Vanaf heden op stal: de buitenlandcorrespondenten van de VRT

Nog één nieuwszomer is Washington-correspondent Tom Van de Weghe gegund, maar dan roept de VRT hem terug naar Brussel. Vanaf nu wordt de buitenlandse nieuwsmarkt bespied vanop de nieuwsvloer.


Vanuit Washington: Tom Van de Weghe

'Serieus vochtprobleem'

We trappen af bij het nakende einde. Dat Tom Van de Weghe – ‘de laatste dinosauriër’, noemt hij zichzelf – ooit correspondent zou worden, stond in de sterren geschreven: deze Van de Weghe draagt immers als tweede voornaam Robert, illustere vakgenoten Capa, Kaplan en Fisk echoënd. Al komt bij het woord correspondent natuurlijk in de eerste plaats de imposante verschijning van Ernest Hemingway voor de geest gewaaid: een leven vol heroïek, avontuur, knokpartijen, foute vrouwen, sloten sterkedrank en luisterrijke telexberichten.

HUMO Is het zulke romantiek die u naar het correspondentschap deed zuchten?

Tom Van de Weghe «Ik ben misschien wat minder imposant dan Hemingway, en voor die baard moet ik lang sparen, maar correspondent worden was een jongensdroom, ja. Ik ben van nature avontuurlijk aangelegd: de wereld ontdekken, kopje-onder gaan in nieuwe culturen, talen leren om andere mensen te ontmoeten en hun verhalen optekenen... Dat is, in een notendop, het correspondentschap. Toen ik vijftien jaar geleden als journalist werd aangeworven bij de VRT heb ik die droom opgebiecht aan mijn vriendin, nu vrouw. Ik zag het als een eventuele bekroning van mijn carrière, maar zeven jaar later was het al zover, toen ik het China-bureau uit de grond mocht stampen. Met Washington heb ik er nu zelfs al een tweede standplaats op zitten. Ik ben indertijd trouwens Russisch en andere Slavische talen gaan studeren omdat ik hoopte Jan Balliauw of Stefan Blommaert op te mogen volgen in Moskou. Dat bureau is intussen ook gesneuveld. Het zijn er nochtans weer boeiende tijden.

'Vaak deed ik alle jobs tegelijk, waar in eigen land zés mensen voor betaald worden' Tom Van de Weghe

»Het is de mooiste job ter wereld, een roeping zelfs, en ik heb dat acht jaar mogen doen: daar ben ik dankbaar voor. Maar er is een keerzijde. Als je zoals ik in een andere tijdzone werkt, klop je bij momenten dubbele shifts, werkdagen van zeventien uur zijn geen uitzondering. Je staat er vaak alleen voor. Researchen. Vluchten, huurauto’s en hotels boeken. Soms zélf filmen. Monteren. Radio- en onlineverslagen maken. Vaak deed ik alle jobs tegelijk, waar in eigen land zés mensen voor betaald worden.»

HUMO Uw collega Sabine Vandeputte, voormalig Nederland-correspondente, klaagde de overspannen romantiek aan in een column, waarin ze schreef over vroegere ontmoetingen met correspondenten: ‘Het waren vaak trieste vrijgezellen die overduidelijk in armoe leefden.’

Van de Weghe «Ik heb het geluk gehad dat mijn vrouw me gevolgd is, en gaandeweg is ons gezin ook uitgebreid. Er zijn weinig partners die hun eigen carrière zouden opofferen: eigenlijk heb ik alles aan haar te danken, ik zou die eenzaamheid ook niet overleefd hebben. Het is niet gemakkelijk: in de VS mag een partner van een correspondent niet werken. Nu de kinderen groter worden, begint dat wel te wegen.»

HUMO Hoe zou u de specifieke missie van een correspondent omschrijven?

