Van jihadist tot terreurexpert Montasser AlDe'emeh: 'Ik zit tussen twee vuren: de politie die me intimideert en IS die me bedreigt'

Terreurexpert Montasser AlDe’emeh (26) was tien jaar geleden een Belgisch-Palestijnse puber met extremistische, gewelddadige gedachten, klaar om zichzelf op te offeren. Vandaag is hij als islamoloog één van de meest gevraagde stemmen in het terreurdebat in België en Nederland en bestudeert hij de beweegredenen van Syriëstrijders.

'De eerste Syriëstrijders waren gewoon gefrustreerd, de vertrekkers van vandaag zijn anders: zij weten perfect tot welke gruwel IS in staat is'

Natuurlijk keurt hij het niet goed. Hij veroordeelt het hartsgrondig. En hij waarschuwt al een jaar dat Belgische Syriëstrijders zullen terugkeren om aanslagen in Europa te plegen. ‘Dat inzicht kwam er nog vóór de aanslag op Charlie Hebdo, toen de coalitie bommen begon te gooien op IS.’

Montasser AlDe’emeh haalde vorige week het wereldnieuws, toen hij op een hardhandige manier werd opgepakt door de Brusselse politie. De terreurexpert kwam net van een vergadering met de commissie Binnenlandse Zaken in het Vlaams Parlement, en werd tegen de zijkant van zijn zwarte Mercedes gekwakt en behandeld als een voortvluchtige terrorist. Robert Fisk, grand reporter van The Independent, nam het uitdrukkelijk voor hem op. ‘AlDe’emeh heeft meer voor onze veiligheid gedaan dan alle officiële Belgische instanties samen,’ zei Fisk. ‘De politie zou er beter aan doen zijn boek te lezen.’

AlDe’emeh is één van de weinige terreurexperten die Belgische Syriëstrijders in hun bloederige biotoop ging opzoeken, om te achterhalen wat hen dreef. Na de aanslag op Charlie Hebdo opende hij een centrum voor deradicalisering in Mechelen, waar hij, als ervaringsdeskundige, jongeren die van de martelaarsdood dromen, op betere gedachten probeert te brengen. In het boek waar Fisk naar verwees, ‘De jihadkaravaan’, heeft AlDe’emeh samen met journalist Pieter Stockmans zijn levensverhaal opgetekend. Het is een pil waarmee de islamoloog momenteel volle zalen trekt in Vlaanderen. En het geeft een antwoord op de vraag die velen zich inmiddels stellen: wie is die Montasser AlDe’emeh eigenlijk?

HUMO Montasser AlDe’emeh, in je boek leren we dat je familienaam eigenlijk niet AlDe’emeh is, maar Yousef; dat je geboorteplaats niet Jeruzalem is, zoals je paspoort vermeldde, maar een Jordaans vluchtelingenkamp; en dat je niet in 1988, maar in 1989 geboren bent. Dat is om identiteitscrisissen vrágen.

Montasser AlDe’emeh «Klopt (lacht). Het lijkt alsof ik al drie levens achter de rug heb, zo turbulent is het allemaal geweest. Ik ben geboren in een Palestijns vluchtelingenkamp in Jordanië. Mijn ouders waren daarheen gevlucht in 1967, nadat de Israëli’s hun huis en hun grond hadden afgepakt. Mijn vader heeft er een levenslange, diepe haat tegenover Israël aan overgehouden. Toen we in 1991 met het gezin naar België kwamen en ik als 5-jarige ingeschreven moest worden in de gemeente Aalst, loog mijn vader dat ik in Jeruzalem geboren was, omdat hij per se wilde dat zijn jongste zoon een band had met de Palestijnse strijd. Mijn moeder maakte me een jaar ouder dan ik was omdat ze niet wilde dat ik vanwege de taalachterstand een jaar zou verliezen op school. En mijn vader doopte me Yousef omdat hij niet van de naam AlDe’emeh, de naam van de clan die Palestina vergeten was, hield.»

HUMO Kon dat zomaar?

