook de toenmalige advocaat van Goris, Frank Scheerlinck, bevestigt wat hij op het assisenproces heeft gehoord: ‘Dewinter en Goris hebben minstens twee keer iets met elkaar gedronken. In een taverne in Mechelen. Volgens mijn cliënt spraken ze over ideologie. Op het proces heeft hij verklaard dat hij werd ingelijfd door het Vlaams Blok.’

De ontmoetingen van Dewinter met de achttienjarige Goris zouden hebben plaatsgevonden in het jaar tussen de aanslag op de IJzerbedevaart en de dubbele moord op de scoutsfuif, tussen augustus 2001 en augustus 2002 dus.

En wat het Vlaams Blok – intussen Vlaams Belang – ook beweert: Goris was op het moment van de moorden níét geschorst als partijlid. Alleen: hij had zijn lidgeld nog niet betaald. En dus heeft de partij zijn schorsing geantedateerd: hij was zogezegd al geschorst na de aanslag op de IJzerbedevaart van 2001. Maar, zegt meester Scheerlinck: ‘Goris was helemaal níét gebrouilleerd met de partij. Integendeel: na de dubbele moord hoopte hij dat de advocaten van de partij hem zouden verdedigen. Dat is uiteindelijk niet gebeurd – te delicaat, neem ik aan. Uiteindelijk is hij bij mij gekomen: een advocaat van het kantoor van Piet Van Eeckhaut, een huis van linkse signatuur.’ Feit is: op het moment dat Goris gearresteerd wordt, heeft hij het telefoonnummer van Bart Siffert, het hoofd van de juridische dienst van het Vlaams Belang, in zijn mobieltje zitten.

Insider 1 heeft weet van nog andere gesprekken tussen Goris en Dewinter: in het roemruchte café De Leeuw van Vlaanderen, de pleisterplaats van extreemrechts in Antwerpen. ‘In De Leeuw van Vlaanderen heerste geen animositeit tussen Combat 18, Blood&Honour en Vlaams Blok: iedereen ging vriendelijk met elkaar om. Dewinter zat daar geregeld, en Den Bolle kwam er ook. Die twee hebben met elkaar gesproken, zoals Dewinter dat met iederéén van ons heeft gedaan. Hij probeerde ons te winnen voor zijn partij. Voor de security op betogingen, zeker? Dat moest toen via het café gaan, er bestond nog geen internet.’

Of Tomas Boutens lid van het Vlaams Blok is geweest, is onduidelijk. Blokwatch heeft het gerucht niet bevestigd gekregen. En in het bijzijn van medestanders spuwde Boutens meestal op de ‘lafheid’ van de partij. Facebook leert wel dat Marie-Rose Morel één van de zesentwintig ‘vrienden’ van Boutens is, maar dat zegt natuurlijk nog niks.

BOBBEJAANLAND

In het onderzoek naar de dubbele moord op de scoutsfuif werd Goris door zijn oude gabbers afgeschilderd als een ongeleid projectiel. Een jongen die, door toedoen van drank en drugs, ontspoord was. Een tikkende tijdbom van frustratie, een sukkelaar, een kleine garnaal binnen extreemrechts. Maar: dat beeld strookt niet helemaal met de werkelijkheid. Verscheidene bronnen bevestigen dat Goris in de gevangenis nog altijd bezoek krijgt van de top van Blood&Honour Vlaanderen. Er is ook sprake van een benefietconcert, en een rekening waarop de vrienden van vroeger geld storten.

Natuurlijk was Den Bolle zelf geen leider, daarvoor was hij te onbezonnen en te driest. Maar hij was wel een nuttige kracht, en zo stond hij ook bekend bij de top van Blood&Honour Vlaanderen én Combat 18/BBET. Enkele weken voor de dubbele moord was hij, volgens insider 1, tot de top van Combat 18 toegelaten. Hij moest zich bewijzen, wat hem zenuwachtig maakte. Humo kent verhalen uit die weken waarin Goris te pas en te onpas met wapens zwaait. In die periode moest hijzelf ook jonge rekruten ronselen.

Goris en Boutens kennen elkaar. Ze hebben samen slag geleverd op de IJzerbedevaart van 2001 – zoals de staatsveiligheid al gesignaleerd had in de brief aan het Mechelse parket – en ze ontmoetten elkaar geregeld. ‘Enkele dagen voor de dubbele moord,’ zegt insider 1, ‘is Den Bolle nog met Boutens en zijn vrienden naar Bobbejaanland geweest.’

‘Jürgen Goris was niet graag gezien,’ zegt insider 2. ‘Hij was vervelend: hij liet zich op kinderlijke wijze gelden. Om zich te bewijzen, zeker? Hij was het manusje-van-alles van Tomas, en de zwartepiet als het fout liep. Tomas fokte de boel graag op, zoals op de IJzerbedevaart, en Jürgen draaide ervoor op. Tomas is een manipulator. En Jürgen is impulsief, dat weten we allemaal.’