Van de Weghe «Hij dompelt zich onder in het land waar hij is gestationeerd, laat zich prikkelen, stelt zich vragen uit onwetendheid en verwondering en vertaalt dat in heldere verhalen voor het thuisfront. Zo bouw je gaandeweg een schat van expertise op. Dat is gelukt met China, en met de VS ben ik goed op weg. Maar zoiets kweek je niet door elke dag op kantoor The New York Times te zitten lezen, hè. Je moet in je onderwerp wonen, ervan kunnen proeven. Spreken met gewone Amerikanen, of met andere ouders, terwijl je kinderen sporten. Kinderen doen trouwens veel deuren opengaan – zowel hier als in China.»

HUMO De VRT sluit de vaste bureaus: kan een envoyé spécial – een vliegende reporter, zeg maar – niet doen wat een correspondent doet?

Van de Weghe «Die wordt voor enkele dagen gedropt op het terrein, zoals een para die uit een vliegtuig springt. Dat is meer hit-and-runjournalistiek. Niets mis mee, maar je kunt moeilijk verwachten dat zo’n tijdelijke gezant dezelfde feeling en ervaring heeft als een correspondent.»

HUMO Die feeling betreft, neem ik aan, ook de plaatselijke mores.

Van de Weghe «Zeker. Zo heb ik in China leren drinken: lokale partijbonzen schenken altijd sloten rijstwijn, als test. Ik had daar gaandeweg een trucje voor gevonden: een stoffen servet op de schoot. Toasten, drinken, even wachten en lachen, en na enkele seconden doen alsof je je mond afveegt maar tegelijk de alcohol uitspuwen in het servet. Op den duur zit je wel met een serieus vochtprobleem natuurlijk (lacht). In de VS heb ik zoiets nooit meegemaakt: het alcoholverbruik ligt hier een pak lager.»

HUMO U was acht jaar correspondent, aan weerszijden van de Stille Oceaan: welk nieuwsfeit zal u altijd heugen?

Van de Weghe «Voorbeelden genoeg. De aanslag in Boston (foto boven), of de moordende tornado in Oklahoma. En telkens stond ik enkele uren later al op het terrein. Ik wachtte niet tot Brussel wakker was: ik boekte zelf mijn vlucht. Een correspondent is áltijd sneller ter plekke: alleen moet men de nodige centen blijven vrijmaken, zodat hij de meerwaarde kan bieden waarvoor hij wordt betaald. Telkens invliegen kost ook meer tijd en meer geld dan je denkt. En je moet er überhaupt raken. Bij de aardbeving in Sichuan – 2008, 70.000 doden – was ik de enige Belgische reporter. Je raakt China niet zomaar binnen bij breaking news: je krijgt geen visum, tenzij je de koning achternazit, maar dan krijg je ook niets te zien (lacht). Met het bureau in Peking lukte dat wél; dat kunnen we nu vergeten. Als er iets gebeurt, zijn we afhankelijk van de propagandamachine van de Chinezen. Dat is misschien wel het meest spijtige van de beslissing. Maar er is een keuze gemaakt, en die moet je als trouwe soldaat respecteren – wat ik ook doe.»

HUMO Uw hoofdredacteur betwijfelde dat een correspondent makkelijker een voet tussen de deur krijgt.

Van de Weghe «Klopt. Barack Obama is wel iets moeilijker te contacteren, dat geef ik toe, maar als je hier zit, leer je beetje bij beetje de juiste mensen kennen. Of het nu China of de VS is: geen enkele politicus staat te springen om zijn tijd te verdoen met een interview aan een klein Belgisch tv-station. Als je genoeg feestjes afschuimt, leer je medewerkers kennen en vind je toegang tot sommige politici die eerst onbereikbaar leken. Zo zat ik in de trein naar huis plots naast Jesse Jackson: een blijvend contact. Via een Amerikaanse vriendin ben ik in contact gekomen met de vroegere minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright. Dankzij een stafmedewerker die enkele huizen verder woont, heb ik een directe lijn met het kabinet van de Democratische leider Harry Reid

'De ordediensten verschalken, dat was in China gewoon deel van mijn werk' Tom Van de Weghe

HUMO We spraken daarnet badinerend over avontuur en heroïek: geheel denkbeeldig is dat niet in uw geval.