AlDe’emeh «Ja, omdat er geen geboorteakte van mij bestond – het heeft trouwens tot 2001 geduurd eer ik erkend werd als Belg. Onze situatie in dat Palestijnse vluchtelingenkamp in Jordanië was heel problematisch. Ik was de jongste van tien kinderen, we woonden met z’n allen in een piepkleine kamer en mijn moeder had zoveel werk dat ze zelfs geen tijd had om me in te schrijven. Mijn vader zagen we bijna nooit – die was in Duitsland om te werken.

»Toen ik geboren werd, zat mijn oudste broer Bassam in een Palestijns trainingskamp in Libië, om er als duiker te trainen voor de fedayeen, de zelfopofferaars. Dat waren Palestijnse nationalistische militanten die werden opgeleid om aanslagen te plegen in Israël. Mijn broer zat in zijn laatste jaar computerwetenschappen en heeft alles plots achtergelaten om daar te gaan trainen. Hij is vertrokken zonder iets aan mijn moeder te vertellen, die natuurlijk duizend angsten uitstond voor haar zoon. Het was net in de periode dat ik borstvoeding kreeg. De angst en het verdriet van mijn moeder vergiftigde de moedermelk, en ik ben er zo ziek van geworden dat ik naar het ziekenhuis moest.»

'Op mijn kamer hing een poster van Osama bin Laden. Want hij had gezegd: 'Palestijnen, we zullen jullie niet in de steek laten''

HUMO Hééft je broer een aanslag gepleegd?

AlDe’emeh «Nee. Uiteindelijk is hij teruggekomen, uit compassie met mijn moeder, die kapotging van verdriet. Al mijn broers en zussen hebben een voorbeeldig leven geleid omdat ze het mijn moeder niet lastiger wilden maken dan ze het al had. Ze was altijd overbezorgd: ze dacht dat er iets met ons zou gebeuren wegens onze ideeën. ‘Hou je haat tegen Israël thuis, binnen vier muren, en draag geen Palestijnse sjaal.’ Tot vandaag. Geen van mijn broers of zussen is nog bezig met politiek. Ze zijn getrouwd, hebben kinderen, werken hard als handelaars. Ik ben de enige die nog bezig is met politiek en jihadisme, als een soort wereldverbeteraar.»

HUMO Je vader droomde ervan dat je politiek activist werd.

AlDe’emeh «Het Palestijnse verzet zit in mijn bloed. Thuis stond Al-Jazeera altijd op, van ’s morgens bij het ontbijt tot ’s avonds als ik ging slapen, met beelden van de intifada, Palestijnse speeches... Als er iets gebeurd was, een aanslag tegen Palestijnen of de Isaëli’s, riep vader me naar beneden om naar de televisie te komen kijken. Weet u waarom? Ik was de jongste, ik werkte met mijn vader op de boerderij terwijl mijn broers en zussen al het huis uit waren. Mijn vader zocht iemand om zijn pijn mee te delen. Hij wilde zijn haat verminderen door ze met mij te delen.»

'In het bos naast onze boerderij maakte ik een hindernissenparcours met boomstronken en prikkeldraad. Oorlog simuleerde ik door bommetjes af te steken. Stilaan begon het idee voor een aanslag te rijpen.'

HUMO Een belangrijk moment was 9/11, toen de aanslagen op de Twin Towers live op televisie waren. Je broers zaten opgewonden te kijken, je zag de fonkeling in de ogen van je vader. Een bevreemdende scène, die je leven veranderd heeft.

AlDe’emeh «Ik was 12 jaar en nog totaal niet bezig met zulke dingen. Pas de volgende dag begon de impact ervan tot me door te dringen. Ik was die ochtend meer bezig met de voetbalmatch Anderlecht-Lokomotiv Moskou die op 1-1 geëindigd was, dan met die twee torens. Maar toen ik op school kwam, voelde ik dat de sfeer anders was. De leerkrachten waren allemaal in shock, er hing een rare stilte in de lucht. In de klas begon de leerkracht onmiddellijk over de torens. En over de televisiebeelden van feestvierende Palestijnen, die blij waren met de terreuraanslag. ‘Wat vind jij daarvan, Montasser?’ vroeg de leerkracht. Ik was de enige Palestijn op school, en iedereen keek in mijn richting.»