Vrijdag 2 augustus 2002, één dag voor de moord, verlaat Jürgen Goris zijn werk om in zeven haasten een revolver te kopen – het moordwapen voor ’s anderendaags. Daar heeft hij uiteenlopende verklaringen over afgelegd, maar uiteindelijk heeft hij toegegeven dat hij het wapen van Tom D. had gekocht, die het op zijn beurt van Jef L. had. D. en L. zijn allebei portiers. En: ze behoren allebei tot BBET.

Waar L. het wapen vandaan had, is niet bekend. Hij zou het van ‘een neger’ hebben afgepakt, verklaarde hij, maar dat klonk wel erg veel als een flauwe smoes. De staatsveiligheid had in augustus 2002 vernomen dat het wapen afkomstig was uit ‘hogere kringen’ – van Joeri Van der Plas of Tomas Boutens. Insider 2: ‘Natuurlijk kan het Tomas zijn geweest: de mééste wapens kwamen van bij hem.’

CAFÉRUZIE OF AFREKENING?

Hoe meer je nadenkt over de dubbele moord in Onze-Lieve-Vrouw-Waver, hoe meer elementen in de richting van een nieuw en intrigerend scenario wijzen. Zou het kunnen dat Goris, al dan niet opgestookt door zijn extreemrechtse vrienden, bewust naar de scoutsfuif is gegaan om Tim Tobback te doden? Dat hij hem geprovoceerd heeft door wat met zijn revolver te zwaaien en hem zo uit de massa gelokt heeft om hem zonder lastige getuigen te kunnen elimineren?

Er zijn argumenten die dat scenario kracht bijzetten. Er is het nieuwe wapen dat hij amper één dag eerder had aangeschaft. Er is de snelheid van uitvoering van de moorden – hij was amper een kwartier op de weide. En er zijn de hardnekkige leugens van Goris over zijn relatie met Tobback. ‘Ik kende hem niet,’ heeft hij altijd volgehouden. Dat is dus fout. Enkele maanden daarvoor had Tobback, als securityman, Goris nog uit De Boesjkammeree gezet, een café aan het Mechelse station. Goris had daar weed gerookt en zijn hond mee naar binnen genomen. En even daarvoor was hem hetzelfde overkomen, in een ander café in de Mechelse stationsbuurt, waar hij de Hitlergroet had uitgebracht. Ook toen was Tobback de man die hem met dwingende hand naar de uitgang loodste.

En dat waren niet hun eerste schermutselingen. Vier jaar daarvoor waren de twee al eens slaags geraakt. ‘Ik weet niet waarom,’ zegt Wilfried Tobback, de vader van Tim. ‘Dat wilde Tim niet vertellen.’

Vader Tobback heeft weet van nog meer geweld. ‘Ik herinner me de eerste dag dat onze Tim was gaan portieren in La Rocca in Lier. Hij kwam thuis en zei: ‘Vanavond moet je maar eens naar het nieuws kijken.’ Bleek dat hij beschoten was. Nog later hebben ze op een keer allemaal hakenkruisen op zijn BMW geschilderd.’

Vader Tobback sluit niet uit dat het drama op de scoutsfuif een veldslag was in de portieroorlog die toen woedde. Ook het andere slachtoffer, Thierry De Rydt, had enkele maanden daarvoor ternauwernood een aanslag overleefd: ‘Op de parking van The Reflex in Westerlo hebben ze in april 2002 geprobeerd Thierry overhoop te rijden.’

Het zou in Onze-Lieve-Vrouw-Waver weleens een territoriumgevecht geweest kunnen zijn. ‘Op die wei,’ zegt insider 4, ‘ging het om wapens, drugs en politiek. Tim Tobback wist van misdaden van ‘het andere kamp’. Hij wist te veel. Vandaar dat hij uit de weg is geruimd.’

FIGHT CLUB

Eén argument lijkt de stelling van een territoriumoorlog om drugs en wapens tegen te spreken: Tomas Boutens heeft zich altijd gepresenteerd als een rabiaat tegenstander van drugs – in zijn heilstaat was geen plaats voor geestesverruimende middelen. Maar: ook hier heeft hij stilaan de schijn tegen. Na de aanslag op de IJzerbedevaart verklaarde één van de aangehoudenen, Vanessa R., dat het geld dat van het slachtoffer gestolen was, zo’n veertigduizend frank ‘en een deel dollars’, was opgegaan aan speed, xtc en weed. De drugs werden onder zeven mensen verdeeld met de bedoeling ‘ze te verkopen’.

En er is meer. De ex-vriendin van Boutens, Tamara V.A., heeft speurders over de vloer gekregen in het kader van een huiszoeking naar drugs. En Joeri Van der Plas, de nummer één van BBET, is opgepakt op verdenking van handel in anabolica. Hij viel door de mand toen hij in mei 2006 bij een overval in het Nederlandse Delft een bonnetje van een slagerij in zijn woonplaats Dendermonde achterliet. Bij die overval gingen Van der Plas en zijn metgezel, Robin R., niet bepaald zachtzinnig tewerk. Met een tuinschaar knipten ze het haar van een vrouw af, en de pink van een man. Het koppel zou hen in de weg hebben gezeten bij hun anabolicahandeltje. Foutje: achteraf bleken de slachtoffers niks met drugshandel te maken te hebben.