Van de Weghe «Als je je werk goed doet, beland je in hachelijke situaties. In 2008 ben ik in aanvaring gekomen met lokale autoriteiten in Henan, toen ik een verhaal over aidswezen wilde draaien. We zijn fysiek zwaar aangepakt, hebben doodsangsten uitgestaan. Daar leer je uit, je wordt voorzichtiger – maar zonder in te binden! Ik ben in Tibet aangehouden, op Tiananmen, in Sichuan en ook in Fukushima, toen de reactoren van de kerncentrale ontploften en wij in de buurt waren. In China was het gewoon deel van mijn werk, de ordediensten verschalken, een kat-en-muisspel waar ik mee had leren leven. Hier in de VS heb ik me zelden of nooit moeten opwinden: hier bestaat persvrijheid, en alle politiegeweld ten spijt, zijn ordehandhavers hier professioneler en correcter. Alleen Guantanamo deed me aan China denken, toen we beeldmateriaal moesten wissen.»

HUMO Een ander klinkend argument tegen vaste buitenlandbureaus: men kan het wereldnieuws tegenwoordig van waar dan ook volgen, via Twitter, Facebook en continue newsfeeds.

Van de Weghe «De buitenlandcorrespondent 2.0 kan een belangrijke rol blijven spelen, als betrouwbare gids of katalysator in de gestage brei van overinformatie die we elke dag over ons heen krijgen. Ik zit nu acht jaar op Twitter, en ik ben dat medium steeds meer gaan gebruiken als een soort van eigen persbureau, ik bied verhalen aan die me de moeite lijken en die Brussel of de mediagebruiker kunnen oppikken. Vaak krijg ik meteen na zo’n tweet telefoon van de radio of tv uit Brussel. En door de digitale revolutie kan een correspondent ook zijn eigen 24/7-nieuwszender creëren, de smartphone vervangt al het materiaal dat vroeger in drie zware koffers paste. Je kunt zelfs live uitzenden, waar en wanneer je wilt. Dát is de toekomst.»

HUMO Kunt u zich eigenlijk vinden in de beslissing van de hoofdredactie?

Van de Weghe «Zeker en vast. Het is een keuze die gemaakt is door het management. Nogmaals: ik respecteer dat. Niets is voor altijd: het vaste correspondentenbestaan ook niet. Maar hopelijk is een Hollands accent voortaan geen voorwaarde om correspondent genoemd te mogen worden (lacht). En laten we het correspondentschap nog niet begraven. The New York Times heeft het aantal bureaus een tijdlang afgebouwd, tot ze zagen dat het leidde tot verschraling. De voorbije jaren hebben ze hun netwerk weer uitgebouwd en dat werpt vruchten af. Zoals gezegd: niets is voor altijd, en gelukkig bestaat er zoiets als voortschrijdend inzicht.»

HUMO Wat vindt u van het idee om te werken met pop-upcorrespondenten?

Van de Weghe «Het is een interessant idee dat een eerlijke kans verdient. Niet dat het goedkoper is dan een vaste correspondent, dat is al gebleken uit verschillende rekenoefeningen – zeker in verhouding tot het aantal bijdragen. Maar door het geld te herverdelen raak je inderdaad op méér plaatsen, dat is positief. Je kunt zo nieuws maken, zelf de agenda bepalen, het verschil maken. Ik was vorig jaar al vijf weken lang pop-upcorrespondent, tijdens het WK in Brazilië. Een boeiende ervaring die smaakte naar meer, maar het is niet eenvoudig om uit het niets iets op te bouwen: tegen dat het rendeert, moet je weer weg. Trouwens, toen ik naar China vertrok, hadden we eigenlijk zo’n pop-upcorrespondentschap in gedachten: negen maanden was het plan. De toenmalige hoofdredactie vond dat mijn werk voldoende meerwaarde creëerde: ik ben uiteindelijk vijf jaar gebleven, en mocht trouwens nog eens drie jaar blijven. Maar mijn gezin had al genoeg smerige lucht ingeademd: ik heb vriendelijk bedankt (lacht).»