HUMO Een soortgelijk verhaal hoorden we van filmregisseur Adil El Arbi, die toen op een chic Antwerps college zat: ‘De dag na 9/11 moest ik me op de speelplaats verantwoorden.’

AlDe’emeh «Ik heb net hetzelfde gevoel gehad. En misschien is het net daardoor dat 9/11 voor mij een soort politieke awakening betekende. Ik begon de eerste pagina’s van de krant te lezen in plaats van alleen maar de sport. Ik begon boeken te lezen over de Palestijnse staat, over het Palestijnse volk. Ik hing de foto van Osama bin Laden op in mijn kamer. Want hij had gezegd: ‘Palestijnen, we zullen jullie niet in de steek laten.’ Ik was ook een supporter van Al-Zarqawi, de oprichter van Al-Qaeda in Irak.»

HUMO Hij was de eerste die een onthoofdingsvideo de wereld instuurde om de vijand – het Westen – angst in te boezemen.

AlDe’emeh «Precies. Maar die gruwel ging aan mij voorbij. Ik beschouwde het als minder belangrijk. Ik focuste me op het onrecht, op mijn eigen miserie. Ik zag iemand vechten tegen mijn vijand: onthoofdingen of niet, dat kon me niet schelen. En dáár begint het. Mensen vragen zich af hoe die jonge Syriëstrijders zo’n gruwel kunnen accepteren, maar ze liggen er gewoon niet wakker van. Ze negeren het, zoals ik deed. Al-Zarqawi was een man die tegen de Amerikanen vocht, die kon niet slecht zijn!

»Ik begon ook te lezen over andere verzetsbewegingen en identificeerde me met iedereen die vocht tegen onrecht en gezag. Onder de foto van de vrome Bin Laden en die van Che Guevara hing een poster van de schaars geklede RAF-militante Gudrun Ensslin met een geweer voor haar borsten – ik vond dat romantisch. Zo ging ik een woelige pubertijd in.»

HUMO Je had toen nog geen interesse voor de islam?

AlDe’emeh «Die kwam er pas later bij. We waren thuis niet religieus opgevoed en gingen zelden naar de moskee. Gewoonten in de islam, zoals de ramadan, volgden we enkel als een cultureel gegeven. Ook daarvoor haalde ik mijn kennis dus uit boeken. Stap voor stap werd het islamitische verzet voor mij belangrijker. Hamas, Hezbollah, moedjahedien… Ik spijbelde om in Brussel in een speciaal islamitisch winkeltje cassettes te kunnen gaan kopen met Arabische teksten over de droom van een kalifaat – láng voor het uitgeroepen werd door IS.»

HUMO Merkten ze op school niks van je afwijkende ideeën?

AlDe’emeh «Weinig, ik kon dat goed verbergen, en ik haalde goeie punten. Ik was erg teruggetrokken. Mijn vrienden waren bezig met Britney Spears, ‘Friends’, ‘Big Brother’… Ik begreep niet wat ze daarin zagen. Ik zat in mijn eigen wereld. In de klas stond ik wel bekend als een vervelend ventje dat de leerkrachten in de gordijnen joeg. Ik bootste bijvoorbeeld minutenlang dierengeluiden na in de klas. (Bootst een kip na) Koooootkotkot (lacht).»

HUMO Echt een vervelend ventje.

AlDe’emeh «Maar in plaats van me na de les te vragen waarom ik dat deed, gooiden ze me gewoon op de gang. Terwijl ik het deed om aandacht te trekken, omdat ik me slecht voelde, omdat ik nergens terechtkon met mijn verdriet. Ook thuis niet. Mijn vader heeft me ontzettend hard opgevoed. Ik moest meewerken op de boerderij. Melken, hooi stapelen, de beesten voederen… mijn handen lagen altijd open van het werken met de mestvork. Huilen mocht niet. Je mocht je niet zwak tonen.

»Ik heb heel donkere gedachten gehad in mijn jeugd. Honderden keren zelfmoord overwogen. Ik deed ook aan zelfverminking. Ik wilde domme dingen doen opdat ik zou sterven. Ik reed bijvoorbeeld met mijn brommer door het rood in de hoop dat ik door een auto geschept zou worden. Jaren later, toen ik op vakantie in Jordanië met een auto aan het rijden was, heb ik ook een paar keer gedacht: ‘Nu ga ik op Israëli’s inrijden.’ Ik heb het uiteindelijk niet gedaan omdat er geen in de buurt waren.