De overvallers hadden zich van adres vergist.

Robin R. is ook lid van BBET. Hij belde zeven keer en sms’te twee keer met Goris in de nacht van de dubbele moord. Gazet van Antwerpen schreef over de overval in Delft: ‘In die handel zou Joeri V. samenwerken met onder anderen Tomas B. uit Buggenhout. Volgens de parketwoordvoerder leverde een huiszoeking bij B. bezwarende elementen op.’

Insider 2 «In principe waren we tegen drugs, maar met drugs is veel geld te verdienen. Zo eenvoudig is het.»

Insider 1 «Anabolica is niet hetzelfde als drugs: het is een middel om aan te sterken, punt uit. Joeri is het gaan gebruiken omdat hij aan cagefighting deed, gevechten op afgelegen plekken in de buurt van Dendermonde waarin alles toegestaan was. Zoals in de film ‘Fight Club’, ja. Joeri nam af en toe een kuurtje, Noël ook – voor die gevechten. Het grappige is: de leverancier van het spul was een Marokkaan.’ »

Insider 1 vertelt nog een verhaal dat de dubbele moraal van het extreemrechtse clubje illustreert: ‘Op het carnaval van Aalst had iemand drugs aangeboden aan de vrouw van Joeri Van der Plas. Ze zijn die persoon met zijn drieën gaan zoeken, en ze hebben hem een vingerkootje afgehakt.’

Insider 1 «De verkoop van drugs en wapens leverde een aardige stuiver op. Daarnaast stortte iemand af en toe een aanzienlijk bedrag voor BBET, veertigduizend frank of zo – anoniem.»

Insider 2 «Tomas Boutens kwam tussenbeide in drugsdeals, of hij líét tussenbeide komen: hij wilde het crapuul mores leren. Maar het geld hield hij wel voor zich.» Insider 1 «Voor zulke dingen kwam Den Bolle goed van pas. Hij moest zich bewijzen bij de grote jongens. Hij werd gek gemaakt om vuile klusjes voor hen op te knappen.»

ENGEL DER WRAKE

Inmiddels is Tomas Boutens alweer op vrije voeten. Een klein jaar heeft hij in voorarrest gezeten.

Bij het leger is Boutens niet meer welkom. Na een ‘bewarende schorsing’, het gevolg van zijn arrestatie in 2006, is hij begin 2008 ontslagen. Hij zou nu in de security werken.

Intussen gonst het van de geruchten dat het parket weinig zwaarwichtigs tegen Boutens heeft. Veel van zijn wapens waren vergund, door de gaten in de nieuwe wapenwet valt er behoorlijk wat met terugwerkende kracht te regulariseren, en dan is er nog de fel omstreden BOM-procedure, waardoor al eerder gangsters op vrije voeten kwamen. De kamer van in beschuldigingstelling onderzoekt momenteel of alles conform die wet op de Bijzondere Opsporingsmethoden is gebeurd, en zal Boutens daarna doorverwijzen naar de rechter. Maar, zegt iemand die dicht bij het onderzoek staat: ‘De kans is groot dat zijn tijd in voorhechtenis van zijn eventuele straf wordt afgetrokken, en dat hij na zijn proces een vrij man is.’

Als Humo via Netlog contact met Tomas Boutens opneemt, is die niet geneigd te spreken: mag niet van het gerecht. Of het misschien via zijn advocaat kan? ‘We zullen zien,’ antwoordt hij cryptisch. ‘Audi multa, loquere pauca.’ Humo: ‘Durf veel, maar spreek weinig – heb ik dat goed begrepen?’ Het antwoord laat niet lang op zich wachten: ‘Uw vertaling is incorrect (Boutens heeft gelijk: ‘Hoor veel, maar spreek weinig’ is de juiste vertaling, red.). Dit als bewijs beschouwende van uw journalistieke capaciteiten dien ik te melden dat ik u niets te vertellen heb.’ Einde discussie.

De insiders vertellen dat BBET tegenwoordig een sluimerend bestaan leidt. De beklaagden zijn enigszins geschrokken van wat hen de voorbije jaren is overkomen. Joeri Van der Plas zou zich hebben teruggetrokken. Noël D.B. is zijn opvolger. En Tomas Boutens? ‘Lupus staat nog altijd pal,’ zeggen ze. ‘Die zal nooit veranderen.’

Op zijn Netlog-adres geeft Boutens blijk van onverminderde strijdbaarheid. Ooit, dicht hij, wordt het anders. Uit een gedicht van december 2008: ‘Wanneer het tij komt tot keren/ In tijd van wolven en tijd van speren/ Dan naast ons vane wapp’rend in stormwind/ Broeder broeder vindt.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234