HUMO En wat brengt de toekomst?

Van de Weghe «Er is me niets beloofd. Vanaf september opereer ik weer vanuit Brussel. Ik zal voorstellen doen voor reportages over de Amerikaanse verkiezingen, want dat is toch het hoogtepunt waar élke correspondent vier jaar lang naartoe leeft: het is moeilijk om dat ineens los te laten. Verder hoop ik dat ik mijn expertise in Azië, Latijns-Amerika en Rusland verder zal kunnen benutten.

»Buitenlandverslaggeving blijft essentieel voor een ruime blik op de wereld, maar met het materiaal van de nieuwsagentschappen alleen maak je geen journaal. Het eerste waarop bespaard wordt in budgettair moeilijke tijden is buitenlandverslaggeving: die wet geldt voor elke nieuwsorganisatie. Maar onze hoofdredactie heeft gezworen dat dat niet het geval zal zijn na de sluiting van de vaste bureaus, ik heb daar alle vertrouwen in.»

HUMO Zult u de adrenaline missen?

Van de Weghe «Absoluut. De vrijheid ook. Als correspondent ben je uiteindelijk een kleine ondernemer die zijn winkel draaiende moet houden en kwaliteitsvolle producten probeert te slijten aan verschillende klanten. Natuurlijk zal ik het missen. Maar zoals tv-legende Walter Cronkite altijd afsloot: ‘And that’s the way it is.’»


Vanuit Londen: Lia van Bekhoven

'Nooit anglofiel!'

‘Rule, Britannia! Britannia, rule the waves’, maar alleen wanneer Lia van Bekhoven de ether opleukt vanuit Londen, waar ze al enige tijd de voetsporen van Roger Simons drukt, de meest memorabele neusklank uit de radiogeschiedenis. Van Bekhoven bericht voor talrijke media, waaronder de VRT, en dat doet ze met het kenmerkende Engelse flegma dat ze zichzelf eigen heeft gemaakt na dertig jaar in het perfide Albion.

Lia van Bekhoven «Een roeping was het niet, correspondent worden, meer een uitweg. Na mijn studie in Nederland was ik gaan reizen, en in Israël kwam ik een Brit tegen die ik érg leuk vond. Ik had in Nederland televisiejournalistiek gestudeerd en dacht: ‘Wat ik dáár kan, kan ik in Londen ook.’ Eérste fout: in Groot-Brittannië zijn de vereisten gigántisch. Ik sprak Engels met een Nederlands accent – nog steeds, overigens – en ik had mijn diploma niet aan een voorname universiteit behaald: bij de BBC is Oxbridge het minimum. Maar omdat ik die Brit toch wel héél erg leuk vond, en Londen een interessante stad, heb ik langzaamaan mijn eigen correspondentenwinkeltje uitgebouwd.

'In Engeland ga ik op een andere manier met woordvoerders om. Recht voor de raap: daar zijn ze niet van gediend' Lia van Bekhoven

»Mijn idee: een paar jaar Londen, dan een paar jaar Verenigde Staten, dan naar zuidelijk Afrika, en voor het einde van mijn dagen: een standplaats langs de Middellandse Zee. Twééde fout. Maar niet helaas: ik heb het hier ontzettend naar mijn zin. Al dient gezegd dat ik steeds minder heb met het land. Ik hou van Londen, maar ik mag er niet aan denken om buiten de stad te gaan wonen. Ik erger me steeds vaker aan de Engelsen: ik ben geen anglofiel, en zal het nooit worden. Daardoor kan ik mijn werk beter doen: ik ken correspondenten die naar hier komen, nadat ze die droom jarenlang hebben nagejaagd, en zich te veel vereenzelvigen met de autochtone bevolking. Dat mag niet. Je moet je er te allen tijde van bewust zijn dat je niet één van hen bent. Ik pleit niet voor een verplicht rotatiesysteem want dan graaf ik mijn eigen graf, maar ik ken veel correspondenten die na enkele jaren al meer blasé zijn dan ik nu. Dan begrijp ik dat zo’n hoofdredacteur zegt: ‘Time to move on.’ Maar dat hangt erg af van persoon tot persoon: ik mag hopen dat ik nog altijd even nieuwsgierig en kritisch ben als in het begin.»