»Eén van mijn grootste frustraties als kind was dat ik op een bepaald moment niet meer mocht voetballen van mijn oudere zus, omdat mijn punten op school eronder leden. Ik, die gek was op voetbal en ervan droomde om ooit bij Anderlecht te spelen.»

HUMO Die gefnuikte sportcarrière heb je gemeen met de Antwerpse Syriëstrijder Brian De Mulder, die bij Beerschot speelde en plots uit de club werd gezet. Volgens zijn moeder is het toen fout gelopen.

AlDe’emeh «Ik speelde bij Baardegem en was opgemerkt door Meldert, waar de beste voetballers uit de streek naartoe gaan. Maar ik mocht dus niet meer voetballen van thuis. Mijn droom was verbrijzeld. Ik was kwaad op alles en iedereen. Ik had ook een slechte reputatie bij de politie. Soms hielden ze me tegen omdat ik zonder helm op mijn brommer reed. Dan was ik heel onbeleefd: ‘Geef mij die boete maar, en hou uw mond.’ Ik was tegen elke vorm van gezag. Maar geen slechterik. Ik heb een blanco strafblad.»


Oorlogsbos

HUMO Je bent eigenlijk uit frustratie geradicaliseerd.

AlDe’emeh (knikt) «Alleen, op mijn kamer. Daar speelde ik gevechtsspelletjes op de computer, met Hezbollahliedjes als achtergrondmuziek. Bij elke mens die ik afknalde – in mijn verbeelding zionisten in Tel Aviv – ging er een rilling door me heen. Zo werd ik alsmaar extremer. Op een bepaald moment vond ik in het boek ‘Strijders en strijdsters voor Allah’ een pamflet met een praktische uitleg: hoe kun je je thuis voorbereiden op de jihad? Kijk, ik heb het boek hier nog staan. (Haalt het uit de boekenkast en leest voor) ‘De basistraining voor jihad kan men in elk land uitoefenen. Lichaamsoefeningen vragen weinig of geen materiaal. Probeer drie vaste dagen per week uithouding, kracht, snelheid en behendigheid te oefenen…’»


'Ik héb in Brussel in de ambassade van Iran gezeten, klaar om naar ginder te vertrekken en een aanslag te plegen'

HUMO En toen ben je jezelf voor de jihad gaan trainen in je eigen oorlogsbos. Straf.

AlDe’emeh «Ik had mijn vader ervan overtuigd om het bos naast onze boerderij te huren, zogezegd omdat dat beter was voor onze privacy. Niemand wist dat ik er trainde, ook mijn broers niet. Ik maakte een hindernissenparcours met boomstronken, autobanden en prikkeldraad. Om de vijf minuten stopte ik met lopen om tien keer te pompen. Oorlog simuleerde ik door bommetjes af te steken. Gevechtstechnieken oefende ik door met mijn vuisten op hout te slaan, tot de planken versplinterden. En om mijn overlevingstechnieken te verfijnen vocht ik met fazanten in het bos. Taaie beestjes, kan ik je zeggen.

»Stilaan begon het idee voor een aanslag te rijpen. Ik nam foto’s van mezelf met een Palestijnse sjaal en een geweer – een echt wapen, maar onschadelijk gemaakt. In mijn hoofd zag ik mezelf een aanslag plegen in Israël, voor de kinderen van Palestina.»

HUMO Wist iemand daarvan?

AlDe’emeh «Nee. De mensen dachten dat ik last had van mijn puberteit en in een identiteitscrisis zat (lachje). Ik kon het goed camoufleren. Op school haalde ik goeie resultaten, thuis was ik vriendelijk. Maar op mijn kamer speelde ik loeiharde Hezbollahgezangen en danste ik totaal opgefokt op de Israëlische vlag, die ik in mijn kamer had gelegd als deurmat. Daarom zeggen mensen altijd over geradicaliseerde jongeren: ‘We hadden het niet zien aankomen.’ Omdat ze het verbergen voor de buitenwereld, ook voor hun familie.»