HUMO De VRT heeft de vaste correspondenten afgeschaft, maar blijft wel investeren in een legertje specialisten, vliegende reporters die vanuit Brussel worden uitgestuurd wanneer er ergens een wereldbrand uitbreekt.

Van Bekhoven «U zegt het al: de vliegende reporter strijkt neer wanneer het brandt. Hij zal die brand prachtig verslaan, maar kent niet het verhaal áchter de brand. De correspondent weet dan allang dat mensen al vaak aan de alarmbel hebben getrokken, geklaagd hebben over gebrekkige brandveiligheid en dat het nog veel erger had kunnen aflopen: de reporter komt dat pas in tweede instantie te weten. Bovendien: als er een vliegende reporter aankomt, is hij of zij nummer 1.363 in de rij. Hij moet hopen dat de woordvoerder van een bepaald bedrijf, van een partij of instantie ook tijd heeft voor hem, terwijl de correspondent weet wíé hij moet benaderen. En hóé. Ik ga in Nederland op een hele andere manier om met woordvoerders dan in Groot-Brittannië. In Nederland zijn we recht voor de raap: daar is men in Engeland niet van gediend.»

'Lia van Bekhoven: 'Mijn journalistieke hoogtepunt? De dood van prinses Diana. Even leek het alsof het Verenigd Koninkrijk zou eindigen als Onverenigde Republiek.'

HUMO Wat beschouwt u als het journalistieke hoogtepunt van dertig jaar correspondentschap?

Van Bekhoven (twijfelt geen seconde) «De eerste week van september 1997. De dood van prinses Diana, ja. Omdat het zóóó onvoorspelbaar was. Het nieuws werd toen niet in banen geleid door de media of politici, zoals gebruikelijk, maar door de menigte: honderdduizenden mensen die zelf niet zo goed wisten waarom ze niet meer gingen werken, niet meer voor de kinderen kookten, maar in dikke rijen aan Buckingham Palace gingen staan, met verwelkte, in cellofaan gewikkelde anjers. Even leek het alsof het Verenigd Koninkrijk zou eindigen als Onverenigde Republiek – dat had niemand ooit kunnen voorspellen. Spannend!»

HUMO Had u daar als envoyé spécial minder goed over kunnen berichten?

Van Bekhoven «Absoluut: ik zou niet weten waar te beginnen. Je weet niet waarom Diana de Britten zo aansprak als je geen vrienden hebt die het je al tien keer verteld hebben.»

HUMO Allerhande nieuwsmanagers zullen terecht opmerken dat het woord ‘correspondent’ létterlijk dateert uit de tijd van de brievenpost: de verslaggevers van weleer correspondeerden aldus met de redactie. Vandaag kan men perfect vanop afstand de vinger aan de pols houden, via talloze nieuwe en sociale media.

Van Bekhoven «Natuurlijk. Het komt erop aan je als correspondent te onderscheiden: ik weet beter dan een vliegende reporter die vorige maand in de Democratische Republiek Congo zat, en volgende week in Oekraïne, waarom Engelsen doen wat ze doen. En buitenlands nieuws zal altijd broodnodig zijn, als graadmeter, om onszelf te kunnen plaatsen. Wij zijn wie we zijn in relatie tot de landen om ons heen. Willen we in een klein landje leven, als provincialen zonder kennis van wat er rondom ons gebeurt? Ik mag er niet aan denken. In Engeland is het aandeel van buitenlands nieuws klein, de nadruk ligt op de eigen navel, ook al is het land zo klein geworden. De televisiejournaals brengen, gevoed door de boulevardpers, banaal nieuws, en als men al naar het buitenland kijkt, dan alleen naar de vroegere koloniën en met name de VS. De Britten hebben bijvoorbeeld géén besef van de moderne Duitse economie, hun kennis houdt op in 1944. Men leeft er in een fantasiewereld, zonder oog voor de wereld die haar omgeeft.»