HUMO Je bent op een bepaald moment op zoek gegaan naar een netwerk dat je zou rekruteren.

AlDe’emeh «En ik heb het gevonden ook. Ik heb in Brussel in de ambassade van Iran gezeten, klaar om naar ginder te vertrekken, te gaan trainen en aanslagen te plegen. Ik had zelfs mijn tas al gemaakt.»

HUMO Waarom ben je uiteindelijk niet gegaan?

AlDe’emeh «Mijn familie heeft me tegengehouden. Mijn vader heeft me gesmeekt. Mijn moeder huilde. En mijn broer heeft me in elkaar geslagen (lachje). Mijn punt is: niemand wordt als extremist geboren. Waarom doet een jongere zoiets? Het zijn wanhoopsdaden. Lees mijn verhaal: het heeft allemaal te maken met frustraties, omstandigheden.»

'Zonder alles wat ik zelf had meegemaakt, was ik nooit naar Syrië getrokken om daar te proberen achterhalen wat die jongens en meisjes bezielt.'

HUMO Moet je het zelf meegemaakt hebben om geradicaliseerde jongeren die bij IS gaan vechten, echt te kunnen begrijpen?

AlDe’emeh «Ik denk het wel. Zonder alles wat ik heb meegemaakt, was ik nooit naar Syrië getrokken om daar te proberen achterhalen wat die jongens en meisjes bezielt. Intussen ben ik erachter dat dé reden niet bestaat. Er spelen zoveel verschillende factoren mee. Maar bepaalde mechanismen zijn altijd hetzelfde. Kwaad zijn op de wereld. Verontwaardigd zijn over onrecht. Je plaats niet vinden tussen twee werelden. Het is niet zo dat die dingen een jihadist van je maken. Maar je wordt er wel door geïsoleerd van de maatschappij, eerst mentaal, dan ook fysiek. De basis van het vertrek naar Syrië is het isolement. En dat had ik ook. Was er in Baardegem toen een netwerk actief geweest zoals Sharia4Belgium, dan was ik zeker vertrokken. Of misschien was ik er de leider van geweest (lacht). Al had ík het wel op een andere manier gedaan, want Sharia4 Belgium was een beetje marginaal. Te veel provoceren, te weinig intellect. Bij mij ging het over méér dan alleen religie. Het ging over politiek, over de maatschappij.»

HUMO Vind je nu dat Sharia4Belgium jongeren heeft gerekruteerd of niet? In interviews zeg je soms ja en soms nee.

AlDe’emeh «In de beginperiode heb ik empathie getoond, nadien heb ik meer afstand genomen. Maar ik vind het nogal gemakkelijk om te zeggen dat iemand ‘gemanipuleerd’ is door een ander. Fouad Belkacem heeft zichzelf geradicaliseerd, toch?

»En ik vraag me af: zouden die jongeren zonder Sharia4Belgium niet vertrokken zijn? Natuurlijk wel! Het gaat om religieuze en ideologische overtuiging. Neem Abdelmalek Boutaliss, de jongen uit Kortrijk met wie ik tot het laatst contact heb gehouden: hij heeft zichzelf opgeblazen in Irak omdat hij verlossing hoopte te vinden. Ik heb een foto gezien van IS-strijders die samen bidden. Wel, die ene foto kan jongeren ertoe aanzetten naar Syrië te gaan.»

HUMO Omwille van de samenhorigheid?

AlDe’emeh «Het gaat om identiteit, ideologie en duidelijkheid: wij tegen zij. Waarom zouden 70 Belgische Syriëstrijders anders sneuvelen voor hun project?»

HUMO Je bent geëvolueerd in je beoordeling van de Syriëstrijders. In 2014 zei je: ‘Ze gaan niet noodzakelijk om te vechten, wel om een nieuw leven te leiden in het kalifaat.’ Nu zeg je: ‘Syriëstrijders zijn tien keer erger dan oostfronters.’

AlDe’emeh «De eerste vertrekkers gingen vechten uit frustratie om de passiviteit van de internationale gemeenschap in Syrië. Dat was een zeer diverse groep, jongeren met verschillende motieven, van wie er velen zijn teruggekeerd: 130, die niet precies wisten wat ze wilden – anders waren ze wel gebleven. De vertrekkers van vandaag zijn anders: zij weten perfect tot welke gruwel IS in staat is.»

HUMO Na de recente aanslagen in Parijs, op die verdoemde vrijdag 13 november, heb je verklaard: ‘Ik stop met het deradicaliseren van jonge Syriëstrijders: het heeft geen zin meer.’

AlDe’emeh «Intussen ben ik méér dan een onderzoeker, ik ben een rolmodel voor moslimjongeren: ik moest een signaal geven. Ik heb, door naar Syrië te gaan, mijn leven geriskeerd om die jongeren te begrijpen. Niemand is in zijn empathie zover gegaan, maar dat is omdat ik weet: met repressie los je het probleem niet op. Misschien zal het hier wat veiliger worden en vliegen er meer mensen achter de tralies. Maar is daarmee de voedingsbodem voor terreur weggenomen? Ik dacht het niet. (Fel) Ik heb met die gasten geleefd, in Syrië hebben we alles samen gedaan, behalve geschoten. Maar tot vandaag ben ik niet één keer door de burgemeester van Molenbeek uitgenodigd. In België begeleid ik samen met andere vrijwilligers jongeren, gratis en voor niks. Dat komt de samenleving ten goede. Maar wij vragen geen eurocent subsidie van de hardwerkende Vlaming: die wil niet in zulke dingen investeren. Wij blijven liever onafhankelijk, wij hoeven geen subsidies.

»Binnen een paar jaar zal ik een held zijn voor de Vlamingen. Ze zullen beseffen wat ik allemaal doe voor de maatschappij, en ze zullen dankbaar zijn. Honderden jongeren hebben zich het afgelopen jaar laten inspireren door wat ik te vertellen heb. En tientallen jongeren die dachten aan een vertrek naar Syrië, zijn niet gegaan. »

HUMO In het centrum werkte je samen met ex-jihadi Younnes Delefortrie.

AlDe’emeh «Verdiende die jongen geen tweede kans?»

HUMO Als je hoort wat hij in interviews verklaart, lijkt hij niet de meest geschikte begeleider voor een deradicaliseringstraject.

AlDe’emeh «Hij is nooit een begeleider geweest, hij hielp me om contacten te leggen met Syriëstrijders. Nu, na zijn uitspraken in de media is de samenwerking met hem gestopt.»

HUMO Je had niet in de gaten dat hij zo dacht?

AlDe’emeh «Ik wist het wel, maar dat is geen reden om niet samen te werken. Wél als hij daar publiekelijk voor zou uitkomen, want dan zou hij jongeren tot vertrekken aansporen.

»Sommige jongeren die ik begeleid, zijn IS-sympathisanten. Wie zal hen opvangen als wij het niet doen? Sorry, zo’n deradicaliseringsambtenaar zal hen echt niet ompraten. Die begrijpt hen niet. Die vertrouwen ze ook niet. Ook niet alle IS-sympathisanten vertrouwen míj.»

HUMO Ben je nog altijd een vertrouweling nu je stelling tegen hen hebt ingenomen?

AlDe’emeh «Sommigen hebben me bedreigd. Ze noemen me ‘de hond van de ongelovigen’. Ik heb ook doodsbedreigingen gekregen. De politie heeft daar weet van, en toch hebben ze me laatst in Brussel op onbetamelijke wijze gecontroleerd. Ik dacht eerst dat ze niet wisten wie ik was, maar één dag later zei de korpschef: ‘Zijn auto staat geseind.’»

HUMO Korpschef Van Wymersch zei ook dat je, tijdens de controle, op je vrienden bij de staatsveiligheid hebt gezinspeeld.

AlDe’emeh (schatert)

HUMO Is dat niet gevaarlijk voor je?

AlDe’emeh «Met dat soort nonsens brengt hij mijn leven in gevaar. Ik ben nooit op hun uitnodigingen ingegaan. Maar ze kunnen mijn gsm aftappen, ik heb niets te verbergen.»

HUMO Word je afgeluisterd?