Vanuit Athene: Bruno Tersago

'Traangas en gebarentaal'

Wie snakt naar wereldnieuws heet van de naald, heeft de blik al enige tijd richting Athene gewend. Daar woont ook Bruno Tersago, rijzende ster aan het correspondentenfirmament. Tersago is geen door de wol geverfde nieuwsprofessional: hij verhuisde in 2000 naar Athene, trouwde er met een Griekse en houdt er een fulltimejob op na in een callcenter. Hij komt pas op de proppen wanneer de poppen aan het dansen gaan. Tersago’s profiel is atypisch, maar wel van de toekomst: stevig geworteld, freelance. Maar hij werd dus stoemelings correspondent.

Bruno Tersago «Dat was op een zomeravond in 2011, toen ‘Terzake’ iemand zocht om één en ander te duiden voor de camera. Ik had aan mijn studie Germaanse talen contacten bij de VRT overgehouden: zo zijn ze bij mij terechtgekomen. Ik was betrekkelijk nerveus, maar het viel mee, en sindsdien lever ik regelmatig bijdragen voor radio en televisie.

»Tien jaar geleden ben ik een blog begonnen op vraag van De Standaard, voor de rubriek ‘En nu even elders’. We spreken 2005: de Olympische Spelen waren afgelopen, er viel weinig belangrijk nieuws te rapen, alles leek goed te gaan. Ik schreef over restaurants en schilderachtige stranden, lokale gewoonten en feesten. Die Standaardblog is een stille dood gestorven, maar in 2008 ben ik op mijn eigen website verdergegaan: precies op het moment dat de eerste kleine barstjes in de Griekse samenleving verschenen. Herinner u de tiener die in december 2008 is doodgeschoten, en de rellen die daarop volgden. Vanaf toen ben ik beginnen te schrijven over de regering, die zelfs niet verhulde dat ze corrupt, malafide en amateuristisch was.

'Men beschouwt mij hier als Griek onder de Grieken: ik krijg soms iets uit mensen wat je in een normale interviewsituatie nooit zou horen' Bruno Tersago

»Ik ben geen typische VRT-correspondent. Ik woon en werk in Griekenland, heb zélf bijvoorbeeld ook problemen gehad met achterstallige betaling van lonen en het soort zaken waar Grieken mee te maken krijgen.

»Maar dat is wat de VRT zoekt met dit correspondentschap: iemand die er middenin zit, die kan zeggen wat er leeft. Ik weet dat, want ik ondervind zélf de gevolgen van de crisis en de besparingen.»

HUMO Vakgenoten stipten assimilatie aan als een valkuil.

Tersago «Ik noem het geen assimilatie, maar mijn betrokkenheid zou in theorie een probleem kunnen zijn, ja, want mijn berichtgeving mag natuurlijk niet gekleurd zijn. Maar als je je daar bewust van bent, is het nu ook weer niet zo moeilijk. Die betrokkenheid heeft ook voordelen: geloofwaardigheid. En de redactie is natuurlijk niet van gisteren: als ik een verkeerde toon aansla, zal ik dat snel te horen krijgen.»

'Bruno Tersago: 'Athene ging half in de fik tijdens de rellen van februari 2012. Dat is me altijd bijgebleven.'

HUMO Het mag in dit particuliere geval raar klinken, maar kunt u een hoogtepunt aanstippen, na vier jaar correspondentschap?

Tersago «Het is wrang om van een hoogtepunt te spreken, maar de rellen van februari 2012, toen de helft van Athene in de fik is gegaan, zijn me bijgebleven. Ik was daar als fixer: als een ploeg van de tv of de radio naar Athene komt, probeer ik zo veel mogelijk voor te bereiden. Ik stond toen met mijn microfoon op het Syntagmaplein, om wat quotes te rapen, omgeven door wolken traangas en om zich heen meppende agenten. Normaal gezien zou ik zorgen dat ik daar zo snel mogelijk weg ben, nu móést ik er zijn.»

HUMO Had u dat werk minder goed kunnen doen als vliegende reporter?

Tersago «Uiteraard. Ik spreek de taal, bijvoorbeeld. Die zou je ook gewoon in Brussel kunnen leren, ja, maar men beschouwt mij hier als Griek onder de Grieken: ik krijg soms iets uit mensen wat je in een normale interviewsituatie nooit zou horen. Ook belangrijk: de non-verbale communicatie. Gebaren zijn hier heel belangrijk. Net als in het Midden-Oosten knikt men hier als men ‘nee’ bedoelt, terwijl wij het hoofd schudden. Een vliegende reporter of pop-upcorrespondent heeft die nuances in twee maanden niet in de vingers: bij mij heeft het vijf jaar geduurd.»


Jan Balliauw

'Wodka op tafel'

Het slotakkoord laten we aan de oude rot in het vak: Rusland-kenner Jan Balliauw. Zijn correspondentschap kun je het best samenvatten met één slotrijm – ‘Voor de BRT: Jan Balliauw, vanuit Moskou.’ – en één nieuwsfeit zonder gelijke: het ineenklappen van de Sovjet-Unie. Dat had Balliauw wellicht niet zien aankomen toen hij een jaar eerder als student naar Leningrad, nu Sint-Petersburg, trok.

Jan Balliauw «Dat was de enige manier om een visum te krijgen voor een jaar.

»Ik was al een paar keer in Rusland geweest, en ik had gemerkt dat wat je op straat ziet níét het volledige verhaal is: er is een onderliggende laag die je als bezoeker niet kunt vatten. Ik merk dat ook nu ik als reporter vanuit Brussel werk. Ik ga op en neer. Je wéét dat er een eind komt aan je verblijf. Je kunt je wel proberen onder te dompelen, maar een correspondent wordt blíjvend geconfronteerd met zijn verhaal. Daarom ben ik er indertijd ook heen gegaan. Ik had al radio-ervaring opgedaan bij de VPRO en Radio Centraal, en toen mijn voorganger Alexander Münninghoff uit Moskou vertrok, heb ik de BRTN laten weten: ‘Ik ben hier.’ Ze hebben mij uitgeprobeerd, en dat beviel hen – ik ben uiteindelijk drie jaar gebleven.»

HUMO Is het correspondentenbestaan zo eenzaam als uw collega Vandeputte laat uitschijnen?

Balliauw «Dat is niet mijn gevoel. De meeste correspondenten die ik kende waren geen eenzaten, maar mensen die bezeten waren door hun werk. Dat maakt het soms moeilijk om contacten met vrienden te onderhouden. Ik heb vaak een afspraak op het laatste moment moeten afzeggen, omdat er weer iets was gebeurd en ik iets moest maken. Er zijn redelijk wat vrijgezellen omdat de aard van de job niet bepaald gunstig is voor een normaal gezinsleven. Van de partner van een correspondent wordt een enorme flexibiliteit verwacht.»

'De aard van onze job is niet bepaald gunstig voor een normaal gezinsleven' Jan Balliauw

HUMO Het kan als uithuizige nieuwsjager geen kwaad om de plaatselijke mores te begrijpen. Ik las dat u net als Tom Van de Weghe gaandeweg gewend raakte aan de flessen sterkedrank.

Balliauw «Ik moest ze gelukkig niet op tafel zetten: dat werd voor mij gedaan. Maar ja: elk bezoek aan een bedrijf of instelling begon met een rondje wodka, zelfs ’s ochtends. Ik ben geen liefhebber van sterkedrank, maar weigeren was geen optie.»

HUMO Uw collega Lia van Bekhoven waarschuwde voor te verregaande vereenzelviging.

Balliauw «Het is niet voor niets dat diplomaten na vijf jaar naar een andere plek worden gestuurd, hè.