AlDe’emeh «In elk geval door de Britse geheime dienst MI5. Toen ik in London Anjem Choudary (de voormalige woordvoerder van islam4UK, red.) ontmoette, volgden ze me bij elke stap die ik zette. Dat weet ik, omdat ik per toeval hun signalen kon opvangen. Ik heb mooie aanbiedingen gekregen van andere buitenlandse geheime diensten.»

HUMO Van de CIA?

AlDe’emeh «Zeg ik niet. Maar ik wil geen deel uitmaken van een geheime dienst of van het beleid.»

HUMO Waar leef je van?

AlDe’emeh «In 2013 ben ik met een doctoraal onderzoek begonnen, eerst voor de Universiteit Antwerpen, intussen voor de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ik hoefde geen beurs, omdat ik me ook maatschappelijk wilde kunnen blijven engageren. In 2014 heb ik meegewerkt aan een project van de KU Leuven om, in opdracht van Binnenlandse Zaken, een onderzoek naar radicalisering uit te voeren. Dat heeft wel wat geld opgebracht, net als mijn stukken en columns voor Knack. En het is waar wat de korpschef zegt: ik heb een zwarte Mercedes – van tien jaar oud. Mag ik?»

'Waarom ik niet voor de veiligheidsdiensten in dit land wil werken? Het zijn amateurs'

HUMO Je bent kwaad, hè?

AlDe’emeh «In november, kort na de aanslagen in Parijs, werd een lezing in Edegem afgelast omdat de organisatie mijn veiligheid niet kon garanderen: ik werd bedreigd door mensen die verbonden waren met de cel in Verviers. Ik sta al enkele maanden op een lijst van IS: ‘Gezocht’. De politie weet dat, en toch behandelen ze me zo. Ik zit tussen twee vuren: de politie die me intimideert en IS die me bedreigt.»

HUMO Was Abdelhamid Abaaoud bij die dreigementen betrokken?

AlDe’emeh «Abaaoud zelf niet, nee, mensen uit zijn omgeving.»

HUMO Abaaoud, de meest gezochte crimineel van België, heeft in alle rust de aanslagen in Parijs gecoördineerd. Hij is achteraf zelfs ter plaatse geweest. Hoe was dat mogelijk?

AlDe’emeh «Begrijpt u nu waarom ik niet voor de veiligheidsdiensten in dit land wil werken? Het zijn amateurs. (Onstuitbaar) Ze kennen de jihadideologie niet, ze spreken geen Arabisch, ze zijn niet op de hoogte. Af en toe sturen ze een prutser naar een verdachte moskee. Een man uit de buurt, die nergens van weet, komt één keer in de maand poolshoogte nemen. Natuurlijk levert dat niks op. Ze hebben ook te weinig middelen. Stel dat ze mij zouden inschakelen, ze kunnen me niet betalen. Nog een bewijs dat ik er niks mee te maken heb: als ik voor de staatsveiligheid zou werken, zou ik IS dan openlijk veroordelen? Nee, want de staatsveiligheid zou daartegen zijn: ‘Zeg zoiets niet: je stoot de jongeren af.’»

HUMO Is je centrum geïnfiltreerd?

AlDe’emeh «Onmogelijk: ik houd, als enige, de database bij (lacht).»

HUMO Moet je die informatie eigenlijk niet delen?

AlDe’emeh «Als ik dat deed, zou ik mijn werk niet meer kunnen doen. Het is het één of het ander: als ik informatie deel, dobbert mijn lichaam over enkele dagen in het kanaal. Trouwens, als jongeren een aanslag willen plegen, zullen ze me niets zeggen.»


Geloof = duiven voeren

HUMO Hoe heb je zelf de klik gemaakt om van dat extremistische gedachtegoed afstand te nemen en te deradicaliseren?