»Hoe langer je blijft, hoe moeilijker het wordt om een buitenstaander te blijven. Je leven speelt zich meer en meer dáár af, de Belgische vriendschappen verwateren, eventuele kinderen gaan ter plekke naar school, de gemeenschap neemt je op. Ik zeg niet dat je niet meer kunt functioneren, maar je moet wel alert blijven, ervoor zorgen dat je niet meegezogen wordt in de dominante denktrant. Een voorbeeld: 89 procent van de Russen steunt Vladimir Poetin. Wie zich Rus begint te voelen, heeft – statistisch gezien – een grote kans om daarin mee te gaan. Journalist zijn betekent ook: verwonderd blijven over wat er rond je gebeurt.»

HUMO Eén van de argumenten waarmee aan de poten van de stoel van de correspondent wordt gezaagd: de explosie van journalistieke tools, sociale media en goedkope vliegtuigtickets.

Balliauw «In de jaren 90 moest ik soms twee, drie uur rondlopen voor ik een telefoon vond waarmee ik naar België kon bellen. De communicatie was moeizaam. Dat is nu helemaal anders, natuurlijk: via Facebook en Twitter zit ik bij manier van spreken elke dag in Rusland. Virtueel.»

'Jan Balliauw: 'De Sovjet-Unie die overnight uiteenviel. Dat is mijn onbetwiste hoogtepunt.'

HUMO U was drie jaar in Rusland, in woelige tijden: wat beschouwt u als uw professionele climax?

Balliauw «De Augustusrevolutie, de coup tegen Michail Gorbatsjov, was uiteraard belangrijk, al was ik toen – dat zul je altijd zien – net met vakantie (lachje). Maar hét onbetwiste hoogtepunt was de onvoorbereide ontbinding van de Sovjet-Unie: een kernmacht viel overnight uiteen. Ongezien. En op zulke momenten heeft de correspondent een voorsprong op de gewone reporter. Al moet ik zeggen dat ik toen heb samengewerkt met Stefan Blommaert, die Rusland vanuit Brussel volgde: veel verschil was er niet. Ik heb de crisis in Oekraïne goed kunnen volgen vanuit Brussel, en wanneer het echt nodig was, raakte ik snel ter plekke. Ik denk dat een correspondentschap vooral zin heeft op momenten als nu, wanneer de storm schijnbaar is gaan liggen.»

HUMO Hebt u, gepokt en gemazeld, begrip voor de beslissing van de hoofdredactie?

Balliauw «Het is niet mijn beslissing: voor commentaar moet je bij de hoofdredactie zijn. Maar ik merk natuurlijk ook dat de wereld is veranderd. Daar moet je als nieuwsdienst flexibel op kunnen inspelen.»

HUMO Nog een interessant argument, opgetekend uit de mond van uw hoofdredacteur: een correspondent in Washington hebben, betekent níét dat je een voet tussen de deur van het Oval Office hebt.

Balliauw «Dat klopt: als wij een interview hadden met George Bush, was dat grotendeels geregeld via de Amerikaanse ambassade in Brussel. In 2006 had Poetin ons een interview toegezegd, ook al hadden wij toen allang geen correspondent meer in Moskou. Het interview heeft overigens nooit plaatsgevonden, Poetin heeft op het laatste moment afgezegd. Onze tickets waren al gekocht.»

HUMO Björn Soenens en Luc Rademakers hebben te kennen gegeven dat deze operatie geen besparingsoperatie inleidt: men zal blijven inzetten op buitenlands nieuws. Dat vindt u wellicht geen kwade zaak?

Balliauw «Natuurlijk niet: wat in het buitenland gebeurt, heeft een directe invloed op ons leven. Het verbaast me telkens weer dat West-Europeanen niet beseffen wat de implicaties zijn van de Oekraïne-crisis. Het conflict heeft nu al een negatieve invloed op de economische groei in ons land, en als het verder escaleert – ik hoop vurig van niet, maar het is niet uitgesloten – tot een groter conflict tussen Rusland en het Westen, dan zou dat onze manier van leven kunnen bedreigen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234