AlDe’emeh «Ik weet het niet precies. Ik werd moe van mijn eeuwige onrust. Ik voelde me nergens thuis, zelfs niet in mijn eigen bed. Als ik ’s ochtends wakker werd, zette ik de tv aan, en zag ik Palestijnse broeders elkaar uitmoorden in Gaza. Ik dacht: ‘Moet ik voor die eikels mijn leven geven?’ Hoe meer onthoofdingsvideo’s ik zag, hoe meer de gruwel ook begon door te dringen. Ik begon te beseffen dat geweld geen oplossing zou bieden. Ik ging arabistiek studeren, en koos als keuzevak inleiding tot het Jodendom. Ik heb Auschwitz gezien, ik ben Joodse boeken gaan lezen, ik heb naar ‘The Pianist’ gekeken. Ik herkende me in het lijden van de Joden, ik zag in dat we allemaal mensen zijn. Kortom: ik heb leren openstaan voor anderen. Ik praat vandaag met iedereen, ongeacht hun ideeën: Vlaams Belangers, sympathisanten van Pegida, N-VA’ers.

»Uit de boeken van Kafka heb ik ook veel opgepikt. Ik werd zot van ‘Het slot’ (lacht). In de biografie van Kafka herkende ik veel: hij, een Jood in Praag, voelde zich nergens thuis, en bij hem lukte het ook niet echt met de vrouwen.

»Misschien heeft ook de liefde een rol gespeeld. Op mijn 13de heb ik, op vakantie in Jordanië, Tina leren kennen. Ik werd smoorverliefd. En ik idealiseerde haar: voor mij was Tina, die in Saoedi-Arabië woonde, het toppunt van zuiverheid en liefde. In de jaren dat ik met geweld koketteerde, was ik bezeten van haar. In mijn slaapkamer in Baardegem ontdekte ik mijn lichaam, zoals dat heet – ik masturbeerde. Seks en geweld gaan samen, hè. Soms masturbeerde ik acht keer per dag. En elke keer voelde ik me ontzettend schuldig. Zeven jaar lang hunkerde ik ernaar om met Tina te trouwen. Ik werkte in het zwart bij een boer om mijn bruidsschat te verdienen.

»In 2009 heb ik me in Jordanië met Tina verloofd, in 2010 zijn we getrouwd. Mijn huwelijk was één grote ontgoocheling: ik ben snel tot de vaststelling gekomen dat ik verliefd was op een idee, niet op een vrouw. Mijn eerste huwelijksnacht heb ik buiten staan huilen. Het was de eerste keer in die zeven jaar dat we alleen waren, en ik kon geen connectie met haar maken.

»We zijn drie jaar getrouwd geweest, het ging niet. Maar ik neem haar niks kwalijk, want ik denk dat die ervaring me ook met beide benen op de grond heeft gezet. Ik besefte dat een idee dat je jarenlang koestert, niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid.

»Maar wat ik wilde zeggen: ik heb gebroken met de haat, ik heb de nuance ontdekt. Ik ga uit van liefde voor alle bevolkingsgroepen. Dat leer je wel als je conflictzones bezoekt: Egypte, Syrië, Libanon, Jordanië, de Golf. In Saoedi-Arabië heeft een man me een aanzoek gedaan. Een mán! Ik heb achter de façade gekeken, inzicht verworven: een Jood kan rechtvaardiger zijn dan een moslim. Een moslim rechtvaardiger dan een verdediger van de verlichting. vandaag lijkt het alsof de verlichting alleen maar goeds heeft gebracht, maar wat is er in de jaren na de Franse Revolutie gebeurd?»

'In 2010 zijn we getrouwd. Maar het was één grote ontgoocheling: tijdens mijn eerste huwelijksnacht heb ik buiten staan huilen.' Met zijn ex-vrouw Tina

HUMO Je hebt rust gevonden in het geloof, schrijf je. Ben je een praktiserende moslim?

AlDe’emeh «Mijn geloof is: liefdevol met de ander omgaan, hem respecteren. De duiven op straat brood voeren. Voor anderen is dat: vijf keer knielen en bidden. Misschien houdt God meer van iemand die één keer bewust bidt, dan iemand die dat vijf keer onbewust doet.»

HUMO De moderne islam, zoals dat heet?

AlDe’emeh «Moderne islam, Europese islam, rationale islam – onzin. Door het over de gematigde islam te hebben, suggereer je dat de islam op zich extreem is. De basisboodschap van de Koran is: barmhartigheid. Een praktiserende moslim herhaalt dat woord duizend keer per dag.»

HUMO Niet iedereen leest de Koran als een boek van barmhartigheid.

AlDe’emeh : «Dat wordt dus hoog tijd.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234